Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


3° 9' N, 101° 42' E
7 September 2010, 16:17

Blubberdorp

25. Zo leuk zo'n kind, maar die bilnaad

Gis­teren kwa­men we al in Kuala Lumpur aan, maar erg veel moed om grote din­gen te doen had­den we nog niet. Dat gehobbel met die mini­van was met name mij niet in de koude kleren gaan zit­ten. Van het heftige bocht­en­werk aan het begin van de rit was mijn maag wat van slag ger­aakt en de anti-allergiepil van de avond tevoren had me erg duf weten te maken. Maar goed, van­daag een nieuwe kans.

De nacht in ons hos­tel was kouder dan gedacht. Uit zuinigheid had­den we geen A/C besteld, maar zelfs met alleen de ven­ti­la­tor aan kre­gen we het van­nacht nog best koud. We zijn duidelijk aangepast aan het kli­maat (of gewoon zeik­erds). Vanocht­end hebben we ont­beten bij de 7-eleven, want we had­den weinig zin om er gedoe van te maken. Gewoon een paar witte pun­t­jes gevuld met kaya (eier­jam met kokos) en gaan met die banaan.

Voor de lunch had­den we afge­spro­ken met Anton, een Wit-Rus die we op Koh Tao ont­moet had­den. Om tot die tijd nog wat te doen te hebben, besloten we Times Square maar eens te verken­nen. We had­den begrepen dat Times Square een vele verdiepin­gen hoog mark­t­ge­bouw was, maar daar kwa­men we een beetje bedro­gen mee uit: het bleek gewoon een enorme shop­ping mall te zijn, zoals KL er zove­len rijk is. In zo’n winkel­cen­trum is nor­maliter niet veel te doen en we verwachten dan ook weinig. Judica trak­teerde zichzelf op een lekkere sand­wich van Sub­Ways (want aan Amerikaanse restau­rants is op Times Square geen gebrek) en daarna stiefelden we door naar de 6e verdieping.

Op de plat­te­grond stond aangegeven dat in het gebouw een ‘theme park’ was. Dat had­den we in Penang ook al eens zien staan en het bleek dan om een gokhal te gaan. Even­goed nieuws­gierig heb ik Judica meegesleurd om tot een ver­rass­ing te komen: een deel van de wolkenkrab­ber bleek tussen de 5e en de 10e verdieping te zijn opengew­erkt om een waar indoor-pretpark te her­ber­gen. Behalve diverse ker­misat­trac­ties was er ook een heuse (en geen kinder­achtige!) acht­baan. We hebben hem niet in werk­ing gezien, maar het zag er best angstaan­ja­gend uit.

Uit­er­aard was er bij het pret­park ook een oud­er­wetse gokhal en dit keer kon­den we ons niet bed­win­gen. We hebben voor 3 euro aan tokens gekocht en zijn los­ge­gaan op de appa­raten. Eerst een paar spel­let­jes Street­fighter 4 tegen elkaar. Ik heb Judica hele­maal inge­maakt, ha! Daarna de airhock­eytafel bed­won­gen: 6–5 voor Judica. En om het hele­maal af te maken zijn we alle­bei nog een paar rond­jes op de motor­fi­ets wezen scheuren. Met 150 door de bocht… dat deed ons terug­denken aan de goede oude tijd in Vietnam…

Rond twaalf uur hebben we Anton van de mono­rail opgepikt. Overi­gens ook een fan­tastis­che uitvin­d­ing. Ik was er meteen gek op. Kleine met­rostellen die in de lucht op een enkele beton­nen balk bal­anceren. Veel min­der lelijk dan die grote metro­via­ducten. Maar goed, Anton dus: hij zag wat grauw en was duidelijk min­der blij dan op Koh Tao. We hebben hem geprobeerd wat op te mon­teren en zijn daar­toe maar een stukje de stad in gelopen richt­ing de Petronas torens.

