Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


47° 55' N, 106° 55' E
14 March 2010, 12:10

Melamongolisch

Half vier ‘s ocht­ends. Op de gang van het Golden Gobi hos­tel, hartje Ulaan-Bataar, wordt luidruchtig van mening gewis­seld. Judica en ik liggen alle­bei nog op een oor, te wachten tot de wekker ons nog voor het ocht­end­glo­ren uit een maar al te welver­di­ende slaap haalt. Opgeschrikt door de luide stem­men komen we, onze ogen uitwrijvend overeind. We spit­sen onze oren en herken­nen een van de sprek­ers als de Amerikaan die ons de avond te voren had ver­rast met zijn excen­trieke per­soon. Hij had zes jaar in China gewoond en les gegeven aan Chi­neesjes die graag Engels wilden leren. Rond een uur of 10 was hij naar een kroeg, niet ver weg, gegaan om een mini-concert van een keelzanger met jazzensem­ble te gaan.

“That’s a lot of money. Your friend stole my money. 40.000, that’s a lot of money.” Duidelijk de stem van de Amerikaan. “I though you where my friend, you are not my friend. You are a thief. You stole my money. And you stole my cell­phone.” We waren alle­bei inmid­dels klaar­wakker. Zo wakker dat we, de wis­selko­ersen indachtig, snel had­den bepaald dat de schree­uwlelijk amok maakte over 20 euro en een goed­kope Chi­nese tele­foon. Wie het kleine niet eert, enzovoorts, maar mid­den in de nacht?

“Let’s call the police”, probeerde hij nu. Van zijn gesprekspart­ner hoor­den we weinig. De Amerikaan was met twee Japan­ners naar de kroeg geweest, dus we ver­moed­den dat hij met hen sprak. “I tell you, you will die shortly. And your father will die shorty, too.” Het gesprek werd duidelijk grim­miger. Nu ont­waar­den we een paar woor­den van kamp Oost: “You watch your tongue.” Inmid­dels zaten we klaar om het geluid van klap­pen, trap­pen en andere blijken van Oost­erse vechtkun­sten te incasseren. Het bleef stil.

Twee uur later ging onze wekker. Bob, de broer die het hos­tel runt, nam ons mee naar het sta­tion. Des­gevraagd vertelde hij, nog niet de blije per­soon die hij nor­maal altijd is, dat de Amerikaan niet meer in het hos­tel verbleef. Duis­tere zaak. Onze trein arriveerde op tijd, 6:30u in de ocht­end, en een­maal ingestapt was het ver­haal van de Amerikaan snel vergeten.

We komen nu bijna bij de grens aan. Mon­golen zijn ons als volk opgevallen. Zoveel vrien­delijkheid en hartelijkheid. Je kunt je haast geen kwaad van ze voorstellen. We raken er wat melan­cholisch onder. Benieuwd wat ons China zal bren­gen. Van onze laat­ste Tugriks hebben we 5 snick­ers gekocht. Wat ons van Mon­golië nog rest zijn herin­ner­in­gen en een paar schapenbotten…


47° 55' N, 106° 55' E
13 March 2010, 14:46

Mongood Food frenzy

Food frenzy

Voor het eerst sinds lange tijd heb ik mezelf weer overeten. Ik weet niet of dat ABN is, maar wat ik ermee probeer te zeggen is: ik heb veel teveel gegeten. Van­mid­dag kwa­men we op de Peace Avenue, vlak­bij ons hos­tel, een eet­ten­tje tegen. Het werd gead­ver­teerd als ‘Tra­di­tional Mon­go­lian Fast Food Restau­rant’, maar fast-food was het voed­sel daar (naar onze maat­staven) zeker niet.

Onbek­end met de plaat­selijke gebruiken en por­tieg­roottes, besloten we alle­bei een scho­tel te bestellen met daar­naast een aan­tal kleine bijgerechten. Judica koos voor gebraden kip­pen­poten en ik ging voor de spe­cialiteit van het huis. We dachten dat we alleen wat vlees zouden kri­j­gen en het bijbestellen van wat gebakken aar­dap­pels en een gekookt ei (dat doet iedereen hier) ver­standig zou zijn. Dat bleek een smake­lijke vergissing.

Een min­u­utje of 10 nadat we onze wensen had­den doorgegeven werd onze tafel vol­gezet met schalen, scho­tels en kom­men. De meeste gerechten kwa­men ons na een paar maalti­j­den in de ger bek­end voor: 5, gekookte dumplings met schapen­vlees, gefritu­urde dumplings met schapen­vlees, gekookte schapen­vleesribben en gefritu­urd plat­brood. Het zag er alle­maal erg smake­lijk uit, maar het was veel teveel! En toen kwam Judica d’r maaltijd nog: drie gebraden kip­pen­poten met rijst!

Naar ons beste kun­nen hebben we van de rijk­dom­men gegeten en met enige trots bleek dat de ‘food fren­zie’ de schalen behoor­lijk had aange­tast. Even­zo­goed hebben we nog bijna de helft van al het lekker moeten laten staan.

