Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


21° 3' N, 105° 50' E
24 March 2010, 1:27

Lovely Nanning, welcome to Vietnam

8. De oude kern van Hanoi bestaat uit dit soort rumoerige, levendige straatjes

Gis­teren was een rare dag, nadat we de tick­ets voor de trein had­den gekocht had­den we verder niets te doen dan een beetje rond te lopen. Ik moet beken­nen, Nan­ning heeft mijn hart voor China sneller doen klop­pen. Zoals geschreven voelde het een beetje als Italie, de sfeer, de mensen en de tem­per­atuur. We hebben heer­lijk rondgekuierd langs alle winkeltjes.

Na een lange straat kwa­men we bij een park aan, het is grap­pig, ze zijn geen Euro­pea­nen gewend want we wer­den nog best veel aangekeken. Het park zwer­mde met de mensen en je zou niet zeggen dat het een door-deweekse dag was. Er werd gekaart, Chi­nees schaak gespeeld, sigaret­ten gedraaid, veel gespu­ugt maar met name genoten. Bij een soort van winkel­cen­trum hebben we heer­lijk gegeten, voor 2,40 alle­bei een maaltijd met rijst. Er werd spe­ci­aal iemand gehaald die Engels sprak en ze wilden het ons zo graag naar de zin maken. De mensen zijn gewoon vrien­delijk en behulpzaam. Hele­maal toen Michiel zijn Cola omgooide kwam de man­ager zelfs helpen om de tafel snel weer schoon te maken en uit­er­aard een nieuwe cola. Ser­vice met een glimlach.

We zijn verder gelopen nog meer in mijn ogen ‘echt’ Chi­nese straat­jes met alle­maal winkelt­jes, eten, elec­tron­ica. Fran­cis en Aman, kled­ing in jul­lie maat en zo ontzettend veel keuze. Het was echt geweldig en we hebben dan ook met volle teu­gen genoten. Op een gegeven moment waren we in die kleine straat­jes hele­maal de weg kwijt. Weer hele­maal terug gelopen en even in het park gaan zit­ten.
Daar werd muziek gedraaid en waren alle­maal mensen aan het sti­jl­dansen. Het was leuk om te zien hoe ze dansen en ik heb Michiel kun­nen over­tu­igen om ook een dan­sje te wagen (chachacha op bergschoe­nen, geen aan­rader). Ik vond het hele­maal super maar als euro­pea­nen blijf je niet onopge­merkt en na het num­mer stond er een hele kring om ons heen die applaud­is­eer­den. Toen we weer gin­gen zit­ten kreeg Michiel heel veel com­pli­men­t­jes, grap­pig is dat hij ook de com­pli­men­t­jes voor mij kri­jgt. Hij heeft het goed gedaan met mij bleken ze te zeggen. Erg grap­pig alleen was Michiel wat gegeneerd.

Weer terug naar het hotel, spullen pakken en het sta­tion amar eens verken­nen, het ging alle­maal soe­pel, alleen was Michiel zijn jas nog even kwijt (en weer gevon­den) en ruim op tijd zaten we in de trein. Vier­per­soon­scoupé met zijn tweeen, de trein was erg leeg.

Van­nacht moesten we notabene twee keer de trein uit, eerst bagage­con­troloe en paspoort­con­t­role in China, daarna (na een half uurtje dut­ten) eruit voor een con­t­role in Viet­nam bij Dang Dong. Alle bagage moest elke keer mee. Het sta­tion was echt prachtig, maar geen puf om foto’s te maken. De rest weinig geslapen.

Om 5 uur lokale tijd kwa­men we aan, zon­der geld en dus erg vroeg. We zijn maar gaan lopen en zijn erachter gekomen dat er ook in de buiten­wijken veel pin machines staan. Alleen doen ze het echt niet alle­maal. Pas de 7e pin automaat werkte en toen kon­den we een taxi pakken. We zit­ten nu in het hotel te wachten tot we in kun­nen checken, maar er is al een heer­lijk ont­bi­jtje geserveerd en we komen weer hele­maal tot rust.


22° 49' N, 108° 22' E
23 March 2010, 6:05

Pittaya, zweet en kaartjes in Nanning

minikeukentje

Het is nu rond 13:00, we zijn net langs de lokale fruit­mark­ten gelopen en hebben veel din­gen gekocht­die we niet ken­nen. Van­nacht zijn we rond 02:00 aangekomen, de trein had ver­trag­ing. Gelukkig had­den we een hotel gezocht wat ongeveer naast het sta­tion lag, dus dat was snel gevon­den. We hebben gere­serveerd, ja… maar de kamer die we gekre­gen hebben is toch iets luxer dan wat we geboekt hebben. Mazzel, want we hebben de prijs wel gewoon op papier staan, dus als ze moeil­ijk doen is het niet onze schuld.

De kamer is luxe… de meest lux­ueuze kamer tot nu toe. We hebben twee 1.20 bed­den, een bankje, een bureau met com­puter, een tafel met spiegel, een mini keukentj, arico, tv en bad­kamer. Kor­tom, we baden in de luxe.

Het geluk is dat we een inter­netk­a­bel hebben, na al het inter­net gedoe in Bei­jing ( tot nu toe groot­ste bron van frus­tratie op de reis) is het heer­lijk gewoon even te kun­nen posten.Vannacht bij aankomst was het in Ned­er­land een nor­male tijd zodat we ook nog weer een keer hebben kun­nen bellen. We horen dat veel mensen ons vol­gen, maar even een stem horen is toch ook fijn.

