Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


2° 13' N, 102° 15' E
10 September 2010, 14:36

Malaka Sentral

Lieve Web­blogvrien­den, hier een bericht vanaf Melaka Sen­tral. Ik zit hier op een gras­groen plas­tic kuip­stoeltje voor het plaat­selijke fil­i­aal van McDon­alds. Onze bepakking staat achter me in een hoek en ik wacht op Judica. Ze is net naar een bustick­et­bu­reau gegaan om tick­ets naar Sin­ga­pore voor over­mor­gen te rege­len. Geen idee hoe lang dat nog duurt, maar een sinecure is het zeker niet.

Een kort ver­haaltje over onze bus­reis vanaf KL naar Malaka vanocht­end: ruim op tijd hebben we onze kamer deze mor­gen ontru­imd. Het was bepaald geen grote kamer, dus het was wat passen en meten om die grote back­packs en onszelf tegelijk een promi­nente plaats in de kamer te kun­nen geven. Maar dat lukte. Bij de 7-eleven weer ont­bijt gehaald (kaya– en choco­lade­brood­jes) en meteen doorgestiefeld naar de halte van de shut­tle­bus die ons bij het tijdelijke ‘inter­state bus­ta­tion’ zou bren­gen. Tot zover ging alles soe­pel. De bus kwam ook nog net­jes aan, maar een­maal  op het bussta­tion ging het helaas toch een beetje mis.

Ik zal jul­lie niet te lang in span­ning houden en niet om de hete brei heen draaien: hoeveel din­gen er ook mis gaan, de din­gen die niet gaan zoals gep­land, die rieken naar oplicht­ing of op dom­migheid neerkomen zijn toch het inter­es­santst om te lezen. Enfin, we zijn opgelicht. De buskaart­jes die we een paar dagen terug op het­zelfde bussta­tion kochten bij ‘kaunter’ 52 bleken vanocht­end bij counter 24 pre­cies hele­maal niets waard.

De vrouw die ons de vorige keer had geholpen (en die door hoor col­lega in het Maleis achteraf gezien ken­nelijk werd ver­acht om wat ze deed) bleek nogal te hebben gegoocheld en het feit dat er vanocht­end nie­mand bij loketje 52 zat (het zijn overi­gens alle­maal kleine onderne­minkjes; achter elk hokje gaat een ander pri­vaat bus­bedri­jfje schuil) maakte ons al snel pijn­lijk duidelijk dat er enige opzet in het spel geweest moet zijn.

Na wat boosheid te hebben geven­tileerd uitein­delijk toch maar tot con­struc­tieve actie overge­gaan. Op het geïm­pro­viseerde megabussta­tion was ook een poli­tiepost aan­wezig en na enig aan­drin­gen was een van de geu­ni­formeerde vrien­den bereid te zaak voor ons tot op de bodem uit te zoeken. Wij zelf had­den al behoor­lijk wat van de plaat­selijke kast­jes en muren gezien en met enige oplucht­ing merk­ten we dat ook oom agent schaamteloos werd rondges­tu­urd. Toen ook hij het zat was, sloeg hij met de spreek­wo­ordelijke vuist op de tafel van balie 24 en eiste van hen, ofschoon hul­lie in alle toon­aar­den betrokken­heid ontk­enden, dat ze voor een oploss­ing zouden zor­gen. Dit alles uit­er­aard in het Maleis. Ein­dresul­taat: na bij­be­tal­ing van 6 ring­git kon­den we alsnog op de bus en nog wel een half uur eerder dan gep­land. Wij blij.

Een uur of drie later zit ik nu op het bussta­tion van Melaka en gelukkig is er gelijk nog een tegen­valler te incasseren: we had­den graag over­mor­gen met de bus naar Sin­ga­pore gereisd, zodat we nog een volle dag in Melaka zouden hebben, maar er blijken geen kaart­jes meer beschik­baar te zijn. Gevolg is dat we nu al mor­gen­mid­daag om 2 uur vertrekken. Dat laat ons maar weinig tijd. Maar niet getreurd: we maken er het beste wel weer van. We zijn al in Malaka aangekomen en dat is al lang niet zo vanzelf­sprek­end gebleken als gedacht.


