Half vier ‘s ochtends. Op de gang van het Golden Gobi hostel, hartje Ulaan-Bataar, wordt luidruchtig van mening gewisseld. Judica en ik liggen allebei nog op een oor, te wachten tot de wekker ons nog voor het ochtendgloren uit een maar al te welverdiende slaap haalt. Opgeschrikt door de luide stemmen komen we, onze ogen uitwrijvend overeind. We spitsen onze oren en herkennen een van de sprekers als de Amerikaan die ons de avond te voren had verrast met zijn excentrieke persoon. Hij had zes jaar in China gewoond en les gegeven aan Chineesjes die graag Engels wilden leren. Rond een uur of 10 was hij naar een kroeg, niet ver weg, gegaan om een mini-concert van een keelzanger met jazzensemble te gaan.
“That’s a lot of money. Your friend stole my money. 40.000, that’s a lot of money.” Duidelijk de stem van de Amerikaan. “I though you where my friend, you are not my friend. You are a thief. You stole my money. And you stole my cellphone.” We waren allebei inmiddels klaarwakker. Zo wakker dat we, de wisselkoersen indachtig, snel hadden bepaald dat de schreeuwlelijk amok maakte over 20 euro en een goedkope Chinese telefoon. Wie het kleine niet eert, enzovoorts, maar midden in de nacht?
“Let’s call the police”, probeerde hij nu. Van zijn gesprekspartner hoorden we weinig. De Amerikaan was met twee Japanners naar de kroeg geweest, dus we vermoedden dat hij met hen sprak. “I tell you, you will die shortly. And your father will die shorty, too.” Het gesprek werd duidelijk grimmiger. Nu ontwaarden we een paar woorden van kamp Oost: “You watch your tongue.” Inmiddels zaten we klaar om het geluid van klappen, trappen en andere blijken van Oosterse vechtkunsten te incasseren. Het bleef stil.
Twee uur later ging onze wekker. Bob, de broer die het hostel runt, nam ons mee naar het station. Desgevraagd vertelde hij, nog niet de blije persoon die hij normaal altijd is, dat de Amerikaan niet meer in het hostel verbleef. Duistere zaak. Onze trein arriveerde op tijd, 6:30u in de ochtend, en eenmaal ingestapt was het verhaal van de Amerikaan snel vergeten.
We komen nu bijna bij de grens aan. Mongolen zijn ons als volk opgevallen. Zoveel vriendelijkheid en hartelijkheid. Je kunt je haast geen kwaad van ze voorstellen. We raken er wat melancholisch onder. Benieuwd wat ons China zal brengen. Van onze laatste Tugriks hebben we 5 snickers gekocht. Wat ons van Mongolië nog rest zijn herinneringen en een paar schapenbotten…
Voor het eerst sinds lange tijd heb ik mezelf weer overeten. Ik weet niet of dat ABN is, maar wat ik ermee probeer te zeggen is: ik heb veel teveel gegeten. Vanmiddag kwamen we op de Peace Avenue, vlakbij ons hostel, een eettentje tegen. Het werd geadverteerd als ‘Traditional Mongolian Fast Food Restaurant’, maar fast-food was het voedsel daar (naar onze maatstaven) zeker niet.
Onbekend met de plaatselijke gebruiken en portiegroottes, besloten we allebei een schotel te bestellen met daarnaast een aantal kleine bijgerechten. Judica koos voor gebraden kippenpoten en ik ging voor de specialiteit van het huis. We dachten dat we alleen wat vlees zouden krijgen en het bijbestellen van wat gebakken aardappels en een gekookt ei (dat doet iedereen hier) verstandig zou zijn. Dat bleek een smakelijke vergissing.
Een minuutje of 10 nadat we onze wensen hadden doorgegeven werd onze tafel volgezet met schalen, schotels en kommen. De meeste gerechten kwamen ons na een paar maaltijden in de ger bekend voor: 5, gekookte dumplings met schapenvlees, gefrituurde dumplings met schapenvlees, gekookte schapenvleesribben en gefrituurd platbrood. Het zag er allemaal erg smakelijk uit, maar het was veel teveel! En toen kwam Judica d’r maaltijd nog: drie gebraden kippenpoten met rijst!
Naar ons beste kunnen hebben we van de rijkdommen gegeten en met enige trots bleek dat de ‘food frenzie’ de schalen behoorlijk had aangetast. Evenzogoed hebben we nog bijna de helft van al het lekker moeten laten staan.
