Een korte dienstmededeling. In de geringe momenten van ledigheid die het drukke reizigersbestaan mij laat heb ik kansgezien een veelvuldig gerapporteerd probleem met de website (eindelijk) naar een andere wereld te helpen: reacties die bij onze stukjes geplaatst worden komen eindelijk weer op de goede plaats terecht. Voorheen werden, door een onduidelijk probleem, reacties bij schijnbaar willekeurige verhaaltjes geplaatst. Dat alles, lieve mensen, is dus verleden tijd. Neem de gelegenheid ten baat om dit moois gerust eens uit te proberen.
24° 20' N, 109° 25' E
22 March 2010, 15:18
Reiziger zijn
Vijfentwintig dagen onderweg. Judica en ik zijn reizigers geworden. Nog nooit ging ik zo lang op reis. Vanavond luister ik voor het eerst naar muziek op mijn MP3 speler. Ik verveel me niet, er gebeurt altijd wel iets en als er even niets gaande is, is dat met opzet om te rusten.
Buiten schieten landschappen voorbij. Nu donker, eerder nog verlicht door een zon die de afgelopen dag steeds warmer is geworden. We kruisen de kreeftskeerkring en komen in subtropisch gebied. Alles verandert en tegelijkertijd blijft er ook zoveel hetzelfde.
Naast me ligt mijn rugzak. Mijn huis. Inmiddels weet ik de weg in huis. Ik sjouw al meer mee dan toen ik uit Nederland vertrok. Een nieuwe broek uit Peking, ook een paar t-shirts. Onderweg heb ik drie speldjes verzameld, één met het trotse gezicht van de grote Khan, wat sterren en een paleis op rood uit China en een statig gebouw uit Irkutsk. Maar niet alles heeft het gered. Een thermometer moest achterblijven omdat hij rode tranen plengde en mijn bruine afritsbroek heeft onbedoeld een niet-zo-sexy open kruis gekregen.
Het leven was tot nu toe conformtabel. Aankomen, dat levert wat stress op. Je weg zoeken. Waar kunnen we eten kopen? Waar kunnen we ‘s avonds iets bikken? Wat is leuk? Steden zijn dan makkelijk. Nu trekken we door naar Vietnam. Voorlopig mijden we de steden een beetje, want stadsmoe. Maar in steden spreekt men Engels, is alles veilig en eenvoudig. Buiten wordt het handen-en-voetenwerk. We houden ons beeldwoordenboek paraat.
Vanmiddag hebben we kennelijk eendenmaagjes gegeten. Het was wat taai, maar zag er beslist smakelijk uit. Ik dacht aanvankelijk een soort rundvlees op de schotel te hebben zien liggen. We hadden geen idee wat te bestellen en wezen dus maar iets bij iemand aan. Interessante gewaarwording. Het was smakelijk, maar wetende wat het was had ik het nooit besteld. In Vietnam eten ze alles. Vrijwel letterlijk. Sommige diersoorten worden door de Vietnamese eetlust zelfs bedreigd.
Nog een uurtje of drie eer onze trein halt houdt in Nanning. We maken ons klaar om China te verlaten. Vietnam lonkt. Maar weg zijn we nog niet. Reizigers moeten zelf voor hun vervoer zorgen. Hoe komen we in Vietnam? De trein, waarschijnlijk. Maar zijn er niet ook bussen? Misschien is dat wel goedkoper? Hoe lang doet zo’n bus er dan over? Comfort? Toch maar de trein doen dan? 35 dollar is niet veel voor een treinreis. Hoe staat het trouwens met ons dagbudget? Leven we niet te duur? Maar ach, vandaag hebben we maar zes euro uitgegeven, dus dat gaat dan toch wel goed? Allemaal vragen.
Onze Chinese reisgenoot snurkt. Veel mensen snurken. Naarmate mensen dichterbij bij je oor slapen, snurken ze harder. Dat is de regel. Gelukkig heb ik oordopjes bij me. Treinbanken slapen overigens toch niet echt lekker, dus veel slaap mis is door de zagerij eigenlijk niet. Nog een paar liedjes luisteren en dan zelf ook nog even op een oor gaan. Wij zijn reizigers.
51° 47' N, 4° 37' E
4 February 2010, 22:31
Viz a viz
De pre-reisdag van vandaag in het kort: nieuwe fietsenstalling in ‘s-Gravendeel; paspoorten (met visa) eindelijk weer terug; presentatie zonder eindbazen een succes. Misschien moet ik nog een korte toelichting geven. Headlines werken op TV beter dan hier, bij mij op m’n witte scherm.
