Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


17° 58' N, 102° 37' E
11 May 2010, 13:12

Chill Capitol

8. Vientiane vanuit de lucht

Nog even een klein stukje over gis­teren… Het is miss­chien wel, miss­chien niet zo, maar er bestaat de mogelijkheid dat mijn bankpas (opzx­et­telijk) is gemold. Omdat de banken niet open waren na ons brom­mer­tourtje heb ik bij een pin­au­tomaat geprobeerd te pin­nen. Ales goed en wel, tot­dat hij nadat ik alles had ingevo­erd zei dat ik geen saldo had. Raar, want we wis­ten zeker dat er geld op de reken­ing stond.
Terug bij de travel lodge hebben we het saldo gecheckt en bleek dat we ruim vol­doende had­den gehad. Nu probeerde ik met mijn pasje (Waarmee ik ook gepint had) in te loggen op inter­net­bankieren. Kon niet, de Ran­dom reader gaf de bood­schap : DEFECT
Flink balen, maar het is geen ramp want we zijn slim en er is een back up mogelijkheid om op mijn reken­ing te komen (die heet mama!). Toch maar even de bank gebeld met de vraag of zij kon­den zien of er geld was afgeschreven en of ik mijn pas moest blokkeren. Ze kon zien dat er geen reserver­ing was gedaan door een adnere bank en ik vertroouw er dan ok op dat al het geld er nog opstaat. Alsnog wel even stress en flink balen.

Zo dat was gis­teren, van­mor­gen moesten we dus nog geld wis­se­len en daarna op naar de bus. We had­den besloten dat we toch voor de VIP bus zouden gaan (7 euro ipv 5) en die vertrok om 9:15. Alles ging voor­spoedig en wee waren er ruim op tijd. De VIP bus was een soort ker­mis bus. Van bin­nen overal gordi­jn­t­jes, en van buiten bespoten zoals je ziet bij ker­misat­trac­ties. Erg lachen dus.

De bus was eigen­lijk erg relaxed. voor een bus­reis van 6–7 uur wil je vol­doende been­ruimte (met name Michiel) en ook de airco was weer even geni­eten. Het enige nadeel is dat we naast een van de speak­ers zaten en die de hele reis karaoke muziek den­der­den (gelukkig houden ze hier van bal­ads!). Verder was de bus­reis echt com­fort­a­bel en kwa­men we een beetje loom om iets over drieeen uit de bus rollen.

Tuk­tuk gedeeld met andere west­er­lin­gen om naar het cen­trum te komen. We zijn op zoek gegaan naar een betaal­baar hos­tel, niet zo makke­lijk want Laos is in het alge­meen erg duur. Het eerste wat we probeer­den (vol­gend LP tussen 10–17$ incl. ont­bijt) was 29$ de goed­koop­ste optie. Daar­naast een guest­house voor 12$, met wee losse bed­den en wel WIFI.

Michiel wilde graag nog even kijken naar andere opties, maar met je rugzak op is erg ver­moeiend dus heb ik mij opge­of­ferd (right) om ind e schaduw met een ijsje bij de rugza­kken te bli­jven ter­wijl Michiel rond­liep. Na een kwartier was hij terug, niets goed­kop­ers gevon­den en die kamer die we al had­den gezine was ook vol. De andere kant op even checken: een aan­tal opties zon­der internet.

Rugza­kken op en dan maar gaan kijken. Zijn voorkeur­sop­tie was al vol­ge­boekt (het was 10 minuten later, flink balen). Na nog 3 keer vol von­den we een kamer voor 10 euro (zon­der airco) maar met dubbel bed.

Nadat we onze tassen had­den afge­gooid zagen we dat er wel een airco aan­wezig was in de kamer, alleen dat je hem niet an kon zeggen omdat de bedi­en­ing in een kastje zat waar een hangslot op zat. Ik kreeg Mac Gyver gedachten en heb (zoals het hoort in een film) met haar­spelden voor het eerst in mijn leven geprobeerd een slot open te kri­j­gen.
Na 5 minuten prut­sen was het gewoon gelukt. Ongelofe­lijk :) . We hebben de airco nu lekker aanstaan.