Deze maaltijd, en alle gerechten in de tent, hebben ons wel geleerd dat Mongolen traditioneel veel en vet eten. En ze zijn dol op schapenvlees! Ik vraag me af of deze cuisine het in Nederland goed zou doen, maar voor ons was het in elk geval een hele ervaring. Het schapenvlees was in het begin even wennen, niet in de laatste plaats ook door zijn kleur en structuur, maar er vallen beslist hele smakelijke soepen van te trekken en dumplings mee te koken.
Oh, en het toppunt: na afloop van deze schapenvleesorgie kwam de rekening. Ons werd vriendelijk verzocht de somma van 13.000 Tugrik neer te tellen. Omgerekend in onze thuisvaluta zou dat neerkomen op € 6,50. En dat was dan inclusief twee halve liters thee (à 10 cent) en een fors bord gebakken aardappelen. Ongelofelijk. Wat nu nog rest is een avondje uitbuiken. Mijn darmen zijn duidelijk niet aan al dat vette schapenvlees gewend. Poehee…
Onze laatste avond, we hebben net heerlijk gegeten en zitten nu in de ‘woonkamer’ van het hostel om nog wat thee te drinken en wat te kletsen.
Vandaag was de laatste dag, we zijn naar het nationale museum geweest en daar stond de hele geschiedenis van Mongolie uitgewerkt (met engelse bordjes, joepie!). De hele geschiedenis was uitgewerkt en aan het einde was een soort van heroische overwinningssfeer want dat was de tijd dat Mongolie echt onafhankelijk werd na het socialisme.
De kledij en haardracht waren echt super om te zien en na het museum kwamen we buiten en sneeuwde het voor het eerst op onze reis. Best wel gaaf! Op de foto’s zie je nog een soort van welkomsceremonie bij het parlement huis, daar hadden ze de traditionele kledij aan van de verschillende stammen.
Onze tijd in Mongolië zit er bijna op en eigenlijk vinden we het alllebei wel jammer. Zo graag komen we nog een keer terug hier in de zomer, het is een soort van backpackersparadijs wat nog neit volledig verpest is al veranderd alles wel snel. Mensen zijn vriendelijk en behulpzaam, spreken goed Engels en zijn een vrolijk en hartelijk volk. We klinken ongeveer als een reclamebureau, maar dat zijn we ook. We zijn verliefd geworden op dit land en de vlaktes, het vol en de gebruiken. Voor al mijn reizigersvrienden, laat zuidoost Azie, dit is nu the place to be!
Hieronder zie je twee you tube filpmjes, het eerste filmpje is van het liedje wat we gisteren zo hartelijk hebben meegezongen met de gids en chauffeur. De muziek is misschien niet helemaal geweldig, maar het geeft wel een idee van de taal. Het andere filmpje geeft een indruk van Mongolië. in een woord, WOW
Het is vroeg in de ochtend en Michiel ligt nog naast me te slapen. Zoals jullie gemerkt hebben gebruiken we de website ook als een soort reisdagboek en proberen we elke dag iets te schrijven over onze ervaringen. We zien en doen zoveel dat het echt ellenlange verhalen worden en dat het ook wel echt een ‘klusje’ is.
Gisteren zijn we nog opgestaan in de Ger en hebben afscheid genomen van Begs en Suyoma. Er was een dagtrip geboekt naar een nabijgelegen park. We werden gelukkig vlak bij de Ger met onze grote tassen opgehaald en konden onze spullen eerst wegbrengen bij het hostel. Daarna gingen we eindelijk de stad uit onder begeleiding van een Engelse gids en chauffeur. Toen we de stad uitreden werd het landschap steeds mooier en grilliger.
We stopten eenrst bij een klein bergje gemaakt van stenen met alllemaal blauwe vlaggen bovenop. Dit is een plek waar de Mongolen ‘geluk’ afdwingen voor hun reis. We moesten er 3 keer omheenlopen en konden er kleine steentjes opgooien waar we dan wensen mee konden doen. Het uitziocht was daar al prachtig. Hop de auto weer in, op een voor mij volledig willekeurige plek stopten we weer.
Tijdens de Russische bezetting zijn ern in Mongolie duizenden monniken vermoord. Op een gegeven moment zagen die monniken het natuurlijk aankomen en zijn zich gaan verstoppen. We stopten bij een grote, op het eerste oog solide rots. Onze gids leidde ons naar boven naar een soort van spelonk tussen de rotsen. In 1937 hebben zich in deze spelonk een jaar lang 100 monniken schuilgehouden. Het was klein, niet hoog een zeer afgelegen maar ontzettend bijzonder om dat te zien.
