Nou, dat was me een bevalling! Na de nodige weeromstuit zitten we dan nu eindelijk in een café genaamd ‘Brauhaus’ in Ulaanbataar, Mongolië. Zoals de naam van het etablisement al doet vermoeden, is Ulaanbataar bepaald een internationale stad. Het staat hier in het centrum vol met grote, dure gebouwen, vaak voorzien van Engelse benamingen. We voelen ons daardoor veel meer thuis dan in Rusland. Dit land begrijpen we (een beetje).
Vanochtend kwamen we om half 7 aan op het station. Het was nog donker en om en nabij de 20 graden vorst. Inmiddels zijn we dat wel gewend, dus geen paniek op dat front. Alleen, waar andere treinreizigers door hun hostels werden opgehaald, stonden wij er helemaal alleen voor…
Eerst dus maar een kopje thee op het station. De restauratie ging gelukkig net open. Voor 600 Tugrit (ongeveer 30 cent) kregen we twee warme koppen thee. Nog 350 Tugrik en we hadden er ook een hardgekookt ei bij. Jummie! Even wennen wel dat iedereen ons hier zo aanstaart.
Toen het rond half 8 licht begon te worden, hebben we het op een lopen gezet. Rustig aan, want onze rugzakken wogen flink door en de koude had ook zo zijn impact. In Irkutsk hadden we een klein kaartje getekend waaruit moest blijken waar onze host in Mongolië werkt. Uiteraard zijn we flink verdwaald. De vorst werkte bovendien op Judica’s blaas en een spoedstop bij een luxueus hotel was dan ook vereist.
Uiteindelijk vonden we een Irish Pub, kennelijk in het centrum van de stad. De reisgidsen op onze Minime hielpen ons verder. Toen een Australiër met zijn gids ook een kopje thee kwam drinken, ontmoeten we onze redder: de Aussie had een Mongoolse gids bij zich die ons de weg naar de bibliotheek wist te wijzen. We zitten er nu vlakbij (maar zijn er uiteraard volledig voorbij gelopen). Op naar de bieb dus maar…


























