Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


-9° 18' N, 115° 16' E
17 September 2010, 16:44

Still alive

Ons brave berichten ritme is bruut door­bro­ken… we hebben niet zoveel op de web­site gezet. Wat voor nieuws is er? Ik heb een strep­tokokken infec­tie (a typ­isch, geen last van mijn keel) en slik sinds gis­teren aan antibi­ot­i­cakuur op basis van pen­ni­ci­line. Het effect is nog niet echt te merken, ik heb meer energie maar mijn koorts bli­jft hoog.

Van­daag kwam onze vriend Ed (de duikin­struc­teur van Koh Tao) aan. We hebben hem opge­haald van het vliegveld. Voor mij voelde het alsof ik de eerste keer naar buiten mocht. Nadat hij zich had geset­teled in het door Michiel gere­serveerde guest­house hebben we lekker gelunched. Gis­teren hebben we een restau­ran­tje ont­dekt met ontzettend lekker eten en voor een heer­lijke prijs. De lunch (met guace­mole) was geweldig en mijn eetlust keert dan ook steeds meer terug. Het was super om Ed weer terug te zien aangezien we door een visa run met ver­trag­ing geen echt afscheid hebben kun­nen nemen op Koh Tao.

Lekker bijgek­letst en gerod­deld over de ontwik­kelin­gen in de duikschool (hij is er ook soort van uit­ge­kickt, nu werkt er nie­mand meer die de ellende peri­ode heeft meege­maakt). Hij is op Bali voor vakantie, wat duiken en eventueel kijken of er hier ook werk is voor hem als instruc­teur. Heer­lijk om weer even over duiken en alle bijbe­horende din­gen te kun­nen klet­sen net als vanouds.

Vanavond zijn we bij het­zelfde restau­ran­tje met zijn vijfen uit eten geweest. De indone­sis­che keuken voelt erg vertrouwd. Kroe­poek, lumpia, sam­bal; alle­maal din­gen die we ken­nen. De ‘rijsttafel’ die mijn moeder had was sub­liem en ook de gado gado was voor zover ik begreep niet te versmaden.

We zijn nog wat bli­jven hangen met Ed maar om tien uur wordt het tijd om naar bed te gaan. Hopelijk zien we Ed mor­gen, nog beter zou het zijn als we samen met hem kun­nen duiken bij een van de mooiste scheep­swrakken. De plan­nen zijn nog steeds niet zeker aangezien ik koortsvrij moet zijn maar de omstandighe­den wor­den beter. We hebben ein­delijk een duikschool gevon­den waar ik de DSD (ont­dekkings­duik) met Stephan mag doen en waar je vanaf de kust duikt.

Kor­tom; plan­nen genoeg… nu dat stomme lichaam nog even meekri­j­gen (al voel ik me echt niet ziek). Hey ho, let’s go!


16° 33' N, 104° 45' E
3 May 2010, 17:21

Rela(o)xed

Daar lig ik dan, onder onze klam­boe in ons zachte tweep­er­soons­bed in Savan­nakhet. We zijn nu een beetje over de eerste cul­tu­ur­shock heen. Laos is totaal anders dan Viet­nam en we waren daar nog niet zo op voor­bereid. De vorige post (als die niet achter de fire­wall is bli­jven hangen) was een beetje zeik­erig qua toon. Nu, een paar uur later zie ik dat het gewoon echt cul­tu­ur­shock was.

Nog even terug naar de bus­reis. Van­mor­gen om 6 uur vertrokken we, we gin­gen met een bus van Hue naar Dong ha om daar over te stap­pen. Er was nog een stel wat die route deed. Een Zwit­serse man met zijn (20–25 jaar jon­gere) Lao­ti­aanse vriendin. De man begon direct tegen ons aan te praten, toen we even buiten zaten (de rest van de bus had een tour incl ont­bijt, we moesten dus even wachten) begon hij ongeveer een les over brom­mers etc. Op zich oke, ware het niet dat het half 7 in de ocht­end was, we moe waren en dat de man niet op een accept­abel vol­ume sprak maar gewoon schreeuwde.