We reden verder tot we Terelj National Park in kwamen. Hier stonden veel meer toeristen Gers (zonder families erin en met buiten normale facilitaire voorzieningen voor de toeristen). We kwamen aan bij de Turtle Rock, een steen die je met een klein beetje fantasie gemakkelijk aan kunt zien voor een schildpad.
De kou heeft onze camera gegrepen. Je kent het wel, er staat ergens op een accu dat hij gebruikt moet worden tussen minus 20 en +30 graden, onze accu was bijna volledig opgeladen, maar na de grot met de monniken deed hij het niet meer. Helaas houdt het fotoverslag hier dan ook op, erg jammer want het mooiste moest nog komen.
Vanaf de schildpad heeft onze chauffeur geprobeert te manoevreren met de normale auto om over de met sneeuw bedekte hellingen te komen. We slipten en gleden maar we was toch weinig wat we konden raken dus het was erg gaaf. We kwamen aan in een prachtig groot dal bij een Ger. Direct werden we verwelkomt met een soort van melkthee, niet echt mijn favoriet, maar wel lekker warm. We wilden graag paardrijden en prompt kwam er een buurman met twee paarden en gingen wij po pad naar een etempel en meditatie centrum boven aan de berg. Het was prachtig om op een paard door Mongolie te rijden, ook al had ik in mijn hoofd galloperend over de vlakte, dit was misschien wel beter. Ik had er in mijn droombeeld rekening mee moeten houden dat heel Mongolie nog besneeuwd is!
Na een korrt tochtje mochten we verder zelf naaqr boven lopen naar de tempell. De meeste tempels hier zijn relatief nieuw omdat de Mongolen nog niet zo lang weer zelf de baas zijn in hun land. Deze tempel stamt uit 2005 en werd veel beozcht door Duitse mediterende mensen. Het was stil en leeg en de wandeling omhoog was prachtig. Er waren nog 2 toeristen met een gids waar wij ons bij aansloten. Halverwege was er een soort van touwbrug met planken erop, terwijl wij nog stonden uit te hijgen van de klim omhoog schalde er opeens mantra’s uit de luidsprekers van de tempel. Was het een vaste gebedstijd vroegen wij ons af. Nee, de beheerder zag ons aankomen en wilde ons op die manier verwelkomen, maar werd ons verzekerd, het gezang was vorig jaar door echte Tibetaanse monniken ingezongen.
Vanaf de tempel was het uitzicht over het dal magnifiek. Michiel en ik hebben hier besloten dat het zeker de moeite waard is om Mongolie nog een keer te bezoeken in de zomer als de dieren aangesterkt zijn en alles groen is. Dan zouden we nog we eens een trip van 3 weken willen doen. Het land is prachtig, de mensen vriendelijk en over het algemeen zijn de faciliteiten goed.
Na onze wandeling naar beneden reden we terug naar de Ger waar ons een heerlijke maaltijd stond te wachten. Het is wonderlijk, een kwartier voordat we daar aanwkamen wer der gebeld en het is geen toeristen ger, mensen wonen er gewoon. Dan wordt er blijkbaar iets gezegd in de trant van, we komen langs, regel jij paarden en het kan allemaal.
Na een heerlijke soep met dumplings en gekookte schaapsribbetjes (jummie!) reden we een stukje terug om daarna nog een eind te wandelen. Toen we de auto zagen zijn we een sneeuwballen gevecht begonnen met onze gids en chauffeur.
Terwijl we het dal weer uitreden hebben we nog wat geleerd over de Mongoolse muziek. Ik vond het altijd al erg leuk om de Mongolen na te papegaaien omdat de klanken zo bijzonder zijn. Nu hebben we met zijn 4-en uit volle borst meegezongen. Wij konden de tekst natuurlijk niet zo goed onthouden en hebben er wat van gebrouwd tot grote hilariteit van onze gids en chauffeur.
De laatste stop was bij een groot monument van Ghingis Khan. Het monument was nog niet eens helemaal af maar deze zomer zouden ze ermee pronken. Het verhaal gaat dat Ghingis een gouden zweep heeft gevonden en dat dit de start was van zijn grote veroveringen. Het monument was een 40 meter hoge aluminium voorstelling van Ghingis te paard met de zweep. Prachtig om te zien en in de zomer staan er dan overal nog Ger kampen omheen. Mongolie heeft niet zoveel monumentne die bewaard zijn gebleven en ik begrijp dat ze hier behoefte aan hebben maar voor mij voelde het een beetje raar om bij een monument te zijn wat nog niet af is. Je kon ook naar binnen tegen betaling van 10.000 tugrik (iets meer dan 5 euro) maar daar hebben we maar vanaf gezien.