Het groot­ste doel van van­daag was tick­ets bemachti­gen voor de trein van vanavond naar Hanoi.  Via Google trans­later had­den we de zin ‘wij willen twee tick­ets voor de trein van vanavond naar Hanoi’ ver­taald en op de Bebooks gezet. Toen we het hotel uitliepen van­mor­gen viel de warmte en vochtigheid als een deken over ons heen. Met alle fruit­stal­let­jes en winkelt­jes is dit het China wat ik voor ogen had, warm, zwe­terig maar ontzettend lev­endig. Grap­pig eigen­lijk, je kri­jgt dan pas echt een vakantiegevoel. Gis­teren hoor­den we da thet in Ned­er­land ‘ein­delijk’  een beetje lekker weer wordt. Wij zijn bin­nen 3 weken van +2 naar –24 en weer terug naar +25. Ongelofe­lijk en een beetje bizar. De nieuwe spijker­broeken zijn alweer te warm om te dra­gen en we komen tot de pijn­lijke con­clusie dat we echt niet genoeg ‘lichte’ en luchtige kled­ing bij ons hebben.

Terug naar de tick­ets. Ze begrepen pre­cies wat we bedoelden met de Bebook en afgezien vand at ik mijn paspoort in het hotel had laten liggen ging het vloeiend. We hebben berek­end dat de tick­ets ons nu ongeveer 210 euro hebben gekost voor 2 pers (van Bei­jing naar Hanoi) ter­wijl als we de recht­streekse trein had­den genomen dit meer rond de 550 zou zit­ten. Toch lekker bespaard en dat maakt dat we ook beter van de luxe in de kamer kun­nen genieten.

Michiel heeft net een vrucht ontleedt, geen idee hoe we het moeten eten, hij omschri­jft het als een waterige kiwi. Google verteld ons dat het een Pit­taya is ( http://en.wikipedia.org/wiki/Pitaya)… hmm, lekker fruitontbijt!


39° 54' N, 116° 19' E
22 March 2010, 12:07

Het grootste treinstation van Azië

Klein trauma gis­ter­avond. Groot gebouw. Heel groot gebouw. Gis­ter­avond om 18:46u vertrok onze trein vanaf Bei­jing West naar Nan­ning (zuid China). We had­den geen idee dat Bei­jing West groter zou zijn dan het cen­trale sta­tion. Sterker nog, we had­den niet gedacht op het groot­ste tre­in­sta­tion van heel Azië terecht te komen. Het was een indruk­wekkende ervar­ing. Gewapend met slechts een vertrek­tijd en trein­num­mer (T189) kwa­men we in de inmense vertrekhal terecht. Het voelde meer als een vliegveld dan als een tre­in­sta­tion, om eerlijk te zijn.

Enfin, we trof­fen een groot scherm. Vier kolom­men met trein­num­mers en tij­den gaven de gang van zaken voor de komende uren weer. Ofschoon we ruim op tijd waren, stond onze trein al in de eerste kolom aangegeven. Afgezien van ‘T189’ en ‘18:46’ herk­enden we tussen alle Chi­nese sym­bolen verder niets dan een ‘9’. Geen idee waar dat op sloeg. Per­ron, dachten we? Maar op het sta­tion was ner­gens een ver­meld­ing van per­rons te zien, alleen ‘wait­ing rooms’. Op naar wachtkamer 9 dan maar.

Wachtkamer 9 deed niet onder voor een gemid­delde vertrekhal op Schiphol. 8 rijen met stoelt­jes en ladin­gen mensen, alle­maal bepakt alsof ze lang op reis wilden gaan. Verder langs de muren stal­let­jes met eet­waren en wat te drinken. Behalve een heren– en damestoi­let trof­fen we tot onze vber­baz­ing ook nog een ‘boiler room’ waar mensen hun noo­dles kon­den berei­den. We sloten plichts­getrouw maar aan in wat een rij leek voor trein T189. Want god­dank, ons trein­num­mer stond op een van de vier infor­matiebor­den in de hal vermeld.

Na een half uurtje wachten wer­den we ver­rast door man­net­jes in het rood. In de hoop wat wijzer te wor­den, toon­den we hen onze treinkaart­jes. Meteen ent­hou­si­ast gebaar­den ze ons mee te lopen. Mijn tas werd, na een paar gromgelu­iden van ver­baz­ing over het gewicht, op de schouder van een van de man­net­jes geholpen. Bij de ingang van de hal wer­den de tassen op een wagen­tje gelegd en naar een balie ger­acet. Wij holden ges­pan­nen achter onze bagage aan: wat gaan ze doen? Bij de balie kre­gen we twee ‘tokens’, zoals je die ook bij een garder­obe zou kri­j­gen, in ruil voor 10 yuan. Geen idee wat het plan verder was, liepen we — angstig dat onze tassen met kled­ing en eten in een bagagewagon zouden verd­wi­j­nen -  achter het man­netje aan.

Wat toen gebeurde was echt ver­baz­ing­wekkend: we schoten ergens een deur door en belanden daarmee op een lange gal­lerij boven de sporen. Veel sporen. Het rode man­netje vond moeit­eloos de weg naar het per­ron met onze trein en stopte het wagen­tje bove­naan de lange trap. We moesten de tokens weer teruggeven. Ik zocht nog naar een lift of een teken dat we onze tassen weer op onze ruggen moesten hijsen, toen het man­netje (amper 70 kilo zwaar) het gewichtige wagen­tje langs een te smal hellinkje de trap af liet gli­j­den. Hij moest al zijn gewicht in de strijd gooien en daar­bij ongeveer 45 graden achterover leunen om het kar­retje in bed­wang te houden. Het leek onmogelijk.