10° 5' N, 99° 49' E
2 June 2010, 8:56

Koh Wow

13. De hond (Bink of Bertus) maakt het huiselijk

Vroeg in de ocht­end, moe.… Ik sla mijn ogen open en kijk op. Ik proef zoutop mijn lip­pen. Ik lig niet zo zacht als ik gewend ben. Mijn oogk­lep­pen schuif ik omhoog en.… zee. Ik lig op een bankje naast de pier. Op de tafel naast me ligt Michiel. Het is net zes uur en over een uurtje vertrekt de boot.

Ik geniet wel,tja… het had anders gekund met de bus, maar op dat bankje heb ik beter ges­lapen dan in de bus.

We stap­pen op de boot en het wordt prachtig naar­mate we weg­varen. Langzaa­maan laten we het vaste land achter ons en waan ik mij op volle zee. De boot vaart recht op het eiland af en dat kan ik dus niet zien. Heer­lijk achter op de boot, nog moe van de korte nacht geniet ik van de zon op mijn huid.

Het eiland komt dichterbj en naar­mate de con­touren duidelijker wor­den gaat mijn hart sneller klop­pen. Er zijn wel gebouwen maar van een stad is geen sprake. Van de kant waar wij ankomen mis­sen de palm­bomen op het strand maar verder is het net een bounty reclame.

Als we door de straat­jes lopen wordt ik gevan­gen door de sfeer. Het zijn kleine straat­jes waar geen auto doorheen past vol met winkelt­jes, duik­winkels, internetcafe’s en restau­rants. Het is er rustig, alsof iedereen slaapt maar die relaxd­heid vind ik heerlijk.

Het huisje waar we in mogen is mini maar heer­lijk van ons.  Een bankje op onze veranda, een eigen bad­kamertje en zelfs kas­tru­imte. De komende week zit­ten we hier goed. Zome­teen maar even snorkels en flip­pers halen om een eerste verken­ning van de onder­wa­ter­w­ereld te doen.


10° 5' N, 99° 50' E
2 June 2010, 8:37

Klein paradijs

Na een paar onverwachts leuke dagen in Bang Kok was het gis­ter­avond weer eens afschei­dtijd. Het reis­bu­reau waarmee we ook naar Bangkok reis­den, kon ons ook een com­bi­nati­et­icket bus-boot naar Koh Tao aan­bieden. Om zes uur gis­ter­avond stapten we dus op de bus naar ons kleine paradei­land aan de oost­kust van Thai­land. Noordelijker gele­gen dan Koh Phangang en Koh Samui was de voor­spelling dat de reis niet lang zou duren en we ‘s ocht­ends al rond 9 uur zouden aankomen.

De reis bleek inder­daad heel kort. Rond half 8 gis­ter­avond vertrokken we met iedereen vanuit Bangkok. Om half drie van­nacht (!) wer­den we uit de bus gezet bij het veer naar Koh Tao. Nogal vroeg dus. Tot onze ver­bi­js­ter­ing vertrok het veer echter pas om 7 uur ‘s ocht­ends en moesten we nog ruim 4 uur wachten. We hebben dus maar wat geprobeerd te slapen op de pick­nictafels aan de kade. Maar goed, dat kleine avon­tu­urtje daarge­laten ver­liep alles verder voor­spoedig. Het eiland is prachtig, met palm­bomen en azu­ur­blauwe baaien.

Om alle prop­pers van de diverse duiksc­holen op het eiland te ont­lopen zijn we direct vanaf de boot een inter­net­cafe in gevlucht en hebben we op Inter­net het tele­foon­num­mer van de Ned­er­landse duikschool­houder die Judica eerder al had gecon­tact opge­zocht. Met ons kraaknieuwe, in Bangkok gekochte Thaise tele­foon­num­mer hebben we de man (Robert) opge­beld en voor we het wis­ten stond hij al voor de deur van het cafe. Een hele aardige man die rust en betrouw­baarheid uit­straalt. Niet onbelangrijk.

