Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


4° 28' N, 101° 23' E
4 September 2010, 15:35

Jungle Judy

10. figuren in de bergen

Michiel heeft al geschreven over wat we alle­maal hebben gedaan, maar niet verk­laard waarom we helaas maar zo weinig foto’s had­den. Hee­laas was de accu vanonze cam­era niet opge­laden en zat de extra accu in een andere tas. Gelukkig waren er meer mensen van ons hos­tel mee en heb ik net nog even wat foto’s gesprokkeld. Hieron­der dus nog wat aan­vullin­gen op de eerdere foto’s. Het is hier prachtig :)

We zijn ook nog langs een inheemse stam zijn geweest (huis­jes van golf­platen en gewoon in spijker­broek). De oor­spronke­lijke manier van jagen is daar met kleine pijlt­jes (veg­elijk­baar met sate stok­jes, pre­cies het­zelfde eigen­lijk) die door een buis wor­den geschoten. We mochten het ook even proberen. Na de shock van het rij­den in de jeep was het moeil­ijk om stil te houden maar het bleef ontzettend gaaf. Over je jeep­tocht heeft Michiel geen woord over­dreven. We zijn onder­tussen wel wat gewend, maar de jeep leunde soms zover naar een kant dat ik dan maar kort bij Michiel op schoot ging zit­ten in de hoop zo wat meer even­wicht te bren­gen. Dat maakte weinig uit, maar wat beter dan tegen het raam aange­drukt te zitten.


4° 28' N, 101° 23' E
4 September 2010, 12:27

Stinkbloemglibberen

14. Michiel probeert bij twee parende kevers uit de buurt te blijven

Het is waarschi­jn­lijk niet zo’n eerbiedige naam voor (ken­nelijk) ‘s werelds groot­ste bloem, maar eerlijk is eerlijk, hij stinkt. Van dicht­bij heb ik hem niet gero­ken, maar het was zeker niet de lucht van rozen­blaad­jes die alle vliegen tot het grote bru­in­rode geval aantrokken. Heel bij­zon­der om te zien, zeker wetende dat Rafflesia’s maar één keer in hun leven voor een paar dagen bloeien.

Overi­gens was het niet zo makke­lijk om die stinkbloem te vin­den. Vanocht­end wer­den we opge­haald met een oude lan­drover, een­tje zon­der profiel op de ban­den. We maak­ten ons maar geen zor­gen. Drie kwartier later eindigde de asfaltweg en kre­gen we het sein ‘offroad’. Dat klonk span­nend, maar bleek in de prak­tijk eerder angstaan­ja­gend. Zon­der profiel had de 4x4 soms best wel moeite om over het smalle, mod­derige en vooral ook door­groefde pad te ger­aken. Twintig minuten en heel wat ste­vig geknepen han­den later kwa­men we aan het einde van de weg.

De gids vertelde ons, miss­chien om ons in te peperen, dat in som­mige delen van het jaar het pad voor de jeeps te onbe­gaan­baar waren en mensen dan de hele tocht (zon­der lies­laarzen) naar boven moesten sop­pen. Enfin, aldus rel­a­tiveer­den we onze dra­betappe om gauw verder te gaan met het wan­deldeel. Dat viel erg mee. We maak­ten een lekkere jun­gle­wan­del­ing met wat klauteren en glib­beren, maar zon­der al het andere dat zo’n tocht verve­lend kan maken (zoals muggen en vliegen).

Aan het eind van de wan­del­ing ston­den we dan oog in oog met de Raf­fle­sia: bijna alsof de bloem zo uit het sprook­jes­bos van de Eftel­ing was geplukt. De leer­achtige bloem­bladen en de oran­je­bru­ine kleur riepen een papier-maché beeld op. Uit­er­aard bleven we net­jes van de bloem af, maar op de foto mochten we er wel mee…

Enfin, de rest van de dag hebben we nog wat in de omgev­ing rondgekard. Een hapje gegeten bij een lokaal Indi­aas restau­rant (lekker!), een bezoekje aan de plaat­selijke theefab­riek van BOH en nog wat rond­kijken bij een vlin­der­boerderij en aard­bei­plan­tage. Op de vlin­der­farm had­den ze behalve vlin­ders nog een paar exo­tis­che insecten: nog nooit zulke grote kev­ers gezien! Uit­er­aard hebben we nog een paar verse zomerkoninkjes (met sla­groom en hon­ing!) genut­tigd om nu redelijk uit­gevlo­erd nog een plan voor de avond te maken. Miss­chien met een paar mensen de kroeg in en nog wat napraten over bloe­men die naar kaas ruiken en kev­ers met een neushoorn?