Deze maaltijd, en alle gerechten in de tent, hebben ons wel geleerd dat Mon­golen tra­di­tion­eel veel en vet eten. En ze zijn dol op schapen­vlees! Ik vraag me af of deze cui­sine het in Ned­er­land goed zou doen, maar voor ons was het in elk geval een hele ervar­ing. Het schapen­vlees was in het begin even wen­nen, niet in de laat­ste plaats ook door zijn kleur en struc­tuur, maar er vallen beslist hele smake­lijke soepen van te trekken en dumplings mee te koken.

Oh, en het top­punt: na afloop van deze schapen­vleesorgie kwam de reken­ing. Ons werd vrien­delijk ver­zocht de somma van 13.000 Tugrik neer te tellen. Omgerek­end in onze thuis­va­l­uta zou dat neerkomen op € 6,50. En dat was dan inclusief twee halve liters thee (à 10 cent) en een fors bord gebakken aar­dap­pe­len. Ongelofe­lijk. Wat nu nog rest is een avondje uit­buiken. Mijn dar­men zijn duidelijk niet aan al dat vette schapen­vlees gewend. Poehee…



47° 55' N, 106° 54' E
13 March 2010, 14:26

Backpackersparadijs

tradiotionele welkomsceremonie

Onze laat­ste avond, we hebben net heer­lijk gegeten en zit­ten nu in de ‘woonkamer’ van het hos­tel om nog wat thee te drinken en wat te kletsen.

Van­daag was de laat­ste dag, we zijn naar het nationale museum geweest en daar stond de hele geschiede­nis van Mon­golie uit­gew­erkt (met engelse bor­d­jes, joepie!). De hele geschiede­nis was uit­gew­erkt en aan het einde was een soort van hero­is­che over­win­ningss­feer want dat was de tijd dat Mon­golie echt onafhanke­lijk werd na het social­isme.

De kledij en haardracht waren echt super om te zien en na het museum kwa­men we buiten en sneeuwde het voor het eerst op onze reis. Best wel gaaf! Op de foto’s zie je nog een soort van welkom­scer­e­monie bij het par­lement huis, daar had­den ze de tra­di­tionele kledij aan van de ver­schil­lende stammen.

Onze tijd in Mon­golië zit er bijna op en eigen­lijk vin­den we het allle­bei wel jam­mer. Zo graag komen we nog een keer terug hier in de zomer, het is een soort van back­pack­ersparadijs wat nog neit volledig ver­pest is al veran­derd alles wel snel. Mensen zijn vrien­delijk en behulpzaam, spreken goed Engels en zijn een vrolijk en hartelijk volk. We klinken ongeveer als een reclame­bu­reau, maar dat zijn we ook. We zijn ver­liefd gewor­den op dit land en de vlak­tes, het vol en de gebruiken. Voor al mijn reizigersvrien­den, laat zuidoost Azie, dit is nu the place to be!

Hieron­der zie je twee you tube filp­m­jes, het eerste film­pje is van het liedje wat we gis­teren zo hartelijk hebben meege­zon­gen met de gids en chauf­feur. De muziek is miss­chien niet hele­maal geweldig, maar het geeft wel een idee van de taal. Het andere film­pje geeft een indruk van Mon­golië. in een woord, WOW


48° 9' N, 107° 41' E
13 March 2010, 0:23

Prachtig Mongolië

En Michiel en Judica als vluchtelingen

Het is vroeg in de ocht­end en Michiel ligt nog naast me te slapen. Zoals jul­lie gemerkt hebben gebruiken we de web­site ook als een soort reis­dag­boek en proberen we elke dag  iets te schri­jven over onze ervarin­gen. We zien en doen zoveel dat het echt ellen­lange ver­halen wor­den en dat het ook wel echt een ‘klusje’ is.

Gis­teren zijn we nog opges­taan in de Ger en hebben afscheid genomen van Begs en Suy­oma. Er was een dagtrip geboekt naar een nabi­jgele­gen park. We wer­den gelukkig vlak bij de Ger met onze grote tassen opge­haald en kon­den onze spullen eerst weg­bren­gen bij het hos­tel. Daarna gin­gen we ein­delijk de stad uit onder begelei­d­ing van een Engelse gids en chauf­feur. Toen we de stad uitre­den werd het land­schap steeds mooier en grilliger.

We stopten eenrst bij een klein bergje gemaakt van ste­nen met allle­maal blauwe vlaggen bovenop. Dit is een plek waar de Mon­golen ‘geluk’  afd­win­gen voor hun reis. We moesten er 3 keer omheen­lopen en kon­den er kleine steen­t­jes opgooien waar we dan wensen mee kon­den doen. Het uitziocht was daar al prachtig. Hop de auto weer in, op een voor mij volledig willekeurige plek stopten we weer.

Tij­dens de Rus­sis­che bezetting zijn ern in Mon­golie duizen­den mon­niken ver­mo­ord. Op een gegeven moment zagen die mon­niken het natu­urlijk aankomen en zijn zich gaan ver­stop­pen. We stopten bij een grote, op het eerste oog solide rots. Onze gids lei­dde ons naar boven naar een soort van spelonk tussen de rot­sen. In 1937 hebben zich in deze spelonk een jaar lang 100 mon­niken schuil­ge­houden. Het was klein, niet hoog een zeer afgele­gen maar ontzettend bij­zon­der om dat te zien.

