Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


39° 54' N, 116° 19' E
22 March 2010, 12:07

Het grootste treinstation van Azië

Klein trauma gis­ter­avond. Groot gebouw. Heel groot gebouw. Gis­ter­avond om 18:46u vertrok onze trein vanaf Bei­jing West naar Nan­ning (zuid China). We had­den geen idee dat Bei­jing West groter zou zijn dan het cen­trale sta­tion. Sterker nog, we had­den niet gedacht op het groot­ste tre­in­sta­tion van heel Azië terecht te komen. Het was een indruk­wekkende ervar­ing. Gewapend met slechts een vertrek­tijd en trein­num­mer (T189) kwa­men we in de inmense vertrekhal terecht. Het voelde meer als een vliegveld dan als een tre­in­sta­tion, om eerlijk te zijn.

Enfin, we trof­fen een groot scherm. Vier kolom­men met trein­num­mers en tij­den gaven de gang van zaken voor de komende uren weer. Ofschoon we ruim op tijd waren, stond onze trein al in de eerste kolom aangegeven. Afgezien van ‘T189’ en ‘18:46’ herk­enden we tussen alle Chi­nese sym­bolen verder niets dan een ‘9’. Geen idee waar dat op sloeg. Per­ron, dachten we? Maar op het sta­tion was ner­gens een ver­meld­ing van per­rons te zien, alleen ‘wait­ing rooms’. Op naar wachtkamer 9 dan maar.

Wachtkamer 9 deed niet onder voor een gemid­delde vertrekhal op Schiphol. 8 rijen met stoelt­jes en ladin­gen mensen, alle­maal bepakt alsof ze lang op reis wilden gaan. Verder langs de muren stal­let­jes met eet­waren en wat te drinken. Behalve een heren– en damestoi­let trof­fen we tot onze vber­baz­ing ook nog een ‘boiler room’ waar mensen hun noo­dles kon­den berei­den. We sloten plichts­getrouw maar aan in wat een rij leek voor trein T189. Want god­dank, ons trein­num­mer stond op een van de vier infor­matiebor­den in de hal vermeld.

Na een half uurtje wachten wer­den we ver­rast door man­net­jes in het rood. In de hoop wat wijzer te wor­den, toon­den we hen onze treinkaart­jes. Meteen ent­hou­si­ast gebaar­den ze ons mee te lopen. Mijn tas werd, na een paar gromgelu­iden van ver­baz­ing over het gewicht, op de schouder van een van de man­net­jes geholpen. Bij de ingang van de hal wer­den de tassen op een wagen­tje gelegd en naar een balie ger­acet. Wij holden ges­pan­nen achter onze bagage aan: wat gaan ze doen? Bij de balie kre­gen we twee ‘tokens’, zoals je die ook bij een garder­obe zou kri­j­gen, in ruil voor 10 yuan. Geen idee wat het plan verder was, liepen we — angstig dat onze tassen met kled­ing en eten in een bagagewagon zouden verd­wi­j­nen -  achter het man­netje aan.

Wat toen gebeurde was echt ver­baz­ing­wekkend: we schoten ergens een deur door en belanden daarmee op een lange gal­lerij boven de sporen. Veel sporen. Het rode man­netje vond moeit­eloos de weg naar het per­ron met onze trein en stopte het wagen­tje bove­naan de lange trap. We moesten de tokens weer teruggeven. Ik zocht nog naar een lift of een teken dat we onze tassen weer op onze ruggen moesten hijsen, toen het man­netje (amper 70 kilo zwaar) het gewichtige wagen­tje langs een te smal hellinkje de trap af liet gli­j­den. Hij moest al zijn gewicht in de strijd gooien en daar­bij ongeveer 45 graden achterover leunen om het kar­retje in bed­wang te houden. Het leek onmogelijk.