Tij­dens de hele reis heeft hij af en aan tegen ons gepraat, zelfs al sje de oort­jes van de mp3 speler indeed begreep hij niet dat we geen behoefte had­den. Op zich had hij wel ken­nis over het land, maar antwo­ord op je vra­gen kreeg je niet want hij luis­terde niet naar wat je zei. Ik zat bij het raam en heb Michiel een aan­tal keer ‘gered’. Dan vroeg ik iets onbe­nul­ligs in Ned­er­lands zodat hij zijn aan­dacht met een excuus ergens anders op kon richten. Het is toch ongelofe­lijk dat er mensen zijn die zich ongewenst zo opdrin­gen en ook niet ophouden. Enfin, we waren blij dat we deze man niet langer in onze buurt hoef­den te hebben. Hij was echt wel aardig, maar voor van­daag niet onze gesprekspartner.

Toen we aankwa­men op het bussta­tion ston­den daar een aan­tal Tuk­tuks met chauf­feur. Ze vroe­gen of we een ritje wilden maar we wilden eerst even accli­ma­tis­eren. Gewend aan de Viet­namese aggre­sieve manier van aan­bieden zei ik duidelijk nee. In Viet­nam had daar een lang gesprek op gevolgd waarom niet etc. Hier namen ze direct afs­tand en ik voelde me schuldig. Een vrien­delijk ‘nee’ vol­staat hier en dat is echt weer even wennen.

We zijn net nog wat gaan eten en hebben de ‘hoofd­straat’ van Savan­nakhet verk­end. We merken direct al dat de sfeer hier anders is. Het drukke wat we in Viet­nam gewend waren is weg. Er wordt niet getoe­terd en er was sowieso weinig verkeer.

Tij­dens een drankje (waar­bij een gratis glas gezond water) ont­moet­ten we ‘Mike’, een ontze­tend vrien­delijke man uit Groot Brit­tanië waar we zeker een half uur mee hebben zit­ten klet­sen. Hij sprak zo beheerst, prachtig Engels en zacht. Na Pierre (Zwitser) was het echt een genoe­gen om daad­w­erke­lijk een gesprek te kun­nen hebben ipv een een­z­i­jdige monoloog aan te horen. De man straalde zo een vrien­delijkheid uit dat ik hem zo had willen adopteren als oom :) .

Voor het avon­de­ten wilden we weer wat lokaals eten na de ‘internationale’(lees Ital­i­aanse) maalti­j­den die we in Hue hebben genoten. Op zoek naar rijst dus, want van de nood­els zijn we beide niet zo’n fan. We zagen een leuk ten­tje en vroe­gen naar rijst, dat had­den ze niet, maar ze wees direct aan waar we het wel kon­den kri­j­gen. Weer zo een opmerke­lijk ver­schil… In Viet­nam had met gezegd dat men het niet had en als je vroeg waar dan wel… dan had­den ze met hun han­den gewap­perd ten teken van dat ze het niet wisten.

We gin­gen naar de aangewezen plek en hebben daar heer­lijk gegeten. Michiel had rijst met eend en een lekker sausje (aange­vuld met komkom­mer voor de groene touch) en ik ging voor het gemakke­lijke rijst met een spiegelei. Het smaakte goed en er kwam ook direct een kan gekoeld water uit een water­tank bij. Niets extra kosten,gewoon service.

We zijn dus posi­tief ver­rast, het leefritme ligt hier lager, alles is meer ontspan­nen en we moeten de goede snel­heid zelf nog even vin­den. Het land is ongerepter en armer. Het gebrek aan geld en bewus­theid van toeris­ten als grote inkom­sten­bron lijkt er wel voor te zor­gen dat mensen nog echt vrien­delijk zijn. Zo waren Viet­nam en andere Zuidoost azi­atis­che lan­den voor de grote toeris­ten­bubs. Laos is nog wat onbek­end bij de massa en daar plukken we nu de vruchten van.

Nu maar even heer­lijk slapen om de nachtrust in te halen, mor­gen een nieuwe dag in dit zachte en vrien­delijke land. Kijken of wij op het­zelfde relaxte niveau kun­nen komen.


11° 60' N, 107° 42' E
19 April 2010, 16:59

Slippertjes

12. Echt een provinciestadje

Goed geschoeid beri­j­den wij onze Kore­aanse vrien­den. Dat geld niet voor iedereen. Een van de vele din­gen die onder­weg op de Ho Chi Minh snel­weg opvie­len waren de slip­pert­jes. Regel­matig kwa­men we slip­pers tegen, een­zaam en alleen op het asfalt. Een enkele keer von­den we eerst het linker exem­plaar, om dan een paar kilo­me­ter later te moeten uitwijken voor zijn weder­helft. In tegen­stelling tot ons Ned­er­lan­ders, die ste­vig aan de voeten ver­ankerde Teva san­dalen dra­gen (och, wat een lelijke din­gen), besti­j­gen Viet­namezen steev­ast hun heilige koe op flip-flops. Dat is eigen­lijk een beetje dom.

