Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


4° 28' N, 101° 23' E
4 September 2010, 12:27

Stinkbloemglibberen

14. Michiel probeert bij twee parende kevers uit de buurt te blijven

Het is waarschi­jn­lijk niet zo’n eerbiedige naam voor (ken­nelijk) ‘s werelds groot­ste bloem, maar eerlijk is eerlijk, hij stinkt. Van dicht­bij heb ik hem niet gero­ken, maar het was zeker niet de lucht van rozen­blaad­jes die alle vliegen tot het grote bru­in­rode geval aantrokken. Heel bij­zon­der om te zien, zeker wetende dat Rafflesia’s maar één keer in hun leven voor een paar dagen bloeien.

Overi­gens was het niet zo makke­lijk om die stinkbloem te vin­den. Vanocht­end wer­den we opge­haald met een oude lan­drover, een­tje zon­der profiel op de ban­den. We maak­ten ons maar geen zor­gen. Drie kwartier later eindigde de asfaltweg en kre­gen we het sein ‘offroad’. Dat klonk span­nend, maar bleek in de prak­tijk eerder angstaan­ja­gend. Zon­der profiel had de 4x4 soms best wel moeite om over het smalle, mod­derige en vooral ook door­groefde pad te ger­aken. Twintig minuten en heel wat ste­vig geknepen han­den later kwa­men we aan het einde van de weg.

De gids vertelde ons, miss­chien om ons in te peperen, dat in som­mige delen van het jaar het pad voor de jeeps te onbe­gaan­baar waren en mensen dan de hele tocht (zon­der lies­laarzen) naar boven moesten sop­pen. Enfin, aldus rel­a­tiveer­den we onze dra­betappe om gauw verder te gaan met het wan­deldeel. Dat viel erg mee. We maak­ten een lekkere jun­gle­wan­del­ing met wat klauteren en glib­beren, maar zon­der al het andere dat zo’n tocht verve­lend kan maken (zoals muggen en vliegen).

Aan het eind van de wan­del­ing ston­den we dan oog in oog met de Raf­fle­sia: bijna alsof de bloem zo uit het sprook­jes­bos van de Eftel­ing was geplukt. De leer­achtige bloem­bladen en de oran­je­bru­ine kleur riepen een papier-maché beeld op. Uit­er­aard bleven we net­jes van de bloem af, maar op de foto mochten we er wel mee…

Enfin, de rest van de dag hebben we nog wat in de omgev­ing rondgekard. Een hapje gegeten bij een lokaal Indi­aas restau­rant (lekker!), een bezoekje aan de plaat­selijke theefab­riek van BOH en nog wat rond­kijken bij een vlin­der­boerderij en aard­bei­plan­tage. Op de vlin­der­farm had­den ze behalve vlin­ders nog een paar exo­tis­che insecten: nog nooit zulke grote kev­ers gezien! Uit­er­aard hebben we nog een paar verse zomerkoninkjes (met sla­groom en hon­ing!) genut­tigd om nu redelijk uit­gevlo­erd nog een plan voor de avond te maken. Miss­chien met een paar mensen de kroeg in en nog wat napraten over bloe­men die naar kaas ruiken en kev­ers met een neushoorn?


5° 26' N, 100° 19' E
2 September 2010, 16:45

Jungle tocht...

10. Oh, en dit is trouwens een heel groot warenhuis

Na gis­teren gek­leed te zijn op een lagen wan­del­ing besloten we van­mor­gen korte broek en slip­pert­jes aan te doen. Alles is hier goed ver­zorgd en geas­fal­teerd, why should we?

Na een nieuw ont­bi­jtje (een broodje met Kaya, soort van pasta van ei en kokos­noot, erg lekker) op naar de bus. Na een ijsk­oude bus­reis (de airco staat zo hoog dat Judica zich aan­kleedt als ze de bus in gaat) komen we aan bij de ingang van het nationale park. We schri­jven ons in (het biedt hoop dat ze bijhouden wie er in het park zijn) en begin­nen aan de wandeltocht.

Al vrij snel komen we tot de con­clusie dat het fraaie wan­del­pad dat ons het park in leidt niet het hele park door­loopt. Na een kleine kilo­me­ter wordt het pad voor slip­per­dra­gen­den onbe­gaan­baar en besluiten we maar om te keren. Stom, had­den we ons nu toch maar op jun­gle gekleed.