Gek genoeg lijken die op 4 na ‘s werelds groot­ste torens als je eron­der staat hele­maal niet zo hoog. Ze reiken bijna een halve kilo­me­ter de hemel in, maar zouden ook voor 100 meter hoog kun­nen door­gaan. Het menselijk ook is duidelijk niet zo kri­tisch meer voor­bij ‘heel hoog’. Erin kon­den we jam­mer genoeg niet, maar ron­dom de torens zijn een groot winkel­cen­trum en park opgetrokken. We hebben daar wat rondgekeken en ons ver­baasd over de vele dure winkels. In het park von­den we wat rust en kon­den we de torens ook van een afs­tandje bekijken.

(Toevoeg­ing van Judica: In het park was ook een soort zwem­bad ruimte, blauwe tegels, schoon water, je kent het wel. Er ston­den twee vrouwelijke wachters bij en ik mocht niet eens het water inlopen. Als ik de richt­ing opliep werd er streng gefloten en gewezen. Geen idee waarom niet. Bij de schom­mels even later het­zelfde, ik heb twee keer heen en weer gezwaaid voor­dat er gehoofd­doekte beambte mij gebaarde van de schom­mel af te gaan.)

Na een kop koffie bij Star­bucks hebben we Anton weer terug op de mono­rail naar huis gezet en zijn we zelf nog even bij een grote elec­tron­i­ca­mall langs­gelopen om de laat­ste ring­git die ik nog van mijn ver­jaardag over had op te maken. Onze nieuwe foto­cam­era pro­duceert indruk­wekkende hoeveel­he­den bytes en om die alle­maal mee te kun­nen nemen, heb ik nu een mooie ferrari-rode harde schijf gekocht. Het is een juweeltje. Oh, en we hebben nog een klein uitvouw­baar luid­sprek­ertje op de kop getikt.

Gis­ter­avond hebben we op mijn voor­spraak Indi­aas gegeten en vanavond mocht Judica kiezen: het werd Chi­nees. In een food­court vlak­bij het hos­tel, mid­den in China-town kre­gen we voor weinig lekkere, peper-loze rijst met kip voorgeschoteld. We hebben ervan ges­muld en daarna rustig de avond op de kamer doorgebracht.


3° 9' N, 101° 42' E
6 September 2010, 14:33

Aangekomen

Een kro­nke­lig weggetje lei­dde ons naar bene­den naar de snel­weg toe. Het minibusje dat ons ver­vo­erde zat hele­maal niet vol, 3 gas­ten naast de chauf­feur en bijri­jder. Luxe dus.
Michiel heeft in de hoog­lan­den last gekre­gen van een vorm van hooikoorts (denken we). Nu had ik als sim­pel slaap­mid­del net anti­his­t­a­mine gekocht, daar wordt je duf van en dat is pre­cies wat ik wil. Dus gis­ter­avond nam hij een tabletje en heeft de hele nacht geen ver­stopte neus of pijn­lijke ogen gehad. Van­mor­gen in de bus heeft hij ook nog lekker ges­lapen en nadat we zijn ingecheckt lag hij ook nog op een oor. De bijw­erkin­gen zijn wel erg lang aanwezig.

Gis­teren had­den we nog snel een guest­house geboekt, we kwa­men er van­daag aan en von­den de kamers bene­den de maat en de mensen zeer onvrien­delijk. Op zoek naar iets anders dus. Ons bud­get (12,50 tot 15 euro) was in andere lan­den vol­doende om een prachtige kamer te kri­j­gen. Op dit moment zit­ten we in een gribus guest­house, mini kamer, doorgezakt matras van ongeveer 8 cm dik, eigen bad­kamertje waar je ongeveer over de wc moet staan om te douchen. Sfeer­vol is anders, maar ja… het kost niets.

Inter­net is altijd een goede raadgever, dus we keken even naar de reviews. Er zijn meerdere klanten geweest die hier vorig jaar last had­den van de ‘bed bugs’ ofwel bed­wantsen. Ik dacht dat die niet eens beston­den! We bli­jven hier van­nacht nog en gaan dan mor­gen eens goed nadenken of we hier langer bli­jven of voor 20 euro een leuke kamer 30 meter verderop zoeken. GRRRR budgetteren!