Toen ik ging douchen heeft Michiel even gekeken of er ook ergens inter­net was. Ik zit nu buiten op het balkon met een WIFI verbind­ing. Het hoort niet bij het hotel maar is niet beveiligd. Het is niet goed genoeg om te skypen, maar een post plaat­sen moet lukken. Uitein­delijk zijn we dus met onze neus in de boter gevallen en hebben we uitzicht op een van de tem­pels die als trek­pleis­ter van Vien­tiane wor­den bestem­peld. Lucky us!


17° 25' N, 104° 50' E
10 May 2010, 15:15

Rondje om de berg

20. Watertje voor de grot

We zijn net terug van een rondje om de berg. Een rondje dat drie volle dagen duurde. Dat zit zo: afgelopen vri­jdag zijn we vanuit Savan­nakhet naar Thakket vertrokken. We waren het wachten wel zat en waren blij dat we onze visa voor Thai­land kon­den ophalen en dan vlug op weg naar nieuwe avon­turen. Of toch niet? In alle vroegte stond ik al voor het visa loket van het Thaise con­sulaat, enkel en alleen om te horen dat ik ‘s mid­dags terug moest komen. We hebben die tegenslag maar gelaten aan­vaard en zijn ‘s mid­dags teruggekomen om met num­mert­jes 96 en 97 in de hand aan te sluiten in de rij met andere visa-aanvragers. Het duurde gelukkig maar een half uur eer we aan de beurt waren en we kon­den rond half 3 dan ook met de tuc-tuc richt­ing het busstation.

Met wat geluk trof­fen we een redelijk luxe mini-busje dat ons voor 25.000 kip p/p (ongeveer € 2,50) naar Thakket, zo’n 125km noordelijk van Savan­nakhet, wilde rij­den. Het ritje duurde bijna drie uur en was apart: er gin­gen naar Lao begrip­pen meer mensen in een mini-busje dan naar Ned­er­landse begrip­pen. Enfin, we zijn heel­huids in Thakket aangekomen en onze back­packs hebben de rit op het dak ook goed en wel overleefd.

Geïn­spireerd door de Lonely Planet hebben we ons in Thakket laten inschepen in een tamelijk luxe ‘Trav­el­ers Lodge’. Niet erg goed­koop, maar wel prak­tisch omdat de lodge een ideaal begin­punt is voor de (onder som­mi­gen) fameuze ‘Loop’: een rondje van drie dagen om het karst­ge­bergte noord-oostelijk van Thakket. Opmerk­er­lijk genoeg trof­fen we op de varanda van de lodge nog twee Ned­er­landse stel­let­jes. Bei­den maak­ten zich op voor de ron­drit, het een met de klok mee en het andere stel­letje net als wij tegen de klok in. We hebben ‘s avonds een motor­fi­ets gere­serveerd en zijn de vol­gende ocht­end in alle vroegte vertrokken.

De eerste etappe voerde langs een aan­tal grot­ten en een ven­netje in het karst. Bestem­ming: een hut op palen in Tha Lang. De rit was prachtig en we kwa­men na een hobbe­lige laat­ste 20 km toch al tamelijk vroeg aan. De rest van de mid­dag hebben we ons wat ver­maakt in de omgev­ing: even op een boom­stam in het stuwmeer, een ommeletje met wat rijst nut­ti­gen, een boekje lezen en onder de douche het stof weg­wassen. Later op de mid­dag arriveer­den ook Sanne en Joost. We hebben samen gegeten en ‘s avonds met het mes op tafel Skip-Bo gespeeld.