Op naar ons hostel om eindelijk na lange tijd weer eens te kunnen douchen, heerlijk! We hebben een soort van luxe kamer en slapen voor het eerst in ons leven in een kingsize bed. Nog 1 dag en nacht in Mongolie en dan is ook dit stukje van het avontuur weer voorbij, tjonge wat vliegt de tijd.
Goed, jullie hebben het allemaal kunnen lezen, voor twee nachten slapen we in een Ger en het is een hele belevenis. Er staan al wat foto’s op de site, maar hier komt nu het hele verhaal.
Nadat we gistermiddag bij onze gastheer in de bibliotheek zijn langsgegaan nadat we nog wat meer door UlaanBaatar zijn rondgelopen hebben onze gastkinderen ons naar ons tijdelijke ‘huis’ begeleid. Michiel heeft al geschreven over hoe ‘plezant’deze reis was. Grrr… Gelukkig keek ik blijkbaar zo moeilijk dat mij op een gegeven moment werd aangeboden dat ik de grote rugzak op de wilkast mocht leggen. Kleine rugzak erbij… maar daarna kwamen er nog ongeveer 30 mensen bij en kon ik de rugzakken niet meer zien. Ik kreeg het helemaal benauwd maar de man die vlakbij d tas zat verzekerde mij met vriendelijke knikjes dat hij op de tassen lette. Toen er naast hem een plek vrijkwam werd ik gegrepen, door de massa heeen gescheurd en zorgde hij ervoor dat ik kon zitten. Ik wilde hem bedanken dus heb mijn pepermuntjes met hem gedeeld.
Bij de bushalte zagen we de kinderen ergens langglippen en moesten proberen met alle tassen er weer uit. Phoe, gedoe… maar daar waren we dan. Mijn eerste idee was dat we in een soort van sloppenwijk terecht waren gekomen. Niet dat wat ik me had voorgesteld. Onze giechelende gidsjes leiden ons naar boven. We zagen afval op de grond, en overhal houten schuttingen waar opeens een nummer ophing. of ze hier dan ook post bezorgen? Ik begreep dat het grootste gedeelte van Mongolië niet in eigendom is. Volgens mij is het dus zo simpel om een stuk leeg land op te zoeken, je nGer er neer te zetten en er een hek om te bouwen, en dan is dat jouw land.
De kids openden een voor mij onzichtbare deur en … tadaaa… daar waren we. Het schemerde en ik kon het niet goed zien, ik zag een houten huisje, met daarachter een Ger. Het leek zo klein maar eenmaal binnen was de warmte zo verwelkomend en fijn. Er staat zelfs een computer en er is electriciteit. Alle Gers in de omgeving blijken op een bepaald punt energie te krijgen. Water wordt elke dag of elke 2 dagen gehaald bij een door het Rode Kruis geplaatste pomp/ verzamelpunt. Dit water wordt dan ge3bruikt, drinkwater gaat nog een keer door een filter en er staat constant water naast het vuur/ de kachel om verwarmd te worden.
Als je binnenkomt is er een soort van ‘bak’ waar je in staat, een Mongoolse versie van onze mat waar je direct je schoenen op uittrekt. Verder vinden ze hygiene in deze familie erg belangirjk, dus je moet ook je handen 3 keer wassen. Hiervoor hebben ze een plastic bak met water erin, onderaan zit een soort ‘stop’. Als je de stop omhoog duwt (de waterbak in) komt er water uit en kun je je handen wassen. Het water wordt beneden opgevangen in een gietijzeren bak met onderin een roostertje. Onder die gietijzeren bak staat achter een deurtje een emmer waarin het water wordt opgevangen. Dat water gaat dan later weer in de beerput.
De was machtine krijgt water toegevoegd en werkt op stroom, het droog gedeelte werkt en het water wat vrijkomt wordt opgevangn in een grote bak.
Er zijn twee tafeltjes, een tafeltje is denk ik 80 cm hoog en daar zijn krukjes bij van 40–50 cm hoog. Daarnaast is er nog een klein tafeltje, deze is 40 cm hoog en daar kunnen twee grote snijplanken op, dit wordt gebruikt in de keuken. De tafeltjes worden makkelijk verplaatst en dienen voor huiswerk maken, eten, spelletjes en koken.