Verder hebben we van­mid­dag en vanavond even rondge­wan­deld. We zit­ten dicht bij een leuk mark­tje en hebben de Petronas Tow­ers al op afs­tand gezien. Nog een sim­pele maaltijd bij een lokaal restau­ran­tje (met 2 per­so­nen voor 3 euro incl. drinken, dat is dan wel goed­koop). Mor­gen ont­moeten we Anton, onze vriend uit Belarus die naar KL is gegaan om hier te stud­eren. Hart­stikke gezel­lig en we gaan ook kijken bij een van de groot­ste tech­nis­che winkel­cen­tra (din­gen met een stekker dus) van Maleisïe. Michiel valt naast me alweer in slaap… Good night, sleep tight, don’t let the bed bugs bite!


4° 28' N, 101° 23' E
5 September 2010, 12:59

Trail 9a

22. Het bewijs; trail 9a

Van­daag het nieuw­ste avon­tuur in de serie van Jun­gle Judy en Man­grove Mike. Onze reis leidt ons naar de prachtige hoog­lan­den van Maleisïe met de meest prachtige jungle.

Na een gezond gevarieerd ont­bijt (thee met choco­lade cake op bed) had­den we nog niet veel inspi­ratie om uit bed te komen. Pas rond 11 uur kwam er wat beweg­ing in de zaak. Heer­lijk, zo een ocht­endje chillen. We wilden van­daag nog een wan­del­ing door de omgev­ing maken, maar het motto was wel alles mag niets moet.

Na een plan te hebben getrokken zijn we op pad gegaan. Op naar de Robin­son water­val. Onder­weg kwa­men we NLse ken­nis­sen tegen die gis­teren ook mee waren op de tour. Ze vertelden dat de water­val niet veel voorstelde en best vervuild met afval was. We lieten ons niet uit het veld slaan en gin­gen op pad.

Na een kleine stro­ming was er daarna een pad wat verder liep. We had­den nog energie en liepen lekker door. Er was ook een optie voor pad 8, we hebben het geprobeerd maar 1,35 km bergop waar­bij de wor­tels zor­gen voor een pad bleek echt te veel. Naar bene­den lopen was zelfs nog moeilijker.

Dan maar verder op de gebaande wegen en daar hoor­den we water vallen en von­den de echte water­val met twee Duitse meis­jes erbij.  Met zijn vieren besloten we trail 9a verder af te lopen. Vol­gens de LP moest het een goed begaan­baar pad zijn. Het werd steeds moeil­ijk begaan­baarder maar ging gelukkig bergaf. De omgev­ing was prachtig en door­dat we met zijn vieren waren was het ook een stuk veiliger (in geval van nood kon­den er twee op pad voor hulp en een bij de per­soon blijven).

Het was de meest natu­urlijke ervar­ing en ontzettend gaaf om zelf met een klein groepje in de jun­gle te lopen, over bomen te klim­men, groen te ruiken, gelu­iden te horen.

Aan het einde van eht pad kwa­men we uit bij een soort dor­pje met ver­schil­lende plan­tages. Vanaf daar was het nog een uur naar de hoofd­weg. De LP stelde voor om d ebus terug te pakken. Enige navraag leerde ons dat niemadn wist waneer de bus reed. Er trok net een truck op en hij wees naar de richitng die we op moesten. Een klein knikje ‘ja’ van mijn kant en hij stopte. Had­den we nu net gelift zon­der het te bedoe­len? We spron­gen achterin de truck en Michiel wegens lange benen voorin. Bin­nen tien minuten waren we in het dorp aangekomen. We wilden de man graag nog iets geven maar hij wilde het niet aan­nemen. De vrien­delijkheid zelve en dat zijn we niet altijd meer gewend.

Daarna nog even wat ont­bijt gehaald voor mor­gen in het busje en na een warme douche zit ik nu heer­lijk te geni­eten van een kopje thee. Mijn benen zijn moe en ik mis het groen om mij heen. Mor­gen weer naar een grote stad toe, kijken hoe dat ook alweer was.