Een­maal terug bij de ingang van het park ‘ont­dekken’ we nog een klein bezoek­er­scen­trum met een paar maque­ttes, opgezette dieren en hippe com­put­er­p­re­sen­taties. Leuk en miss­chien ook sur­ro­gaat voor de din­gen die we in het park niet gezien hebben.

Door de verzen­gende hitte lopen we dan maar een stukje terug, richt­ing de strand­boule­vard. Of in elk geval, dat is wat we denken. De wan­del­ing blijkt veel langer dan gedacht en na een eindje langs de weg te hebben gelopen en de eerste regen­drup­pels te hebben geïn­casseerd besluiten we de bus maar te nemen. Aan de strand­boule­vard is het alles luxe: dure resorts, gepeperde restau­rants en glim­mende hotels. We wan­de­len, inmid­dels al wat hon­gerig, langs menig over­pri­jsd eethuis, tot­dat we wat hoop aan de hori­zon ont­waren: een KFC!

Ken­tucky Fried Chick telt niet als inheems eten, dus we doen (min of meer voor de vorm) nog even ons best iets Maleis te vin­den. Tot onze vreugde vin­den we vlak­bij de KFC ook een food­court. Voor nog geen 4 ring­git per per­soon kri­j­gen we daar alle­bei een lekkere rijstscho­tel: Michiel met pit­tige kip en Judica nasi. Lekker en zeker beter dan een pot vette kip­kluiven uit de states.

Veel strand zien we de rest van de mid­dag niet meer. Het weer is wat drui­lerig gewor­den en we besluiten terug de stad in te gaan. Als we een­maal (via een omweg of twee) weer bij het hotel aankomen is het alweer 5 uur. We rusten wat en fris­sen ons op, om dan de avond in Lit­tle India door te brengen.

In Lit­tle India, of althans de vier straten die door Indiërs bewoond wor­den, is het een grote feestelijke boel. Kraam­p­jes buiten, wier­rook­lucht, Hin­does­taanse muziek, heel gezel­lig. We eten een pan­nenkoek­broodje met kip en ei en strijken later neer bij een groot Tan­doori restau­rant. Daar eten we (zon­der bestek, slechts met de han­den) nog wat naan­brood met kip. Erg lekker!

Mor­gen reizen we af naar de Cameron hoog­lan­den. Om zes uur in de mor­gen wel te ver­staan. Een goede reden om wat bijti­jds te gaan slapen dus. Een slaa­padres hebben we maar vast geboekt, want vanaf mor­gen is het een week schoolvakantie in Maleisië. Dit keer gaan we voor sober: een tweep­er­soon­skamer met gedeelde bad­kamer. Het zal ons benieuwen…


5° 26' N, 100° 19' E
1 September 2010, 14:17

4x4=60

12. Judica snoept nog een patatje

Onze hotelka­mer heeft geen ramen. Dat hebben we op onze reis al weleens eerder gehad, alleen was ik alweer ver­geten hoe lastig dat is. Zon­der ramen heb je op de kamer geen enkel besef van tijd. Vanocht­end wer­den we dan ook later wakker dan we dachten. Op Koh Tao werd ik meestal rond 8 uur vanzelf wel wakker, maar hier wees de klok al 10 uur aan voor­dat de luiken open sloegen.

Gelukkig had­den we voor van­daag geen hele wilde plan­nen. Voor­naam­ste activiteit, zo stelden we ons voor, zou een trein­ritje Penang Hill op wor­den. Vanocht­end dus, na een Europees ont­bijt hier ergens in de straat, op richt­ing busstation.

Ons was in het hotel verteld dat we bus 204 zouden moeten nemen, maar een­maal bij de bushalte aangekomen vertelde een man van Rapid Penang ons dat het bus 10 zou moeten wor­den. Hij vertelde ons dat de bergtrein naar de 800 meter hoge top van Penang Hill tot het eind van het jaar uit de run­ning is en de enige manier naar boven momenteel met een 4x4 jeep is.