We reden verder tot we Terelj National Park in kwa­men. Hier ston­den veel meer toeris­ten Gers (zon­der fam­i­lies erin en met buiten nor­male facil­i­taire voorzienin­gen voor de toeris­ten). We kwa­men aan bij de Tur­tle Rock, een steen die je met een klein beetje fan­tasie gemakke­lijk aan kunt zien voor een schildpad.

De kou heeft onze cam­era gegrepen. Je kent het wel, er staat ergens op een accu dat hij gebruikt moet wor­den tussen minus 20 en +30 graden, onze accu was bijna volledig opge­laden, maar na de grot met de mon­niken deed hij het niet meer. Helaas houdt het fotover­slag hier dan ook op, erg jam­mer want het mooiste moest nog komen.

Vanaf de schild­pad heeft onze chauf­feur geprobeert te manoevr­eren met de nor­male auto om over de met sneeuw bedekte hellin­gen te komen. We slipten en gle­den maar we was toch weinig wat we kon­den raken dus het was erg gaaf. We kwa­men aan in een prachtig groot dal bij een Ger. Direct wer­den we ver­welkomt met een soort van melk­thee, niet echt mijn favoriet, maar wel lekker warm. We wilden graag paardri­j­den en prompt kwam er een buur­man met twee paar­den en gin­gen wij po pad naar een etem­pel en med­i­tatie cen­trum boven aan de berg. Het was prachtig om op een paard door Mon­golie te rij­den, ook al had ik in mijn hoofd gal­lop­erend over de vlakte, dit was miss­chien wel beter. Ik had er in mijn droombeeld reken­ing mee moeten houden dat heel Mon­golie nog besneeuwd is!

Na een korrt tochtje mochten we verder zelf naaqr boven lopen naar de tem­pell. De meeste tem­pels hier zijn relatief nieuw omdat de Mon­golen nog niet zo lang weer zelf de baas zijn in hun land. Deze tem­pel stamt uit 2005 en werd veel beozcht door Duitse mediterende mensen. Het was stil en leeg en de wan­del­ing omhoog was prachtig. Er waren nog 2 toeris­ten met een gids waar wij ons bij aansloten. Halver­wege was er een soort van touw­brug met planken erop, ter­wijl wij nog ston­den uit te hij­gen van de klim omhoog schalde er opeens mantra’s uit de luid­sprek­ers van de tem­pel. Was het een vaste gebed­stijd vroe­gen wij ons af. Nee, de beheerder zag ons aankomen en wilde ons op die manier ver­welkomen, maar werd ons verzek­erd, het gezang was vorig jaar door echte Tibetaanse mon­niken ingezongen.

Vanaf de tem­pel was het uitzicht over het dal mag­ni­fiek. Michiel en ik hebben hier besloten dat het zeker de moeite waard is om Mon­golie nog een keer te bezoeken in de zomer als de dieren aangesterkt zijn en alles groen is. Dan zouden we nog we eens een trip van 3 weken willen doen. Het land is prachtig, de mensen vrien­delijk en over het alge­meen zijn de faciliteiten goed.

Na onze wan­del­ing naar bene­den reden we terug naar de Ger waar ons een heer­lijke maaltijd stond te wachten. Het is won­der­lijk, een kwartier voor­dat we daar aan­wka­men wer der gebeld en het is geen toeris­ten ger, mensen wonen er gewoon. Dan wordt er blijk­baar iets gezegd in de trant van, we komen langs, regel jij paar­den en het kan allemaal.

Na een heer­lijke soep met dumplings en gekookte schaap­srib­bet­jes (jum­mie!) reden we een stukje terug om daarna nog een eind te wan­de­len. Toen we de auto  zagen zijn we een sneeuw­ballen gevecht begonnen met onze gids en chauffeur.

Ter­wijl we het dal weer uitre­den hebben we nog wat geleerd over de Mon­goolse muziek. Ik vond het altijd al erg leuk om de Mon­golen na te pape­gaaien omdat de klanken zo bij­zon­der zijn. Nu hebben we met zijn 4-en uit volle borst meege­zon­gen. Wij kon­den de tekst natu­urlijk niet zo goed onthouden en hebben er wat van gebrouwd tot grote hilar­iteit van onze gids en chauffeur.

De laat­ste stop was bij een groot mon­u­ment van Ghingis Khan. Het mon­u­ment was nog niet eens hele­maal af maar deze zomer zouden ze ermee pronken. Het ver­haal gaat dat Ghingis een gouden zweep heeft gevon­den en dat dit de start was van zijn grote veroverin­gen. Het mon­u­ment was een 40 meter hoge alu­minium voorstelling van Ghingis te paard met de zweep. Prachtig om te zien en in de zomer staan er dan overal nog Ger kam­pen omheen. Mon­golie heeft niet zoveel mon­u­mentne die bewaard zijn gebleven en ik begrijp dat ze hier behoefte aan hebben maar voor mij voelde het een beetje raar om bij een mon­u­ment te zijn wat nog niet af is. Je kon ook naar bin­nen tegen betal­ing van 10.000 tugrik (iets meer dan 5 euro) maar daar hebben we maar vanaf gezien.