4° 28' N, 101° 23' E
4 September 2010, 15:35

Jungle Judy

10. figuren in de bergen

Michiel heeft al geschreven over wat we alle­maal hebben gedaan, maar niet verk­laard waarom we helaas maar zo weinig foto’s had­den. Hee­laas was de accu vanonze cam­era niet opge­laden en zat de extra accu in een andere tas. Gelukkig waren er meer mensen van ons hos­tel mee en heb ik net nog even wat foto’s gesprokkeld. Hieron­der dus nog wat aan­vullin­gen op de eerdere foto’s. Het is hier prachtig :)

We zijn ook nog langs een inheemse stam zijn geweest (huis­jes van golf­platen en gewoon in spijker­broek). De oor­spronke­lijke manier van jagen is daar met kleine pijlt­jes (veg­elijk­baar met sate stok­jes, pre­cies het­zelfde eigen­lijk) die door een buis wor­den geschoten. We mochten het ook even proberen. Na de shock van het rij­den in de jeep was het moeil­ijk om stil te houden maar het bleef ontzettend gaaf. Over je jeep­tocht heeft Michiel geen woord over­dreven. We zijn onder­tussen wel wat gewend, maar de jeep leunde soms zover naar een kant dat ik dan maar kort bij Michiel op schoot ging zit­ten in de hoop zo wat meer even­wicht te bren­gen. Dat maakte weinig uit, maar wat beter dan tegen het raam aange­drukt te zitten.


4° 28' N, 101° 23' E
4 September 2010, 12:27

Stinkbloemglibberen

14. Michiel probeert bij twee parende kevers uit de buurt te blijven

Het is waarschi­jn­lijk niet zo’n eerbiedige naam voor (ken­nelijk) ‘s werelds groot­ste bloem, maar eerlijk is eerlijk, hij stinkt. Van dicht­bij heb ik hem niet gero­ken, maar het was zeker niet de lucht van rozen­blaad­jes die alle vliegen tot het grote bru­in­rode geval aantrokken. Heel bij­zon­der om te zien, zeker wetende dat Rafflesia’s maar één keer in hun leven voor een paar dagen bloeien.

Overi­gens was het niet zo makke­lijk om die stinkbloem te vin­den. Vanocht­end wer­den we opge­haald met een oude lan­drover, een­tje zon­der profiel op de ban­den. We maak­ten ons maar geen zor­gen. Drie kwartier later eindigde de asfaltweg en kre­gen we het sein ‘offroad’. Dat klonk span­nend, maar bleek in de prak­tijk eerder angstaan­ja­gend. Zon­der profiel had de 4x4 soms best wel moeite om over het smalle, mod­derige en vooral ook door­groefde pad te ger­aken. Twintig minuten en heel wat ste­vig geknepen han­den later kwa­men we aan het einde van de weg.

De gids vertelde ons, miss­chien om ons in te peperen, dat in som­mige delen van het jaar het pad voor de jeeps te onbe­gaan­baar waren en mensen dan de hele tocht (zon­der lies­laarzen) naar boven moesten sop­pen. Enfin, aldus rel­a­tiveer­den we onze dra­betappe om gauw verder te gaan met het wan­deldeel. Dat viel erg mee. We maak­ten een lekkere jun­gle­wan­del­ing met wat klauteren en glib­beren, maar zon­der al het andere dat zo’n tocht verve­lend kan maken (zoals muggen en vliegen).

Aan het eind van de wan­del­ing ston­den we dan oog in oog met de Raf­fle­sia: bijna alsof de bloem zo uit het sprook­jes­bos van de Eftel­ing was geplukt. De leer­achtige bloem­bladen en de oran­je­bru­ine kleur riepen een papier-maché beeld op. Uit­er­aard bleven we net­jes van de bloem af, maar op de foto mochten we er wel mee…

Enfin, de rest van de dag hebben we nog wat in de omgev­ing rondgekard. Een hapje gegeten bij een lokaal Indi­aas restau­rant (lekker!), een bezoekje aan de plaat­selijke theefab­riek van BOH en nog wat rond­kijken bij een vlin­der­boerderij en aard­bei­plan­tage. Op de vlin­der­farm had­den ze behalve vlin­ders nog een paar exo­tis­che insecten: nog nooit zulke grote kev­ers gezien! Uit­er­aard hebben we nog een paar verse zomerkoninkjes (met sla­groom en hon­ing!) genut­tigd om nu redelijk uit­gevlo­erd nog een plan voor de avond te maken. Miss­chien met een paar mensen de kroeg in en nog wat napraten over bloe­men die naar kaas ruiken en kev­ers met een neushoorn?


