Na een heerlijke nacht slaap en een stevig ontbijt was het eindelijk zo ver. Vietnam rondtouren met de motor. We werden opgehaald door twee motor muizen (Mr. Hong en Mr. Long). Helmen op en achterop stappen dan maar. Ehhmm… vind ik dit eigenlijk niet eng? Geboekt is geboekt dus toch maar proberen. Na een kort, rustig en relaxed ritje door de stad kwamen we bij de ‘Dragontemple’, een prachtige tempel waar we voor wat geluk nog even happy buddha’s buik aan mochten raken. Ze houden erg van overdaad en symboliek. Kortom, het leek hier en daar net op de Efteling met een grote nagemaakte witte olifant, een heleboel draken, reeën en nog meer figuren. Uiteraard prachtig maar we werden er een beetje melig van (zegt de olifant ook’papier hier’?, nee, hij heefft een luidspreker uit zijn mond en lampjes als ogen).
Na de tempel sprongen we weer achterop om de echte tour te beginnen. Wat een adembenemend landschap. Dalat is groot geworden in de tijd van de Fransen hier. Die hebben (volgens Mr. Hong) de Vietnamesen geleerd om bepaalde groenten etc. te verbouwen. We hebben zoveel verschillende dingen gezien, bloemkool, bloemen (in plastic kassen, geleerd van een NL-er), thee, bananen, koffie, kool, erwten, mango’s en nog veel meer. Da Lat voorziet het zuiden van Vietnam dus van de broodnodige vitamines.
We stopten kort voor een foto en even later was het tijd voor een wandeling. De gids bleven (lekker relaxed) beneden terwijl wij een heuvel/ berg opklommen voor het uitzicht. Het was een van de bergen geweest waarop de Amerikanen jaren terug hun radarsystemen hadden neergezet en het was dan ook een flinke klim. Helemaal boven was het uitzicht prachtig en kwamen we ook de andere toeristen tegen die vandaag met hun motorgids dezelfde route reden. Het voordeel van met de motor gaan is dat je zelf kunt bepalen hoe lang je ergens blijft. Er is geen gids die zegt, over 20 miunten vertrekt de bus. Dus hebben we het heerlijk rustig aangedaan en lekker gekeken wat we wilden.
Na de klim en afdaling was het heerlijk om gereden te worden. Ik reed met Mr. Hong voorop, een vriendelijke Vietnamees die goed Engels sprak. De weg ging over bergen wat dus veel smalle en kronkelige weggetjes betekend maar toch was het heerlijk ontspannen. Elke bocht veranderde het uitzicht en hoewel we dezelfde route ook met een toeristenbus hadden kunnen doen beleef je het meer als je de wind in je haren voelt en de geur kunt opsnuiven.
Een paar kilometer verder stopten we langs de weg om te kijken hoe koffiebonen groeien. Super interessant en grappig om te zien dat het eigenlijk rode besjes zijn. Er zijn verschillende soorten en die staan gewoon naast elkaar, met allemaal diepe kuilen om water in op te slaan. We wilden verderrijden maar de motor van Mr. Long had helaas een lekke band. Dan maar een stukje lopen (bergaf godzijdank want ik heb geen voeten om te lopen) en na 1,5 kilometer was daar alweer een shop waar de band binnen 20 minuten was geplakt.
Op naar de waterval. Onderweg vroeg ik Mr. Hong of er ook lemon tree’s waren. Ik vertelde hem van het liedje Lemon tree van Fools Garden wat ik vroeger altijd met mijn zus zong. Wilde graag een foto van een echte citroen boom. Hij kende het liedje en we hebben op de motor hardop gezongen, met de wind in de haren. Prompt stopte hij de motor en zei dat er een kleine lemon tree stond. Daar is natuurlijk een foto van gemaakt maar omdat hij bij iemand in de tuin stond konden we niet dichtbij genoeg komen om de kleine citroentjes te fotograferen.
