Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


5° 26' N, 100° 19' E
31 August 2010, 22:17

Stadswandeling Georgetown

10. ook hier medische wijsheden

Na een heer­lijke nacht slapen (ver­be­ter­ing van de vorige nacht op de boot) wor­den we laat wakker. De wekker is ook een uur verder en dan slaap je al makke­lijk uit. Hup, kleren aan en… ohja… ont­bijt. Uit­er­aard komen we net te laat bin­nen voor de ont­bi­jtkaart en besluit Michiel een gezond gevarieerde maaltijd bij de 7–11 te halen.

Van­daag staat wat rond­wan­de­len door het his­torische stadje op de plan­ning. George­town is eeng rote stad maar de oude kern is sinds 2008 uit­geroepen tot UNESCO werelder­f­goed. De ste­den die wij hier­voor bezocht hebben die op die lijst ston­den (o.a. Hoi An en Luang Pra­bang) hebben ervoor gezorgd dat we de lat hoog hebben qua sfeer en din­gen te doen.

We lopen langs oude kolo­niale gebouwen en via de ‘boule­vard’ naar de ‘Kota Corn­wal­lis’ (fort Corn­wal­lis). De Brit­ten hebben Maleisie en dus ook Penang tot ergens mid­den jaren 50 gekoloniseerd en de invloe­den zijn legio. Dit fort is gebruikt in die peri­ode en was goed gedoc­u­menteerd. Er was zelfs nog een oud kanon van de VOC. Ook al is het geheel veel over­groeid met gras  was het heer­lijk om er rond te lopen.

Er rijdt een gratis bus in de stad en we wilden ook nog even langs de grote mall ‘Kom­tar’. Op zoek naar de bushalte dan maar. Bij Kom­tar zijn we telerugesteld, het moest een groots winkel­cen­trum zijn maar de helft van de winkels staat leeg en de sfeer is ver te zoeken. Als we naar buiten lopen zien we een nieuwe McFlurry soort ( is die in NL ook, met limoen… HEERLIJK). Het McDon­alds standje staat voor een ander enorm winkel­cen­trum wat we nog kort verkennen.

We zijn moe en er moeten nog plan­nen gemaakt wor­den voor de komende tijd en we cocoo­nen in ons hotelka­mertje. ‘s Avonds gaan we op zoek naar een leuk en lokaal plekje om te eten. We komen terecht op een food­court waar van elke cul­tuur hier in Penang (en dat zijn er nogal wat) iets authen­tieks te eten is. We zwichten voor wat heer­lijke sushi en nog een ijsje als toetje. Dit alle­maal buiten, op plas­tic stoelt­jes waar­bij je wordt vergezeld door syn­the­sizer muziek.

Penang is eigen­lijk een smeltkroes van mensen. Op straat is het hier schoon, de food­court buiten is goed geor­gan­iseerd, er zijn mensen die scoon­mkaen, drankjes halen etc. Maleisiers zijn hard­w­erk­ende en ontzettend vrien­delijke mensen. De kolonis­er­ing heeft ervoor gezorgd dat ze over het alge­meen heel erg goed Engels spreken en je kunt iedereen aanspreken. De cul­turen die hier naast elkaar leven zijn legio. Al eeuwen laten ze hier zien dat ver­schil­lende reli­gies niet perse in dishar­monie hoeven te leven. Inspir­erend en mooi om te zien hoe dat samengaat.


5° 26' N, 100° 19' E
30 August 2010, 14:03

Ter land, ter zee en (n)ooit meer terug

Na 24 uur ‘thuis­loos’ te zijn geweest zit ik nu, na 3 maan­den Koh tao heer­lijk gedouched op de kamer te inter­net­ten. Wat een luxe is het gewone reisleven toch ook weer.