4° 28' N, 101° 23' E
3 September 2010, 13:19

Hogerop gezocht

8. Weer eens wat anders dan een bikini

Sneller dan het licht of toch zeker sneller dan mijn maag aankon, raceten we vanocht­end met een mini­van van Penang naar Tanah Rata in de Cameron High­lands. Toen we ons ticket kochten, geloof­den we nog 5 uur over de reis te zullen doen, maar na amper 3 uur reizen ston­den we hier al om 9 uur op de stoep.

Gis­ter­avond hebben we nog snel een guest­house geboekt, voor onze gemoed­srust, maar ook omdat we er dan meteen door de mini­van afgezet zouden kun­nen wor­den. De vrouw die ons bij Kang’s Trav­el­ers Lodge ontv­ing was aller­hartelijkst. Het lodge is een echte back­back­er­splek: kleine kamers, gedeelde douches en heel veel plek om te zit­ten en te klet­sen. Achterin is nog een bar­retje met pooltafel en plek voor een heus kam­pvuur. Het ziet er alle­maal erg gezel­lig uit.

Nu zit Judica met een paar back­pack­ers Duits te klet­sen, maar van­mid­dag was ze nog zo actief niet. Ik ook niet overi­gens. Van­nacht hebben we erg slecht ges­lapen, mede omdat we wis­ten dat we heel vroeg op moesten staan: je slaapt dan in met onrust die je de hele nacht wakker houdt. Na een snelle lunch zijn we dan ook maar even op één oor gaan liggen. Onze kamer is klein (feit­elijk alleen een bed), maar net­jes en de koelte hier maakt slapen een stuk aangenamer.

Van­mid­dag hebben we hier nog wat rondge­wan­deld. We hebben voor mor­gen een dagtrip geboekt, zodat we snel veel van de omgev­ing kun­nen zien. We gaan onder andere de jun­gle in op zoek naar reuzen­bloe­men. Het is hier regen­seizoen, dus ik hoop dat we het droog houden. Sowieso is het hier niet erg warm (want hoog), dus we zullen ons op wat min­der mooi weer moeten kleden.

De avond­maaltijd hebben we weer bij een Indi­aas restau­rant genoten. Kip Tan­doori met Naan brood, wederom alles met de han­den te veror­beren. Het bli­jft wat ingewikkeld, maar lekker was het zeker. Straks nog wat klet­sen, miss­chien nog een spel­letje pool spe­len en dan onder zeil om fit te zijn voor ons avon­tuur morgen.


5° 26' N, 100° 19' E
2 September 2010, 16:45

Jungle tocht...

10. Oh, en dit is trouwens een heel groot warenhuis

Na gis­teren gek­leed te zijn op een lagen wan­del­ing besloten we van­mor­gen korte broek en slip­pert­jes aan te doen. Alles is hier goed ver­zorgd en geas­fal­teerd, why should we?

Na een nieuw ont­bi­jtje (een broodje met Kaya, soort van pasta van ei en kokos­noot, erg lekker) op naar de bus. Na een ijsk­oude bus­reis (de airco staat zo hoog dat Judica zich aan­kleedt als ze de bus in gaat) komen we aan bij de ingang van het nationale park. We schri­jven ons in (het biedt hoop dat ze bijhouden wie er in het park zijn) en begin­nen aan de wandeltocht.

Al vrij snel komen we tot de con­clusie dat het fraaie wan­del­pad dat ons het park in leidt niet het hele park door­loopt. Na een kleine kilo­me­ter wordt het pad voor slip­per­dra­gen­den onbe­gaan­baar en besluiten we maar om te keren. Stom, had­den we ons nu toch maar op jun­gle gekleed.

Een­maal terug bij de ingang van het park ‘ont­dekken’ we nog een klein bezoek­er­scen­trum met een paar maque­ttes, opgezette dieren en hippe com­put­er­p­re­sen­taties. Leuk en miss­chien ook sur­ro­gaat voor de din­gen die we in het park niet gezien hebben.