Om 8 uur de vol­gende ocht­end zijn we, nauwelijks uit­gerust omdat plaat­selijke feestelijkhe­den ken­nelijk een nacht lang Karaoke vereis­ten en met als ont­bijt enkel een zakje mini-koekjes met jam, weer de fiets op geto­gen om richt­ing Kuon Kham te gaan. Dat dor­pje is zelf niet zo bij­zon­der, maar vormt een goede uit­vals­ba­sis om naar de won­der­lijke grot van Kong Lor, 40 km zuidelijker te gaan. De rit naar Kuon Kham stond op onze prim­i­tieve kaart al aangegeven als ‘slecht’ en daar­van bleek geen woord gel­o­gen. Het eerste deel van 60 kilo­me­ter kostte ons 3 uur, ons zitvlees en bijna ook de schokdem­pers. De rest van de route bestond gelukkig uit aal­glad asfalt en kon­den we wat sneller afleggen. Onder­weg nog steeds prachtige uitzichten op karst­ber­gen en Lao dorpjes.

Een mid­dag zwem­men in de riv­ier in de plaat­selijke vallei en een avondje bief­s­tuk met patat, Skip-Bo, Sanne en Joost verder kon­den we op pad naar de grot. Een uurtje over schit­terend asfalt en gam­mele bruggen (een beetje à la fiets-‘m-d’r-in) bracht ons bij Kong Lor, een dor­pje dat vooral leeft van het tourisme rond om de 7km lange grotriv­ier. We zijn samen met twee gid­sen in een lang­w­er­pige boot (en soort puntige boom­stam met buiten­bo­ord motor) gestapt en de grot in gevaren. Bin­nen was het pik­donker; alleen bij het licht van onze head­lights zagen we wat. Een enorme grot. Zo nu en dan moesten we even uit­stap­pen omdat het water te ondiep werd, maar na een uur bereik­ten we dan de andere kant van de grot. Een kleine oase. Een drankje en een hapje en terug gin­gen we weer, dit keer stroomafwaarts en dus sneller. Erg bij­zon­der en de moeite zeker waard.

Inmid­dels zit­ten we weer in Thakket in de kamer naast die waar we de vorige keer sliepen. Inter­net is hier slechts schaars beschik­baar en we hopen dit ver­haaltje, samen met een paar mooie foto’s, dan ook online te kun­nen kri­j­gen. Straks een een­voudige (en kost­bare) maaltijd geni­eten. Laos is niet zo goed­koop als we gedacht had­den, merken we. Ofschoon Laos armer is, blijkt Viet­nam vee­lal voordeliger gepri­jsd te zijn. Enfin, kleine din­gen die je leert ter­wijl je rond de berg crosst.


16° 34' N, 104° 45' E
6 May 2010, 14:34

Savanne

12. Kijk op Thailand aan de andere kant van de Mekong

Dagen als deze doen je snel inzien dat plan­nen maken alleen zin heeft als het weer dat toe­laat. Regen is een show­stop­per, harde wind kan een streep door de reken­ing zetten en met vorst is een plan ook al snel niet haal­baar meer. Maar warmte, die grote beperker vergeet je maar al te gemakke­lijk… tot­dat hij je plan­nen daad­w­erke­lijk dwars­boomt. Nu had­den we voor van­daag weinig grote ideeën, behalve een bezoekje aan het Thaise con­sulaat dan. Omdat we aan de Thaise grens alleen een 15-dagen visum kun­nen kri­j­gen, is het best een luxe om een con­sulaat om de hoek te hebben dat stem­pels voor 60 dagen afgeeft.

Het woord ‘luxe’ was overi­gens niet het eerste woord waaraan ik dacht toen ik de grote rij voor het loket zag staan. Rijen zijn m’n hobby sowieso niet, maar bij 40 graden (gevoel­stem­per­atuur in elk geval) wordt wachten al snel smachten. Geen briesje te beken­nen, geen ven­ti­la­tors en zeker geen air­con­di­tion­ing; alleen geduld. Gek genoeg was een van de twee rijen aanzien­lijk kor­ter dan de andere. Ik koos de kor­tere en aan­vaarde de extra warmte die daarmee gepaard ging. In de rij ging het gerucht dat de visa voor Thai­land gratis zouden zijn. Aan het loket leerde ik dat de visa inder­daad gratis zijn… vanaf vol­gende week. Jam­mer van het geld, maar na al het wachten en smachten had ik geen zin onver­richter zaken terug te keren.