Heel­huids bene­den aangekomen raceten we verder naar onze wagon, alwaar we – na alle com­motie ein­delijk gerust – de trein instapten. Onze 4-persoonscoupé bleek nog leeg. Pas een paar uur later (we lagen toen al onder de wol) kwa­men er nog twee Chinezen bij. De oud­ste van de twee (Niu) sprak een paar woord­jes Engels en heeft ons het groot­ste deel van de dag bezigge­houden. Hij liet me Chi­nese wijn proeven (niks wijn, gewoon sterke drank!) en probeerde ons een paar sim­pele din­gen uit te leggen, waaron­der het feit dat onze trein ken­nelijk twee uur ver­trag­ing heeft opgelopen, ergens van­nacht. De aankom­st­tijd van de trein is vol­gens het spoor­boekje half 12 ‘s avonds, maar dat wordt nu dus ergens mid­den in de nacht. Dat wordt een korte nacht…


37° 4' N, 114° 30' E
21 March 2010, 14:00

Lale Chinezen

We zijn nu alweer bijna een week in China en dat het een ander volk is valt wel op. Hieron­der een paar opval­lend­he­den (voor ons dan) over Chinezen en Beijing.

  • Ik dacht dat Chinezen alle­maal erg klein waren, maar hoewel de gemid­delde lengte miss­chien niet hoog is zijn ze toch nog steeds langer dan mij.
  • De tafel­manieren van Chinezen zijn anders. Chinezen kun­nen zon­der meer beter met stok­jes over­weg dan ik ooit zal leren (al ging het best goed), maar stel je eens voor een bak noo­dles of spaghetti met een glib­berige saus op te eten met stok­jes. Dat gaat dus niet. Van­daag had­den wij iets soort­gelijks en ik keek om mij heen om te zien hoe de anderen dat deden. Het is sim­pel, je pakt een homp noo­dles en stopt die in je  mond (die dus vlak boven je bord zweeft) en ver­vol­gens bijt je de noo­dles af of je slurpt ze naar bin­nen. Tij­dens het eten in restau­ran­t­jes of food courts is ons al opgevallen dat ze graag de stilte van het eten door­breken met heer­lijke smak gelu­iden. Ik ben nog niet inge­burg­erd, sterker nog, Michiel en ik kon­den het niet eens al zouden we willen. Toch ergens nog iets opgepikt van de opvoeding.
  • Het toi­let­ge­bruik is hier meer als in Frankrijk, met van die wc’s die in de grond zit­ten en waar je over­heen staat (mod­erne ver­sie van het Mon­goolse toi­let). Dat is alle­maal logisch en goed, maar als je bij een groot waren­huis oid naar toi­let gaat sta je toch even raar te kijken als de toi­let­ten in zijn geheel geen deuren hebben. Je kon gewoon bij iedereen meek­ijken, niet echt mijn ding. Oh en nog iets, ze spoe­len het wc papier niet door (jakkie bah!)
  • Chinezen zijn echt dol op kinderen, als er een baby­wa­gen langskomt veran­deren mensen en als je kinderen wat ouder zijn pakken ze ze zo op om mee te spe­len. Net als alle andere kinderen vind ik ze volledig vert­ed­erend. Mij is echter opgevallen dat de kled­ing van de kleine kids (laten we zeggen tot 4 jaar ofzo) soms anders is. De kids hebben een broek aan met een soort van gat bij het kruis, nor­maal zie je dat niet behalve als je ze bijv. op je nek zet en de kont hangt naar bene­den. Dan komen daar bil­let­jes uitzetten. Ik denk dat het super prak­tisch is, makke­lijk te ver­scho­nen en als een kind moet hoeft het alleen maar op de hurken te gaan zit­ten. Zo heb ik al heel wat baby­bil­let­jes gezien.
  • Waar ik in Moskou/ Rus­land en Mon­golië vooral opmerkin­gen maakte over de schoe­nen en kled­ing van vrouwen, het is hier hele­maal anders. Uit­er­aard geldt het niet voor iedereen maar schat­tige kled­ing is hier hele­maal hip. Beert­jes op je hand­schoe­nen, strik­jes in je haar, op je schoe­nen, kit­tens op je rugzak het maakt niet uit als het maar op een kinder­lijke manier schat­tig is wordt het gedra­gen door vrouwen. Ik vond het al moeil­ijk om de leeftijd in te schat­ten, maar op deze manier heb ik het idee dat de helft vavnde bevolk­ing 12–15 jaar oud is.
  • Het met­rosys­teem in Bei­jing was ook weer zo heer­lijk goed geor­gan­iseerd. Er werd bij elke halte in het Engels verteld waar we waren en we kon­den de weg dan ook goed vin­den. Er hangen lcd scher­men in de metro en op alle sta­tions, alle lussen/ hand­grepen waren voorzien van reclame en het meest opval­lende: Bij som­mige tra­jecten was er in de metro­tun­nel ook reclame buiten/ op de tun­nel­muur. We weten niet of het gepro­jecteerd werd of dat er een scherm was wat mee­be­woog op de muur maar ik heb nog nooit zoi­ets gezien, hart­stikke hip!
  • Als een van de laat­ste acties van­daag ben ik los­ge­gaan in een snoep­winkel. Snoep geeft meestal wel iets van de cul­tuur weg en ik vond het wel span­nend. We kon­den niets lezen en hebben gewoon lukraak din­gen in een tas gegooid. De meeste din­gen die we hebben gekocht, zijn we nu achter. zijn gecon­fijt of gedroogd fruit. Er is eigen­lijk bijna geen chocola oid te vin­den. Het verk­laard wel waarom de kids hier niet zoveel overgewicht hebben en het is super lekker.
  • Michiel was opgevallen dat ze een soort van open­bare sport­speel­tu­inen hebben. Van­daag liepen we toe­val­lig langs zo een speel­tuin en daar staan dan (wel sim­pele) uitvo­erin­gen van een groot aan­tal fit­nesstoestellen. Een soort van loop­trainer (de NLse crosstrainer zon­der armen), voor buik­spieroe­fenin­gen, voor arm­spieren etc. Hart­stikke goed en voor iedereen toegankelijk.
  • Chinezen zijn dol op tokens, bon­net­jes etc. In som­mige winkels pak je iets wat je wilt kopen, dan krijg je eerst een bon­netje van een medew­erker, dat bon­netje reken je dan af en wordt gestem­peld, met dat gestem­pelde bon­netje ga je dan weer terug naar de medew­erker en kri­jgt je aankoop. Het is natu­urlijk ontzettend cor­rect maar soms gaat het wat ver. Op sta­tion daar­net heeft iemand ons geholpen met de tassen. Het was offi­cieel en we moesten er 10 yuan (ong 1 euro) voor betalen, ver­vol­gens kre­gen we beide een plas­tic plaatje met num­mertje. Niet dat onze tas ergens was gemerkt maar goed, Ver­vol­gens liepen we sowieso met hem mee en 5 minuten later kon­den we het dingetje weer inlev­eren. Hier­bij keek hij ook nog con­trol­erend naar het ding. Eigen­lijk volledig nut­teloos zou je kun­nen zeggen.
  • Last but not least, de chinezen die wij hebben ont­moet nemen het niet altijd zo nauw met de waarheid. We waren niet opge­haald omdat de auto op die dag niet mocht rij­den (ver­vol­gens kre­gen we een mail dat een andere medew­erker het was ver­geten door te geven). In de winkelt­jes waar je af kunt din­gen is het nog erger maar daar is het dan ook onderdeel van het spel. Zo wor­den type­num­mers opeens de óorspronke­lijke’ pri­jzen en doen ze je bijna geloven dat als jij niet koopt ze verhongeren.