Door de verzen­gende hitte lopen we dan maar een stukje terug, richt­ing de strand­boule­vard. Of in elk geval, dat is wat we denken. De wan­del­ing blijkt veel langer dan gedacht en na een eindje langs de weg te hebben gelopen en de eerste regen­drup­pels te hebben geïn­casseerd besluiten we de bus maar te nemen. Aan de strand­boule­vard is het alles luxe: dure resorts, gepeperde restau­rants en glim­mende hotels. We wan­de­len, inmid­dels al wat hon­gerig, langs menig over­pri­jsd eethuis, tot­dat we wat hoop aan de hori­zon ont­waren: een KFC!

Ken­tucky Fried Chick telt niet als inheems eten, dus we doen (min of meer voor de vorm) nog even ons best iets Maleis te vin­den. Tot onze vreugde vin­den we vlak­bij de KFC ook een food­court. Voor nog geen 4 ring­git per per­soon kri­j­gen we daar alle­bei een lekkere rijstscho­tel: Michiel met pit­tige kip en Judica nasi. Lekker en zeker beter dan een pot vette kip­kluiven uit de states.

Veel strand zien we de rest van de mid­dag niet meer. Het weer is wat drui­lerig gewor­den en we besluiten terug de stad in te gaan. Als we een­maal (via een omweg of twee) weer bij het hotel aankomen is het alweer 5 uur. We rusten wat en fris­sen ons op, om dan de avond in Lit­tle India door te brengen.

In Lit­tle India, of althans de vier straten die door Indiërs bewoond wor­den, is het een grote feestelijke boel. Kraam­p­jes buiten, wier­rook­lucht, Hin­does­taanse muziek, heel gezel­lig. We eten een pan­nenkoek­broodje met kip en ei en strijken later neer bij een groot Tan­doori restau­rant. Daar eten we (zon­der bestek, slechts met de han­den) nog wat naan­brood met kip. Erg lekker!

Mor­gen reizen we af naar de Cameron hoog­lan­den. Om zes uur in de mor­gen wel te ver­staan. Een goede reden om wat bijti­jds te gaan slapen dus. Een slaa­padres hebben we maar vast geboekt, want vanaf mor­gen is het een week schoolvakantie in Maleisië. Dit keer gaan we voor sober: een tweep­er­soon­skamer met gedeelde bad­kamer. Het zal ons benieuwen…


5° 26' N, 100° 19' E
1 September 2010, 14:17

4x4=60

12. Judica snoept nog een patatje

Onze hotelka­mer heeft geen ramen. Dat hebben we op onze reis al weleens eerder gehad, alleen was ik alweer ver­geten hoe lastig dat is. Zon­der ramen heb je op de kamer geen enkel besef van tijd. Vanocht­end wer­den we dan ook later wakker dan we dachten. Op Koh Tao werd ik meestal rond 8 uur vanzelf wel wakker, maar hier wees de klok al 10 uur aan voor­dat de luiken open sloegen.

Gelukkig had­den we voor van­daag geen hele wilde plan­nen. Voor­naam­ste activiteit, zo stelden we ons voor, zou een trein­ritje Penang Hill op wor­den. Vanocht­end dus, na een Europees ont­bijt hier ergens in de straat, op richt­ing busstation.

Ons was in het hotel verteld dat we bus 204 zouden moeten nemen, maar een­maal bij de bushalte aangekomen vertelde een man van Rapid Penang ons dat het bus 10 zou moeten wor­den. Hij vertelde ons dat de bergtrein naar de 800 meter hoge top van Penang Hill tot het eind van het jaar uit de run­ning is en de enige manier naar boven momenteel met een 4x4 jeep is.

Maakt niet uit. Wij zijn blij in bus 10 gestapt en kwa­men na een uurtje (het was niet ver, maar de bus deed er gewoon lang over) aan bij de botanis­che tuinen van Penang. Daar trof­fen we inder­daad een stel­letje jeeps aan com­pleet met groen geüni­formeerde chauf­feurs. 60 ring­git voor een retourtje. Dat is best veel, een euro of 15, zeker voor een ritje van 5 kilo­me­ter. Maar na een uur met de bus wilden we ons niet meteen uit het veld laten slaan. Naar boven dus maar.