Heel­huids bene­den aangekomen raceten we verder naar onze wagon, alwaar we – na alle com­motie ein­delijk gerust – de trein instapten. Onze 4-persoonscoupé bleek nog leeg. Pas een paar uur later (we lagen toen al onder de wol) kwa­men er nog twee Chinezen bij. De oud­ste van de twee (Niu) sprak een paar woord­jes Engels en heeft ons het groot­ste deel van de dag bezigge­houden. Hij liet me Chi­nese wijn proeven (niks wijn, gewoon sterke drank!) en probeerde ons een paar sim­pele din­gen uit te leggen, waaron­der het feit dat onze trein ken­nelijk twee uur ver­trag­ing heeft opgelopen, ergens van­nacht. De aankom­st­tijd van de trein is vol­gens het spoor­boekje half 12 ‘s avonds, maar dat wordt nu dus ergens mid­den in de nacht. Dat wordt een korte nacht…


39° 55' N, 116° 24' E
21 March 2010, 9:19

Off the radar to Nanning

8. Ain't it pretty

Een waarschuwing voor onze trouwe vol­gers. Vanavond stap­pen we op de trein naar Nan­ning, zuid China. De trein komt mor­ge­navond, rond 11 uur aan. Tot die tijd dus geen updates. Gis­teren en van­daag hebben we een beetje rondgelum­meld, dus ook daarover valt weinig te vertellen.

Wel ben ik gis­teren nog even op de fiets gespron­gen. Het waaide flink. Er zat ook veel zand in de wind. De vrouw die de fietsver­huur regelde keek me vreemd aan: “Are you sure you want to rent a bike? There is a lot of wind!” Ik legde haar uit dat ik, als Ned­er­lan­der, voor een beetje wind niet bang ben.

Het was inder­daad een winderige fiet­stocht, maar wel de moeite waard. In drie uur ben ik op en neer naar het Olymp­isch park gefi­etst. Heb een paar mooie kiek­jes van het vogelnest gemaakt en ben weer terugge­fi­etst. Niets opwindends, maar wel een leuke manier om de stad eens anders mee te maken. Judica had nog teveel spier­pijn van onze muur­wan­del­ing, dus die heeft een dagje wat rondgehangen.

Nou lieve lieden: tot snel! En voor iedereen die een berichtje heeft achterge­laten: we hebben ze gelezen en vin­den het heel leuk om iets van thuis te horen. Helaas is het Inter­net hier in het hotel te langzaam om echt zin­vol iets terug te kun­nen schri­jven. Ook skypen zit er niet in. Beetje balen wel, maar helaas. Ter indi­catie: het online zetten van het ver­haaltje over de muur kostte me bijna twee uur. Goed, tot over vier dagen, dan vanuit Hanoi!


40° 39' N, 117° 25' E
19 March 2010, 14:50

Een wandeling over stenen en mist

6. Maar gaanderweg werd het weer beter

De grote muur van China is al eeuwen gele­den gebouwd. Aan­vanke­lijk in kleine stuk­jes. Elke kon­ing bouwde een muur om zijn eigen rijk tegen bar­baren te bescher­men. Pas toen al deze lan­den onder een groot keizer een gewor­den was, ontstond er de mogelijkheid de muren aaneen te bouwen. Het ver­haal gaat dat de muur, alle moeite ten spijt, nooit echt heeft gew­erkt. De zwakke schakel in de ket­ting van bikkel­harde ste­nen waren namelijk de poorten, vooral de poortwachters. Ze waren ken­nelijk gemakke­lijk om te kopen door bar­baren en boden ze, alle bloed en tra­nen van de muur ten spijt, voor een appel en een ei toe­gang tot het rijk.

Van­daag hebben we de muur bewan­deld, tussen Jin­shan­ling en Simatai, een wan­del­ing van zo’n 10 kilo­me­ter. In alle vroegte, 10 over 6 wel te ver­staan, wer­den we door een tour­ing­car opge­haald en richt­ing Jin­shan­ling gere­den. Rond 10 uur kwa­men we daar aan. Met een groep van zo’n 30 man begonnen we aan de wan­del­ing. De kabel­baan naar boven, die ons een flinke klim had moeten besparen, was niet oper­a­tion­eel. En tot over­maat van ramp was het verwachte zon­nige weer, 18 graden warm, ook uit­ge­bleven. In plaats daar­van hing er een zeer dikke mist rond de muur.