Maakt niet uit. Wij zijn blij in bus 10 gestapt en kwa­men na een uurtje (het was niet ver, maar de bus deed er gewoon lang over) aan bij de botanis­che tuinen van Penang. Daar trof­fen we inder­daad een stel­letje jeeps aan com­pleet met groen geüni­formeerde chauf­feurs. 60 ring­git voor een retourtje. Dat is best veel, een euro of 15, zeker voor een ritje van 5 kilo­me­ter. Maar na een uur met de bus wilden we ons niet meteen uit het veld laten slaan. Naar boven dus maar.

De weg omhoog was erg steil, soms wel 30%. Onder­weg kwa­men we nog wat aap­jes tegen die gezel­lig op de rel­ing zaten te spe­len. Boven aangekomen was het uitzicht aan­vanke­lijk wat mistig, maar na een paar minuten trokken de wolken weg en kre­gen we een mooi uitzicht op George­town. Bovenop de heuvel is verder niet zo heel veel te doen. Er is een Hin­doe tem­pel en een moskee. Verder nog een paar ges­loten restaurants.

Na een uurtje weer terug naar bene­den dus. Toen nog een uurtje terug met bus 10 (een ritje van maar 2 ring­git per per­soon, overi­gens) en op weg naar het Penang State Museum. Daar­van had­den we gelezen dat het mooi en goed ingericht was. En dat viel niet tegen. In het museum was het een en ander te lezen en zien van de ver­schil­lende bevolk­ings­groepen in Penang en Maleisië. Inter­es­sant en leerzaam.

Voor het avon­de­ten maar weer terug naar het food­court waar we gis­ter­avond ook al gegeten hebben. Dit keer geen sushi, maar wat ‘West­ers’ eten. Kip met rijst, een lekker sausje, voor Judica wat patat en voor mij met spaghetti. Erg lekker. Maar mor­gen eten we Maleis, heus!


5° 26' N, 100° 19' E
31 August 2010, 22:17

Stadswandeling Georgetown

10. ook hier medische wijsheden

Na een heer­lijke nacht slapen (ver­be­ter­ing van de vorige nacht op de boot) wor­den we laat wakker. De wekker is ook een uur verder en dan slaap je al makke­lijk uit. Hup, kleren aan en… ohja… ont­bijt. Uit­er­aard komen we net te laat bin­nen voor de ont­bi­jtkaart en besluit Michiel een gezond gevarieerde maaltijd bij de 7–11 te halen.

Van­daag staat wat rond­wan­de­len door het his­torische stadje op de plan­ning. George­town is eeng rote stad maar de oude kern is sinds 2008 uit­geroepen tot UNESCO werelder­f­goed. De ste­den die wij hier­voor bezocht hebben die op die lijst ston­den (o.a. Hoi An en Luang Pra­bang) hebben ervoor gezorgd dat we de lat hoog hebben qua sfeer en din­gen te doen.

We lopen langs oude kolo­niale gebouwen en via de ‘boule­vard’ naar de ‘Kota Corn­wal­lis’ (fort Corn­wal­lis). De Brit­ten hebben Maleisie en dus ook Penang tot ergens mid­den jaren 50 gekoloniseerd en de invloe­den zijn legio. Dit fort is gebruikt in die peri­ode en was goed gedoc­u­menteerd. Er was zelfs nog een oud kanon van de VOC. Ook al is het geheel veel over­groeid met gras  was het heer­lijk om er rond te lopen.

Er rijdt een gratis bus in de stad en we wilden ook nog even langs de grote mall ‘Kom­tar’. Op zoek naar de bushalte dan maar. Bij Kom­tar zijn we telerugesteld, het moest een groots winkel­cen­trum zijn maar de helft van de winkels staat leeg en de sfeer is ver te zoeken. Als we naar buiten lopen zien we een nieuwe McFlurry soort ( is die in NL ook, met limoen… HEERLIJK). Het McDon­alds standje staat voor een ander enorm winkel­cen­trum wat we nog kort verkennen.

We zijn moe en er moeten nog plan­nen gemaakt wor­den voor de komende tijd en we cocoo­nen in ons hotelka­mertje. ‘s Avonds gaan we op zoek naar een leuk en lokaal plekje om te eten. We komen terecht op een food­court waar van elke cul­tuur hier in Penang (en dat zijn er nogal wat) iets authen­tieks te eten is. We zwichten voor wat heer­lijke sushi en nog een ijsje als toetje. Dit alle­maal buiten, op plas­tic stoelt­jes waar­bij je wordt vergezeld door syn­the­sizer muziek.