Traditioneel is een Ger in twee gedeeltes opgedeelt, omdat zij zo vaak gasten krijgen is de traditionele indeling niet aangehouden en kunnen we ook bij elkaar slapen. Anders had ik aan de ‘keuken’ kant moeten slapen en Michiel aan de jaag/ paardij kant. Als het tijd is om te gaan slapen dan worden de tafels aan de kant gezet en wordt het bed klaar gemaakt. Overdag is dit een grote bundle met een paar dikke vilten dekens/matrassen eronder. ‘s Nachts slaapt de hele familie samen in een groot bed. Voor ons wordt er dan een laken opgehangen zodat we iets meer privacy hebben (who are they kidding). Dat is ontzettend lief, want het geeft wel een gevoel van privé zijn.
Over privé gesproken. Één van de meest persoonlijke dingen is toch wel het toiletbezoek. Michiel heeft al een foto opd e site gezet waar je mij ziet tussen de beerput en het wc huisje. Houdt even in gedachten dat het hier nog steeds vriest en dat er gelukkig geen sprake is van stank. De wc is en gammel huisje waar je met moeite het deurtje dicht kan krijgen. Ik zou graag willen dat ik een man was, maar ik ben blij dat ik vroeger tijdens het buitenspelen zo vaak ‘tussen de bosjes’ ben gegaan, het fenomeen is gelukkig niet helemaal nieuw. Dus daar zit je dan, –15 graden, donker met een lampje op je hoofd en niet naar beneden kijken want daar hebben zich stalagnieten van uitwerpselen. De stoom komt van je huid af vanwege het temperatuursverschil en je moet nog steeds richten. Ik waarschuw alvast voor de foto’s. Dit is wel echt diehard op reis vind ik…
Nog even terug naar de Ger, het koken gebeurt allemaal binnen. De kachel is het middelpunt van de Ger en er is een schoorsteen zodat je binnen niets ruikt van wat er gestookt wordt (gedroogd koeienpoep). kolen zijn duur dus gebruiken ze dat wat het snelst voorhanden is en je ruikt er niets van. Alelen ligt er dus midden in je huis een stapel poep te drogen. Op de kachel staat een enorme Wok, of schaal, afhankelijk van wat er wordt gemaakt. Verder heeft Seyumba (moeder) een tweepits electriswch kookstel (ik heb het haar nog niet zien gebruiken) en het oventje waar Michiel ook al over schreef. Hierin wordt elke nacht het brood gebakken.Er is een klein kastje met spullen voor de keuken. Op dit moment wordt er deeg gemaakt, uitgerrold en gevuld met een soort vleesvulling. Het wordt dichtgevouwen en gefrituurd in de wok bovenop de kachel. Hmm… het ruikt lekker!
Op de vloer ligt trouwens gewoon vinyl bovenop tapijt, om even andere beelden te verdrijven, gewoon praktisch, het wordt elke dag helemaal schoongemaakt. Tegen de muren hangt langs de hele zijkant een prachtig soort van bloemetjes gordijn, ik dat dit ook de kou buitenhoudt.
Hoe gaat het eigenlijk met ons? Ik vind het gezin geweldig maar merk dat ik moe ben (heb al een week niet meer goed geslapen, mede schuld hieraan is wodka) en dat we het missen dat we niet een ruimte hebben om ons in terug te trekken. Morgenavond slapen we in het hostel, een heerlijke kamer met een tweepersoons bed, met zijn tweeën. Vandaag kwam er een mail met ongeveer 10 dingen die we moesten regelen in Nederland (bezwaar maken emailen, brieven sturen, betalen etc.)
Oeh, het eten wordt geserveerd, fried dumplings… lekker, ik ga nog evne genieten, want het leven in een Ger is anders, maar het is gezellig, rustiek en vooral erg lekker.
Vanochtend werden we wakker in een ger, een traditionele Mongoolse nomadentent dus. Om kort een beeld te geven van het huis: de tent is rond en heeft een vloeroppervlak van ongeveer 25 vierkante meter en een diameter van 6 meter. Best ruim dus. Binnen is alles praktisch: in het midden staat een fornuis dat overdag de tent verwarmt en ‘s avonds gebruikt wordt om het eten op te koken. Verder een aantal fraaie, houten kastjes, lage tafels met krukjes, een wasmachine en een losse inbouwoven. Zeer indrukwekkend en prachtig, vooral ook het wiel-met-spaken-vormige glazen dak en de houten stelen waarop het dakzeil rust en waaronder allerlei boekjes, foto’s en andere zaken bij wijze van tijdschriftrekje worden gestoken.