Op naar ons hos­tel om ein­delijk na lange tijd weer eens te kun­nen douchen, heer­lijk! We hebben een soort van luxe kamer en slapen voor het eerst in ons leven in een king­size bed.  Nog 1 dag en nacht in Mon­golie en dan is ook dit stukje van het avon­tuur weer voor­bij, tjonge wat vliegt de tijd.


47° 55' N, 106° 54' E
11 March 2010, 13:38

Het leven in een Ger (hoe gaat dat dan?)

Wij samen, groepsfoto in de Ger

Goed, jul­lie hebben het alle­maal kun­nen lezen, voor twee nachten slapen we in een Ger en het is een hele beleve­nis. Er staan al wat foto’s op de site, maar hier komt nu het hele verhaal.

Nadat we gis­ter­mid­dag bij onze gas­theer in de bib­lio­theek zijn langs­ge­gaan nadat we nog wat meer door Ulaan­Baatar zijn rondgelopen hebben onze  gastkinderen ons naar ons tijdelijke ‘huis’ begeleid. Michiel heeft al geschreven over hoe ‘plezant’deze reis was. Grrr… Gelukkig keek ik blijk­baar zo moeil­ijk dat mij op een gegeven moment werd aange­bo­den dat ik de grote rugzak op de wilkast mocht leggen. Kleine rugzak erbij… maar daarna kwa­men er nog ongeveer 30 mensen bij en kon ik de rugza­kken niet meer zien. Ik kreeg het hele­maal benauwd maar de man die vlak­bij d tas zat verzek­erde mij met vrien­delijke knikjes dat hij op de tassen lette. Toen er naast hem een plek vrijk­wam werd ik gegrepen, door de massa heeen gescheurd en zorgde hij ervoor dat ik kon zit­ten. Ik wilde hem bedanken dus heb mijn peper­munt­jes met hem gedeeld.

Bij de bushalte zagen we de kinderen ergens lang­glip­pen en moesten proberen met alle tassen er weer uit. Phoe, gedoe… maar daar waren we dan. Mijn eerste idee was dat we in een soort van slop­pen­wijk terecht waren gekomen. Niet dat wat ik me had voorgesteld. Onze gieche­lende gid­sjes lei­den ons naar boven. We zagen afval op de grond, en over­hal houten schut­tin­gen waar opeens een num­mer oph­ing. of ze hier dan ook post bezor­gen?  Ik begreep dat het groot­ste gedeelte van Mon­golië niet in eigen­dom is. Vol­gens mij is het dus zo sim­pel om een stuk leeg land op te zoeken, je nGer er neer te zetten en er een hek om te bouwen, en dan is dat jouw land.

De kids open­den een voor mij onzicht­bare deur en … tadaaa… daar waren we. Het schemerde en ik kon het niet goed zien, ik zag een houten huisje, met daarachter een Ger. Het leek zo klein maar een­maal bin­nen was de warmte zo ver­welkomend en fijn. Er staat zelfs een com­puter en er is elec­triciteit. Alle Gers in de omgev­ing blijken op een bepaald punt energie te kri­j­gen. Water wordt elke dag of elke 2 dagen gehaald bij een door het Rode Kruis geplaat­ste pomp/ verza­melpunt. Dit water wordt dan ge3bruikt, drinkwa­ter gaat nog een keer door een fil­ter en er staat con­stant water naast het vuur/ de kachel om ver­warmd te worden.

Als je bin­nenkomt is er een soort van ‘bak’ waar je in staat, een Mon­goolse ver­sie van onze mat waar je direct je schoe­nen op uit­trekt. Verder vin­den ze hygiene in deze fam­i­lie erg belan­girjk, dus je moet ook je han­den 3 keer wassen. Hier­voor hebben ze een plas­tic bak met water erin, onder­aan zit een soort ‘stop’. Als je de stop omhoog duwt (de water­bak in) komt er water uit en kun je je han­den wassen. Het water wordt bene­den opgevan­gen in een gieti­jz­eren bak met onderin een roost­ertje. Onder die gieti­jz­eren bak staat achter een deurtje een emmer waarin het water wordt opgevan­gen. Dat water gaat dan later weer in de beerput.

De was machtine kri­jgt water toegevoegd en werkt op stroom, het droog gedeelte werkt en het water wat vrijkomt wordt opgevangn in een grote bak.

Er zijn twee tafelt­jes, een tafeltje is denk ik 80 cm hoog en daar zijn kruk­jes bij van 40–50 cm hoog. Daar­naast is er nog een klein tafeltje, deze is 40 cm hoog en daar kun­nen twee grote sni­j­planken op, dit wordt gebruikt in de keuken. De tafelt­jes wor­den makke­lijk ver­plaatst en dienen voor huiswerk maken, eten, spel­let­jes en koken.