Penang is eigen­lijk een smeltkroes van mensen. Op straat is het hier schoon, de food­court buiten is goed geor­gan­iseerd, er zijn mensen die scoon­mkaen, drankjes halen etc. Maleisiers zijn hard­w­erk­ende en ontzettend vrien­delijke mensen. De kolonis­er­ing heeft ervoor gezorgd dat ze over het alge­meen heel erg goed Engels spreken en je kunt iedereen aanspreken. De cul­turen die hier naast elkaar leven zijn legio. Al eeuwen laten ze hier zien dat ver­schil­lende reli­gies niet perse in dishar­monie hoeven te leven. Inspir­erend en mooi om te zien hoe dat samengaat.


5° 26' N, 100° 19' E
30 August 2010, 14:03

Ter land, ter zee en (n)ooit meer terug

Na 24 uur ‘thuis­loos’ te zijn geweest zit ik nu, na 3 maan­den Koh tao heer­lijk gedouched op de kamer te inter­net­ten. Wat een luxe is het gewone reisleven toch ook weer.

Het reizen zelf valt helaas nog flink tegen qua com­fort. Gis­teren ware we op tijd op de pier en de boot lag klaar. Wij zochten ons plekje op en had­den de luxe van een hoek­plekje wat ons 30 cm meer bed gaf per 2 per­so­nen. Naast ons een groep Spaanstal­i­gen emt veel energie en tegen­over ons een groep Amerika­nen die het nodig von­den om speak­ers te gebruiken en alle­maal een fles whiskey bij zich had­den. ARGH…

De boot vertrok en vanaf het ach­ter­dek namen we in stilte afscheid van Koh Tao, ofwel schilpad­denei­land. De boot zwoegde en maakte veel geluid, het was een ruige naqcht op zee. Terug naar bed en oor­doppen in, maar al snel werd ik mis­selijk van al dat gedein. Nog nooit last van gehad en zodoende ook geen anti beweg­ingsziekte pillen bij me. Net toen ik dacht dat ik mijn hoofd uit het raam moest gaan hangen bedacht ik me dat iemand me eens verteld had dat tijger­balsem ook tegen zeeziekte helpt. Baat het niet dan schaadt het niet en zodoende smeerde ik de bin­nenkan­ten van mijn polsen braaf in met tijger­balsem. Een kwartiertje later had ik ner­gens meer last van! Tijger­balsem heeft mij gis­ter­avond echt gered van een mis­er­abele nacht!

Vanocht­end vroeg, iets na 5 uur kwa­men we aan op Sur­rathani. Daar stond al een tuk tuk klaar om ons naar het kan­toortje te bren­gen waar we verder met de mini bus naar Hat Xay zouden gaan.

Heer­lijk even tanden poet­sen en om half 7 gin­gen we verder. Net voor de lunch kwa­men we aan, kon­den nog even een uurtje rond­ban­jeren en daarna verder in het vol­gende minibusje. Raad drie keer wie er dat hele stuk met ons mee zouden gaan; ja… die ‘euke’ groep Amerika­nen die nog naar de alco­hol stonken.

Uitein­delijk de grens over en Maleisie in. Het is toch direct een andere cul­tuur. De straten zijn nog net­ter, gebouwen lijken beter onder­houden en mensen zien er anders uit. We kun­nen ein­delijk gewoon ales weer lezen en lachen ons kapot om de fonetis­che ver­talin­gen. ”Teksi’, ‘imi­gre­sion’ en andere bek­ende woor­den komen naar ons toe.

Bij Penang had­den we ons een lief eilandje voorgesteld maar we zit­ten voor mijn gevoel mid­den in een metropool genaamd George­town. In de chi­nese buurt waar we zo nog wat te eten gaan zoeken. De tijd­szone is ook weer veran­derd, een uurtje vooruit wat het ver­schil met Ned­er­land +6 uur maakt. Op dit moment is het Ramadan, en aangezien eht een Islami­tisch land is ben ik benieuwd wat we ervan gaan merken. Mis­s­cien red­den we het nog in Maleisie tot de 11e en maken we ook het suik­er­feest mee. Toch alle­maal span­nend, maar geen kakker­lakken, koude douches, emmer wc’s en bewe­gende bus­jes en dat maakt het alle­maal erg relaxed.