Het is vroeg in de ochtend en Michiel ligt nog naast me te slapen. Zoals jullie gemerkt hebben gebruiken we de website ook als een soort reisdagboek en proberen we elke dag iets te schrijven over onze ervaringen. We zien en doen zoveel dat het echt ellenlange verhalen worden en dat het ook wel echt een ‘klusje’ is.
Gisteren zijn we nog opgestaan in de Ger en hebben afscheid genomen van Begs en Suyoma. Er was een dagtrip geboekt naar een nabijgelegen park. We werden gelukkig vlak bij de Ger met onze grote tassen opgehaald en konden onze spullen eerst wegbrengen bij het hostel. Daarna gingen we eindelijk de stad uit onder begeleiding van een Engelse gids en chauffeur. Toen we de stad uitreden werd het landschap steeds mooier en grilliger.
We stopten eenrst bij een klein bergje gemaakt van stenen met alllemaal blauwe vlaggen bovenop. Dit is een plek waar de Mongolen ‘geluk’ afdwingen voor hun reis. We moesten er 3 keer omheenlopen en konden er kleine steentjes opgooien waar we dan wensen mee konden doen. Het uitziocht was daar al prachtig. Hop de auto weer in, op een voor mij volledig willekeurige plek stopten we weer.
Tijdens de Russische bezetting zijn ern in Mongolie duizenden monniken vermoord. Op een gegeven moment zagen die monniken het natuurlijk aankomen en zijn zich gaan verstoppen. We stopten bij een grote, op het eerste oog solide rots. Onze gids leidde ons naar boven naar een soort van spelonk tussen de rotsen. In 1937 hebben zich in deze spelonk een jaar lang 100 monniken schuilgehouden. Het was klein, niet hoog een zeer afgelegen maar ontzettend bijzonder om dat te zien.
We reden verder tot we Terelj National Park in kwamen. Hier stonden veel meer toeristen Gers (zonder families erin en met buiten normale facilitaire voorzieningen voor de toeristen). We kwamen aan bij de Turtle Rock, een steen die je met een klein beetje fantasie gemakkelijk aan kunt zien voor een schildpad.
De kou heeft onze camera gegrepen. Je kent het wel, er staat ergens op een accu dat hij gebruikt moet worden tussen minus 20 en +30 graden, onze accu was bijna volledig opgeladen, maar na de grot met de monniken deed hij het niet meer. Helaas houdt het fotoverslag hier dan ook op, erg jammer want het mooiste moest nog komen.
Vanaf de schildpad heeft onze chauffeur geprobeert te manoevreren met de normale auto om over de met sneeuw bedekte hellingen te komen. We slipten en gleden maar we was toch weinig wat we konden raken dus het was erg gaaf. We kwamen aan in een prachtig groot dal bij een Ger. Direct werden we verwelkomt met een soort van melkthee, niet echt mijn favoriet, maar wel lekker warm. We wilden graag paardrijden en prompt kwam er een buurman met twee paarden en gingen wij po pad naar een etempel en meditatie centrum boven aan de berg. Het was prachtig om op een paard door Mongolie te rijden, ook al had ik in mijn hoofd galloperend over de vlakte, dit was misschien wel beter. Ik had er in mijn droombeeld rekening mee moeten houden dat heel Mongolie nog besneeuwd is!
Na een korrt tochtje mochten we verder zelf naaqr boven lopen naar de tempell. De meeste tempels hier zijn relatief nieuw omdat de Mongolen nog niet zo lang weer zelf de baas zijn in hun land. Deze tempel stamt uit 2005 en werd veel beozcht door Duitse mediterende mensen. Het was stil en leeg en de wandeling omhoog was prachtig. Er waren nog 2 toeristen met een gids waar wij ons bij aansloten. Halverwege was er een soort van touwbrug met planken erop, terwijl wij nog stonden uit te hijgen van de klim omhoog schalde er opeens mantra’s uit de luidsprekers van de tempel. Was het een vaste gebedstijd vroegen wij ons af. Nee, de beheerder zag ons aankomen en wilde ons op die manier verwelkomen, maar werd ons verzekerd, het gezang was vorig jaar door echte Tibetaanse monniken ingezongen.
Vanaf de tempel was het uitzicht over het dal magnifiek. Michiel en ik hebben hier besloten dat het zeker de moeite waard is om Mongolie nog een keer te bezoeken in de zomer als de dieren aangesterkt zijn en alles groen is. Dan zouden we nog we eens een trip van 3 weken willen doen. Het land is prachtig, de mensen vriendelijk en over het algemeen zijn de faciliteiten goed.
Na onze wandeling naar beneden reden we terug naar de Ger waar ons een heerlijke maaltijd stond te wachten. Het is wonderlijk, een kwartier voordat we daar aanwkamen wer der gebeld en het is geen toeristen ger, mensen wonen er gewoon. Dan wordt er blijkbaar iets gezegd in de trant van, we komen langs, regel jij paarden en het kan allemaal.
Na een heerlijke soep met dumplings en gekookte schaapsribbetjes (jummie!) reden we een stukje terug om daarna nog een eind te wandelen. Toen we de auto zagen zijn we een sneeuwballen gevecht begonnen met onze gids en chauffeur.
Terwijl we het dal weer uitreden hebben we nog wat geleerd over de Mongoolse muziek. Ik vond het altijd al erg leuk om de Mongolen na te papegaaien omdat de klanken zo bijzonder zijn. Nu hebben we met zijn 4-en uit volle borst meegezongen. Wij konden de tekst natuurlijk niet zo goed onthouden en hebben er wat van gebrouwd tot grote hilariteit van onze gids en chauffeur.
De laatste stop was bij een groot monument van Ghingis Khan. Het monument was nog niet eens helemaal af maar deze zomer zouden ze ermee pronken. Het verhaal gaat dat Ghingis een gouden zweep heeft gevonden en dat dit de start was van zijn grote veroveringen. Het monument was een 40 meter hoge aluminium voorstelling van Ghingis te paard met de zweep. Prachtig om te zien en in de zomer staan er dan overal nog Ger kampen omheen. Mongolie heeft niet zoveel monumentne die bewaard zijn gebleven en ik begrijp dat ze hier behoefte aan hebben maar voor mij voelde het een beetje raar om bij een monument te zijn wat nog niet af is. Je kon ook naar binnen tegen betaling van 10.000 tugrik (iets meer dan 5 euro) maar daar hebben we maar vanaf gezien.
Op naar ons hostel om eindelijk na lange tijd weer eens te kunnen douchen, heerlijk! We hebben een soort van luxe kamer en slapen voor het eerst in ons leven in een kingsize bed. Nog 1 dag en nacht in Mongolie en dan is ook dit stukje van het avontuur weer voorbij, tjonge wat vliegt de tijd.



















