Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


12° 9' N, 107° 53' E
20 April 2010, 14:47

Slippertjes 2 (the real deal)

9. In het dorpje verzamelen kinderen zich om ons heen

Hoe com­fort­a­bel snel­we­gen ook kun­nen zijn (hier is ook dat nog dis­cutabel), van­daag kozen we voor avon­tuur. Michiel had een prachtige route uit­gestip­peld die ons in 1 dag van Gia Nghia naar Buon Mo Thuot zou bren­gen en dan langs bin­nen­we­gen en een prachtig meer.

Gis­teren eindigde de rit nogal oms­tu­imig met veel stof en ste­nen. Van­daag begon de rit op dezelfde weg en Michiel lei­dde ons al snel de goede richt­ing op. Dit was echter amper nog een weg te noe­men. Judica klaagde na 2 km al dat dit niet echt haar droom­rit was. Het was onver­hard, maar leek hier en daar echt meer op een buckel piste. Na een half uur of uur kwa­menn we bij het eerste teken van leven. een klein stal­letje waar we direct wat te drinken kochten. De dames hier vertelden ons dat we in ieder geval op de goede weg zaten. Vol goede moed gin­gen we verder, maar het was afzien. Hier en daar was de onver­harde weg beter dan de snel­weg, dan was het mooi vlak. Soms was het net een offroad motor par­cours en was je al blij als je vooruit ging. Uit­er­aard reed menig Viet­namees ons met een flinke vaart glim­lachend voorbij.

Bij het vol­gende dor­pje was een splits­ing, we hebben gein­formeerd waar we heen moesten en haalden opgelucht adem, er was asfalt. De weg was prachtig en zou ons naar het dor­pje Dak Mak voeren waar we dan het natu­ur­reser­vaat in zouden rij­den. Dit stukje weg was een com­bi­natie van lege kro­nkel­wegget­jes (in 2 uur tijd zijn we niet één auto tegengekomen en slechts elke 10 minuten een andere brom­mer) met prachtige vergezichten en veel hoogte ver­schil. De weg vol­gende wer­den we steeds meer ver­rukt van de omgev­ing. Dit zouden ze ook zo het land van de duizend heuvels kun­nen noe­men. We bleven het asfalt vol­gen tot­dat deze ook weer overg­ing in een grote onver­harde weg.

Opeens zagen we weer een mini dorp alleen was de sfeer hier anders. De kinderen droe­gen meer gew­even kled­ing en waren wat donkerder. Een stukje verderop zagen we echt bam­boo huizen zoals we die in het open­lucht museum had­den gezien en wis­ten het zeker. Dit was een van de Cham stam­men die in het gebied wonen. Net zozeer als dat wij wer­den aange­gaapt keken we terug. Er was een klein stroom­pje waar kinderen naakt in speelden, baby’s wer­den op de rug gedra­gen in een doek en zware last werd getilt met een doek op het voorhoofd en de last op de rug. Dit is beter dan Sapa, het is echt en authen­tiek, en dan niet zoals de Lonely Planet het omschri­jft. We hebben op afs­tand wat foto’s van de huis­jes gemaakt maar wilden de mensen niet teveel in ver­legen­heid bren­gen. We reden verder op de goede onver­harde weg, er ston­den ver­keers­bor­den en we waren dan ook ver­baast dat één kilo­me­ter buiten het dorp de weg in zijn geheel niet meer bestond. Er was nog een klein jun­gle paadje. Omdat het best kon dat we al in het natu­ur­reser­vaat waren hebben we het jun­gle paadje nog even gevolgd maar toen er na 1 km nog geen ver­be­ter­ing was hebben we het opgegeven en zijn omgekeerd.

In het dor­pje wilden we vra­gen waar we waren. Uit­er­aard wer­den we direct bin­nen gevraagd (schoe­nen uit!) en mochten op de mat plaat­sne­men en mee geni­eten van het lokale ‘happy water’. Het was nog geen lunchtijd en we moesten nog rij­den, maar afs­laan kan/ mag niet. Een klein slokje dan maar. Deze locals vertelden ons dat we ergens in een mini dor­pje zaten en dat we ipv noordelijk oost­elijk waren gere­den. Dus weer terug.