Duikcur­sussen hebben op het eiland tamelijk vaste pri­jzen, maar als bonus kon Robert ons ook drie gratis over­nachtin­gen per geboekte cur­sus aan­bieden. Daar kon­den we geen nee op zeggen natu­urlijk, zeker ook omdat de huis­jes er heel leuk uit zien en ook na de cur­sus nog beschik­baar zijn. Judica gaat sowieso de cur­sus doen en als de eerste dag bevalt, doe ik hem ook hele­maal. Dat betekent dat we dan in elk geval 7 dagen op dit prachtige eiland zijn. Maar ik ver­moed dat daar nog wel wat daag­jes bij zullen komen…


13° 43' N, 100° 29' E
29 May 2010, 16:18

Bangkok, we're here

8. en Judica heeft weer katjes ontdekt

Weer een nacht doorge­bracht in een heer­lijke VIP bus. Er lijkt een ritme te zit­ten in de kwaliteit van de bussen. Om en om, of het is goed, of bag­ger. Vanacht viel in de cat­e­gorie ‘bag­ger’. We had­den geen extra water gekocht (meestal krijg je twee flessen). Toen we bin­nen­stapten zagen we de skai stoe­len en voelden ons al plakken. De air­con­di­tion­ing kun je nor­maal richten, maar als er alleen een gat is waar licht uitkomt krijg je het snel koud.

De beloofde film leek ook onwaarschi­jn­lijk aangezien de kast die bestemd was voor de tv leeg was gemaakt met geweld. Voordeel was dat we ons geen zor­gen hoef­den te maken over verve­lende muziek :) . We had­den onze lap­top mee met daarop series en hebben ons relatief geod ver­maakt. De bus vertrok om 7 uur en om half 8 ging al het lchct uit, een boekje lezen zat er dus helaas niet in.

Na een halve nacht slaap kwa­men dan van­mor­gen om kwart over 5 aan. Lekker vroeg, zelfs voor de Thai nog iets te vroeg. Hier en daar een wat meer ver­lept ogende meisje van plezier en verder veel gebezem. We zijn gedropt naast de ‘grote toeris­ten­straat’ (Kho San road) en begonnen met even zit­ten en een drankje.
Onder­tussen gaan we hele­maal niet meer voor­bereid naar ste­den toe en we moesten nog even ori­en­teren. Rugzak neerzetten en kijken wat er aan guesthouses/ hotels is. De prijs viel flink tegen, uitien­delijk betalen we bijna het dubbele van Chi­ang Mai en zijn we na 1,5 uur terecht gekomen in het tweede hotel wat we hebben bezocht (natuurlijk).

Na een ocht­end­dutje wer­den we wakker in een andere straat. Het bruist van leven hier, een mark­tje met teveel kled­ing om op te noe­men (en mijn tas zit vol, snik), nep pas­jes, kleer­mak­ers, oor­bellen, ket­ting en andere curiosa.

Michiel was de oude cam­era ver­loren in de bus dus hebben we eerst gevraagd of die gevon­den was: ja, we kon­den hem ‘s avonds ophalen. Mazzel (of zoals Michiel het zegt; karma).
We zijn direct gescammed toen we verder liepen we zouden ergens niet heen kun­nen wegens de ‘red­shirts’, maar we kon­den wel ergens anders heen. Oh en we moesten onze verdere reis niet in Kho San road boeken, maar bij het offi­ciele cen­trum. Een tuk tuk zou ons meen­e­men voor om langs een mon­u­ment te gaan en naar het echte toeris­ten cen­trum. Voor het schamele bedrag van 50 cent.
Oke, goed, doe maar. De foto’s van de Bud­dha staan hieron­der en bij dat andere toeris­ten­bu­reau was het duur­der dus dat hebben we niet gedaan. Sim­pel maar waar, gewoon je hoofd koel houden en dan komt het goed.

We zijn nog even naar een grote shop­ping mall geweest en zaten toen vlak­bij het prob­leemge­bied, maar daar was eignelijk niets aan de hand. Direct maar een tweede accu gekocht voor de nieuwe cam­era, hebben we die iig altijd bij de hand. Verder nog wat rondgelopen en heer­lijk gegeten. Koken kun­nen ze hier echt wel.

Michiel heeft even een boek gekocht wat hij terug kan verkopen zodat hij de laat­ste 150 blz nog kan lezen en is dus ver­slaafd. Op tijd naar bed, want uit­ges­lapen zijn we zeker nog niet. Over­mor­ge­navond gaan we denk ik weer verder richt­ing de eilanden.