Vanochtend, in alle vroegte, waren er al ‘werklieden’ bezig op het busstation van ‘s-Gravendeel (Busstation is hier een eufemisme voor een lusvormige uitstulping in de weg waar weleens bussen gezien worden). Ze waren nieuwe fietsenrekken aan het plaatsen. Zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt natuurlijk enige daadkracht verwacht, en die kan de burger dan ook krijgen, zelfs als daarvoor vijf zielen onredelijk vroeg hun warme lappen uit moeten. De hele matineuze operatie verklaart wel waarom ik gisteren mijn fiets kwijt was. Waarschijnlijk hebben dezelfde werklui (of verwanten) al met de fietsen lopen sleuren. Verder weinig belangstellend.
Dat de visa klaar zijn is groter nieuws. We waren er al een flinke tijd op aan het wachten. Via het Internet volgden we trouw de bewegingen van onze paspoorten langs ambassades in Den Haag en Brussel. Vanmiddag konden we de stickers en stempels die het tastbare bewijs van de reislust van onze legitimatiebewijzen vormen in ogenschouw nemen. Prachtig! Digitale beelden volgen spoedig, al waarschuw ik nu vast dat de hologrammen die zowel de Russen als de Mongolen op hun visumstickers gezet hebben het waarschijnlijk als bits en bytes minder goed zullen doen. Overigens waren de rode boekjes per abuis naar ons oude huis — nu dichtgespijkerd en slooprijp — gestuurd; per aangetekende post, dat wel.
En dan het laatste nieuwsitem: presentatie van mijn ‘product’ aan mijn collega’s, vanmiddag. Dat klinkt grootser dan het was. Feitelijk was het een praatje pot met wat plaatjes uit de toverlantaarn om het geheel wat officiëler te maken. Lekkere (maar ook weer niet zo heel lekkere) stroopwafels leukten het evenement nog wat verder op. De beide eindbazen van het grote ren-je-rot spel dat bij ons op de zaak wordt gespeeld lieten zich beiden excuseren. Iets met bruine bonen en uitlaatgas. Enfin, het waren drie gezellige kwartieren die me bovendien nog maar weer eens de gelegenheid gaven op te scheppen over onze reisplannen en het almaar slinkende aantal dagen alvoor die werkelijkheid worden. Zomaar een dag…
51° 47' N, 4° 37' E
3 February 2010, 22:46
Eigen plek
Vaker dan me lief is merk ik dat dingen voor mij liefst een eigen plek moeten hebben. Een slecht, maar daarom niet minder noemenswaardig voorbeeld is bijvoorbeeld mijn fiets. Ik vind het fijn als mijn fiets zijn eigen plek heeft en houdt. Vandaag bijvoorbeeld, kwam ik na mijn werk uit de bus, om vervolgens 5 goede minuten te moeten spenderen aan het zoeken naar mijn fiets.
Het busstation van ‘s-Gravendeel is, zo weten slechts weinigen, weinig meer dan een bypass in de toch al niet zo heel drukke hoofdstraat van het dorp. Behalve twee haltehokjes vind je er nog drie fietsenrekken. In het linker rek had ik vanochtend mijn fiets gezet. Niet zo solide, maar half in het rek (want haastige spoed), maar voldoende voor een dagje, dunkte mij. Vanmiddag was hij dus weg.
Na veel turen en kraken vond ik uiteindelijk mijn fiets, nonchalant leunend tegen het bushokje voor de lijnen richting Dordrecht. Wat deed hij daar? Het slot zat er nog altijd op en zelfs zonder dat slot zou mijn fiets — het is niet echt een avonturier — vast niet zo ver van zijn eigen plekje zijn afgedwaald. Iemand heeft mijn fiets verplaatst!
Nog 22 dagen van onze wereldreis verwijderd, is de zorg nu eerder dat ik die eigen plaats van dingen zo belangrijk vind, dan dat ik me wezenlijk opgelaten voel door de geamuseerde blik van het tienermeisje in het bushokje aan de overkant. Hoeveel eigen plek krijg je op een wereldreis? 80 liter, of zoveel als er werkelijk in mijn rugzak past. Te klein voor een fiets, in elk geval…