Overi­gens waren dat niet de enige slip­pert­jes van­daag. Hele stukken van de Ho Chi Minh snel­weg zijn keurig geas­fal­teerd, niet breed, maar wel vlak. Op een paar plaat­sen wordt echter al hard gew­erkt aan de gep­lande ver­bred­ing van 2 naar 4 banen. Op die plaat­sen, vooral bij grotere ste­den, is het asfalt wegge­haald in voor­berei­d­ing op de gep­lande herbe­strat­ing. Met dit weer en gezien de aard van de onder­grond betekent dat twee din­gen: slip­pert­jes en rode gezichten. Niet rood van de zon, maar gewoon van alle opwaaiende aarde.

Toen we eind van de mid­dag, na een prachtige tocht met een paar aan­ge­name onder­brekin­gen (waaron­der een genoeglijk ver­to­even in de hang­mat), in provin­ciehoofd­stad Gia Nghia aankwa­men, zaten we dan ook volledig onder het rode stof. Mijn witte shirt was een roodgestreepte zebra­trui gewor­den en onze gezichten had­den meer kleur dan op grond van alleen de zon te verk­laren is. Ze zullen wel gedacht hebben, toen we hier het hotel bin­nen kwa­men: uit welke klei zijn die getrokken?

We hebben onszelf grondig schoongeschrobt en de kleren in de week gelegd. Daarna ben ik op jacht gegaan naar broodnodige pro­teï­nen. Die vond ik aan de overkant. In een eet­ten­tje trof ik een paar aardige mensen me op mijn gemimede eetwens bedi­en­den met een een­voudige maaltijd. Helaas was ook de plaat­selijke dronkaard, ooit poli­tieagent (zo leerde de foto in zijn porte­feuille me) present. Hij was door mij geob­sedeerd en bleef in het (dronke­mans) Viet­namees tegen me praten. Steeds weer gaf hij me hand­jes en later zelfs hand­kussen. Merk­waardig. De eige­naar schoot gelukkig te hulp en diende mijn maaltijd op een andere tafel dan van de dronkaard op (inmid­dels was ik namelijk aan diens tafel uitgenodig).

Even later ver­scheen ook mijn red­ding Judica ten tonele. Haar aan­wezigheid maakte een einde aan de opdringerigheid van de blauwe man. De eige­naar en zijn vrouw, samen met de kot­ers, vergezelden ons. We klet­sten wat (als je ons han­den– en voeten­werk zo mag noe­men) en leer­den en-passant tellen in het Viet­namees. De broer van de eige­naar, die later ook ver­scheen, had een opmerke­lijke belang­stelling voor Den­e­marken. Hij bleef het land op ons kleine Point-it kaartje aan­wi­jzen. Ik weet nog altijd niet wat hij daarmee probeerde te zeggen. Een klein slip­pertje van het anders onfeil­bare beeld­wo­or­den­boek. Even­goed een leuke avond. We zijn klaar voor de derde etappe.


37° 4' N, 114° 30' E
21 March 2010, 14:00

Lale Chinezen

We zijn nu alweer bijna een week in China en dat het een ander volk is valt wel op. Hieron­der een paar opval­lend­he­den (voor ons dan) over Chinezen en Beijing.