Er zijn vast nog tien­tallen andere din­gen die ons zijn opgevallen, maar die even niet naar boven komen. Chinezen zijn een vrien­delijk volk, ze zijn niet bang je aan te raken en willen graag helpen. Ik geloof dat ze ons zo hier en daar ook grap­pig von­den en ons hartelijk hebben uit­gelachen. Ondanks de leuke din­gen is het toch nog niet hele­maal mijn land maar genoten heb ik zeker.


39° 55' N, 116° 24' E
21 March 2010, 9:19

Off the radar to Nanning

8. Ain't it pretty

Een waarschuwing voor onze trouwe vol­gers. Vanavond stap­pen we op de trein naar Nan­ning, zuid China. De trein komt mor­ge­navond, rond 11 uur aan. Tot die tijd dus geen updates. Gis­teren en van­daag hebben we een beetje rondgelum­meld, dus ook daarover valt weinig te vertellen.

Wel ben ik gis­teren nog even op de fiets gespron­gen. Het waaide flink. Er zat ook veel zand in de wind. De vrouw die de fietsver­huur regelde keek me vreemd aan: “Are you sure you want to rent a bike? There is a lot of wind!” Ik legde haar uit dat ik, als Ned­er­lan­der, voor een beetje wind niet bang ben.

Het was inder­daad een winderige fiet­stocht, maar wel de moeite waard. In drie uur ben ik op en neer naar het Olymp­isch park gefi­etst. Heb een paar mooie kiek­jes van het vogelnest gemaakt en ben weer terugge­fi­etst. Niets opwindends, maar wel een leuke manier om de stad eens anders mee te maken. Judica had nog teveel spier­pijn van onze muur­wan­del­ing, dus die heeft een dagje wat rondgehangen.

Nou lieve lieden: tot snel! En voor iedereen die een berichtje heeft achterge­laten: we hebben ze gelezen en vin­den het heel leuk om iets van thuis te horen. Helaas is het Inter­net hier in het hotel te langzaam om echt zin­vol iets terug te kun­nen schri­jven. Ook skypen zit er niet in. Beetje balen wel, maar helaas. Ter indi­catie: het online zetten van het ver­haaltje over de muur kostte me bijna twee uur. Goed, tot over vier dagen, dan vanuit Hanoi!


40° 39' N, 117° 25' E
19 March 2010, 14:50

Een wandeling over stenen en mist

6. Maar gaanderweg werd het weer beter

De grote muur van China is al eeuwen gele­den gebouwd. Aan­vanke­lijk in kleine stuk­jes. Elke kon­ing bouwde een muur om zijn eigen rijk tegen bar­baren te bescher­men. Pas toen al deze lan­den onder een groot keizer een gewor­den was, ontstond er de mogelijkheid de muren aaneen te bouwen. Het ver­haal gaat dat de muur, alle moeite ten spijt, nooit echt heeft gew­erkt. De zwakke schakel in de ket­ting van bikkel­harde ste­nen waren namelijk de poorten, vooral de poortwachters. Ze waren ken­nelijk gemakke­lijk om te kopen door bar­baren en boden ze, alle bloed en tra­nen van de muur ten spijt, voor een appel en een ei toe­gang tot het rijk.