Het reizen zelf valt helaas nog flink tegen qua com­fort. Gis­teren ware we op tijd op de pier en de boot lag klaar. Wij zochten ons plekje op en had­den de luxe van een hoek­plekje wat ons 30 cm meer bed gaf per 2 per­so­nen. Naast ons een groep Spaanstal­i­gen emt veel energie en tegen­over ons een groep Amerika­nen die het nodig von­den om speak­ers te gebruiken en alle­maal een fles whiskey bij zich had­den. ARGH…

De boot vertrok en vanaf het ach­ter­dek namen we in stilte afscheid van Koh Tao, ofwel schilpad­denei­land. De boot zwoegde en maakte veel geluid, het was een ruige naqcht op zee. Terug naar bed en oor­doppen in, maar al snel werd ik mis­selijk van al dat gedein. Nog nooit last van gehad en zodoende ook geen anti beweg­ingsziekte pillen bij me. Net toen ik dacht dat ik mijn hoofd uit het raam moest gaan hangen bedacht ik me dat iemand me eens verteld had dat tijger­balsem ook tegen zeeziekte helpt. Baat het niet dan schaadt het niet en zodoende smeerde ik de bin­nenkan­ten van mijn polsen braaf in met tijger­balsem. Een kwartiertje later had ik ner­gens meer last van! Tijger­balsem heeft mij gis­ter­avond echt gered van een mis­er­abele nacht!

Vanocht­end vroeg, iets na 5 uur kwa­men we aan op Sur­rathani. Daar stond al een tuk tuk klaar om ons naar het kan­toortje te bren­gen waar we verder met de mini bus naar Hat Xay zouden gaan.

Heer­lijk even tanden poet­sen en om half 7 gin­gen we verder. Net voor de lunch kwa­men we aan, kon­den nog even een uurtje rond­ban­jeren en daarna verder in het vol­gende minibusje. Raad drie keer wie er dat hele stuk met ons mee zouden gaan; ja… die ‘euke’ groep Amerika­nen die nog naar de alco­hol stonken.

Uitein­delijk de grens over en Maleisie in. Het is toch direct een andere cul­tuur. De straten zijn nog net­ter, gebouwen lijken beter onder­houden en mensen zien er anders uit. We kun­nen ein­delijk gewoon ales weer lezen en lachen ons kapot om de fonetis­che ver­talin­gen. ”Teksi’, ‘imi­gre­sion’ en andere bek­ende woor­den komen naar ons toe.

Bij Penang had­den we ons een lief eilandje voorgesteld maar we zit­ten voor mijn gevoel mid­den in een metropool genaamd George­town. In de chi­nese buurt waar we zo nog wat te eten gaan zoeken. De tijd­szone is ook weer veran­derd, een uurtje vooruit wat het ver­schil met Ned­er­land +6 uur maakt. Op dit moment is het Ramadan, en aangezien eht een Islami­tisch land is ben ik benieuwd wat we ervan gaan merken. Mis­s­cien red­den we het nog in Maleisie tot de 11e en maken we ook het suik­er­feest mee. Toch alle­maal span­nend, maar geen kakker­lakken, koude douches, emmer wc’s en bewe­gende bus­jes en dat maakt het alle­maal erg relaxed.


6° 7' N, 102° 15' E
20 July 2010, 5:38

Kota Bahru = nieuwe stad

Maleisië was zoals Michiel al schreef toch echt een andere ervar­ing. Voor onze nog steeds trouwe lez­ers, als we daad­w­erke­lijk weer gaan reizen over een maand vol­gen er echt weer elke dag berichten omdat we dan weer din­gen meemaken. Na 3 dagen wegge­weest te zijn weer drie nieuwe berichten, we hebben ook zoveel meegemaakt.

De iets lan­gere ver­sie van het ver­haal; toen we eer­gis­te­rocht­end uit de trein kwa­men gerold liepen we vlug naar de uit­gang (ook hier weer veel machtsver­toon met grote gew­eren) waar er al tien­tallen brom­mers klaar ston­den om ons te ver­vo­eren. Het kleine rot­stukje koste ons toch nog 30TBH (0,75 Euro) en snel de grens over. Zoals gezegd hebben we de taxi gedeeld met David, een Frans­man die ook voor zijn visum naar Kota Bahru ging. Van de heen­weg in de taxi kan ik me niets van het uitzicht herin­neren, ik praat over het alge­meen veel maar bij David kwam ik er ook niet tussen.