  • Ik dacht dat Chinezen alle­maal erg klein waren, maar hoewel de gemid­delde lengte miss­chien niet hoog is zijn ze toch nog steeds langer dan mij.
  • De tafel­manieren van Chinezen zijn anders. Chinezen kun­nen zon­der meer beter met stok­jes over­weg dan ik ooit zal leren (al ging het best goed), maar stel je eens voor een bak noo­dles of spaghetti met een glib­berige saus op te eten met stok­jes. Dat gaat dus niet. Van­daag had­den wij iets soort­gelijks en ik keek om mij heen om te zien hoe de anderen dat deden. Het is sim­pel, je pakt een homp noo­dles en stopt die in je  mond (die dus vlak boven je bord zweeft) en ver­vol­gens bijt je de noo­dles af of je slurpt ze naar bin­nen. Tij­dens het eten in restau­ran­t­jes of food courts is ons al opgevallen dat ze graag de stilte van het eten door­breken met heer­lijke smak gelu­iden. Ik ben nog niet inge­burg­erd, sterker nog, Michiel en ik kon­den het niet eens al zouden we willen. Toch ergens nog iets opgepikt van de opvoeding.
  • Het toi­let­ge­bruik is hier meer als in Frankrijk, met van die wc’s die in de grond zit­ten en waar je over­heen staat (mod­erne ver­sie van het Mon­goolse toi­let). Dat is alle­maal logisch en goed, maar als je bij een groot waren­huis oid naar toi­let gaat sta je toch even raar te kijken als de toi­let­ten in zijn geheel geen deuren hebben. Je kon gewoon bij iedereen meek­ijken, niet echt mijn ding. Oh en nog iets, ze spoe­len het wc papier niet door (jakkie bah!)
  • Chinezen zijn echt dol op kinderen, als er een baby­wa­gen langskomt veran­deren mensen en als je kinderen wat ouder zijn pakken ze ze zo op om mee te spe­len. Net als alle andere kinderen vind ik ze volledig vert­ed­erend. Mij is echter opgevallen dat de kled­ing van de kleine kids (laten we zeggen tot 4 jaar ofzo) soms anders is. De kids hebben een broek aan met een soort van gat bij het kruis, nor­maal zie je dat niet behalve als je ze bijv. op je nek zet en de kont hangt naar bene­den. Dan komen daar bil­let­jes uitzetten. Ik denk dat het super prak­tisch is, makke­lijk te ver­scho­nen en als een kind moet hoeft het alleen maar op de hurken te gaan zit­ten. Zo heb ik al heel wat baby­bil­let­jes gezien.
  • Waar ik in Moskou/ Rus­land en Mon­golië vooral opmerkin­gen maakte over de schoe­nen en kled­ing van vrouwen, het is hier hele­maal anders. Uit­er­aard geldt het niet voor iedereen maar schat­tige kled­ing is hier hele­maal hip. Beert­jes op je hand­schoe­nen, strik­jes in je haar, op je schoe­nen, kit­tens op je rugzak het maakt niet uit als het maar op een kinder­lijke manier schat­tig is wordt het gedra­gen door vrouwen. Ik vond het al moeil­ijk om de leeftijd in te schat­ten, maar op deze manier heb ik het idee dat de helft vavnde bevolk­ing 12–15 jaar oud is.
  • Het met­rosys­teem in Bei­jing was ook weer zo heer­lijk goed geor­gan­iseerd. Er werd bij elke halte in het Engels verteld waar we waren en we kon­den de weg dan ook goed vin­den. Er hangen lcd scher­men in de metro en op alle sta­tions, alle lussen/ hand­grepen waren voorzien van reclame en het meest opval­lende: Bij som­mige tra­jecten was er in de metro­tun­nel ook reclame buiten/ op de tun­nel­muur. We weten niet of het gepro­jecteerd werd of dat er een scherm was wat mee­be­woog op de muur maar ik heb nog nooit zoi­ets gezien, hart­stikke hip!
  • Als een van de laat­ste acties van­daag ben ik los­ge­gaan in een snoep­winkel. Snoep geeft meestal wel iets van de cul­tuur weg en ik vond het wel span­nend. We kon­den niets lezen en hebben gewoon lukraak din­gen in een tas gegooid. De meeste din­gen die we hebben gekocht, zijn we nu achter. zijn gecon­fijt of gedroogd fruit. Er is eigen­lijk bijna geen chocola oid te vin­den. Het verk­laard wel waarom de kids hier niet zoveel overgewicht hebben en het is super lekker.
  • Michiel was opgevallen dat ze een soort van open­bare sport­speel­tu­inen hebben. Van­daag liepen we toe­val­lig langs zo een speel­tuin en daar staan dan (wel sim­pele) uitvo­erin­gen van een groot aan­tal fit­nesstoestellen. Een soort van loop­trainer (de NLse crosstrainer zon­der armen), voor buik­spieroe­fenin­gen, voor arm­spieren etc. Hart­stikke goed en voor iedereen toegankelijk.
  • Chinezen zijn dol op tokens, bon­net­jes etc. In som­mige winkels pak je iets wat je wilt kopen, dan krijg je eerst een bon­netje van een medew­erker, dat bon­netje reken je dan af en wordt gestem­peld, met dat gestem­pelde bon­netje ga je dan weer terug naar de medew­erker en kri­jgt je aankoop. Het is natu­urlijk ontzettend cor­rect maar soms gaat het wat ver. Op sta­tion daar­net heeft iemand ons geholpen met de tassen. Het was offi­cieel en we moesten er 10 yuan (ong 1 euro) voor betalen, ver­vol­gens kre­gen we beide een plas­tic plaatje met num­mertje. Niet dat onze tas ergens was gemerkt maar goed, Ver­vol­gens liepen we sowieso met hem mee en 5 minuten later kon­den we het dingetje weer inlev­eren. Hier­bij keek hij ook nog con­trol­erend naar het ding. Eigen­lijk volledig nut­teloos zou je kun­nen zeggen.
  • Last but not least, de chinezen die wij hebben ont­moet nemen het niet altijd zo nauw met de waarheid. We waren niet opge­haald omdat de auto op die dag niet mocht rij­den (ver­vol­gens kre­gen we een mail dat een andere medew­erker het was ver­geten door te geven). In de winkelt­jes waar je af kunt din­gen is het nog erger maar daar is het dan ook onderdeel van het spel. Zo wor­den type­num­mers opeens de óor­spronke­lijke’ pri­jzen en doen ze je bijna geloven dat als jij niet koopt ze verhongeren.