Van­daag hebben we de muur bewan­deld, tussen Jin­shan­ling en Simatai, een wan­del­ing van zo’n 10 kilo­me­ter. In alle vroegte, 10 over 6 wel te ver­staan, wer­den we door een tour­ing­car opge­haald en richt­ing Jin­shan­ling gere­den. Rond 10 uur kwa­men we daar aan. Met een groep van zo’n 30 man begonnen we aan de wan­del­ing. De kabel­baan naar boven, die ons een flinke klim had moeten besparen, was niet oper­a­tion­eel. En tot over­maat van ramp was het verwachte zon­nige weer, 18 graden warm, ook uit­ge­bleven. In plaats daar­van hing er een zeer dikke mist rond de muur.

De eerste ander­half uur van de wan­del­ing waren ron­duit afzien. In tegen­stelling tot wat de foto’s in brochures doen ver­moe­den, ver­keert de muur voor het groot­ste deel in een uiterst slechte staat. Veel erosie heeft plaats­gevon­den en boeren hebben daar­naast veel van de ste­nen en aarde voor hun eigen doe­len gebruikt. Het was dus klauteren geblazen. Op veel stukken ont­braken kan­te­len, bestrat­ing en trap­tre­den. We zochten ons een weg door gruis en mist. Jam­mer, we genoten er niet echt van.

Pas tegen de mid­dag kwa­men we in de buurt van Simatai en begonnen zowel het weer als de muur zien­dero­gen te ver­beteren. Het klauteren werd weer klim­men en soms zelfs wan­de­len. De tocht ging ook weer meer bergafwaarts en door­dat de mist langzaam optrok kre­gen we ein­delijk ook een beeld van die won­der­lijke plaats. Achter ons zagen we de muur over bergruggen kro­nke­len. In die buurt ook kwa­men we een Engels stel tegen dat, vlak voor hun pen­sioen, in hun nette kloffie de muur in de tegen­overgestelde richt­ing wilde bed­win­gen. Ik heb ze aanger­aden recht­som­keerts te maken. Ze keken me raar aan, maar werke­lijk, ze gin­gen hun onheil tegemoet.

Er was een deel van de muur bij dat zo steil omhoog ging, dat zo slecht was, dat ik blij was dat een ‘sherpa’ (feit­elijk een boerin uit de buurt die wat bij probeerde te ver­di­enen) ons tipte dat er ook een sluiproute was. Weliswaar was ook die route van een hoog sur­vival­ge­halte, maar hij was lang zo steil en glib­berig niet.

Het einde van de tocht werd gemar­keerd met een lange hang­brug (Indi­ana Jones stijl) en een kabel­baan (type tokke­len) waar­langs je de laat­ste kilo­me­ter naar­bene­den kon afs­ni­j­den. Judica was moedig genoeg, ik bleef achter om foto’s te maken en het wan­del­pad naar bene­den te inspecteren. Somebody’s got to do it…


39° 54' N, 116° 24' E
18 March 2010, 13:22

There are nine million bicycles in Beijing

En wij hebben er van­daag twee gehu­urd. Na al het wan­de­len van de afgelopen dagen was het heer­lijk om van­daag te fiet­sen. De afs­tanden zijn enorm en als je met de metro gaat zie je er bijna niets van. Het blijkt dat het voor­naam­ste gezond­heis­risi­coin in Bei­jing het over­steken van een straat is. We hebben het geweten.

Na een langzame start (we moesten nog treintick­ets rege­len naar Nan­ning en een hand­wasje doen) spron­gen we op onze ijz­eren vrien­den. Naja, Michiel sprong er bijna over­heen want ze zijn natu­urlijk erg laag afgesteld. Ons doel was een beetje fiet­sen en nog wat andere belan­grijke shop­plekken bezoeken. Bij elk kruis­punt wachte ons weer een worstel­ing. Op zich zijn er gewoon sto­plichten en soms zelfs ver­keers­begelei­ders, maar het ver­keer wat recht­saf gaat mag hier gewoon door­ri­j­den, oppassen dus. Na een paar kruis­pun­ten ging het vloeiend. Bei­jing is echt ingericht op fiet­sers, er zijn fietspaden breder dan in Nederland.

De eerste bestem­ming was ‘Alien’s street’, een winkel­cen­trum wat met name uit spullen bestaat die uit het buiten­land kwa­men. We wer­den niet aange­spro­ken met ‘hello’ maar met het voor ons bek­ende ‘zdrastvi­etje’. Het was er warm en er was geen leuke sfeer dus op naar de vol­gende. Eigen­lijk had ik gedacht aan leuke winkel­straat­jes met mark­t­jes maar Bei­jing is te hip hier­voor, als je kunt winke­len dan moet het groot en met min­i­maal 6 verdiepin­gen, al bli­jft het een indoor markt. De vol­gende plek was meer zoals silk street waar we eer­gis­teren waren. We von­den er nog leuk onder­goed voor Michiel en kon­den ons toneel­stukje om de prijs weer begin­nen. Erg leuk… maar ook vermoeiend.

We sloe­gen een hoek om en zagen mensen in een luie stoel zit­ten, mas­sages, man­i­cure en pedi­cures. De pri­jzen waren ongelofe­lijk, een voet­mas­sage van 30 minuten voor 3 euro. Ik heb mijn hand– en teen­nagels laten doen (me so girly!) en Michiel is naast mij wegge­doezeld tij­dens een heer­lijke voet­mas­sage. Helaas waren mijn benen niet ingesteld op bezichtig­ing waar­door het chi­nese meisje vrien­delijk vroeg of ik ze niet toch nog gewaxt wilde hebben. eehhm… nee, maar bedankt. Boven in het food­court hebben we genoten van tot nu toe de beste kip in zoet­zure saus. In een woord heerlijk.

