Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


47° 55' N, 106° 55' E
14 March 2010, 12:10

Melamongolisch

Half vier ‘s ocht­ends. Op de gang van het Golden Gobi hos­tel, hartje Ulaan-Bataar, wordt luidruchtig van mening gewis­seld. Judica en ik liggen alle­bei nog op een oor, te wachten tot de wekker ons nog voor het ocht­end­glo­ren uit een maar al te welver­di­ende slaap haalt. Opgeschrikt door de luide stem­men komen we, onze ogen uitwrijvend overeind. We spit­sen onze oren en herken­nen een van de sprek­ers als de Amerikaan die ons de avond te voren had ver­rast met zijn excen­trieke per­soon. Hij had zes jaar in China gewoond en les gegeven aan Chi­neesjes die graag Engels wilden leren. Rond een uur of 10 was hij naar een kroeg, niet ver weg, gegaan om een mini-concert van een keelzanger met jazzensem­ble te gaan.

“That’s a lot of money. Your friend stole my money. 40.000, that’s a lot of money.” Duidelijk de stem van de Amerikaan. “I though you where my friend, you are not my friend. You are a thief. You stole my money. And you stole my cell­phone.” We waren alle­bei inmid­dels klaar­wakker. Zo wakker dat we, de wis­selko­ersen indachtig, snel had­den bepaald dat de schree­uwlelijk amok maakte over 20 euro en een goed­kope Chi­nese tele­foon. Wie het kleine niet eert, enzovoorts, maar mid­den in de nacht?

“Let’s call the police”, probeerde hij nu. Van zijn gesprekspart­ner hoor­den we weinig. De Amerikaan was met twee Japan­ners naar de kroeg geweest, dus we ver­moed­den dat hij met hen sprak. “I tell you, you will die shortly. And your father will die shorty, too.” Het gesprek werd duidelijk grim­miger. Nu ont­waar­den we een paar woor­den van kamp Oost: “You watch your tongue.” Inmid­dels zaten we klaar om het geluid van klap­pen, trap­pen en andere blijken van Oost­erse vechtkun­sten te incasseren. Het bleef stil.

Twee uur later ging onze wekker. Bob, de broer die het hos­tel runt, nam ons mee naar het sta­tion. Des­gevraagd vertelde hij, nog niet de blije per­soon die hij nor­maal altijd is, dat de Amerikaan niet meer in het hos­tel verbleef. Duis­tere zaak. Onze trein arriveerde op tijd, 6:30u in de ocht­end, en een­maal ingestapt was het ver­haal van de Amerikaan snel vergeten.

We komen nu bijna bij de grens aan. Mon­golen zijn ons als volk opgevallen. Zoveel vrien­delijkheid en hartelijkheid. Je kunt je haast geen kwaad van ze voorstellen. We raken er wat melan­cholisch onder. Benieuwd wat ons China zal bren­gen. Van onze laat­ste Tugriks hebben we 5 snick­ers gekocht. Wat ons van Mon­golië nog rest zijn herin­ner­in­gen en een paar schapenbotten…

  • Print
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • PDF
  • Twitter
  • Hyves

Stuur een reactie