Tra­di­tion­eel is een Ger in twee gedeeltes opgedeelt, omdat zij zo vaak gas­ten kri­j­gen is de tra­di­tionele indel­ing niet aange­houden en kun­nen we ook bij elkaar slapen. Anders had ik aan de ‘keuken’ kant moeten slapen en Michiel aan de jaag/ paardij kant. Als het tijd is om te gaan slapen dan wor­den de tafels aan de kant gezet en wordt het bed klaar gemaakt. Overdag is dit een grote bun­dle met een paar dikke vil­ten dekens/matrassen eron­der. ‘s Nachts slaapt de hele fam­i­lie samen in een groot bed. Voor ons wordt er dan een laken opge­hangen zodat we iets meer pri­vacy hebben (who are they kid­ding). Dat is ontzettend lief, want het geeft wel een gevoel van privé zijn.

Over privé gespro­ken. Één van de meest per­soon­lijke din­gen is toch wel het toi­let­be­zoek. Michiel heeft al een foto opd e site gezet waar je mij ziet tussen de beer­put en het wc huisje. Houdt even in gedachten dat het hier nog steeds vri­est en dat er gelukkig geen sprake is van stank. De wc is en gam­mel huisje waar je met moeite het deurtje dicht kan kri­j­gen. Ik zou graag willen dat ik een man was, maar ik ben blij dat ik vroeger tij­dens het buiten­spe­len zo vaak ‘tussen de bosjes’ ben gegaan, het fenomeen is gelukkig niet hele­maal nieuw. Dus daar zit je dan, –15 graden, donker met een lam­pje op je hoofd en niet naar bene­den kijken want daar hebben zich sta­lagni­eten van uitwerpse­len. De stoom komt van je huid af van­wege het tem­per­atu­ursver­schil en je moet nog steeds richten. Ik waarschuw alvast voor de foto’s. Dit is wel echt diehard op reis vind ik…

Nog even terug naar de Ger, het koken gebeurt alle­maal bin­nen. De kachel is het mid­delpunt van de Ger en er is een schoorsteen zodat je bin­nen niets ruikt van wat er gestookt wordt (gedroogd koeien­poep). kolen zijn duur dus gebruiken ze dat wat het snelst voorhan­den is en je ruikt er niets van. Ale­len ligt er dus mid­den in je huis een stapel poep te dro­gen. Op de kachel staat een enorme Wok, of schaal, afhanke­lijk van wat er wordt gemaakt. Verder heeft Seyumba (moeder) een tweep­its elec­triswch kook­s­tel (ik heb het haar nog niet zien gebruiken) en het oven­tje waar Michiel ook al over schreef. Hierin wordt elke nacht het brood gebakken.Er is een klein kastje met spullen voor de keuken. Op dit moment wordt er deeg gemaakt, uit­ger­rold en gevuld met een soort vleesvulling. Het wordt dicht­gevouwen en gefritu­urd in de wok bovenop de kachel. Hmm… het ruikt lekker!

Op de vloer ligt trouwens gewoon vinyl bovenop tapijt, om even andere beelden te ver­dri­jven, gewoon prak­tisch, het wordt elke dag hele­maal schoonge­maakt. Tegen de muren hangt langs de hele  zijkant een prachtig soort van bloemet­jes gordijn, ik dat dit ook de kou buitenhoudt.

Hoe gaat het eigen­lijk met ons? Ik vind het gezin geweldig maar merk dat ik moe ben (heb al een week niet meer goed ges­lapen, mede schuld hier­aan is wodka) en dat we het mis­sen dat we niet een ruimte hebben om ons in terug te trekken. Mor­ge­navond slapen we in het hos­tel, een heer­lijke kamer met een tweep­er­soons bed, met zijn tweeën. Van­daag kwam er een mail met ongeveer 10 din­gen die we moesten rege­len in Ned­er­land (bezwaar maken emailen, brieven sturen, betalen etc.)

Oeh, het eten wordt geserveerd, fried dumplings… lekker, ik ga nog evne geni­eten, want het leven in een Ger is anders, maar het is gezel­lig, rustiek en vooral erg lekker.


47° 55' N, 106° 54' E
11 March 2010, 8:17

Gers!

11. Deze dame staat tussen de bevroren beerput en het toilet

Vanocht­end wer­den we wakker in een ger, een tra­di­tionele Mon­goolse nomaden­tent dus. Om kort een beeld te geven van het huis: de tent is rond en heeft een vlo­erop­per­vlak van ongeveer 25 vierkante meter en een diam­e­ter van 6 meter. Best ruim dus. Bin­nen is alles prak­tisch: in het mid­den staat een for­nuis dat overdag de tent ver­warmt en ‘s avonds gebruikt wordt om het eten op te koken. Verder een aan­tal fraaie, houten kast­jes, lage tafels met kruk­jes, een was­ma­chine en een losse inbouwo­ven. Zeer indruk­wekkend en prachtig, vooral ook het wiel-met-spaken-vormige glazen dak en de houten ste­len waarop het dakzeil rust en waaron­der aller­lei boek­jes, foto’s en andere zaken bij wijze van tijd­schriftrekje wor­den gestoken.

Begz, zijn vrouw en kinderen ontvin­gen ons allervrien­delijkst in hun huis, gis­ter­avond. Om daar te komen moesten we een half uur lang zien te over­leven in een over­volle (zeg maar, claus­tro­fo­bis­che) stads­bus. De kinderen gin­gen met ons mee op de bus – ze kwa­men net uit school – en waren onze gieche­lende gid­sen. De ger van de fam­i­lie staat in een ger­wijk in het noor­den van de stad. Veel nomadis­che Mon­golen hebben zich de afgelopen jaren in deze wijken geves­tigd. Het heeft wel iets para­dox­aals: een wijk vol met omheinde kavels met daarop een ger of klein huisje en wat koeien; het platte land mid­den in de stad.