Begz, zijn vrouw en kinderen ontvingen ons allervriendelijkst in hun huis, gisteravond. Om daar te komen moesten we een half uur lang zien te overleven in een overvolle (zeg maar, claustrofobische) stadsbus. De kinderen gingen met ons mee op de bus – ze kwamen net uit school – en waren onze giechelende gidsen. De ger van de familie staat in een gerwijk in het noorden van de stad. Veel nomadische Mongolen hebben zich de afgelopen jaren in deze wijken gevestigd. Het heeft wel iets paradoxaals: een wijk vol met omheinde kavels met daarop een ger of klein huisje en wat koeien; het platte land midden in de stad.
We werden meteen verwelkomd met een heerlijke, tradiotioneel Mongoolse maaltijdsoep: gazellevlees getrokken in water met groente en flensjesreepjes. Het geheel werd gekookt in de kom, afgedekt met een deegvel. Erg lekker. Begz leidde ons rond en vroeg me te helpen de koeien op stal te zetten. Uitvoerig demonstreerde hij mijn trage geest de traditionele knoop die gebruikt wordt om de koeien vast te zetten aan een paal. Praktisch, allemaal erg praktisch.
Na een avond allerlei verhalen van Begz te hebben gehoord, gingen we iets na middernacht onder zeil. Mongolen zijn geen vroege vogels en blijven dus graag lang op. De kinderen hoeven pas om half 2 naar school (tot vijf uur) en konden dus ook lang opblijven. Heel lief hing Begz voor ons een wit laken op om een eigen hoekje voor ons te creëren in de tent. Ik sliep wat beter dan Judica, al was het toch wel wennen om op de harde grond te slapen in een tent die ‘s nachts afkoelt van 25 graden naar 7. Best fris.
Vandaag zijn we laat opgestaan. Begz was al naar zijn werk. We ontbeten met vers gebakken brood (heerlijk) en jam van de supermarkt. Want laten we eerlijk zijn, Mongolen zijn ook mensen en genieten ook van gemaksproducten. Sowieso woont het gezin pas sinds twee jaar in een ger. Voordien woonden ze gewoon in een huis. In hun ger hebben ze nu al 88 gezelschappen ontvangen om ze de oude traditionele Mongoolse gebruiken te laten zien. Enfin, we zijn de stad tegen 11 uur ingetrokken en hebben de dag tot nu toe vooral doorgebracht met het organiseren van een dagtocht naar een natuurpark ten oosten van de stad. We gaan daar met een gids heen, bezichtigen daar het natuurschoon en gaan een stukje paardrijden. Erg benieuwd wat dat gaat opleveren. Maar het wordt allemaal vast erg gers…
Daar zitten we dan, in een bibliotheek met onze gastheer. We zijn de hele middag op pad geweest en hebben nu al zoveel gezien. Michiel zit naast me en is druk met de foto’s zodat ook die kunnen worden geupdate.
Mongolië is niets van wat we verwacht hadden, het is zoveel vriendelijker qua sfeer dan Rusland (en dat viel ons al mee). De mensen zijn veel meer westers ingericht dan ik had gedacht. Overal spreken ze in ieder geval een beetje Engels. Voor diegenen die (net als ik) dachten dat Ulaan Baatar niet zo heel erg groot was, het is megalomaan groot. Foto’s volgen snel, dan kunnen jullie het zien en wat een smog!
En daar begon het mee, wat is er dan zo anders aan deze mensen dat er direct zo een andere sfeer hangt? We hebben vandaag even een inventarisatie gemaakt:
Russen:
Zijn de vrouwen vrouwelijker gekleed en veel bont
Dragen ze te pas en onpas stilettohakken
Drinken veel en op voor ons rare tijdstippen
Kijken over het algemeen niet vrolijk, maar met moeite kun je daar doorheen breken (onze gastvrouw trouwens niet, die glimlachde constant)
maken graag een praatje
Hebben WC papier in alle kleuren van de regenboog (echt waar!)
Zijn schoner op straat
Hebben Europese toiletten
Mongolen
Zijn de vrouwen wat stoerder/ meer westers gekleed
Kijken allemaal op een of andere manier blij (of het is onze itnerpretatie van hun gezichten
Zijn zeer behulpzaam, staan zelfs voor mij op in de bus
Maken ook graag een praatje
Hebben prachtige culturele kleding (zie je ook nog in de stad)
Hebben schonere auto’s
Hebben veelal van die Franse sta wc’s
Zijn heel erg op gezondheid (geen enkele moddervet persoon gezien)
Zijn ontzettend trots op hun land ( wat, blijven jullie maar zo kort? Dan kun je niet alles zien)
Er volgt vast nog veel meer, maar voor nu waren dat even de dingen die ons het meest opvielen. We gaan zo met onze gast kinderen mee met de bus naar de Ger. We zijn erg benieuwd… het is toch wel een beetje spannend.