18° 47' N, 98° 60' E
22 May 2010, 16:37

Busmoe

“U maakt een prachtige rit van de voor­ma­lige hoofd­stad van het Lao rijk naar de voor­ma­lige hoofd­stad van Siam. Bij de grens aangekomen wordt u met een slow­boat naar de overkant gevo­erd, alwaar een com­fort­a­bele mini-bus u zal opwachten. Een reis die garant staat voor een dag fan­tastisch touren.” Enfin, zo had onze tocht van Luang Pra­bang (Laos) naar Chi­ang Mai (Thai­land) in de boek­jes kun­nen staan. In werke­lijkheid was de reis niet alleen mooi, maar vooral ook vermoeiend.

We vertrokken gis­ter­avond om kwart over zes vanaf het reis­bu­reau en kwa­men van­daag om kwart over 5 aan bij ons hotel in Chi­ang Mai. Dat zijn 23 uur in de bus, tuk-tuk, slow­boat en mini-van. Judica heeft gelukkig van­nacht goed kun­nen slapen in de — overi­gens zeer com­fort­a­bele — VIP bus naar de Thaise grens. Mijn nacht was wat langer, helaas.

Overi­gens had­den we van­nacht voor het eerst pech met een bus. Bus­pech, wel te ver­staan. Een van de ban­den was ken­nelijk lek ger­aakt en moest in het holst van de nacht wor­den ver­van­gen. Ik werd wakker toen ik merkte dat de bus op een krik gezet werd en er na een paar keer pom­pen vanaf kukelde. Wat er pre­cies mis ging weet ik niet, maar het duurde de ‘tech­nici’ 2 uur om de band ver­van­gen te kri­j­gen. Amateurs…

Ook bij de Lao-Thaise grens hebben we ons kostelijk kun­nen ver­maken: onze bus bleek tot het bussta­tion te rij­den, ter­wijl we met een boot moesten over­steken naar Thai­land. De dien­sten van een tuk-tuk waren dus nodig om ons bij het water te kri­j­gen. Een gren­spost aan het water is een vreemde aan­gele­gen­heid, zeker op de manier waarop men dat in deze regio­nen aan­pakt. Niks grote, indruk­wekkende gebouwen, niks slag­bomen. Gewoon een klein loketje en een bootje dat niet vertrekt zon­der goed­keur­ing van de beamten. Zo sim­pel kan een grensover­gang ook zijn. In Thai­land aangekomen wer­den onze visa afgestem­peld en waren we toch erg blij dat we die al van tevoren geregeld had­den: andere reizigers moesten hun visa aan de grens aan­vra­gen en kre­gen er maar een voor 15 dagen, ter­wijl wij 60 dagen mogen blijven.

De ven­ti­la­tor boven ons hotelbed draait nu op volle touren. We zijn maar gewoon voor het hotel gegaan waar onze mini-van ons heeft afgezet. We had­den best wat kun­nen gaan shop­pen, maar eerlijk gezegd waren we daar te moe voor en kon­den we voor de prijs van 250 baht (€6,15) waarschi­jn­lijk niet veel beters kri­j­gen. Want: we hebben hier een ruime kamer, zwem­bad, draad­loos Inter­net en een baliejuf die een paar woord­jes Ned­er­lands spreekt. Zo opval­lend hoeveel meer moeite men hier doet om gastvrij te zijn en touris­ten een beetje te paaien. Het ziet er dan ook naar uit dat we hier veel plezier zullen beleven.


19° 53' N, 102° 8' E
16 May 2010, 15:48

VIPs

4. Zomaar een kiekje

De ocht­end die ons vertrek vanuit feestdorp Vang Vieng aankondigde was een bewolkte, eerder dan een zon­nige. Het was alsof het dorp rouwde om ons vertrek. Dat is natu­urlijk een hoog­moedige gedachte, maar het hielp zeker het vertrek draaglijker te maken. Ons laat­ste VV-ontbijt was uit­ge­brei­der dan de ocht­en­den tevoren: Judica waagde zich aan een Amerikaans ont­bijt (baguette, omelet, patat, maar zon­der bacon) en ik genoot een ‘con­ti­nen­taal ont­bijt’ (een baguette met jam). Een fruithapje en dito shake erbij maakte het geheel tot een machtige maaltijd.