We wer­den meteen ver­welkomd met een heer­lijke, tra­di­o­tion­eel Mon­goolse maalti­jd­soep: gazellevlees getrokken in water met groente en flen­sjes­reep­jes. Het geheel werd gekookt in de kom, afgedekt met een deegvel. Erg lekker. Begz lei­dde ons rond en vroeg me te helpen de koeien op stal te zetten. Uitvo­erig demon­streerde hij mijn trage geest de tra­di­tionele knoop die gebruikt wordt om de koeien vast te zetten aan een paal. Prak­tisch, alle­maal erg praktisch.

Na een avond aller­lei ver­halen van Begz te hebben geho­ord, gin­gen we iets na mid­der­nacht onder zeil. Mon­golen zijn geen vroege vogels en bli­jven dus graag lang op. De kinderen hoeven pas om half 2 naar school (tot vijf uur) en kon­den dus ook lang opbli­jven. Heel lief hing Begz voor ons een wit laken op om een eigen hoekje voor ons te creëren in de tent. Ik sliep wat beter dan Judica, al was het toch wel wen­nen om op de harde grond te slapen in een tent die ‘s nachts afkoelt van 25 graden naar 7. Best fris.

Van­daag zijn we laat opges­taan. Begz was al naar zijn werk. We ont­beten met vers gebakken brood (heer­lijk) en jam van de super­markt. Want laten we eerlijk zijn, Mon­golen zijn ook mensen en geni­eten ook van gemak­spro­ducten. Sowieso woont het gezin pas sinds twee jaar in een ger. Voor­dien woon­den ze gewoon in een huis. In hun ger hebben ze nu al 88 gezelschap­pen ont­van­gen om ze de oude tra­di­tionele Mon­goolse gebruiken te laten zien. Enfin, we zijn de stad tegen 11 uur ingetrokken en hebben de dag tot nu toe vooral doorge­bracht met het organ­is­eren van een dag­tocht naar een natu­ur­park ten oosten van de stad. We gaan daar met een gids heen, bezichti­gen daar het natu­urschoon en gaan een stukje paardri­j­den. Erg benieuwd wat dat gaat oplev­eren. Maar het wordt alle­maal vast erg gers…


47° 55' N, 106° 54' E
10 March 2010, 10:35

Russen vs Mongolen

Daar zit­ten we dan, in een bib­lio­theek met onze gas­theer. We zijn de hele mid­dag op pad geweest en hebben nu al zoveel gezien. Michiel zit naast me en is druk met de foto’s zodat ook die kun­nen wor­den geupdate.

Mon­golië is niets van wat we verwacht had­den, het is zoveel vrien­delijker qua sfeer dan Rus­land (en dat viel ons al mee). De mensen zijn veel meer west­ers ingericht dan ik had gedacht. Overal spreken ze in ieder geval een beetje Engels. Voor diege­nen die (net als ik) dachten dat Ulaan Baatar niet zo heel erg groot was, het is mega­lo­maan groot. Foto’s vol­gen snel, dan kun­nen jul­lie het zien en wat een smog!

En daar begon het mee, wat is er dan zo anders aan deze mensen dat er direct zo een andere sfeer hangt? We hebben van­daag even een inven­tarisatie gemaakt:

Russen:

  • Zijn de vrouwen vrouwelijker gek­leed en veel bont
  • Dra­gen ze te pas en onpas stilettohakken
  • Drinken veel en op voor ons rare tijdstippen
  • Kijken over het alge­meen niet vrolijk, maar met moeite kun je daar doorheen breken (onze gastvrouw trouwens niet, die glim­lachde constant)
  • maken graag een praatje
  • Hebben WC papier in alle kleuren van de regen­boog (echt waar!)
  • Zijn schoner op straat
  • Hebben Europese toiletten

Mon­golen

  • Zijn de vrouwen wat stoerder/ meer west­ers gekleed
  • Kijken alle­maal op een of andere manier blij (of het is onze itner­pre­tatie van hun gezichten
  • Zijn zeer behulpzaam, staan zelfs voor mij op in de bus
  • Maken ook graag een praatje
  • Hebben prachtige cul­turele kled­ing (zie je ook nog in de stad)
  • Hebben schonere auto’s
  • Hebben vee­lal van die Franse sta wc’s
  • Zijn heel erg op gezond­heid (geen enkele mod­dervet per­soon gezien)
  • Zijn ontzettend trots op hun land ( wat, bli­jven jul­lie maar zo kort? Dan kun je niet alles zien)

Er volgt vast nog veel meer, maar voor nu waren dat even de din­gen die ons het meest opvie­len.  We gaan zo met onze gast kinderen mee met de bus naar de Ger. We zijn erg benieuwd… het is toch wel een beetje spannend.


48° 5' N, 106° 58' E
10 March 2010, 4:13

Mongolen!