Judica heeft niet zo goed ges­lapen door de warmte, dus zij bleef wijselijk achter op de kamer. Op mijn weg terug naar het guest­house heb ik een ananasshake gekocht. De dame spendeerde een paar minuten aan het berei­den (ingrediën­ten: verse ananas, gezoete gecon­denseerde melk, ijs­gruis en een geheim vloeibaar goedje) en goot daarna de blender leeg in een plas­tic zakje! Grap­pig. Ze stak een rietje in het zakje, bond het dicht en gaf het geheel aan me in een klein zakje. Een raar gevoel, zo’n zak met ijswa­ter. Enfin, Judica heeft er nog een slokje van genomen, de rest heb ik genoten.

Maar goed, mor­gen kun­nen we onze visa ophalen en vertrekken we naar Tha Khaek in de hoop dat we daar wat verkoel­ing  vin­den, miss­chien wel in een kano. Tot die tijd proberen we hier de hitte te bed­win­gen. En miss­chien nog wel lastiger is het om onze Aus­tralis­che ‘huisvriend’ te ver­mi­j­den: hij houdt niet op met praten en ter­roriseert zo de enige plek in het guest­house waar het nog een beetje uit te houden is. Hij is vast een­zaam en drinkt vast en zeker ook teveel van het gele goud, maar dat maakt de sit­u­atie alleen maar lastiger. Enfin, mor­gen vertrekken we.

Miss­chien nog een paar korte indrukken van Laos tot nu toe: in Mei is het er heel warm; mensen zijn alle­maal heel relaxt en passen zich goed aan het weer aan. De Mekong is mooi en een intrigerend fenomeen omdat hij zo duidelijk arm van rijk scheidt. Vuil­nis­bakken wor­den hier gemaakt van oude ban­den, heel kun­stig. Het eten is fan­tastisch en alom aan­wezig. Langs de riv­ieroever zie je veel kraam­p­jes waar ze vis en kip bar­be­cuen. Vrien­delijkheid is hier duidelijk de norm en mensen zijn zeker niet zo opdringerig als elders. Verder is Savan­nakhet vergeven van de kloost­ers. Mensen vallen duidelijk uiteen in twee groepen: mon­niken en koks. En ten slotte: het is hier warm.


16° 34' N, 104° 45' E
5 May 2010, 13:20

Heet, heet, heet.

We zit­ten op onze kamer… ik voel me een beetje opgesloten.

Van­mor­gen zijn we vroeg opges­taan om aan ons fiet­stochtje te begin­nen. De plek waar we fiet­sen wilden huren had­den alleen twee hele gam­mele fiet­sen;. Uitein­delijk hebben we ergens anders twee oma fiet­sjes weten te rege­len. Op pad dan maar, een leuke route van in totaal zo een 30 km, niet absurd veel voor een fietsroute.

De fiet­sen die we had­den gehu­urd waren (zoals bijna alle fiet­sen hier) zon­der ver­snellin­gen. Het voelde alsof je de fiets con­stant in de eerste ver­snelling had, hard en snel trap­pen om amper vooruit te gaan. Heel erg ver­moei­dend aangezien je dan ook geen lekker windje hebt om je af te koe­len. Daar gin­gen we natu­urlijk te langzaam voor. Langzaam zagen we wat andere delen van de stad, het blijkt toch iets groter dan we dachten.

Na twintig minuten fiet­sen stopten we in de schaduw van een klein boom­pje. We had­den beide 1,5 liter water bij ons en deze flessen waren al half leeg. Het was gekken­werk om te gaan fiet­sen. Zelfs in de vroege ocht­end voelde het als 30 graden. We zijn omge­keerd en terugge­fi­etst. Eigen­lijk had­den we beter moeten weten, mei/ juni is het begin van het natte seizoen en daarmee de warm­ste peri­ode van het jaar. Veel tochten etc. kun je niet doen omdat de regen de wegen in mod­der­poe­len omtovert… maar dus ook omdat het gewoon te heet is om actief te zijn. We hebben van­daag de 40 graden wel gehaald maar nog geen drup­pel regen gezien.