Nou, dat was me een bevalling! Na de nodige weeromstuit zitten we dan nu eindelijk in een café genaamd ‘Brauhaus’ in Ulaanbataar, Mongolië. Zoals de naam van het etablisement al doet vermoeden, is Ulaanbataar bepaald een internationale stad. Het staat hier in het centrum vol met grote, dure gebouwen, vaak voorzien van Engelse benamingen. We voelen ons daardoor veel meer thuis dan in Rusland. Dit land begrijpen we (een beetje).
Vanochtend kwamen we om half 7 aan op het station. Het was nog donker en om en nabij de 20 graden vorst. Inmiddels zijn we dat wel gewend, dus geen paniek op dat front. Alleen, waar andere treinreizigers door hun hostels werden opgehaald, stonden wij er helemaal alleen voor…
Eerst dus maar een kopje thee op het station. De restauratie ging gelukkig net open. Voor 600 Tugrit (ongeveer 30 cent) kregen we twee warme koppen thee. Nog 350 Tugrik en we hadden er ook een hardgekookt ei bij. Jummie! Even wennen wel dat iedereen ons hier zo aanstaart.
Toen het rond half 8 licht begon te worden, hebben we het op een lopen gezet. Rustig aan, want onze rugzakken wogen flink door en de koude had ook zo zijn impact. In Irkutsk hadden we een klein kaartje getekend waaruit moest blijken waar onze host in Mongolië werkt. Uiteraard zijn we flink verdwaald. De vorst werkte bovendien op Judica’s blaas en een spoedstop bij een luxueus hotel was dan ook vereist.
Uiteindelijk vonden we een Irish Pub, kennelijk in het centrum van de stad. De reisgidsen op onze Minime hielpen ons verder. Toen een Australiër met zijn gids ook een kopje thee kwam drinken, ontmoeten we onze redder: de Aussie had een Mongoolse gids bij zich die ons de weg naar de bibliotheek wist te wijzen. We zitten er nu vlakbij (maar zijn er uiteraard volledig voorbij gelopen). Op naar de bieb dus maar…
Vandaag de enige ‘hele’ dag in de trein, de tweede klas. Het was op zich hartstikke gezellig met onze Nederlandse coupé genoten maar wat een gedoe! Vanmorgen werden we al vroeg wakker, het zou een dag zijn waarbij we de grens over gingen. Zoals bij de andere trein ook was wordt de wc hier op slot gedan bij de stops. De trein waar we in zitten is een langzame trein, en hij stopt ongeveer elk kwartier voor een minuut. Over het algemeen een stuk minder relaxed dus.
De grensovergang met Mongolie is niet zoals we gewend zijn in Europa, ik kan me al bijna niet meer herinneren hoe het was toen je bij elke grens gecontroleerd moest worden. Het begon rond een uurtje of 1. De trein stond stil bij een klein stationnetje en de petrovnika (treinbeambte) kwam langs om proberen uit te leggen dat we op het perron naar de wc konden en dat de trein 2,5 uur zou blijven wachten, daarna paspoortcontrole en dat er een klein marktje was.
Blij gingen we met zijn vieren de trein uit en op naar de wc. Het waren van die Franse sta wc’s, maar beter dan niets en we moesten ook betalen, maar goed, de wc bewoog dan niet en dat heeft ook zijn voordelen. Marjorie en ik gingen weer bij de trein staan (ze wachten hier echt niet) en Tijmen en Michiel gingen even naar het marktje. Er was een man bij de trein die druk stond te zwaaien en gebaren dat we naar binnen moesten dus wij helemaal in de stress want we konden de jongens niet zien. Ik heb op mijn allerhardst geroepen en die man bleef gebaren… Taferelen zonder Michiel in de trein speelden zich al op mijn netvlies af. Toen ik weer hard riep kwam de petrovnika die me aankeek alsof if gek was en zei dat de trein echt nog niet wegging. Michiel en Tijmen kwamen net aangerend en ik schaamde me natuurlijk kapot. We hebben op het marktje nog wat lekkers gekocht en omdat het zou koud was zijn we snel weer in de coupé gaan zitten. Na 10 minuten begon de trein te rijden. Blijkbaar moet er heel veel gerangeerd worden, we zijn denk ik wel 20 keer op en neer gereden op dat station. In de tussentijd zijn we denk ik ook wel 4 keer naar de wc geweest buiten. Je kent het wel, als je niet kunt… dan moet je constant.