Paspoorten wegge­bracht en snel weer met zijn tweeen op pad want na een nacht niet slapen is een praat­grage Frans­man ook iets teveel van het goede. Hij raadde ons nog wel aan om langs Mydin, een super­markt te gaan. Na een rondje hotels ein­delijk een hotel gevon­den wat qua prijs en ser­vice overeenkwam met onze wensen. Heer­lijk gedouched en dan toch maar naar buiten.

Bij de super­markt hebben we flink inges­la­gen. Op het eiland is alles dubbel zo duur en de keuze is min­i­maal. Tanden­bors­tels, douch­eschuim, baby­olie en ping­pong­bal­let­jes (voor Ed, attribuut bij diep duiken) wer­den inges­la­gen. Michiel en ik stru­in­den soms ver­spreid door de winkel. Op dit soort momenten merkte ik wel dat jonge puber­achtige jon­gens mij ‘sub­tiel’ achter­vol­gden. Uit­er­aard had ik een lange broek aan en mijn schoud­ers bedekt maar waarschi­jn­lijk zag ik er na lokale maat­staven nog steeds uit als een lichtkooi.

Er was zelfs een lin­gerieafdel­ing waar ik (dacht ik) iets in mijn maat had gevon­den, er ston­den Europese maten op.Nadat we (zon­der op de rij te let­ten) had­den afgerek­end wer­den onze tas­jes met een tie rap afges­loten, de bon werd op het tasje geplakt en bij de uit­gang van de winkel kreeg je nog een stem­pel op de bon. Zo creeer je wel werk en wordt iets ste­len ook wel erg moeilijk.

We hebben de spullen nog even terugge­bracht naar het hotel en kwa­men tot de con­clusie dat de gekochte BH toch niet paste. Terug naar de winkel, bon mee en naar de klante­nafdel­ing. Het bleek in eerste instantie niet mogelijk om te ruilen. Aangezien ik het gekochte goed nog geen 3 uur in mijn bezit had gehad en alle kaart­jes er nog aan­za­ten drong ik iets meer aan. De vrouw vroeg of er niet iets anders in mijn maat bij zat. Wat mijn maat dan was? Ik her­haalde dat de maat die op de BH stond in Europa gewoon mijn maat zou zijn. Op naar de lin­gerieafdel­ing om te kijken of er nog iets anders was.

Voor­dat ik verder ga moet ik toegeven dat vrouwen onder­ling in de Islami­tis­che cul­tuur een soort van ver­bon­den­heid ken­nen die ik niet gewend ben. Meerdere keren werd ik door vrouwen recht aangekeken en werd er vrien­delijk en beleefd gelachen. Het voelde alsof we een geheim deelden dat de rest niet kent, erg apart en bijzonder.

Op de lin­gerieafdel­ing werd ver­vol­gens hemel en aarde bewogen om iets in mijn maat en smaak te vin­den. Er werd iets gevon­den en ik keek rond of er toch niet ergens een paskamer was. nog een keer iets kopen zon­der te passen durf ik niet echt meer. Enfin zon­der veel omhaal hield de verkoop­ster het voor, maakt de BH aan de achterkant vast en daar stond ik dan, mid­den in de winkel/supermarkt, volledig aangek­leed met een rode BH over mijn kled­ing. Ik geef toe dat ik niet snel gege­neerd ben, maar dit was toch ook echt over mijn grens.

Natu­urlijk heb ik die BH niet gekocht maar we kon­den wel een tegoed­bon kri­j­gen voor het bedrag. Nog zoeken naar din­gen die we semi nodig had­den om aan het bedrag van 3 euro te komen. Kun je nog best veel voor kopen :)

De vol­gende ocht­end snel weer naar het con­sulaat, met de taxi, over de grens, met de brom­mer naar het sta­tion. Daar tijd genoeg en we hebben nog genoten van heer­lijke spe­ci­aal krokant gebakken bana­nen. De trein­reis was lang, ver­moeiend, warm maar we zijn er wel gekomen.

Dit reisje zal ik niet snel ver­geten, maar het is echt heer­lijk om wakker te wor­den op een boot, de zon op te zien komen naast je tijdelijke thuis paradeiland.