Na weer wat ver­keer te hebben getrot­seerd kwa­men we bij silk street waar ik nog een spijker­broek heb gekocht (zon­der stretch) en een vestje en 2 shirt­jes. Michiel deed de onder­han­delin­gen, het is grap­pig, op het moment dat het een jon­gen is kan hij kei­hard zijn maar al die kleine damet­jes met hun grote ogen vind hij moeil­ijk te weer­staan. Zo kwam het dat we bij een stand wegliepen bij het eind­bod van 50RMB (ong 5 euro)  voor een shirtje maar dat hij bij de andere stand gerust 60 RMB voor het­zelfde shirtje betaalde omdat die meid zo zielig deed. Ik geloof dat als we in Ned­er­land terug komen dat we het nog wel eens erg moeil­ijk zouden kun­nen kri­j­gen met niet afdingen.

Morgenocht­end moeten we vroeg op, we hebben een trip naar de Chi­nese muur gep­land met een 10 km wan­del­ing erover die ongeveer 4 uur duurt. Onze benen hebben van­daag iets meer rust gekre­gen, maar ik denk dat we over­mor­gen alle­bei weer zo een mas­sage gaan nemen. Het reiziger­sleven is geweldig!


39° 55' N, 116° 24' E
17 March 2010, 13:20

Langs rode huisjes

15. Kiekje in het Beihai park

Hoeveel keiz­ers er pre­cies gewoond hebben, dat duizelt ons een beetje. Maar het waren er beslist veel. Het oord schi­jnt ook diverse malen (deels) afge­brand te zijn, al dan niet door toe­doen van een bedi­ende die geld rook. Verder viel op dat de dom­i­nante kleuren rood en goud waren, met veel dec­o­ratie in blauw. De Ver­bo­den Stad, daar waren we vanmiddag.

De Stad is een enorm com­plex en ik geloof dat we het eigen­lijk het paleis museum moeten noe­men. Als Mao niet had inge­grepen was het hele dorp waarschi­jn­lijk zelfs door de Sov­jets zijn ges­loopt. Enfin, museum dus, maar strikt genomen de bak­er­mat van het grote Chi­nese rijk. Er wordt gezegd dat er bijna 9000 vertrekken in het com­plex zijn en ik wil dat best geloven. Het doorkruisen van de Stad via de zuid-noord as duurde (met alle Kodak momenten erbij) zeker een uur. En elke keer weer doem­den er indruk­wekkende, rode gebouwen voor ons op. Dan weer een poort, dan eens een hal, soms een keiz­er­lijke slaap­kamer, maar ook wel eens een slaap­kamer voor de con­cu­bines (wat, zoals men wel weet, een mooi woord is voor bijvrouwen, maîtresses of gewoon pret­madammekes). Enorm.

Na een uur of twee in de ver­bo­den stad (die vroeger voor volk van onze klasse vol­strekt ver­bo­den ter­rein was, op straffe van de dood) begonnen we ver­slen­terd en verkeken te raken. Na zoveel staren, oh en ah zeggen en bor­d­jes in (gebro­ken) Engels lezen, raak je murw. Hoe mooi zo’n com­plex ook is. De tuin aan het uiter­ste noor­den van de stad was dan ook wel een ver­adem­ing. Even geen gebouwen, maar bomen en rotspar­ti­jen. Overi­gens alle­maal, naar goed Chi­nees gebruik, wel gecul­tiveerd. De rotspar­ti­jen waren gebouwd van woeste en krul­rijke ste­nen en de bomen waren alle bonzaï-achtige cypressen. Schit­terend en vooral ook wonderbaarlijk.

Je voor te stellen dat vele gen­er­aties Chi­nese keiz­ers bijna hun hele leven in die stad door­brachten, is griezelig geloofwaardig: ze had­den vol­doende ruimte voor hun ambt, hun vrouw, hun bijs­lapies en hun vele kinderen. En dan bleven er nog vol­doende gebouwt­jes over om een kopje thee met de krant te con­sumeren, om de huwelijk­snachten te con­sumeren, om aan zeker een doz­ijn ver­schil­lende goden dank te zeggen en een paar doz­ijn fotoal­bums te stallen. Geen reden om door de indruk­wekkende poorten de vieze en onrustige buiten­wereld te betre­den dus.

Mmm, even een slokje chi­nese groene thee voor­dat ik verder ga. Gratis op de kamer. Heel aan­ge­naam (al smaak het warme vocht meer naar spinazie dan naar thee, wat mij betreft).

Na onze vorstelijke wan­del­ing zijn we verder gegaan naar de voor­ma­lige keiz­er­lijke tuinen, nu het Bei­hai park genoemd. Onze plat­te­grond van Bei­jing verk­lapte dat ‘bei’ feit­elijk ‘noor­den’ betekent en een snelle blik over de rest van de plat­te­grond gewor­pen ont­dek­ten wij ook een mid­del­park en een zuider­park, voorzien van vergelijk­baar cryp­tis­che namen. Heel overzichtelijk.

In het park trof­fen we een grote water­par­tij met daarin een groot eiland, een heuvel eigen­lijk, waarop een groot Tibetaans tem­pel­com­plex voorzien van een zware, witte pagode was gede­poneerd. Een flinke klim met een prachtig uitzicht tot beloning. Daar­boven werd ons eens temeer duidelijk van welke omvang deze stad werke­lijk is. Ter vergelijk: heel deel van de stad dat we tot dusver hebben bekeken heeft in ver­houd­ing tot de stad­splat­te­grond ter grootte van een oud­er­wetse ocht­end­krant (opengevouwen, wel te ver­staan) de omvang van een kleine Chi­nese hand­palm. Er is dus nog zoveel meer!