Er zijn vast nog tien­tallen andere din­gen die ons zijn opgevallen, maar die even niet naar boven komen. Chinezen zijn een vrien­delijk volk, ze zijn niet bang je aan te raken en willen graag helpen. Ik geloof dat ze ons zo hier en daar ook grap­pig von­den en ons hartelijk hebben uit­gelachen. Ondanks de leuke din­gen is het toch nog niet hele­maal mijn land maar genoten heb ik zeker.


39° 54' N, 116° 24' E
16 March 2010, 13:37

Groot plein, grote markt

3. Prachtig parkje

Meteen geef ik het maar toe: we waren vanocht­end niet al te vroeg op. Onze kamer in het For­bid­den City hotel (inder­daad vlak­bij de ver­bo­den stad, of ‘Palace Museum’, zoals ze het hier poli­tiek cor­rect noe­men) heeft geen ramen en het is dan ook nogal moeil­ijk een gevoel voor tijd te kri­j­gen. Het was dan ook een totale ver­rass­ing te merken dat het weerk van­daag zowaar heel aan­ge­naam was. Een graad of 12 gaf onze ther­mome­ter aan. Bepaald aangenaam.

Enfin, om een uurtje of 11 ston­den we dus op straat, gewapend met weinig meer dan een vaag plan en wat Yuans. Het idee was om naar het plein van de hemelse vrede te gaan en daar­van­daan een door de Lonely Planet voorgestelde wan­del­ing te maken. Het plein ligt 10 minuten lopen van het hotel van­daan en het was door z’n grootte sowieso niet al te moeil­ijk te spot­ten. Er daad­w­erke­lijk op komen bleek lastiger: toe­gang is alleen mogelijk via een van de diverse tun­nels onder de hoofd­straten door en in elk van de tun­nels ston­den mil­i­tairen klaar om bezoek­ers van de vlakte te fouilleren en alle tassen te X-rayen. Effi­ciënt als de zaken hier ver­lopen, duurde het wachten in de imposante rij bezoek­ers niet meer dan 10 minuten.

Het plein laat zich het best omschri­jven als: ‘uiter­mate groot en uit­gestrekt’. Het rode plein is er een klein trapveldje bij. Erg gezel­lig is het in het hemelse domein overi­gens niet: vooral veel tegels en mil­i­tairen. Een ent­hou­si­aste Chi­nees vroeg ons of hij met ons op de foto mocht, met als achter­grond de poort naar de ver­bo­den stad. Geen prob­leem: een beetje glit­ter en glam­our mag ik wel…

Mid­den op het plein von­den we een groot mon­u­ment voor de volk­shelden en een enorm, vierkant gebouw dat als mon­u­ment voor Mao dient. Hij zal daarbin­nen ook wel ergens opge­baard liggen, maar wegens ‘het onder­houden van de uitrust­ing’ is het gebouw het groot­ste gedeelte van deze maand dicht. Na een half uurtje had­den we het plein wel gezien en zijn we op voor­spraak van de LP gaan wan­de­len. Dat had­den we snel gezien. Weinig bij­zon­ders te zien dan grote gebouwen.