De bus die ons naar Luang Pra­bang moest bren­gen liet een beetje op zich wachten. Alle bussen die vanuit Vang Vieng te kri­j­gen waren wer­den als VIP bussen verkocht, dus we verwachten heel wat. De ram­melige oude bus (zon­der a/c) die we kre­gen stelde dan ook iets teleur, maar vold­eed verder prima. De waarschuwing die ons de Lonely Planet mee­gaf over de reis zelf bleek echter geen over­dri­jv­ing. Het advies luidde: mensen met wagen­ziekte dienen beslist voor­zorgs­maa­trege­len te nemen. De weg voerde in zijn volle 240 kilo­me­ter uit­slui­tend over kro­nke­lige berg­we­gen. Nu, in Luang Pra­bang aangekomen, kun­nen we geen haar­speld­bocht meer zien! De rit duurde 8 uur en bood weinig kansen voor een dutje door het onafge­bro­ken deinen van het VIP-vehikel.

Overi­gens was de rit zelf prachtig, juist ook door alle berg­pas­sages. De weg voerde ons langs won­der­schone uitzichten, aan­vanke­lijk op karst­ber­gen, later ook op wat min­der gril­lige bergen. Karst­ber­gen zijn een won­der op zich: som­mige steken gewoon­weg recht uit de grond de lucht in, anderen hebben scherpe ran­den en gril­lige wan­den. De bergen wer­den hoger naar­mate we Luang Pra­bang nader­den. Soms leek het land­schap op een groen laken waaron­der lucht was geblazen, zodat overal hobbels en gril­lige bul­ten waren verschenen.

Rond vijf uur van­mid­dag kwa­men we hier uitein­delijk aan. Onder­weg maak­ten we nog twee stops om wat te eten, maar veel trek had­den we door al het gehot­se­knots natu­urlijk niet. Eten stond bij aankomst dan ook nog niet hoog op de agenda, wel een lekker sta­biel, onbe­weeglijk bed. Dat von­den we uitein­delijk na wat zoeken in een klein, maar gezel­lig en allervrien­delijkst guest­house. Voor 6 euro verbli­jven we nu ongekoeld in een licht claus­tro­fo­bis­che kamer – maar met douchegordijn!

Overi­gens is de stad zelf prachtig. In het laat­ste uurtje daglicht dat de voor­ma­lig konin­klijke ned­erzetting over­goot had­den we dat al snel door. De stad ligt op het schierei­land dat wordt gevormd door een riv­ier die in de machtige Mekong vloeit. De sfeer is warm, mede door de vele in Franse stijl gebouwde huis­jes, de knusse straten en de overvloed aan Mekong-terrasjes. In de half­schemer­ing hebben we, aan de waterkant van de Mekong, nog roman­tisch gedi­neerd. Schilder­achtig mooi. Enfin, we red­den ons hier dus wel even. Miss­chien niet als VIPs, maar zeker wel als gewone back­pack­ende stervelingen.


18° 56' N, 102° 27' E
13 May 2010, 15:07

Laosbollen

De bus van half tien vertrok pre­cies vol­gens schema een uur te laat. Nie­mand hier lijkt daar­van op te kijken, maar ik ver­baasde me er over. Wat voor zin heeft een dien­stregeling als je hem niet gebruikt? Enfin, ik klaag er niet te lang over; de bus heeft ons net­jes van hoofd­stad Vien­tiane (of zoals ze hier zeggen, Wing Chang) naar het paradijs voor los­bollen Vang Vieng gebracht. Het duurde een kleine 6 uur, maar de mini-ventilators en het briesje dat de vele open ramen teweeg brachten maak­ten het zeker draaglijk.

We waren al van plan om naar Vang Vieng te gaan, gewoon omdat het zo’n leuke plaats schi­jnt te zijn om wat sportie­vere din­gen te doen. Maar we waren ons niet bewust van de mod­erne rep­u­tatie van dit oord. Toen ik hier een rondje liep om ons een mooi hotel te vin­den viel ik van de ene in de andere ver­baz­ing. Ten eerste is het hier heel touris­tisch (op een back­packer manier), maar vooral opval­lend waren de vele relaxte lounge­plekken, hang­mat­ten, hangkussens en ander hang­goed. Vang Vieng biedt onderdag aan zulke illus­tere zaken als de Happy Shake, de Happy Pizza en de Happy Pan­cake, alle voor het plezier ver­rijkt met lokaal geteelde mar­i­huana, paddo’s en opi­aten. Je moet het maar weten, want in een melige bui bega je anders zomaar een ver­giss­ing. Overi­gens verk­laart al die hip­pie hap­pi­ness wel het grote aan­tal hanggelegenheden.