De weg omhoog was erg steil, soms wel 30%. Onder­weg kwa­men we nog wat aap­jes tegen die gezel­lig op de rel­ing zaten te spe­len. Boven aangekomen was het uitzicht aan­vanke­lijk wat mistig, maar na een paar minuten trokken de wolken weg en kre­gen we een mooi uitzicht op George­town. Bovenop de heuvel is verder niet zo heel veel te doen. Er is een Hin­doe tem­pel en een moskee. Verder nog een paar ges­loten restaurants.

Na een uurtje weer terug naar bene­den dus. Toen nog een uurtje terug met bus 10 (een ritje van maar 2 ring­git per per­soon, overi­gens) en op weg naar het Penang State Museum. Daar­van had­den we gelezen dat het mooi en goed ingericht was. En dat viel niet tegen. In het museum was het een en ander te lezen en zien van de ver­schil­lende bevolk­ings­groepen in Penang en Maleisië. Inter­es­sant en leerzaam.

Voor het avon­de­ten maar weer terug naar het food­court waar we gis­ter­avond ook al gegeten hebben. Dit keer geen sushi, maar wat ‘West­ers’ eten. Kip met rijst, een lekker sausje, voor Judica wat patat en voor mij met spaghetti. Erg lekker. Maar mor­gen eten we Maleis, heus!


5° 26' N, 100° 19' E
31 August 2010, 22:17

Stadswandeling Georgetown

10. ook hier medische wijsheden

Na een heer­lijke nacht slapen (ver­be­ter­ing van de vorige nacht op de boot) wor­den we laat wakker. De wekker is ook een uur verder en dan slaap je al makke­lijk uit. Hup, kleren aan en… ohja… ont­bijt. Uit­er­aard komen we net te laat bin­nen voor de ont­bi­jtkaart en besluit Michiel een gezond gevarieerde maaltijd bij de 7–11 te halen.

Van­daag staat wat rond­wan­de­len door het his­torische stadje op de plan­ning. George­town is eeng rote stad maar de oude kern is sinds 2008 uit­geroepen tot UNESCO werelder­f­goed. De ste­den die wij hier­voor bezocht hebben die op die lijst ston­den (o.a. Hoi An en Luang Pra­bang) hebben ervoor gezorgd dat we de lat hoog hebben qua sfeer en din­gen te doen.

We lopen langs oude kolo­niale gebouwen en via de ‘boule­vard’ naar de ‘Kota Corn­wal­lis’ (fort Corn­wal­lis). De Brit­ten hebben Maleisie en dus ook Penang tot ergens mid­den jaren 50 gekoloniseerd en de invloe­den zijn legio. Dit fort is gebruikt in die peri­ode en was goed gedoc­u­menteerd. Er was zelfs nog een oud kanon van de VOC. Ook al is het geheel veel over­groeid met gras  was het heer­lijk om er rond te lopen.

Er rijdt een gratis bus in de stad en we wilden ook nog even langs de grote mall ‘Kom­tar’. Op zoek naar de bushalte dan maar. Bij Kom­tar zijn we telerugesteld, het moest een groots winkel­cen­trum zijn maar de helft van de winkels staat leeg en de sfeer is ver te zoeken. Als we naar buiten lopen zien we een nieuwe McFlurry soort ( is die in NL ook, met limoen… HEERLIJK). Het McDon­alds standje staat voor een ander enorm winkel­cen­trum wat we nog kort verkennen.

We zijn moe en er moeten nog plan­nen gemaakt wor­den voor de komende tijd en we cocoo­nen in ons hotelka­mertje. ‘s Avonds gaan we op zoek naar een leuk en lokaal plekje om te eten. We komen terecht op een food­court waar van elke cul­tuur hier in Penang (en dat zijn er nogal wat) iets authen­tieks te eten is. We zwichten voor wat heer­lijke sushi en nog een ijsje als toetje. Dit alle­maal buiten, op plas­tic stoelt­jes waar­bij je wordt vergezeld door syn­the­sizer muziek.