6° 7' N, 102° 15' E
20 July 2010, 5:36

Mallereisië

Een korte samen­vat­ting van de logistieke oper­atie van de afgelopen 48 uur: 2 uur met de taxi, 20 minuten op de brom­mer, 22 uur in de trein en 9 uur op de boot. Waarom? Omdat onze visa voor Thai­land dreigden te ver­lopen en door nieuwe ver­van­gen moesten wor­den. En, geloof het of niet, de makke­lijk­ste manier om dat te doen is door een retourtje naar Maleisië te maken. Vlak over de grens met Thai­land ligt Kota Bahru, een provin­ciehoofd­stad met als een van de voor­naam­ste trek­pleis­ters een Thais consulaat-generaal.

Onze reis begon de 17e. Met de meest lux­ueuze boot die het eiland rijk is, een 10 stoe­len brede cata­ma­ran, vertrokken we halver­wege de mid­dag naar het Thaise vaste­land. Ondanks regen, wind en gol­ven zoefde de boot nage­noeg geruis­loos en zon­der rollen of deinen over het water. Een bij­zon­der aan­ge­name ervar­ing. Zeker als de regen op de ramen slaat en de boeg­gol­ven buiten hoog opspat­ten is het niet moeil­ijk de luxe van een com­fort­a­bele stoel en verkoe­lende air­con­di­tion­ing te waarderen.

Het ‘echte reizen’ (een woord dat eigen­lijk zou moeten rij­men op bikke­len) begon pas aan de vaste wal. Een tour­ing­car had ons van de pier naar Chumphon stad gebracht en voor het tre­in­sta­tion afgezet. De trein stond pas voor 9 uur in de avond op de vertrek­staat en buiten was alles nog licht. Wat rond­wan­de­len in Chumphon doo­dde de tijd. De stad is niet heel span­nend, maar zeker niet zon­der z’n gemakken. Enfin, Judica schreef al over onze superijsjes.

De trein­reis naar Maleisië was span­nend. In een Thaise couchette is het leven anders dan in een Chi­nese, zo leer­den we. Waren we op de Trans-Siberië trein gewend ger­aakt aan mooie coupées, dit keer sliepen we alle­maal op de gang. Bij het ocht­end­glo­ren voeg­den zich zwaar­be­wapende mil­i­tairen bij het reis­gezelschap. Het spoor naar Maleisië loopt dwars door drie opstandige provin­cies: het knip­tangetje van de con­duc­teur maakt dan niet genoeg indruk meer.

Vanuit Su-ngai Kolok kon­den we de grens gemakke­lijk over. Een taxirit van een uur, gedeeld met Franse pen­sion­houder David van buurei­land Pan­gan, bracht ons in Kota Bahru. Over die stad valt wel een aan­tal din­gen te melden. Maleisië is een Islami­tisch land en Kota Bahru is het vis­itekaartje van die iden­titeit. Onges­luierde vrouwen lieten zich met een veg­root­glas zoeken en op elke straathoek waren tek­sten in Arabisch-Maleis te lezen. Veel man­nen in jurken ook en absoluut geen varkensvlees op de coun­ters van straat­ten­t­jes; zelfs de tand­pasta is halal. Zo nu en dan was ook de gebed­so­proep te horen, zelfs bin­nen in super­mark­ten op de inter­com. Toch wel een cultuurshock.

Wat ons erg opviel was de over­weldigende vrien­delijkheid van de Malay: Thai hebben de naam, maar we hebben over de grens meer vrien­delijke gezichten in 24 uur gezien dan in Thai­land in een maand. Heel hulp­vaardig en aan­ge­naam in de omgang. Toch is het raar om te zien op welke manier de samen­lev­ing door de Islami­tis­che iden­titeit is ingericht: in de super­markt von­den we bijvoor­beelod aparte rijen voor man­nen, vrouwen en gezin­nen. Bij de McDon­alds droe­gen alle dames behalve een keurig uni­form kos­tuum ook een bij­passend uni­forme hoofd­doek. En dan de ham­burg­ers op straat: alles halal en de smaak van een dubbele kip­burger is bepaald niet mis.