Bij het hotel wis­ten we niet meer wat te doen, het was zo heet. De air­con­di­tion­ing op de kamer werkt wel, maar hij is oud en lang niet zo goed meer. Op het dak­ter­ras kwam er af en toe nog een briesje voor­bij, maar het was het er te warm.

Mis­selijk van de warmte ben ik dan toch maar op bed gaan liggen… de hele dag hebben we zo rond het guest­house gehangen. Michiel is ‘s mid­dags nog iets gaan eten maar ik voelde me miserabel.

Mor­gen bren­gen we de for­mulieren naar het con­sulaat zodat we over­mor­gen verder kun­nen naar het noor­den. Op 200 km afs­tand van hier zit een dor­pje waar je ver­schil­lende uit­stap­jes kunt doen waaron­der kajakken… Ik ver­heug me nu al op het water en heb bijna fata morgana’s terug naar Siberie en Mon­golie. Tegen kou kun je je kle­den, maar tegen hitte niet (of in ieder geval weet ik het niet).


16° 34' N, 104° 45' E
4 May 2010, 15:15

Het loket van Savannakhet

Onze eerste dag in Laos loopt op z’n einde. Vanavond hebben we bij het­zelfde restau­ran­tje als gis­teren het­zelfde besteld als gis­teren. Ik had rijst met heer­lijk gebraden eend en Judica rijst met spiegelei. Heer­lijk gegeten. We hebben nog even teruggekeken op de dag: het was een relaxte mid­dag (want flink uit­ges­lapen) en we zijn al een stuk meer aangepast.

Waar we echt aan moeten wen­nen is de hitte. Het is hier de hele mid­dag en een goed deel van de ocht­end drukkend warm. Dat went wel en we drinken ons hele­maal lam, maar het maakt alles wel vermoeiender.

Van­daag dus alleen maar lichtver­teer­bare uit­jes: het dinosaurus­mu­seum (!) en een wan­del­ing langs de Thaise ambas­sade. Het museum bleek uit een kamer te bestaan waarin langs twee muren een aan­tal grote dinobot­ten van een skelet waren opge­hangen. Leuk gedaan, met een licht­slang om de con­touren van het beest te mark­eren. Verder weinig bij­zon­ders; een paar toonkas­ten met bot­jes en Franse teksten.

Bij het con­sulaat (dat is een soort nepam­bas­sade) van Thai­land ont­dek­ten we dat we een 60-dagen visum voor Thai­land kun­nen kopen. Dat is gemakke­lijker dan ver­plicht na 30 dagen het land uit te moeten, omdat aan de grens nu een­maal geen lan­gere visa beschik­baar zijn. Don­derdag lev­eren we de for­mulieren in en vri­jdag zijn de stem­pels dan wel opgedroogd.

In de tussen­tijd gaan we maar een fiet­stochtje maken, lekker Hol­lands. De paden op… Er zijn hier geen grote din­gen te zien (zoals vri­jwel ner­gens in Laos), maar genoeg kleine din­gen om een dagje op de fiets de moeite waard te maken (vol­gens de brochures). We zullen zien. En in de tussen­tijd broe­den we nog even op een nieuw motorfietsavontuur…


16° 33' N, 104° 45' E
3 May 2010, 17:21

Rela(o)xed

Daar lig ik dan, onder onze klam­boe in ons zachte tweep­er­soons­bed in Savan­nakhet. We zijn nu een beetje over de eerste cul­tu­ur­shock heen. Laos is totaal anders dan Viet­nam en we waren daar nog niet zo op voor­bereid. De vorige post (als die niet achter de fire­wall is bli­jven hangen) was een beetje zeik­erig qua toon. Nu, een paar uur later zie ik dat het gewoon echt cul­tu­ur­shock was.