Mor­gen gaan we sportief doen, hebben we besloten. Eerst wat wan­de­len (een grot!), dan in een trac­torbin­nen­band (ofwel ‘tube’) door een grot (!) dri­jven om ver­vol­gens in een dor­pje plakri­jst en brood van bana­nen­blad te eten en in een kayak de lokale riv­ier terug naar Vang Vieng af te zakken. We hebben ons laten vertellen dat op die boot­tocht diverse bar­ret­jes aan de kant gesitueerd zijn, alles ter ver­hoging van de feestvreugde. Daar­naast is er de mogelijkheid om aan lia­nen de slin­geren, te ‘jumpen’ en in een rare schom­mel te… schom­me­len. Alle­maal inbe­grepen. Reken vast op een paar leuke plaat­jes met Judica op de voorgrond.

Tot die tijd gaan wij hier nog maar even chillen. Geen Happy Beer en Happy Sand­wiches, maar miss­chien wel een paar reruns van Friends (er is hier werke­lijk een café dat zich daarop toelegt). Wat zijn we toch een gekkerds…


16° 33' N, 104° 45' E
3 May 2010, 17:21

Rela(o)xed

Daar lig ik dan, onder onze klam­boe in ons zachte tweep­er­soons­bed in Savan­nakhet. We zijn nu een beetje over de eerste cul­tu­ur­shock heen. Laos is totaal anders dan Viet­nam en we waren daar nog niet zo op voor­bereid. De vorige post (als die niet achter de fire­wall is bli­jven hangen) was een beetje zeik­erig qua toon. Nu, een paar uur later zie ik dat het gewoon echt cul­tu­ur­shock was.

Nog even terug naar de bus­reis. Van­mor­gen om 6 uur vertrokken we, we gin­gen met een bus van Hue naar Dong ha om daar over te stap­pen. Er was nog een stel wat die route deed. Een Zwit­serse man met zijn (20–25 jaar jon­gere) Lao­ti­aanse vriendin. De man begon direct tegen ons aan te praten, toen we even buiten zaten (de rest van de bus had een tour incl ont­bijt, we moesten dus even wachten) begon hij ongeveer een les over brom­mers etc. Op zich oke, ware het niet dat het half 7 in de ocht­end was, we moe waren en dat de man niet op een accept­abel vol­ume sprak maar gewoon schreeuwde.

Tij­dens de hele reis heeft hij af en aan tegen ons gepraat, zelfs al sje de oort­jes van de mp3 speler indeed begreep hij niet dat we geen behoefte had­den. Op zich had hij wel ken­nis over het land, maar antwo­ord op je vra­gen kreeg je niet want hij luis­terde niet naar wat je zei. Ik zat bij het raam en heb Michiel een aan­tal keer ‘gered’. Dan vroeg ik iets onbe­nul­ligs in Ned­er­lands zodat hij zijn aan­dacht met een excuus ergens anders op kon richten. Het is toch ongelofe­lijk dat er mensen zijn die zich ongewenst zo opdrin­gen en ook niet ophouden. Enfin, we waren blij dat we deze man niet langer in onze buurt hoef­den te hebben. Hij was echt wel aardig, maar voor van­daag niet onze gesprekspartner.

Toen we aankwa­men op het bussta­tion ston­den daar een aan­tal Tuk­tuks met chauf­feur. Ze vroe­gen of we een ritje wilden maar we wilden eerst even accli­ma­tis­eren. Gewend aan de Viet­namese aggre­sieve manier van aan­bieden zei ik duidelijk nee. In Viet­nam had daar een lang gesprek op gevolgd waarom niet etc. Hier namen ze direct afs­tand en ik voelde me schuldig. Een vrien­delijk ‘nee’ vol­staat hier en dat is echt weer even wennen.

We zijn net nog wat gaan eten en hebben de ‘hoofd­straat’ van Savan­nakhet verk­end. We merken direct al dat de sfeer hier anders is. Het drukke wat we in Viet­nam gewend waren is weg. Er wordt niet getoe­terd en er was sowieso weinig verkeer.

