Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


19° 53' N, 102° 8' E
16 May 2010, 15:48

VIPs

4. Zomaar een kiekje

De ocht­end die ons vertrek vanuit feestdorp Vang Vieng aankondigde was een bewolkte, eerder dan een zon­nige. Het was alsof het dorp rouwde om ons vertrek. Dat is natu­urlijk een hoog­moedige gedachte, maar het hielp zeker het vertrek draaglijker te maken. Ons laat­ste VV-ontbijt was uit­ge­brei­der dan de ocht­en­den tevoren: Judica waagde zich aan een Amerikaans ont­bijt (baguette, omelet, patat, maar zon­der bacon) en ik genoot een ‘con­ti­nen­taal ont­bijt’ (een baguette met jam). Een fruithapje en dito shake erbij maakte het geheel tot een machtige maaltijd.

De bus die ons naar Luang Pra­bang moest bren­gen liet een beetje op zich wachten. Alle bussen die vanuit Vang Vieng te kri­j­gen waren wer­den als VIP bussen verkocht, dus we verwachten heel wat. De ram­melige oude bus (zon­der a/c) die we kre­gen stelde dan ook iets teleur, maar vold­eed verder prima. De waarschuwing die ons de Lonely Planet mee­gaf over de reis zelf bleek echter geen over­dri­jv­ing. Het advies luidde: mensen met wagen­ziekte dienen beslist voor­zorgs­maa­trege­len te nemen. De weg voerde in zijn volle 240 kilo­me­ter uit­slui­tend over kro­nke­lige berg­we­gen. Nu, in Luang Pra­bang aangekomen, kun­nen we geen haar­speld­bocht meer zien! De rit duurde 8 uur en bood weinig kansen voor een dutje door het onafge­bro­ken deinen van het VIP-vehikel.

Overi­gens was de rit zelf prachtig, juist ook door alle berg­pas­sages. De weg voerde ons langs won­der­schone uitzichten, aan­vanke­lijk op karst­ber­gen, later ook op wat min­der gril­lige bergen. Karst­ber­gen zijn een won­der op zich: som­mige steken gewoon­weg recht uit de grond de lucht in, anderen hebben scherpe ran­den en gril­lige wan­den. De bergen wer­den hoger naar­mate we Luang Pra­bang nader­den. Soms leek het land­schap op een groen laken waaron­der lucht was geblazen, zodat overal hobbels en gril­lige bul­ten waren verschenen.

Rond vijf uur van­mid­dag kwa­men we hier uitein­delijk aan. Onder­weg maak­ten we nog twee stops om wat te eten, maar veel trek had­den we door al het gehot­se­knots natu­urlijk niet. Eten stond bij aankomst dan ook nog niet hoog op de agenda, wel een lekker sta­biel, onbe­weeglijk bed. Dat von­den we uitein­delijk na wat zoeken in een klein, maar gezel­lig en allervrien­delijkst guest­house. Voor 6 euro verbli­jven we nu ongekoeld in een licht claus­tro­fo­bis­che kamer – maar met douchegordijn!

Overi­gens is de stad zelf prachtig. In het laat­ste uurtje daglicht dat de voor­ma­lig konin­klijke ned­erzetting over­goot had­den we dat al snel door. De stad ligt op het schierei­land dat wordt gevormd door een riv­ier die in de machtige Mekong vloeit. De sfeer is warm, mede door de vele in Franse stijl gebouwde huis­jes, de knusse straten en de overvloed aan Mekong-terrasjes. In de half­schemer­ing hebben we, aan de waterkant van de Mekong, nog roman­tisch gedi­neerd. Schilder­achtig mooi. Enfin, we red­den ons hier dus wel even. Miss­chien niet als VIPs, maar zeker wel als gewone back­pack­ende stervelingen.