Nog even terug naar de bus­reis. Van­mor­gen om 6 uur vertrokken we, we gin­gen met een bus van Hue naar Dong ha om daar over te stap­pen. Er was nog een stel wat die route deed. Een Zwit­serse man met zijn (20–25 jaar jon­gere) Lao­ti­aanse vriendin. De man begon direct tegen ons aan te praten, toen we even buiten zaten (de rest van de bus had een tour incl ont­bijt, we moesten dus even wachten) begon hij ongeveer een les over brom­mers etc. Op zich oke, ware het niet dat het half 7 in de ocht­end was, we moe waren en dat de man niet op een accept­abel vol­ume sprak maar gewoon schreeuwde.

Tij­dens de hele reis heeft hij af en aan tegen ons gepraat, zelfs al sje de oort­jes van de mp3 speler indeed begreep hij niet dat we geen behoefte had­den. Op zich had hij wel ken­nis over het land, maar antwo­ord op je vra­gen kreeg je niet want hij luis­terde niet naar wat je zei. Ik zat bij het raam en heb Michiel een aan­tal keer ‘gered’. Dan vroeg ik iets onbe­nul­ligs in Ned­er­lands zodat hij zijn aan­dacht met een excuus ergens anders op kon richten. Het is toch ongelofe­lijk dat er mensen zijn die zich ongewenst zo opdrin­gen en ook niet ophouden. Enfin, we waren blij dat we deze man niet langer in onze buurt hoef­den te hebben. Hij was echt wel aardig, maar voor van­daag niet onze gesprekspartner.

Toen we aankwa­men op het bussta­tion ston­den daar een aan­tal Tuk­tuks met chauf­feur. Ze vroe­gen of we een ritje wilden maar we wilden eerst even accli­ma­tis­eren. Gewend aan de Viet­namese aggre­sieve manier van aan­bieden zei ik duidelijk nee. In Viet­nam had daar een lang gesprek op gevolgd waarom niet etc. Hier namen ze direct afs­tand en ik voelde me schuldig. Een vrien­delijk ‘nee’ vol­staat hier en dat is echt weer even wennen.

We zijn net nog wat gaan eten en hebben de ‘hoofd­straat’ van Savan­nakhet verk­end. We merken direct al dat de sfeer hier anders is. Het drukke wat we in Viet­nam gewend waren is weg. Er wordt niet getoe­terd en er was sowieso weinig verkeer.

Tij­dens een drankje (waar­bij een gratis glas gezond water) ont­moet­ten we ‘Mike’, een ontze­tend vrien­delijke man uit Groot Brit­tanië waar we zeker een half uur mee hebben zit­ten klet­sen. Hij sprak zo beheerst, prachtig Engels en zacht. Na Pierre (Zwitser) was het echt een genoe­gen om daad­w­erke­lijk een gesprek te kun­nen hebben ipv een een­z­i­jdige monoloog aan te horen. De man straalde zo een vrien­delijkheid uit dat ik hem zo had willen adopteren als oom :) .

Voor het avon­de­ten wilden we weer wat lokaals eten na de ‘internationale’(lees Ital­i­aanse) maalti­j­den die we in Hue hebben genoten. Op zoek naar rijst dus, want van de nood­els zijn we beide niet zo’n fan. We zagen een leuk ten­tje en vroe­gen naar rijst, dat had­den ze niet, maar ze wees direct aan waar we het wel kon­den kri­j­gen. Weer zo een opmerke­lijk ver­schil… In Viet­nam had met gezegd dat men het niet had en als je vroeg waar dan wel… dan had­den ze met hun han­den gewap­perd ten teken van dat ze het niet wisten.

We gin­gen naar de aangewezen plek en hebben daar heer­lijk gegeten. Michiel had rijst met eend en een lekker sausje (aange­vuld met komkom­mer voor de groene touch) en ik ging voor het gemakke­lijke rijst met een spiegelei. Het smaakte goed en er kwam ook direct een kan gekoeld water uit een water­tank bij. Niets extra kosten,gewoon service.