Penang is eigen­lijk een smeltkroes van mensen. Op straat is het hier schoon, de food­court buiten is goed geor­gan­iseerd, er zijn mensen die scoon­mkaen, drankjes halen etc. Maleisiers zijn hard­w­erk­ende en ontzettend vrien­delijke mensen. De kolonis­er­ing heeft ervoor gezorgd dat ze over het alge­meen heel erg goed Engels spreken en je kunt iedereen aanspreken. De cul­turen die hier naast elkaar leven zijn legio. Al eeuwen laten ze hier zien dat ver­schil­lende reli­gies niet perse in dishar­monie hoeven te leven. Inspir­erend en mooi om te zien hoe dat samengaat.


5° 26' N, 100° 19' E
30 August 2010, 14:03

Ter land, ter zee en (n)ooit meer terug

Na 24 uur ‘thuis­loos’ te zijn geweest zit ik nu, na 3 maan­den Koh tao heer­lijk gedouched op de kamer te inter­net­ten. Wat een luxe is het gewone reisleven toch ook weer.

Het reizen zelf valt helaas nog flink tegen qua com­fort. Gis­teren ware we op tijd op de pier en de boot lag klaar. Wij zochten ons plekje op en had­den de luxe van een hoek­plekje wat ons 30 cm meer bed gaf per 2 per­so­nen. Naast ons een groep Spaanstal­i­gen emt veel energie en tegen­over ons een groep Amerika­nen die het nodig von­den om speak­ers te gebruiken en alle­maal een fles whiskey bij zich had­den. ARGH…

De boot vertrok en vanaf het ach­ter­dek namen we in stilte afscheid van Koh Tao, ofwel schilpad­denei­land. De boot zwoegde en maakte veel geluid, het was een ruige naqcht op zee. Terug naar bed en oor­doppen in, maar al snel werd ik mis­selijk van al dat gedein. Nog nooit last van gehad en zodoende ook geen anti beweg­ingsziekte pillen bij me. Net toen ik dacht dat ik mijn hoofd uit het raam moest gaan hangen bedacht ik me dat iemand me eens verteld had dat tijger­balsem ook tegen zeeziekte helpt. Baat het niet dan schaadt het niet en zodoende smeerde ik de bin­nenkan­ten van mijn polsen braaf in met tijger­balsem. Een kwartiertje later had ik ner­gens meer last van! Tijger­balsem heeft mij gis­ter­avond echt gered van een mis­er­abele nacht!

Vanocht­end vroeg, iets na 5 uur kwa­men we aan op Sur­rathani. Daar stond al een tuk tuk klaar om ons naar het kan­toortje te bren­gen waar we verder met de mini bus naar Hat Xay zouden gaan.

Heer­lijk even tanden poet­sen en om half 7 gin­gen we verder. Net voor de lunch kwa­men we aan, kon­den nog even een uurtje rond­ban­jeren en daarna verder in het vol­gende minibusje. Raad drie keer wie er dat hele stuk met ons mee zouden gaan; ja… die ‘euke’ groep Amerika­nen die nog naar de alco­hol stonken.

Uitein­delijk de grens over en Maleisie in. Het is toch direct een andere cul­tuur. De straten zijn nog net­ter, gebouwen lijken beter onder­houden en mensen zien er anders uit. We kun­nen ein­delijk gewoon ales weer lezen en lachen ons kapot om de fonetis­che ver­talin­gen. ”Teksi’, ‘imi­gre­sion’ en andere bek­ende woor­den komen naar ons toe.

Bij Penang had­den we ons een lief eilandje voorgesteld maar we zit­ten voor mijn gevoel mid­den in een metropool genaamd George­town. In de chi­nese buurt waar we zo nog wat te eten gaan zoeken. De tijd­szone is ook weer veran­derd, een uurtje vooruit wat het ver­schil met Ned­er­land +6 uur maakt. Op dit moment is het Ramadan, en aangezien eht een Islami­tisch land is ben ik benieuwd wat we ervan gaan merken. Mis­s­cien red­den we het nog in Maleisie tot de 11e en maken we ook het suik­er­feest mee. Toch alle­maal span­nend, maar geen kakker­lakken, koude douches, emmer wc’s en bewe­gende bus­jes en dat maakt het alle­maal erg relaxed.