Leuker werd het toen we (Judica herin­nerde zich er iets over gelezen te hebben) een eetorgies­traatje von­den, een zijs­traat van de Chi­nese Kalver­straat plus plus (mega­lo­maan, met Her­mès, Cartier en nog tien grote namen). De hele straat – of liever, steeg – stond vol met eetkraam­p­jes. Alles werd gebakken en verkocht, var­iërend van vleesspiezen tot schor­pi­oe­nen, zeester­ren, ink­tvis­jes en slan­gen. Niet echt mijn smaak, maar Judica wist toch nog een maïskolf naar bin­nen te werken.

Wederom op advies van de LP zijn we daarna – ons leven in de metro riskerend; wat een drukte – naar de Silk Street gegaan. We had­den geen idee wat het pre­cies zou zijn, maar vol­gens onze gids was het een grote kled­ing­markt. We vie­len bijkans steil achterover van wat we trof­fen: een vijf verdiepin­gen hoog gebouw, direct vanuit de metro toe­ganke­lijk, waarop let­ter­lijk hon­der­den kraam­p­jes (afmetin­gen 2 x 2 meter) alles van schoe­nen, kled­ing tot par­els aan de man brachten. En het verkoop­pro­ces was bepaald niet passief. Verkoop­sters, allen rond de 20 en goedge­bekt, klampten ons aan, probeer­den ons te ver­lei­den (‘Louis Vuit­ton bag, miss?’, ‘Gucci wal­let, mis­ter?’), en waren bepaald niet snel met een kort ‘nee’ tevre­den te stellen.

Uit­er­aard von­den we de moed niet weer­stand aan alle ver­lei­d­ing te bieden, en dus hebben ook wij ons op het jacht­spel gestort. Eerst een porte­mon­naie: mijn reis­porte­feuille had het al snel na vertrek begeven (het was dan ook al een oud beestje) en ik zocht ver­vang­ing. Al snel had ik een mooie gevon­den. Maar toen: onder­han­de­len over de prijs. Het eerste bod van de verkoop­ster was bepaald belache­lijk. Ze wilde tien­tallen euro’s hebben, veel meer dan we er in Ned­er­land voor over zouden hebben een leren porte­mon­naie met een bek­end logo te kopen. Mijn onder­han­del­ingsvaardighe­den had­den enige bijschol­ing nodig en met hulp van Judica, die in Turk­ije al wat had geoe­fend, bemachtigde ik het ding uitein­delijk voor 6 euro. Nog niet erg goed­koop, maar zeker acceptabel.

Toen een paar T-Shirts geprobeerd. Alle­maal grote merken, vri­jwel zeker nep. Mevrouw wilde graag 900 Yuan (ca. 90 euro) zien voor twee Quick­sil­ver shirts. Onze grens had­den we op 70 Yuan gezet. Een fascinerend spel vol­gde: ons open­ings­bod van 40 Yuan werd met ongeloof aangezien (op het dis­play van de reken­ma­chine die als bood­schap­per diende). ‘Are those dol­lars?’ We lachten om haar opmerk­ing en deden er 5 Yuan bij. Schoor­voe­tend gaf ze prijs en ver­laagde haar bod naar iets min­der dan 700 Yuan. ‘This is my final price.’ Natu­urlijk mevrouw, dachten we. Toen we op een pat­stelling (70 tegen ca. 250) waren aangekomen, besloten we de oude wegloop­truc uit de kast te halen. Die werkte. Ze riep ons een aan­tal lagere biedin­gen toe, tot­dat we uitein­delijk het gewen­ste bedrag vaag op de achter­grond hoor­den gal­men. Meteen liepen we terug en voltooiden we de trans­ac­tie. Gek genoeg was ze heel vrien­delijk en gedroeg ze zich in het geheel niet alsof we haar een poot had­den uitge­draaid. Immers, van 900 terug naar 70 Yuan lijkt bepaald een slechte zaak voor haar te zijn. Waarschi­jn­lijk had­den we de shirts nog wel voor wat min­der kun­nen kri­j­gen, maar wij waren tevreden.