We zijn dus posi­tief ver­rast, het leefritme ligt hier lager, alles is meer ontspan­nen en we moeten de goede snel­heid zelf nog even vin­den. Het land is ongerepter en armer. Het gebrek aan geld en bewus­theid van toeris­ten als grote inkom­sten­bron lijkt er wel voor te zor­gen dat mensen nog echt vrien­delijk zijn. Zo waren Viet­nam en andere Zuidoost azi­atis­che lan­den voor de grote toeris­ten­bubs. Laos is nog wat onbek­end bij de massa en daar plukken we nu de vruchten van.

Nu maar even heer­lijk slapen om de nachtrust in te halen, mor­gen een nieuwe dag in dit zachte en vrien­delijke land. Kijken of wij op het­zelfde relaxte niveau kun­nen komen.


16° 33' N, 104° 45' E
3 May 2010, 13:09

Jetzt geht's Laos

Lieve vrien­den, fam­i­lie, andere bek­enden. Met per­missie van de par­tij en de poli­tie kan ik u med­ede­len dat we heden­mor­gen in de democ­ra­tis­che repub­liek Laos zijn ont­van­gen. Uit­er­aard niets dan posi­tieve berichten, fan­tastis­che mensen, prachtige bouww­erken. Kor­tom, let’s cut the crap…

Het valt een klein beetje tegen, eigen­lijk. Laos is een prachtig land, maar Savan­nakhet is niet hele­maal de stad die we ons had­den voorgesteld. We zijn gewoon ver­wend. Na meer dan een maand Viet­nam met zijn stu­iterende economie zijn we een beetje ver­geten dat er ook lan­den zijn met een iets min­der knet­terende sit­u­atie. Weliswaar zijn we op de brom­mer in Viet­nam best een paar rustige, kleine plaat­sjes tegengekomen, maar dat waren geen provin­ciehoofd­st­e­den. Savan­nakhet is dat wel.

In deze stad is geen hoog­bouw te beken­nen. De katholieke kerk steekt met zijn toren dan ook ver boven de rest uit. Dat is mooi. Maar het is stil op straat. Omdat Savan­nakhet aan de Mekong riv­ier ligt en die riv­ier tevens de grens met Thai­land mar­keert, hebben we hier vanaf de oever uitzicht op de Thaise stad aan de overkant. Dat ziet er meer uit als een lev­endige, rijke stad. Maar ze hebben vast geen bar­be­cues aan de oever.

Nog even terug naar de gebeurtenis­sen van van­daag en gis­teren. Onze hoof­dac­tiviteit gis­teren was ontspan­nen. Dat hebben we gedaan door te geni­eten van de airco op de hotelka­mer, deftig uit eten te gaan en een paar buskaart­jes naar Laos te kopen. We had­den van Sylvia, die ons een paar dagen op onze reis vergezelde, hor­rorver­halen geho­ord over haar bus­reis naar Ninh Binh (ken je die grap van de bus naar Ninh Binh? Die ging niet!). Ze stond mid­den in de nacht stil langs de snel­weg, de bus kapot en de chauf­feur op zijn veldbedje. Niet goed. Enfin, wij zijn dus voor een wat luxere bus gegaan, gewoon voor de zek­er­heid. 18 dol­lar per per­soon. Dat is veel geld.

De bus viel uit­er­aard wat tegen. We verwacht­ten iets heel luxe, maar kre­gen gewoon een mooie Lao­ti­aanse bus. Met airco hoor, maar gewoon net wat anders. Er lagen bijvoor­beeld pom­poe­nen in het bagageruim. Mijn tas kon er maar net bij. De rit duurde wat langer dan verwacht en de afhan­del­ing aan de grens was een beetje stressvol. Geen vrien­delijke mensen daar (maar dat wis­ten we nog van ons vorige bezoek aan Lao Bao) en we kon­den er makke­lijk een hoop dol­lars kwijt voor visa en stempels.