Onder­weg toen we de kaart nog een keer bestudeer­den stopte een man die zijn dat Dak Mak (ik kan de naam niet meer horen) verder terug was ( we gin­gen dus de goede kant op nadat we waren omge­keerd). Zo reden we maar weer terug naar de vorige ‘grote’ provin­ci­es­tad om net voor de eerste regen­bui te schuilen bij een klein café. Daar vroe­gen we nog­maals de weg en ze zei dat dak Mak in de richt­ing lag waar we net van­daag kwa­men. Het wan­hopen begon. We hebben Chuong gebeld (red­der!) en hem gevraagd of hij kon ver­talen. Was er iemand die ons oor een bedrag de goede weg naar Dak Mak of de snel­weg wilde wijzen. Helaas, het regende, de prijs vervier­dubbelde en de afs­tanden wer­den genoemd. Nog 30 km (slechte weg) tot de snel­weg en dan nog 160 km naar BMT. De wan­hoop groeide.

Er waren nog twee opties. Of we zouden een slaap­plek proberen te zoeken in het mini dorp of proberen terug te komen naar de slaap­plek van de vorige nacht om mor­gen dan op de snel­weg richt­ing BMT te gaan. We besloten om terug te rij­den, dan had­den we mor­gen min­der voor de boeg (uit elk gehucht moet je ook weer wegkomen). Ter­wijl we teru­gre­den maak­ten we ons op voor de rotweg van het begin van de dag. Onder­tussen regende het niet meer hard maar miez­erde het, dus regen­jassen aan. Na 1 km op de weg terug zei Michiel dat het niet zo een goed idee was, Judica wilde echter toch verder. Een kilo­me­ter verder begon het een stuk te dalen. De weg was nat en mod­derig en de moed zakte ons in de schoe­nen. Nog even een stukje proberen zei Judica, Michiel benoemde dat hij het een erg slecht idee vond. Vij­fitg meter de helling af besloten we maar op te keren. Het was niet te doen en dit was echt nog niet het erg­ste stuk.

Omdraaien bleek makke­lijker gezegd dan gedaan, nadat we de brom­mers had­den omge­draaid liepen ze direct vast in de mod­der. Met veel moeite kre­gen we ze weer terug het heuveltje op, mede dankzij hulp van lokale Viet­n­mesen. Daar ston­den een aan­tal vracht­wa­gens te wachten die ook niet verder kon­den. De tip was om de tassen eraf te halen, zo was er min­der gewicht op het achter­ste wiel. We stopten even en kre­gen een stok om de mod­der mee uit de brom­mers te peuteren. De brom­mers deden het niet omdat geen profiel meer was maar een gladde klei achtige mod­der­laag op de ban­den en vooral ook tussen spat­bord en wiel waar­door de wie­len niet eens meer kon­den draaien.

Na een korte pauze om de regen wat weg te laten zakken (het zon­netje scheen weer) begonnen we aan de terug­weg naar het dor­pje. Alle opties waren weggevallen dus maar op zoek naar ene hotel. Het dorp heeft een hotel, ik zit er nu op bed. Voor een schamele 4,80 over­nachten wij hier met zijn tweeen. Voor­dat we naar bin­nen mochten moesten we ons eerst ont­mod­deren, we gle­den over straat zo glad waren onze schoe­nen. Geen airco en geen inter­net, geen hand­doekken (naja, van die mini hand­doeken die ook echt alleen voor je han­den werken) en geen lak­ens. Nadat we waren ingcheckt hebben we getankt waar­bij een vrien­delijke man ons erop wees dat we de motoren beter kon­den laten afspoe­len en ons de weg wees. Daar waren ze 20 minuten bezig om onze motoren mod­dervrij te maken zodat de wie­len weer ruimte hebben.

Onder­tussen had zich een grote groep kinderen verza­meld voor de spui­terij en waren wij de attrac­tie van de dag. Toen we wilden gaan eten was er een meisje dat goed Engels sprak en ons uitn­odigd in haar huis, we had­den zelfs mogen bli­jven slapen. Prachtig huis overi­gens en het meisje zelf was ook leuk. Mensen zijn hier zo behulpzaam en vrien­delijk dat we ons ver­baasd hebben en vereerd voelden. Na het eten wilden we deze post nog schri­jven in het lokale inter­net cafe maar het moment dat we inlog­den viel de stroom uit. Nu typ ik dit ter­wijl we onder onze klam­boe op bed zit­ten. Ondanks de klam­boe voelden we toch geprik en we vrezen voor vlooien.

Het was een geweldige dag en we hebben din­gen gezien die maar weinig mensen in Viet­nam zien. We hebben de gastvri­jheid mogen ervaren en zijn onder de indruk van het land… maar het liefst had ik toch in een iets schoner/ luxer bed gelegen.