17. Al die treden

Nou, dat was me een bevalling! Na de nodige weerom­s­tuit zit­ten we dan nu ein­delijk in een café genaamd ‘Brauhaus’ in Ulaan­bataar, Mon­golië. Zoals de naam van het etab­lise­ment al doet ver­moe­den, is Ulaan­bataar bepaald een inter­na­tionale stad. Het staat hier in het cen­trum vol met grote, dure gebouwen, vaak voorzien van Engelse benamin­gen. We voe­len ons daar­door veel meer thuis dan in Rus­land. Dit land begri­jpen we (een beetje).

Vanocht­end kwa­men we om half 7 aan op het sta­tion. Het was nog donker en om en nabij de 20 graden vorst. Inmid­dels zijn we dat wel gewend, dus geen paniek op dat front. Alleen, waar andere trein­reizigers door hun hos­tels wer­den opge­haald, ston­den wij er hele­maal alleen voor…

Eerst dus maar een kopje thee op het sta­tion. De restau­ratie ging gelukkig net open. Voor 600 Tugrit (ongeveer 30 cent) kre­gen we twee warme kop­pen thee. Nog 350 Tugrik en we had­den er ook een hardgekookt ei bij. Jum­mie! Even wen­nen wel dat iedereen ons hier zo aanstaart.

Toen het rond half 8 licht begon te wor­den, hebben we het op een lopen gezet. Rustig aan, want onze rugza­kken wogen flink door en de koude had ook zo zijn impact. In Irkutsk had­den we een klein kaartje getek­end waaruit moest blijken waar onze host in Mon­golië werkt. Uit­er­aard zijn we flink verd­waald. De vorst werkte boven­dien op Judica’s blaas en een spoed­stop bij een lux­ueus hotel was dan ook vereist.

Uitein­delijk von­den we een Irish Pub, ken­nelijk in het cen­trum van de stad. De reis­gid­sen op onze Min­ime hielpen ons verder. Toen een Aus­tral­iër met zijn gids ook een kopje thee kwam drinken, ont­moeten we onze red­der: de Aussie had een Mon­goolse gids bij zich die ons de weg naar de bib­lio­theek wist te wijzen. We zit­ten er nu vlak­bij (maar zijn er uit­er­aard volledig voor­bij gelopen). Op naar de bieb dus maar…


50° 14' N, 106° 12' E
9 March 2010, 14:50

De trein rijdt, de trein stopt… en wij wachten

Van­daag de enige ‘hele’ dag in de trein, de tweede klas. Het was op zich hart­stikke gezel­lig met onze Ned­er­landse coupé genoten maar wat een gedoe! Van­mor­gen wer­den we al vroeg wakker, het zou een dag zijn waar­bij we de grens over gin­gen. Zoals bij de andere trein ook was wordt de wc hier op slot gedan bij de stops. De trein waar we in zit­ten is een langzame trein, en hij stopt ongeveer elk kwartier voor een min­uut. Over het alge­meen een stuk min­der relaxed dus.

De grensover­gang met Mon­golie is niet zoals we gewend zijn in Europa, ik kan me al bijna niet meer herin­neren hoe het was toen je bij elke grens gecon­troleerd moest wor­den. Het begon rond een uurtje of 1. De trein stond stil bij een klein sta­tion­netje en de petro­vnika (trein­beambte) kwam langs om proberen uit te leggen dat we op het per­ron naar de wc kon­den en dat de trein 2,5 uur zou bli­jven wachten, daarna paspoort­con­t­role en dat er een klein mark­tje was.

Blij gin­gen we met zijn vieren de trein uit en op naar de wc.  Het waren van die Franse sta wc’s, maar beter dan niets en we moesten ook betalen, maar goed, de wc bewoog dan niet en dat heeft ook zijn voorde­len. Mar­jorie en ik gin­gen weer bij de trein staan (ze wachten hier echt niet) en Tij­men en Michiel gin­gen even naar het mark­tje. Er was een man bij de trein die druk stond te zwaaien en gebaren dat we naar bin­nen moesten dus wij hele­maal in de stress want we kon­den de jon­gens niet zien. Ik heb op mijn aller­hardst geroepen en die man bleef gebaren… Tafer­e­len zon­der Michiel in de trein speelden zich al op mijn netvlies af. Toen ik weer hard riep kwam de petro­vnika die me aan­keek alsof if gek was en zei dat de trein echt nog niet weg­ging. Michiel en Tij­men kwa­men net aan­gerend en ik schaamde me natu­urlijk kapot. We hebben op het mark­tje nog wat lekkers gekocht en omdat het zou koud was zijn we snel weer in de coupé gaan zit­ten. Na 10 minuten begon de trein te rij­den. Blijk­baar moet er heel veel gerangeerd wor­den, we zijn denk ik wel 20 keer op en neer gere­den op dat sta­tion. In de tussen­tijd zijn we denk ik ook wel 4 keer naar de wc geweest buiten. Je kent het wel, als je niet kunt… dan moet je constant.