Tegen 5 uur kwamen de Russiche dienders om alle paspoorten in te nemen en alles te controleren. Je moet dan echt de coupé uit zodat ze kunnen checken of je niet iemand mee smokkelt. Uiteindelijk zijn we om 19:00 verder gereden. Het uitzicht was wel grandioos, een soort enorme wijde vlakte tussen bergen. Hier en daar liepen paarden en koeien op de vlakte. De mensen zien er ook direct heel anders uit dan de Russische bevolking, een stuk vriendelijker en meer open gezicht. Na 20 minuten gereden te hebben werd ons verteld dat de wc 10 minuten openging en daarna weer op slot tot we voorbij het volgende station waren. Allemaal in de rij dus, want wie weet hoe lang de volgende stop duurt.
Het volgende station was dan de Mongoolse grens waar we weer hebben gerangeerd en nogmaals de hele trein (met hond) werd nagekeken. Alle paspoorten weer innemen etc. De eerste ontmoeting met de Mongoolse mensen was op zich wel goed, ze spraken Engels, waren beleefd en zagen er ook wat charmanter uit. Hier en daar werd er zelfs een grapje gemaakt over de uitspraak van onze namen. Om kwart over 9 zijn we daar weer vertrokken, in die tussentijd dus geen wc. Terwijl we wegreden hoorden we van buiten de trein geschreeuw met daarna een hartgrondig ‘get the f*ck out of my way’ wat kwam van iemand die har drende en probeerde de trein in te halen… Ik vrees dat er iemand is die de trein gemist heeft en wiens spullen nu wel naar Ulaan Baatar gaan… maar hijzelf niet.
Het is gezellig in de coupé, we lezen veel en kaarten met onze medereizigers, maar toch merken we dat het voor ons een beetje te krap is, we zijn nu wat ruimer gewend. Het is nu iets over 10 uur en alles is weer ingepakt. Morgenochtend om half 7 komen we aan in de hoofdstad van Ulaan Baatar. Hopelijk kunnen we in de bibliotheek gebruik maken van het internet en zo de berichten posten. Als het allemaal gaat zoals bedoeld slapen we dan ‘s avonds in een traditionele Ger. Weer zo vroeg opstaan… bweh.. ik ga nu nog even genieten van een lekker kopje thee, morgen krijg ik misschien wel Yak melk of eits dergelijks te drinken. Mongolia, here we come.
Het landschap is er beslist mooier op geworden. Sinds gisteravond zitten we weer op de trein, dit keer van Irkutsk (Rusland) naar Ulaan-Bataar (Mongolië). Een gekke reis. Net hebben we een nogal uitgebreid douaneformulier ingevuld. Mongolen zijn kennelijk nogal gesteld op uitvoerige documentatie. We moesten precies opgeven welke valuta we bij ons hadden, of we radioactieve spullen bij ons droegen en welke radioapparatuur er allemaal in onze tassen zaten. Een heel werk. Gelukkig waren de formulieren, in tegenstelling tot de Russische, wel allemaal in het Engels.
Het afscheid van Jane en haar familie in Irkutsk gisteren was moeilijker dan gedacht. In een korte tijd (die overigens een eeuwigheid leek te duren) waren we best op elkaar gesteld geraakt. We voelden ons erg welkom. De hartelijkheid en gastvrijheid waren overweldigend. Jane heeft ons gisteravond naar het station begeleid. Omdat we ruim op tijd waren, hebben we haar nog het ‘Ghot express’ café kunnen laten zien waar we onze eerste, vroege uren in Irkutsk hebben doorgebracht. Ze bleek er nog nooit geweest te zijn en dat gaf ons dus eindelijk de kans om haar ook iets te laten zien.
Overigens bleek mijn overmoed gisteravond wel: ik dacht onderhand redelijk Russisch te kunnen spreken, zeker voldoende goed om een paar pannenkoekjes met jam te bestellen. Enthousiast probeerde ik ‘blini sa djzamom’. Na me kort wat vaag aangekeken te hebben, kreeg ik de indruk dat ze de bestelling had begrepen. Afgerekend en terug bij de tafel aangekomen, wachte ik blij mijn bestelling af. Na een paar minuten kwam mijn bestelling: een houten plank met gietijzeren schaal gevuld met gefrituurde deeghapjes en rauwe uien. Zo goed was mijn Russisch kennelijk toch niet.
Over een half uurtje paspoortcontrole. Ik ben benieuwd. Het proces duurt 3 uur en schijnt nogal grondig uitgevoerd te worden. Toeval bepaalde dat we in een coupé met een ander Nederlands stel terechtkwamen, dus er wordt hier uitvoerig gesproken over het leven op de trein en de spanning voor alle douanepraktijken wordt gedeeld. Een malle boel hier…