Mor­gen gaan we me maar eens een stuk op de fiets verken­nen. Die huur je hier gemakke­lijk en de vele fietspaden maken het een ver­lei­delijk ver­vo­ersmid­del. We willen graag treinkaart­jes naar Hanoi gaan boeken. Kijken of ons dat wil lukken. Mogelijk moeten we de reis in Nan­ning onder­breken en daar over­stap­pen op een tweede trein. Nog maar even zien. En oh, we gaan vri­jdag (verwachte tem­per­atuur, 19 graden in de plus!) 10 kilo­me­ter over de Chi­nese muur wan­de­len. Eens zien hoe 4 uur klauteren met een gids en een zon­netje ons bevalt!


39° 55' N, 116° 24' E
16 March 2010, 13:43

Hotelkamers in Beijing

spiegels boven het bed

Op het moment dat dit getypt wordt zit­ten Michiel en ik uit­geput op bed in onze hotelka­mer. De post van Michiel verteld over wat we alle­maal hebben gedaan van­daag en een beetje ver­moei­d­heid is begri­jpelijk. China is een totaal andere cul­tuur en we moeten er dan ook even aan wennen.

Nadat we gis­teren niet zijn opge­haald van het sta­tion maar toch zelf de weg hebben gevon­den naar ons hotel kwa­men we ver­moeid aan. De reserver­ing was hele­maal goed en we kre­gen de sleu­tel van de kamer. Bij bin­nenkomst viel mijn mond open. Er was al gezegd dat de kamer geen raam had (verve­lend, maar voor 12 euro per nacht en cen­traal gele­gen klaag ik niet). De kamer (incl bad­kamer) is ongeveer 3x5 meter. Aan de ene kant van de kamer is er een schuin dak waarop over de hele lengte en breedte spiegels zijn aange­bracht. Daaron­der staat een groot rood rond bed. Het geheel doet denken aan een sce­nario voor een slechte pornofilm. HYet geheel wordt ‘roman­tisch’ ver­licht door twee ultra felle spaar­lam­pen zon­der enige kap eroverheen.

In de bad­kamer zijn een wastafel, wc en douche. Over de hele breedte van de bad­kamer loopt weer een enorme spiegel. De douche is echter hele­maal niet afgeschei­den en de bad­kamer is door­weekt als wij hebben gedouched. Klaag ik? Dat is niet mijn bedoel­ing, Michiel past door het ont­breken van de rand in het bed en we hebben wel lekker onze eigen wc en douche (en niet eens buiten). Ik ver­baas me gewoon over de inricht­ing en vind het nogal ver­make­lijk. Chinezen kijken blijk­baar graag naar zichzelf in bed en in de bad­kamer. Weer eens wat anders. Ik vraag met stiekem wel af wie er voor deze inricht­ing kan hebben gekozen,

We waren gis­teren kort bij een ander hos­tel (er ston­den Aussies buiten die ons vertelden dat we er een kaart kon­den kopen) en hebben daar ter­loops naar de pri­jzen gevraagd. Het ligt 1 straat hier­van­daan dus de lokatie kan het niet geweest zijn maar de prijs was 18 euro voor een tweep­er­soons pri­vate met gedeelde bad­kamer. Ik reken me rijk op ons rode bed :)


39° 54' N, 116° 24' E
16 March 2010, 13:37

Groot plein, grote markt

3. Prachtig parkje

Meteen geef ik het maar toe: we waren vanocht­end niet al te vroeg op. Onze kamer in het For­bid­den City hotel (inder­daad vlak­bij de ver­bo­den stad, of ‘Palace Museum’, zoals ze het hier poli­tiek cor­rect noe­men) heeft geen ramen en het is dan ook nogal moeil­ijk een gevoel voor tijd te kri­j­gen. Het was dan ook een totale ver­rass­ing te merken dat het weerk van­daag zowaar heel aan­ge­naam was. Een graad of 12 gaf onze ther­mome­ter aan. Bepaald aangenaam.

Enfin, om een uurtje of 11 ston­den we dus op straat, gewapend met weinig meer dan een vaag plan en wat Yuans. Het idee was om naar het plein van de hemelse vrede te gaan en daar­van­daan een door de Lonely Planet voorgestelde wan­del­ing te maken. Het plein ligt 10 minuten lopen van het hotel van­daan en het was door z’n grootte sowieso niet al te moeil­ijk te spot­ten. Er daad­w­erke­lijk op komen bleek lastiger: toe­gang is alleen mogelijk via een van de diverse tun­nels onder de hoofd­straten door en in elk van de tun­nels ston­den mil­i­tairen klaar om bezoek­ers van de vlakte te fouilleren en alle tassen te X-rayen. Effi­ciënt als de zaken hier ver­lopen, duurde het wachten in de imposante rij bezoek­ers niet meer dan 10 minuten.

Het plein laat zich het best omschri­jven als: ‘uiter­mate groot en uit­gestrekt’. Het rode plein is er een klein trapveldje bij. Erg gezel­lig is het in het hemelse domein overi­gens niet: vooral veel tegels en mil­i­tairen. Een ent­hou­si­aste Chi­nees vroeg ons of hij met ons op de foto mocht, met als achter­grond de poort naar de ver­bo­den stad. Geen prob­leem: een beetje glit­ter en glam­our mag ik wel…

Mid­den op het plein von­den we een groot mon­u­ment voor de volk­shelden en een enorm, vierkant gebouw dat als mon­u­ment voor Mao dient. Hij zal daarbin­nen ook wel ergens opge­baard liggen, maar wegens ‘het onder­houden van de uitrust­ing’ is het gebouw het groot­ste gedeelte van deze maand dicht. Na een half uurtje had­den we het plein wel gezien en zijn we op voor­spraak van de LP gaan wan­de­len. Dat had­den we snel gezien. Weinig bij­zon­ders te zien dan grote gebouwen.