Tegen 5 uur kwa­men de Rus­siche dien­ders om alle paspoorten in te nemen en alles te con­trol­eren. Je moet dan echt de coupé uit zodat ze kun­nen checken of je niet iemand mee smokkelt. Uitein­delijk zijn we om 19:00 verder gere­den. Het uitzicht was wel grandioos, een soort enorme wijde vlakte tussen bergen. Hier en daar liepen paar­den en koeien op de vlakte. De mensen zien er ook direct heel anders uit dan de Rus­sis­che bevolk­ing, een stuk vrien­delijker en meer open gezicht. Na 20 minuten gere­den te hebben werd ons verteld dat de wc 10 minuten openg­ing en daarna weer op slot tot we voor­bij het vol­gende sta­tion waren. Alle­maal in de rij dus, want wie weet hoe lang de vol­gende stop duurt.

Het vol­gende sta­tion was dan de Mon­goolse grens waar we weer hebben gerangeerd en nog­maals de hele trein (met hond) werd nagekeken. Alle paspoorten weer innemen etc. De eerste ont­moet­ing met de Mon­goolse mensen was op zich wel goed, ze spraken Engels, waren beleefd en zagen er ook wat char­man­ter uit. Hier en daar werd er zelfs een grapje gemaakt over de uit­spraak van onze namen. Om kwart over 9 zijn we daar weer vertrokken, in die tussen­tijd dus geen wc. Ter­wijl we wegre­den hoor­den we van buiten de trein geschreeuw met daarna een hart­grondig ‘get the f*ck out of my way’ wat kwam van iemand die har drende en probeerde de trein in te halen… Ik vrees dat er iemand is die de trein gemist heeft en wiens spullen nu wel naar Ulaan Baatar gaan… maar hijzelf niet.

Het is gezel­lig in de coupé, we lezen veel en kaarten met onze med­ereizigers, maar toch merken we dat het voor ons een beetje te krap is, we zijn nu wat ruimer gewend. Het is nu iets over 10 uur en alles is weer ingepakt. Morgenocht­end om half 7 komen we aan in de hoofd­stad van Ulaan Baatar. Hopelijk kun­nen we in de bib­lio­theek gebruik maken van het inter­net en zo de berichten posten. Als het alle­maal gaat zoals bedoeld slapen we dan ‘s avonds in een tra­di­tionele Ger. Weer zo vroeg opstaan… bweh.. ik ga nu nog even geni­eten van een lekker kopje thee, mor­gen krijg ik miss­chien wel Yak melk of eits dergelijks te drinken. Mon­go­lia, here we come.


50° 23' N, 106° 6' E
9 March 2010, 6:00

Tussen mal en dwaas

10. Kedeng, kedeng

Het land­schap is er beslist mooier op gewor­den. Sinds gis­ter­avond zit­ten we weer op de trein, dit keer van Irkutsk (Rus­land) naar Ulaan-Bataar (Mon­golië). Een gekke reis. Net hebben we een nogal uit­ge­breid douane­for­mulier inge­vuld. Mon­golen zijn ken­nelijk nogal gesteld op uitvo­erige doc­u­men­tatie. We moesten pre­cies opgeven welke val­uta we bij ons had­den, of we radioac­tieve spullen bij ons droe­gen en welke radioap­pa­ratuur er alle­maal in onze tassen zaten. Een heel werk. Gelukkig waren de for­mulieren, in tegen­stelling tot de Rus­sis­che, wel alle­maal in het Engels.

Het afscheid van Jane en haar fam­i­lie in Irkutsk gis­teren was moeil­ijker dan gedacht. In een korte tijd (die overi­gens een eeuwigheid leek te duren) waren we best op elkaar gesteld ger­aakt. We voelden ons erg welkom. De hartelijkheid en gastvri­jheid waren over­weldigend. Jane heeft ons gis­ter­avond naar het sta­tion begeleid. Omdat we ruim op tijd waren, hebben we haar nog het ‘Ghot express’ café kun­nen laten zien waar we onze eerste, vroege uren in Irkutsk hebben doorge­bracht. Ze bleek er nog nooit geweest te zijn en dat gaf ons dus ein­delijk de kans om haar ook iets te laten zien.

Overi­gens bleek mijn over­moed gis­ter­avond wel: ik dacht onder­hand redelijk Rus­sisch te kun­nen spreken, zeker vol­doende goed om een paar pan­nenkoek­jes met jam te bestellen. Ent­hou­si­ast probeerde ik ‘blini sa djzamom’. Na me kort wat vaag aangekeken te hebben, kreeg ik de indruk dat ze de bestelling had begrepen. Afgerek­end en terug bij de tafel aangekomen, wachte ik blij mijn bestelling af. Na een paar minuten kwam mijn bestelling: een houten plank met gieti­jz­eren schaal gevuld met gefritu­urde deeghap­jes en rauwe uien. Zo goed was mijn Rus­sisch ken­nelijk toch niet.

Over een half uurtje paspoort­con­t­role. Ik ben benieuwd. Het pro­ces duurt 3 uur en schi­jnt nogal grondig uit­gevo­erd te wor­den. Toe­val bepaalde dat we in een coupé met een ander Ned­er­lands stel terechtk­wa­men, dus er wordt hier uitvo­erig gespro­ken over het leven op de trein en de span­ning voor alle douaneprak­tijken wordt gedeeld. Een malle boel hier…