Onze hotelka­mer had­den we uit­ge­zocht op luxe. De Malei­sis­che Rin­git ver­houdt zich 1:10 tot de Thaise Baht en we had­den ons de luxe grens van 100 Rin­git voor een hotel­nacht gesteld. Dat is ongeveer 25 euro. Met al dat reizen moet een mens zichzelf ook wel wat kiete­len. Sowieso had­den we al begrepen dat Kota Bahru niet bek­end staat om z’n goed­kope over­nacht­ingsadressen. Enfin: na wat zoeken von­den we een aan­ge­naam hotel. De kamer was prachtig: heel ruim met een zacht en schoon bed, plenty ruimte en een zithoekje. De bad­kamer stond daarmee in schril con­trast, maar de aanstaande ver­bouwing lost dat hopelijk op. Het water was even­goed heer­lijk warm (mijn laat­ste warme douche was alweer een maand gele­den) en we hebben de luxe van koffie en thee op de kamer ook goed laten smaken.

Het aan­vra­gen van nieuwe visa ver­liep heel soe­pel. De aan­vraag­for­mulieren had­den we al in Thai­land geprint en inge­vuld, zodat we weinig meer hoef­den te doen dan de papieren door het loket te schuiven. De vol­gende ocht­end, na een min­der ges­laagd Maleis hotelont­bijt (met rijst en aller­lei soepachtige gerechten, maar zon­der lekkere brood­jes of yoghurt) kre­gen we onze paspoorten met nieuwe visa weer even gemakke­lijk terug door het loke­traam geschoven. Heel snel. De taxi stond nog op ons te wachten en reed ons in een uurtje vliegen­vlug terug naar de grens (we had­den namelijk een trein te halen). Stem­pels, een wan­del­ing over een brug in nie­mand­s­land en we waren weer terug in Thailand.

De trein vertrok uit­er­aard met ver­trag­ing en toen we na uren­lang zit­ten en kanen­braaien het leven in de coupé grondig zat begonnen te raken (ook al waren de vele verkop­ers die met aller­hande etenswaren langs de wag­ons leur­den soms best amu­sant), wer­den we door twee vrien­delijke med­ereizigers getipt dat we bijna bij Surat­tani waren, alwaar we ruim op tijd zouden zijn voor de nacht­boot. Ons oor­spronke­lijke plan was terug naar Chumphon te gaan en daar na een nacht op straat/aan de pier de ocht­end­boot naar Koh Tao te nemen. De nacht­boot bleek een beter idee. Veel luxe hoef­den we natu­urlijk niet te verwachten: de boot bleek al vol, maar voor ons werd nog een aan­tal slaap­plaat­sen geïm­pro­viseerd. Op de nacht­boot slaapt iedereen op smalle matrasjes op de grond, dus we vie­len in het geheel niet op. De stapels verse eieren en promi­nent opgestelde scoot­ers gaven onze slaap­plaats nog enige beschutting.

Op de boot kon­den we nog wat slapen. Net op tijd om de zon bij Koh Tao te zien opkomen waren we weer wakker. Na een vaart van een kleine 8 uur kwam de boot weer terug op ons vertrouwde paradei­land. Fijn om al die bek­ende plekken weer te zien, zeker na die lange trein­rit met mitrailleurs en ein­de­loos veel sta­tions. Ons motor­fi­et­sje stond nog op ons te wachten en we waren opgelucht te merken dat (mede dankzij onze waakse kakker­lak) in ons hutje alles nog stond waar het hoorde.

Nu liggen we weer op bed. Ons bed­den­goed is lekker schoon en we geni­eten met volle teu­gen van het gevoel weer terug ‘thuis’ te zijn. Maleisië voelt als een malle droom, een gekke vliegensvlugge reis. Over een week of zes gaan we terug naar dat mys­terieuze land en ontsluieren we hopelijk wat meer van ‘s lands schoonheden.


6° 7' N, 102° 15' E
18 July 2010, 4:58

Lekker opschieten

Tassen gepakt en op naar de pier. De Vis­arun duurt waarschi­jn­lijk maar 3 dagen dus we hoeven niet zoveel mee te slepen. Ook wel eens lekker voor de veran­der­ing. Dit avon­tuur begon met een grote cata­ma­ran boot die ons bin­nen 2 uur aan wal zou bren­gen. Een beleve­nis was het. We waren bijna ver­geten dat er ook nog een wereld buiten het eiland bestond. Het eerste wat ons overviel was de air­con­di­tion­ing. Afgezien van de 7–11 (winkel) komen wij op het eiland ner­gens waar er air­con­di­tion­ing is, flink wen­nen dus. Een lekker warm vest maakte veel goed.