Leuker werd het toen we (Judica herin­nerde zich er iets over gelezen te hebben) een eetorgies­traatje von­den, een zijs­traat van de Chi­nese Kalver­straat plus plus (mega­lo­maan, met Her­mès, Cartier en nog tien grote namen). De hele straat – of liever, steeg – stond vol met eetkraam­p­jes. Alles werd gebakken en verkocht, var­iërend van vleesspiezen tot schor­pi­oe­nen, zeester­ren, ink­tvis­jes en slan­gen. Niet echt mijn smaak, maar Judica wist toch nog een maïskolf naar bin­nen te werken.

Wederom op advies van de LP zijn we daarna – ons leven in de metro riskerend; wat een drukte – naar de Silk Street gegaan. We had­den geen idee wat het pre­cies zou zijn, maar vol­gens onze gids was het een grote kled­ing­markt. We vie­len bijkans steil achterover van wat we trof­fen: een vijf verdiepin­gen hoog gebouw, direct vanuit de metro toe­ganke­lijk, waarop let­ter­lijk hon­der­den kraam­p­jes (afmetin­gen 2 x 2 meter) alles van schoe­nen, kled­ing tot par­els aan de man brachten. En het verkoop­pro­ces was bepaald niet passief. Verkoop­sters, allen rond de 20 en goedge­bekt, klampten ons aan, probeer­den ons te ver­lei­den (‘Louis Vuit­ton bag, miss?’, ‘Gucci wal­let, mis­ter?’), en waren bepaald niet snel met een kort ‘nee’ tevre­den te stellen.

Uit­er­aard von­den we de moed niet weer­stand aan alle ver­lei­d­ing te bieden, en dus hebben ook wij ons op het jacht­spel gestort. Eerst een porte­mon­naie: mijn reis­porte­feuille had het al snel na vertrek begeven (het was dan ook al een oud beestje) en ik zocht ver­vang­ing. Al snel had ik een mooie gevon­den. Maar toen: onder­han­de­len over de prijs. Het eerste bod van de verkoop­ster was bepaald belache­lijk. Ze wilde tien­tallen euro’s hebben, veel meer dan we er in Ned­er­land voor over zouden hebben een leren porte­mon­naie met een bek­end logo te kopen. Mijn onder­han­del­ingsvaardighe­den had­den enige bijschol­ing nodig en met hulp van Judica, die in Turk­ije al wat had geoe­fend, bemachtigde ik het ding uitein­delijk voor 6 euro. Nog niet erg goed­koop, maar zeker acceptabel.

Toen een paar T-Shirts geprobeerd. Alle­maal grote merken, vri­jwel zeker nep. Mevrouw wilde graag 900 Yuan (ca. 90 euro) zien voor twee Quick­sil­ver shirts. Onze grens had­den we op 70 Yuan gezet. Een fascinerend spel vol­gde: ons open­ings­bod van 40 Yuan werd met ongeloof aangezien (op het dis­play van de reken­ma­chine die als bood­schap­per diende). ‘Are those dol­lars?’ We lachten om haar opmerk­ing en deden er 5 Yuan bij. Schoor­voe­tend gaf ze prijs en ver­laagde haar bod naar iets min­der dan 700 Yuan. ‘This is my final price.’ Natu­urlijk mevrouw, dachten we. Toen we op een pat­stelling (70 tegen ca. 250) waren aangekomen, besloten we de oude wegloop­truc uit de kast te halen. Die werkte. Ze riep ons een aan­tal lagere biedin­gen toe, tot­dat we uitein­delijk het gewen­ste bedrag vaag op de achter­grond hoor­den gal­men. Meteen liepen we terug en voltooiden we de trans­ac­tie. Gek genoeg was ze heel vrien­delijk en gedroeg ze zich in het geheel niet alsof we haar een poot had­den uitge­draaid. Immers, van 900 terug naar 70 Yuan lijkt bepaald een slechte zaak voor haar te zijn. Waarschi­jn­lijk had­den we de shirts nog wel voor wat min­der kun­nen kri­j­gen, maar wij waren tevreden.

Op een vergelijk­bare manier kochten we voor Judica en mij alle­bei nog een Diesel broek (hier en daar op de etiket­ten ook met Diese aange­duid; andere labels ver­toon­den ook ern­stige spelling­sprob­le­men) en een Bill­abong shirt. Voor niet teveel had­den we onze garder­obe toch aardig weten uit te breiden.

Oh, bijna ver­geten: van­mid­dag hebben we (uit­er­aard met stok­jes) gegeten in een onder­grondse ‘food street’. Een heel net en geor­gan­iseerd geheel van kraam­p­jes en zit­plaat­sen. Bij een cen­trale balie kon­den we een pasje opladen (ze zijn hier dol op pas­jes) en bij alle kraam­p­jes inzetten voor betalin­gen. We besloten onszelf een vier­vaks­bord vol heer­lijkhe­den cadeau te doen en kwa­men er, gezeten aan een van de vele bankjes, achter dat we daar niet meer dan 26 Yuan (min­der dan 3 euro) voor had­den hoeven betalen. Onwaarschi­jn­lijk. Overi­gens gaat het eten met stok­jes ons steeds beter af. Zelfs de rijst gleed nog amper tussen onze stok­jes door.