De eerste ander­half uur van de wan­del­ing waren ron­duit afzien. In tegen­stelling tot wat de foto’s in brochures doen ver­moe­den, ver­keert de muur voor het groot­ste deel in een uiterst slechte staat. Veel erosie heeft plaats­gevon­den en boeren hebben daar­naast veel van de ste­nen en aarde voor hun eigen doe­len gebruikt. Het was dus klauteren geblazen. Op veel stukken ont­braken kan­te­len, bestrat­ing en trap­tre­den. We zochten ons een weg door gruis en mist. Jam­mer, we genoten er niet echt van.

Pas tegen de mid­dag kwa­men we in de buurt van Simatai en begonnen zowel het weer als de muur zien­dero­gen te ver­beteren. Het klauteren werd weer klim­men en soms zelfs wan­de­len. De tocht ging ook weer meer bergafwaarts en door­dat de mist langzaam optrok kre­gen we ein­delijk ook een beeld van die won­der­lijke plaats. Achter ons zagen we de muur over bergruggen kro­nke­len. In die buurt ook kwa­men we een Engels stel tegen dat, vlak voor hun pen­sioen, in hun nette kloffie de muur in de tegen­overgestelde richt­ing wilde bed­win­gen. Ik heb ze aanger­aden recht­som­keerts te maken. Ze keken me raar aan, maar werke­lijk, ze gin­gen hun onheil tegemoet.

Er was een deel van de muur bij dat zo steil omhoog ging, dat zo slecht was, dat ik blij was dat een ‘sherpa’ (feit­elijk een boerin uit de buurt die wat bij probeerde te ver­di­enen) ons tipte dat er ook een sluiproute was. Weliswaar was ook die route van een hoog sur­vival­ge­halte, maar hij was lang zo steil en glib­berig niet.

Het einde van de tocht werd gemar­keerd met een lange hang­brug (Indi­ana Jones stijl) en een kabel­baan (type tokke­len) waar­langs je de laat­ste kilo­me­ter naar­bene­den kon afs­ni­j­den. Judica was moedig genoeg, ik bleef achter om foto’s te maken en het wan­del­pad naar bene­den te inspecteren. Somebody’s got to do it…


43° 39' N, 111° 59' E
15 March 2010, 1:55

Veronderstellen

4. Zie, onderstel en wagon zijn van elkaar gescheiden

Om een uur of 10 gis­ter­avond – de gren­scon­troles waren afgerond en we waren offi­cieel in Elian, China – reden we voor­bij een grote, rode loods. De loods was zo lang dat het leek alsof er wel een hele trein in zou passen. Omdat ik wist dat de onder­stellen van onze trein bij de grens zouden wor­den ver­wis­seld, opdat de trein op het small­ere Chi­nese spoor verder zou kun­nen rij­den, was ik alert op alles dat leek op een onder­stelver­wis­sel­cen­trale. Aan­vanke­lijk leken we de loods voor­bij te rij­den, maar al snel na het passeren min­derde de trein vaart en werd een gangetje in omge­keerde richt­ing ingezet. De trein reed de loods binnen.

Een hoop schud­den en bonken vol­gde. De trein werd uit elkaar gehaald. Elke wagon werd los van de anderen tussen 4 roodor­anje hefin­stal­laties gemanou­vreerd. De loods was kor­ter dan ik dacht en de trein paste er enkel in door hem in twee delen naast elkaar te zetten. Stuk voor stuk zag ik de wag­ons de lucht in getild wor­den. Een paar rake klap­pen maak­ten de onder­stellen los van de trein en op inge­nieuze wijze wer­den in een soe­pele beweg­ing, door een sim­pel kabelmechaniek aange­dreven, alle brede onder­stellen wegge­duwd en namen small­ere onder­stellen hun plaats in.