Op een vergelijk­bare manier kochten we voor Judica en mij alle­bei nog een Diesel broek (hier en daar op de etiket­ten ook met Diese aange­duid; andere labels ver­toon­den ook ern­stige spelling­sprob­le­men) en een Bill­abong shirt. Voor niet teveel had­den we onze garder­obe toch aardig weten uit te breiden.

Oh, bijna ver­geten: van­mid­dag hebben we (uit­er­aard met stok­jes) gegeten in een onder­grondse ‘food street’. Een heel net en geor­gan­iseerd geheel van kraam­p­jes en zit­plaat­sen. Bij een cen­trale balie kon­den we een pasje opladen (ze zijn hier dol op pas­jes) en bij alle kraam­p­jes inzetten voor betalin­gen. We besloten onszelf een vier­vaks­bord vol heer­lijkhe­den cadeau te doen en kwa­men er, gezeten aan een van de vele bankjes, achter dat we daar niet meer dan 26 Yuan (min­der dan 3 euro) voor had­den hoeven betalen. Onwaarschi­jn­lijk. Overi­gens gaat het eten met stok­jes ons steeds beter af. Zelfs de rijst gleed nog amper tussen onze stok­jes door.


47° 55' N, 106° 55' E
13 March 2010, 14:46

Mongood Food frenzy

Food frenzy

Voor het eerst sinds lange tijd heb ik mezelf weer overeten. Ik weet niet of dat ABN is, maar wat ik ermee probeer te zeggen is: ik heb veel teveel gegeten. Van­mid­dag kwa­men we op de Peace Avenue, vlak­bij ons hos­tel, een eet­ten­tje tegen. Het werd gead­ver­teerd als ‘Tra­di­tional Mon­go­lian Fast Food Restau­rant’, maar fast-food was het voed­sel daar (naar onze maat­staven) zeker niet.

Onbek­end met de plaat­selijke gebruiken en por­tieg­roottes, besloten we alle­bei een scho­tel te bestellen met daar­naast een aan­tal kleine bijgerechten. Judica koos voor gebraden kip­pen­poten en ik ging voor de spe­cialiteit van het huis. We dachten dat we alleen wat vlees zouden kri­j­gen en het bijbestellen van wat gebakken aar­dap­pels en een gekookt ei (dat doet iedereen hier) ver­standig zou zijn. Dat bleek een smake­lijke vergissing.

Een min­u­utje of 10 nadat we onze wensen had­den doorgegeven werd onze tafel vol­gezet met schalen, scho­tels en kom­men. De meeste gerechten kwa­men ons na een paar maalti­j­den in de ger bek­end voor: 5, gekookte dumplings met schapen­vlees, gefritu­urde dumplings met schapen­vlees, gekookte schapen­vleesribben en gefritu­urd plat­brood. Het zag er alle­maal erg smake­lijk uit, maar het was veel teveel! En toen kwam Judica d’r maaltijd nog: drie gebraden kip­pen­poten met rijst!

Naar ons beste kun­nen hebben we van de rijk­dom­men gegeten en met enige trots bleek dat de ‘food fren­zie’ de schalen behoor­lijk had aange­tast. Even­zo­goed hebben we nog bijna de helft van al het lekker moeten laten staan.

Deze maaltijd, en alle gerechten in de tent, hebben ons wel geleerd dat Mon­golen tra­di­tion­eel veel en vet eten. En ze zijn dol op schapen­vlees! Ik vraag me af of deze cui­sine het in Ned­er­land goed zou doen, maar voor ons was het in elk geval een hele ervar­ing. Het schapen­vlees was in het begin even wen­nen, niet in de laat­ste plaats ook door zijn kleur en struc­tuur, maar er vallen beslist hele smake­lijke soepen van te trekken en dumplings mee te koken.

Oh, en het top­punt: na afloop van deze schapen­vleesorgie kwam de reken­ing. Ons werd vrien­delijk ver­zocht de somma van 13.000 Tugrik neer te tellen. Omgerek­end in onze thuis­va­l­uta zou dat neerkomen op € 6,50. En dat was dan inclusief twee halve liters thee (à 10 cent) en een fors bord gebakken aar­dap­pe­len. Ongelofe­lijk. Wat nu nog rest is een avondje uit­buiken. Mijn dar­men zijn duidelijk niet aan al dat vette schapen­vlees gewend. Poehee…