Bij de waterval aangekomen konden we verder klauteren. Over grote rotsen heen klommen we naar beneden om de waterval van onder te bekijken (oké er waren ook kleine bruggetjes, soms wat leuningen en in steen uitgehakte treden om het pad aan te geven, maar dat maakt het verhaal niet sappiger). We hebben prachtige foto’s gemaakt van de waterval. Omdat het gisteren zoveel geregend heeft was de stroming en hoeveelheid water meer dan normaal. We konden zelfs tot aan de voet van de waterval lopen. Omdat we anders natgeworden waren zijn we niet tot onder de waterval gelopen maar het had gekunt. Overal sproeide het water en de lucht was vol met spetters, heerlijk verkoelend. We zijn nog wat verder geklommen en hebben er de tijd voor genomen. Het voelde half als een jungle tocht, met boomwortels die in Nederland gerust voor stammen zouden kunnen doorgaan, lianen, kleine watertjes en heel veel groen.
Weer boven aangekomen bij onze gidsen werden we naar het restaurantje geleid waar we heerlijk hebben gelunchd. Voor 1,70 (euro) pp hebben we wel 10 verschillende gerechten geproefd en hebben de tafel gedeeld met onze gidsen. Wat een feestmaal. Het was zoveel dat we uiteindelijk vanavond alleen maar ananas als diner ophebben.
De middag was al vergevorderd en er stonden nog 3 bezoeken op het programma. Als eerste de zijdefabriek waar we van rups tot tafelkleed hebben kunnen zien. Voor mij niet de eerste keer maar het blijft bijzonder om te zien hoe gemakkelijk zijde te verkrijgen is van rupsen.
Onze camera laat ondertussen de laatste stuiptrekkingen. Michiel heeft in de afgelopen maand het lieve ding een paar keer laten vallen en de accu houdt het nu niet eens meer 1 dag vol. De camera hangt nu al met duck tape aan elkaar en we vrezen voor zijn leven. Helaas zijn er van na de zijdefabriek geen foto’s meer. We gaan snel op zoek naar een nieuwe camera, maar Vietnam blijkt niet het beste land te zijn om te gaan shoppen.
Verder op de terugweg zijn we nog gestopt bij een distilleerderij van de lokale rijstwijn, ook wel bekend als ‘happy water’. Dit was eigenlijk een grote grap. Het was een boerderij met ergens achter de varkensstal een drietal ketels waar van rijst wijn werd gemaakt. Voor 1 kilo rijst krijg je 1 liter wijn. Je hebt dan ook nog de eerste, tweede en derde distilaat waarbij het alcohol percentage steeds iets meer zakt. We hebben geproefd van de tweede distilaat en het was eigenlijk ontzettend lekker. Een combinatie of tussenvorm van tequila en wodka. Michiel durfde het zelfs aan om te zeggen dat hij het lekkerder vond dan wodka (sorry Jane).
Terug naar Da Lat waar we als laatste het hotel met de naam ‘Crazy house’ hebben bezocht. Dit hotel is een architectonisch hoogstandje en doet mensen denken aan Gaudi in Barcelona (zijn we beide nog nooit geweest, maar dat het maf is geloven we). Het was een soort sprookjesbos meets Eftelinghotel. De kamers hadden allemaal thema’s maar waren eigenlijk klein en oncomfortabel. Ook niet echt handig als je daar blijft slapen dat je altijd de kamer leeg moet ruimen voor de toeristen. De trappetjes en nisjes waren erg leuk. Onderaan was een soort tuin gecreeerd met stenen paddestoelen en kleine stenen kringetjes om op te zitten. Het waren vast prachtige foto’s geworden maar we gaan misschien nog voor jullie op zoek naar wat online foto’s zodat jullie iig kunnen zien waar we geweest zijn.
De trip was hierna over en we werden op ons verzoek afgezet op de markt. Het was zo geweldig en ze hebben ons zeker overtuigd dat we dit eigenlijk nog meer moeten doen omdat je het land anders ziet. Helaas is ons budget niet toereikend om een langere trip met de motor te maken maar zelfs deze ene dag zullen we niet snel meer vergeten.
Wind in de haren, flink wat PK onder je kont, goed gezelschap en het land aan je voeten. I’m free…. easy rider.



