Onder­weg begon het buiten te rege­nen, daar zaten we dan in de super­luxe boot vanachter het raam te kijken hoe wind en water vochten om voor­rang. De boot zelf voer ook met een rot­gang dus grote opspat­tende gol­ven kwa­men erbij. Aan wal wer­den we keurig gedirigeerd (met dank aan stick­ers op ons T-shirt die zeggen waar we heen gin­gen) naar een bus om ons naar het sta­tion te bren­gen. Het was soort van ver­war­rend om buiten overal winkelt­jes en mark­t­jes te zien. Even ver­geten dat we nog steeds volop in Azie zit­ten. Heer­lijk om even van het eiland af te zijn en weer eens echt met ver­rass­ing naar buiten te kun­nen kijken.

We merk­ten dat we het bei­den op de een of andere manier ook weer ontzettend span­nend von­den. Te lang op één plek gezeten en dan is dat reizen en gedoe weer wen­nen. Het komt alle­maal goed, we hebben geen haast en wat kan ons nu eigen­lijk gebeuren zijn gedachtes die wel helpen.

Rond zes uur kwa­men we aan op het sta­tion, nog 3 uur respijt voor­dat de trein vertrok. Het kleine stadje dan maar verken­nen. We zijn een mark­tje afgelopen en uitein­delijk (het zal eens niet) in een mall beland. Na even in de super­markt nog wat te snacken hebben gekocht hebben we oons schan­dalig gedra­gen en gegeten bij de KFC. Wel een beetje oost­ers, in plaats van patat gin­gen we toch lekker voor de rijst. Aan de overk­want zat een fil­i­aal van Schwen­ders (oid). Op de grote bor­den prijkte heer­lijke coupé’s met ijs. JUMMIE. Dit soort luxe zijn we niet meer gewend en hebben we ons niet meer gegund sinds we wal hebben verlaten.

Na dit genot moesten we nog wel een rondje lopen. Langzaam weer terug naar sta­tion waar we lang hebben gewacht op de trein. we dachten met tweede klas een 4 per­soon­scoupé te hebben geboekt, niets was min­der waar. Bij bin­nenkomst wer­den onze bed­den net opge­maakt. Het is een lange gang met meerdere zit­jes, onder twee stoe­len die ‘s avonds tot bed wor­den omge­toverd en boven een bed wat ‘s avonds wordt uit­geklapt. Bene­den en boven kun je afscher­men met gordi­jn­t­jes zodat je in je eigen hoekje ligt.Het was al rond tienen dus zijn we beide snel ons bed ingedoken.

Van­mor­gen om 5 uur werd ik wakker door­dat om mij heen al erg veel geluid was, er werd zacht gezon­gen, hard gepraat en veel gerom­meld. Rond 6 uur dan toch maar echt de ogen open en om half 7 waren onze bed­den opgeruimd en zaten we met de slaap in de ogen tegen­over elkaar. Sinds­dien is er niet zo heel veel veran­derd. Ik heb mijn ogen nog wat dichtgedaan, Michiel heeft een kop koffie op en leest een boek.

De trein heeft ook wat addi­tionele beveilig­ing gekre­gen. In de paar kleine dut­jes die ik heb gedaan zijn er blijk­baar groepen man­nen met machi­negew­eren aan boord gekomen. In het verleden blijkt  de relatief arme bevolk­ing van het zuiden wel eens ambities te hebben gehad om het rijk­dom van de trein­reizigers over te nemen door te trein te over­vallen. Ik ben denk ik nog te duf om me druk te maken, al schrok ik wel toen ik de mil­i­tair voor het eerst langs zag komen.

Het is onder­tussen kwart over tien en als alles vol­gens schema gaat zijn we over een half uurtje in Sun­gai Kolok. Dan met een brom­mer­taxi naar de grens, stem­pel halen en met de taxi naar Khota Bahru waar het Thaise con­sulaat zich bevind. Vanavond dan met enig geluk een luxe hotel (en vooraf een mas­sage), hebben we wel verdiend.