Tij­dens een drankje (waar­bij een gratis glas gezond water) ont­moet­ten we ‘Mike’, een ontze­tend vrien­delijke man uit Groot Brit­tanië waar we zeker een half uur mee hebben zit­ten klet­sen. Hij sprak zo beheerst, prachtig Engels en zacht. Na Pierre (Zwitser) was het echt een genoe­gen om daad­w­erke­lijk een gesprek te kun­nen hebben ipv een een­z­i­jdige monoloog aan te horen. De man straalde zo een vrien­delijkheid uit dat ik hem zo had willen adopteren als oom :) .

Voor het avon­de­ten wilden we weer wat lokaals eten na de ‘internationale’(lees Ital­i­aanse) maalti­j­den die we in Hue hebben genoten. Op zoek naar rijst dus, want van de nood­els zijn we beide niet zo’n fan. We zagen een leuk ten­tje en vroe­gen naar rijst, dat had­den ze niet, maar ze wees direct aan waar we het wel kon­den kri­j­gen. Weer zo een opmerke­lijk ver­schil… In Viet­nam had met gezegd dat men het niet had en als je vroeg waar dan wel… dan had­den ze met hun han­den gewap­perd ten teken van dat ze het niet wisten.

We gin­gen naar de aangewezen plek en hebben daar heer­lijk gegeten. Michiel had rijst met eend en een lekker sausje (aange­vuld met komkom­mer voor de groene touch) en ik ging voor het gemakke­lijke rijst met een spiegelei. Het smaakte goed en er kwam ook direct een kan gekoeld water uit een water­tank bij. Niets extra kosten,gewoon service.

We zijn dus posi­tief ver­rast, het leefritme ligt hier lager, alles is meer ontspan­nen en we moeten de goede snel­heid zelf nog even vin­den. Het land is ongerepter en armer. Het gebrek aan geld en bewus­theid van toeris­ten als grote inkom­sten­bron lijkt er wel voor te zor­gen dat mensen nog echt vrien­delijk zijn. Zo waren Viet­nam en andere Zuidoost azi­atis­che lan­den voor de grote toeris­ten­bubs. Laos is nog wat onbek­end bij de massa en daar plukken we nu de vruchten van.

Nu maar even heer­lijk slapen om de nachtrust in te halen, mor­gen een nieuwe dag in dit zachte en vrien­delijke land. Kijken of wij op het­zelfde relaxte niveau kun­nen komen.


16° 33' N, 104° 45' E
3 May 2010, 13:09

Jetzt geht's Laos

Lieve vrien­den, fam­i­lie, andere bek­enden. Met per­missie van de par­tij en de poli­tie kan ik u med­ede­len dat we heden­mor­gen in de democ­ra­tis­che repub­liek Laos zijn ont­van­gen. Uit­er­aard niets dan posi­tieve berichten, fan­tastis­che mensen, prachtige bouww­erken. Kor­tom, let’s cut the crap…

Het valt een klein beetje tegen, eigen­lijk. Laos is een prachtig land, maar Savan­nakhet is niet hele­maal de stad die we ons had­den voorgesteld. We zijn gewoon ver­wend. Na meer dan een maand Viet­nam met zijn stu­iterende economie zijn we een beetje ver­geten dat er ook lan­den zijn met een iets min­der knet­terende sit­u­atie. Weliswaar zijn we op de brom­mer in Viet­nam best een paar rustige, kleine plaat­sjes tegengekomen, maar dat waren geen provin­ciehoofd­st­e­den. Savan­nakhet is dat wel.

In deze stad is geen hoog­bouw te beken­nen. De katholieke kerk steekt met zijn toren dan ook ver boven de rest uit. Dat is mooi. Maar het is stil op straat. Omdat Savan­nakhet aan de Mekong riv­ier ligt en die riv­ier tevens de grens met Thai­land mar­keert, hebben we hier vanaf de oever uitzicht op de Thaise stad aan de overkant. Dat ziet er meer uit als een lev­endige, rijke stad. Maar ze hebben vast geen bar­be­cues aan de oever.