En dan ons guest­house: het werd aan­bev­olen door de Lonely Planet, een jaartje of wat gele­den. Het is sfeer­vol, op zijn eigen Lao manier, maar niet over­dreven luxe. De mensen zijn erg vrien­delijk (en spreken Engels!) en we hebben zowaar een grote kamer met airco en een warme douche. Over het vogelnest in de raam­spon­ning praten we gewoon niet.

Nu eerst maar eens op zoek naar eten; wat accli­ma­tis­eren. Dan terug naar de kamer. Miss­chien nog een praatje en dan op een oor rustig alle indrukken ver­w­erken. We zijn in Laos en hier gaat het loos! Geen idee nog wat we mor­gen doen, maar ik ver­moed dat we maar eens rustig een dagje op de motor­fi­ets de omgev­ing gaan verken­nen. Maar wie weet wordt het wel iets heel anders. We zijn immers in Laos, het land van de onbe­grensde mogelijkhe­den (de par­tij leest mee).

Oh, nog een infor­matiefje: we zit­ten nu in een Inter­net­cafe. Geen WiFi op onze kamer, natu­urlijk. We zullen daarom waarschi­jn­lijk niet elke dag iets van ons laten horen en spaarzaam zijn met de foto’s. Geen zor­gen maken dus!


16° 28' N, 107° 35' E
1 May 2010, 16:26

Bye Vince and Siam

Het is gelukt… de brom­mers (Vince en Siam) zijn verkocht.
We hebben gis­teren niet zoveel gedaan, ik heb een beetje op bed gehangen want voelde me niet super en Michiel is met Sylvia naar het citadel geweest. ‘s Avonds zijn we lekker uit eten geweest en hebben nog wat op het balkon gechilled.

Het is ongelofe­lijk hoe moe we beide zijn, dus we doen het heer­lijk rustig aan.

Van­daag was dan de bedoel­ing om de motor­fi­et­sen te verkopen. Van de dame bij de recep­tie kre­gen we de straat door waar de meeste motor­bike shops (het heet hier een motor­bike) zaten. Wij op onze brom­mers erheen. We wer­den erg telerugesteld, van­wege de Saigonese num­mer­platen was het hoog­ste bod wat we kre­gen 3,5 miljoen dong (175 dollar).

We had­den juist gehoopt dat het in een grotere stad makke­lijker zou zijn om ze voor een goede prijs te verkopen…
Omdat de motor­bikes vies waren hebben we ze nog laten wassen en even naar de accu laten kijken van Michiel, helaas, die is er niet echt beter op geworden.

Het idee was om dan maar ergens in een toeris­ten­straat in een kroeg te gaan zit­ten met de brom­mers voor de deur met brief­jes erop. Alleen had­den we geen papier. Op zoek naar papier kwa­men we in gesprek met een NL meisje die vrien­den had die ze miss­chien wilde kopen. We had­den zelf bedacht om 450 dol­lar voor beide te vra­gen (in Saigon had­den we ze voor $420 kun­nen terug verkopen). Ze hap­ten toe aangezien ze naar Saigon zouden rij­den en zij ze daar ook kon­den verkopen. We had­den de prijs al genoemd, dus kon­den niet opeens omhoog gaan.
De heren had­den nog nooit een brom­mer gere­den en von­den het net zo span­nend als wij twee weken gele­den. Uitein­delijk hebben we afge­spro­ken samen te gaan eten zodat wij Sylvia nog even uit kon­den zwaaien.

We zijn nu net terug van het eten­tje, het was ontzettend gezel­lig en we hebben er dus $450 voor gekre­gen. We waren bang dat we het in dong betaald zouden kri­j­gen (op zich erg logisch) en waren aan­ge­naam ver­rast met de dol­lars omdat we die in alle lan­den om kun­nen wisselen.

De zelf­s­tandigheid en flex­i­biliteit zijn we nu de brom­mers verkocht zijn kwijt maar ook de ver­ant­wo­ordelijkheid en dat is ook wel weer fijn. Mor­gen nog een dagje relaxen in Hue en een bus naar Savan­hakhet (Laos) boeken en dan gaan we weer op pad. Wat zijn we toch een mazzelaars!