Twee uur later waren alle wag­ons weer geland en voorzien van nieuwe onder­stellen. Een hoop gebonk en geschud vol­gde om de trein weer opnieuw samen te stellen. Inmid­dels was het al mid­der­nacht geweest en hield ik mijn ogen niet langer meer open. Vanocht­end werd ik wakker met een vertrouwde, maar ken­nelijk toch niet iden­tieke, kadans. Veel werk voor weinig effect. Het enige dat echt zicht­baar veran­derde, is de restau­ratiewa­gen: die is nu weer sober en effi­ciënt. De romantiek van de Mon­goolse wagen is verd­we­nen en heeft plaats­ge­maakt voor ‘free meal’ coupons en Chi­nese effectiviteit.


40° 5' N, 113° 18' E
15 March 2010, 0:41

De zon komt op…

Vanacht zijn we de grens over gegaan. Er was voor­speld dat het veel gedoe zou zijn, maar het viel enorm mee.
Med­ereizigers had­den verteld dat er Oekraieners waren die Mon­golie niet in waren gekomen en er bij de grens uit­moesten, ik kneep hem behoor­lijk want we hebben het nieuws niet bijge­houden en voor het­zelfde geld heeft Ned­er­land net een con­flict met China. Mid­den in de nacht ergens op een ver­laten sta­tion in Mon­golië stond mij toch niet zo aan. In plaats van 8 uur stil staan waar we op had­den gerek­end was het slechts 1,5 ur aan de Mon­goolse kant en 4 uur aan de Chi­nese. Na een uur aan de chi­nese kant waren alle vei­lighei­d­scon­troles geweest en kon ik mijn ogen niet meer open­houden.  De chi­nese trein­beambte kwam nog langs om ons twee gratis eet­coupon­nen te geven, geweldig want we had­den alleen nog ont­bijt en snick­ers. Michiel heeft nog uit­ge­breid gekeken hoe de onder­stellen wer­den gewis­seld, maar ik heb heer­lijk geslapen.

Van­mor­gen werd ik wakker door een stral­ende zon, gordi­jn­t­jes open en naar buiten kijken. We zijn in China en ergens voelt het nog als een droom. Ook al zijn we pas een paar uur in China, het ver­schil met Mon­golie is opmerke­lijk. Er wordt hier bijvoor­beeld aan land­bouw gedaan, iets waar ik in Mon­golie niets van heb gezien.

We hebben net heer­lijk genoten van ons gratis ont­bi­jtje. Of het nu pro­pa­ganda was of niet, gewaardeerd werd het zeker en wij waren niet de enige die op de gratis trak­tatie afk­wa­men. Nu dachten we te geni­eten van een echt ‘Chi­nees’ ont­bijt, maar het waren twee vierkante witte boter­ham­men met boter, jam, thee en een hardgekookt ei. Goed te vert­eren dus. Het eerste sta­tion sinds het licht is komt in zicht, CHina here we are.

15 March 2010, 0:41

De zon komt op…

Vanacht zijn we de grens over gegaan. Er was voor­speld dat het veel gedoe zou zijn, maar het viel enorm mee.
Med­ereizigers had­den verteld dat er Oekraieners waren die Mon­golie niet in waren gekomen en er bij de grens uit­moesten, ik kneep hem behoor­lijk want we hebben het nieuws niet bijge­houden en voor het­zelfde geld heeft Ned­er­land net een con­flict met China. Mid­den in de nacht ergens op een ver­laten sta­tion in Mon­golië stond mij toch niet zo aan. In plaats van 8 uur stil staan waar we op had­den gerek­end was het slechts 1,5 ur aan de Mon­goolse kant en 4 uur aan de Chi­nese. Na een uur aan de chi­nese kant waren alle vei­lighei­d­scon­troles geweest en kon ik mijn ogen niet meer open­houden.  De chi­nese trein­beambte kwam nog langs om ons twee gratis eet­coupon­nen te geven, geweldig want we had­den alleen nog ont­bijt en snick­ers. Michiel heeft nog uit­ge­breid gekeken hoe de onder­stellen wer­den gewis­seld, maar ik heb heer­lijk geslapen.