Nog even terug naar de gebeurtenis­sen van van­daag en gis­teren. Onze hoof­dac­tiviteit gis­teren was ontspan­nen. Dat hebben we gedaan door te geni­eten van de airco op de hotelka­mer, deftig uit eten te gaan en een paar buskaart­jes naar Laos te kopen. We had­den van Sylvia, die ons een paar dagen op onze reis vergezelde, hor­rorver­halen geho­ord over haar bus­reis naar Ninh Binh (ken je die grap van de bus naar Ninh Binh? Die ging niet!). Ze stond mid­den in de nacht stil langs de snel­weg, de bus kapot en de chauf­feur op zijn veldbedje. Niet goed. Enfin, wij zijn dus voor een wat luxere bus gegaan, gewoon voor de zek­er­heid. 18 dol­lar per per­soon. Dat is veel geld.

De bus viel uit­er­aard wat tegen. We verwacht­ten iets heel luxe, maar kre­gen gewoon een mooie Lao­ti­aanse bus. Met airco hoor, maar gewoon net wat anders. Er lagen bijvoor­beeld pom­poe­nen in het bagageruim. Mijn tas kon er maar net bij. De rit duurde wat langer dan verwacht en de afhan­del­ing aan de grens was een beetje stressvol. Geen vrien­delijke mensen daar (maar dat wis­ten we nog van ons vorige bezoek aan Lao Bao) en we kon­den er makke­lijk een hoop dol­lars kwijt voor visa en stempels.

En dan ons guest­house: het werd aan­bev­olen door de Lonely Planet, een jaartje of wat gele­den. Het is sfeer­vol, op zijn eigen Lao manier, maar niet over­dreven luxe. De mensen zijn erg vrien­delijk (en spreken Engels!) en we hebben zowaar een grote kamer met airco en een warme douche. Over het vogelnest in de raam­spon­ning praten we gewoon niet.

Nu eerst maar eens op zoek naar eten; wat accli­ma­tis­eren. Dan terug naar de kamer. Miss­chien nog een praatje en dan op een oor rustig alle indrukken ver­w­erken. We zijn in Laos en hier gaat het loos! Geen idee nog wat we mor­gen doen, maar ik ver­moed dat we maar eens rustig een dagje op de motor­fi­ets de omgev­ing gaan verken­nen. Maar wie weet wordt het wel iets heel anders. We zijn immers in Laos, het land van de onbe­grensde mogelijkhe­den (de par­tij leest mee).

Oh, nog een infor­matiefje: we zit­ten nu in een Inter­net­cafe. Geen WiFi op onze kamer, natu­urlijk. We zullen daarom waarschi­jn­lijk niet elke dag iets van ons laten horen en spaarzaam zijn met de foto’s. Geen zor­gen maken dus!


51° 47' N, 4° 37' E
3 February 2010, 22:46

Eigen plek

Vaker dan me lief is merk ik dat din­gen voor mij liefst een eigen plek moeten hebben. Een slecht, maar daarom niet min­der noe­menswaardig voor­beeld is bijvoor­beeld mijn fiets. Ik vind het fijn als mijn fiets zijn eigen plek heeft en houdt. Van­daag bijvoor­beeld, kwam ik na mijn werk uit de bus, om ver­vol­gens 5 goede minuten te moeten spenderen aan het zoeken naar mijn fiets.

Het bussta­tion van ‘s-Gravendeel is, zo weten slechts weini­gen, weinig meer dan een bypass in de toch al niet zo heel drukke hoofd­straat van het dorp. Behalve twee hal­te­hok­jes vind je er nog drie fiet­sen­rekken. In het linker rek had ik vanocht­end mijn fiets gezet. Niet zo solide, maar half in het rek (want haastige spoed), maar vol­doende voor een dagje, dunkte mij. Van­mid­dag was hij dus weg.

Na veel turen en kraken vond ik uitein­delijk mijn fiets, non­cha­lant leunend tegen het bushokje voor de lij­nen richt­ing Dor­drecht. Wat deed hij daar? Het slot zat er nog altijd op en zelfs zon­der dat slot zou mijn fiets — het is niet echt een avon­turier — vast niet zo ver van zijn eigen plekje zijn afged­waald. Iemand heeft mijn fiets verplaatst!

Nog 22 dagen van onze werel­dreis ver­wi­jderd, is de zorg nu eerder dat ik die eigen plaats van din­gen zo belan­grijk vind, dan dat ik me wezen­lijk opge­laten voel door de gea­museerde blik van het tiener­meisje in het bushokje aan de overkant. Hoeveel eigen plek krijg je op een werel­dreis? 80 liter, of zoveel als er werke­lijk in mijn rugzak past. Te klein voor een fiets, in elk geval…