Van­mor­gen werd ik wakker door een stral­ende zon, gordi­jn­t­jes open en naar buiten kijken. We zijn in China en ergens voelt het nog als een droom. Ook al zijn we pas een paar uur in China, het ver­schil met Mon­golie is opmerke­lijk. Er wordt hier bijvoor­beeld aan land­bouw gedaan, iets waar ik in Mon­golie niets van heb gezien.

We hebben net heer­lijk genoten van ons gratis ont­bi­jtje. Of het nu pro­pa­ganda was of niet, gewaardeerd werd het zeker en wij waren niet de enige die op de gratis trak­tatie afk­wa­men. Nu dachten we te geni­eten van een echt ‘Chi­nees’ ont­bijt, maar het waren twee vierkante witte boter­ham­men met boter, jam, thee en een hardgekookt ei. Goed te vert­eren dus. Het eerste sta­tion sinds het licht is komt in zicht, CHina here we are.


47° 55' N, 106° 55' E
14 March 2010, 12:10

Melamongolisch

Half vier ‘s ocht­ends. Op de gang van het Golden Gobi hos­tel, hartje Ulaan-Bataar, wordt luidruchtig van mening gewis­seld. Judica en ik liggen alle­bei nog op een oor, te wachten tot de wekker ons nog voor het ocht­end­glo­ren uit een maar al te welver­di­ende slaap haalt. Opgeschrikt door de luide stem­men komen we, onze ogen uitwrijvend overeind. We spit­sen onze oren en herken­nen een van de sprek­ers als de Amerikaan die ons de avond te voren had ver­rast met zijn excen­trieke per­soon. Hij had zes jaar in China gewoond en les gegeven aan Chi­neesjes die graag Engels wilden leren. Rond een uur of 10 was hij naar een kroeg, niet ver weg, gegaan om een mini-concert van een keelzanger met jazzensem­ble te gaan.

“That’s a lot of money. Your friend stole my money. 40.000, that’s a lot of money.” Duidelijk de stem van de Amerikaan. “I though you where my friend, you are not my friend. You are a thief. You stole my money. And you stole my cell­phone.” We waren alle­bei inmid­dels klaar­wakker. Zo wakker dat we, de wis­selko­ersen indachtig, snel had­den bepaald dat de schree­uwlelijk amok maakte over 20 euro en een goed­kope Chi­nese tele­foon. Wie het kleine niet eert, enzovoorts, maar mid­den in de nacht?

“Let’s call the police”, probeerde hij nu. Van zijn gesprekspart­ner hoor­den we weinig. De Amerikaan was met twee Japan­ners naar de kroeg geweest, dus we ver­moed­den dat hij met hen sprak. “I tell you, you will die shortly. And your father will die shorty, too.” Het gesprek werd duidelijk grim­miger. Nu ont­waar­den we een paar woor­den van kamp Oost: “You watch your tongue.” Inmid­dels zaten we klaar om het geluid van klap­pen, trap­pen en andere blijken van Oost­erse vechtkun­sten te incasseren. Het bleef stil.

Twee uur later ging onze wekker. Bob, de broer die het hos­tel runt, nam ons mee naar het sta­tion. Des­gevraagd vertelde hij, nog niet de blije per­soon die hij nor­maal altijd is, dat de Amerikaan niet meer in het hos­tel verbleef. Duis­tere zaak. Onze trein arriveerde op tijd, 6:30u in de ocht­end, en een­maal ingestapt was het ver­haal van de Amerikaan snel vergeten.

We komen nu bijna bij de grens aan. Mon­golen zijn ons als volk opgevallen. Zoveel vrien­delijkheid en hartelijkheid. Je kunt je haast geen kwaad van ze voorstellen. We raken er wat melan­cholisch onder. Benieuwd wat ons China zal bren­gen. Van onze laat­ste Tugriks hebben we 5 snick­ers gekocht. Wat ons van Mon­golië nog rest zijn herin­ner­in­gen en een paar schapenbotten…