Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


18° 47' N, 98° 60' E
22 May 2010, 16:37

Busmoe

“U maakt een prachtige rit van de voor­ma­lige hoofd­stad van het Lao rijk naar de voor­ma­lige hoofd­stad van Siam. Bij de grens aangekomen wordt u met een slow­boat naar de overkant gevo­erd, alwaar een com­fort­a­bele mini-bus u zal opwachten. Een reis die garant staat voor een dag fan­tastisch touren.” Enfin, zo had onze tocht van Luang Pra­bang (Laos) naar Chi­ang Mai (Thai­land) in de boek­jes kun­nen staan. In werke­lijkheid was de reis niet alleen mooi, maar vooral ook vermoeiend.

We vertrokken gis­ter­avond om kwart over zes vanaf het reis­bu­reau en kwa­men van­daag om kwart over 5 aan bij ons hotel in Chi­ang Mai. Dat zijn 23 uur in de bus, tuk-tuk, slow­boat en mini-van. Judica heeft gelukkig van­nacht goed kun­nen slapen in de — overi­gens zeer com­fort­a­bele — VIP bus naar de Thaise grens. Mijn nacht was wat langer, helaas.

Overi­gens had­den we van­nacht voor het eerst pech met een bus. Bus­pech, wel te ver­staan. Een van de ban­den was ken­nelijk lek ger­aakt en moest in het holst van de nacht wor­den ver­van­gen. Ik werd wakker toen ik merkte dat de bus op een krik gezet werd en er na een paar keer pom­pen vanaf kukelde. Wat er pre­cies mis ging weet ik niet, maar het duurde de ‘tech­nici’ 2 uur om de band ver­van­gen te kri­j­gen. Amateurs…

Ook bij de Lao-Thaise grens hebben we ons kostelijk kun­nen ver­maken: onze bus bleek tot het bussta­tion te rij­den, ter­wijl we met een boot moesten over­steken naar Thai­land. De dien­sten van een tuk-tuk waren dus nodig om ons bij het water te kri­j­gen. Een gren­spost aan het water is een vreemde aan­gele­gen­heid, zeker op de manier waarop men dat in deze regio­nen aan­pakt. Niks grote, indruk­wekkende gebouwen, niks slag­bomen. Gewoon een klein loketje en een bootje dat niet vertrekt zon­der goed­keur­ing van de beamten. Zo sim­pel kan een grensover­gang ook zijn. In Thai­land aangekomen wer­den onze visa afgestem­peld en waren we toch erg blij dat we die al van tevoren geregeld had­den: andere reizigers moesten hun visa aan de grens aan­vra­gen en kre­gen er maar een voor 15 dagen, ter­wijl wij 60 dagen mogen blijven.

De ven­ti­la­tor boven ons hotelbed draait nu op volle touren. We zijn maar gewoon voor het hotel gegaan waar onze mini-van ons heeft afgezet. We had­den best wat kun­nen gaan shop­pen, maar eerlijk gezegd waren we daar te moe voor en kon­den we voor de prijs van 250 baht (€6,15) waarschi­jn­lijk niet veel beters kri­j­gen. Want: we hebben hier een ruime kamer, zwem­bad, draad­loos Inter­net en een baliejuf die een paar woord­jes Ned­er­lands spreekt. Zo opval­lend hoeveel meer moeite men hier doet om gastvrij te zijn en touris­ten een beetje te paaien. Het ziet er dan ook naar uit dat we hier veel plezier zullen beleven.


16° 48' N, 107° 5' E
28 April 2010, 11:18

Grenzelaos gelaoterd

Grr! Dat had zo’n leuke dag moeten wor­den, dachten we. Gis­ter­avond genoten we een beschei­den maaltijd als afscheid van dit ver­rukke­lijke land. We ston­den er eigen­lijk amper bij stil dat ons afscheid miss­chien best wat grootser had gemogen. In dit soort gevallen is er gelukkig altijd kos­mis­che pech die maakt dat je gewoon­weg de grens met Laos niet over komt en je het afschei­ds­maal nog eens dun­net­jes over kunt doen.

Een kilo­me­ter of 90 vanaf Dong Ha trof­fen we, gezeten op onze stalen rossen, de grensover­gang met Laos. We had­den onszelf goed laten informeren en begrepen dat de grens met een motor­fi­ets over te steken valt, maar dat je dan per fiets 25 dol­lar zou moeten betalen. De Viet­namese douaniers waarschuw­den ons echter al dat we waarschi­jn­lijk van een koude ker­mis thuis zouden komen. Een­maal onder de indruk­wekkende poort van Viet­nam door gelopen en aangekomen bij de wat min­der opzien­barende toe­gangs­boog naar Laos, wer­den we in het Lao­ti­aans terecht­gewezen. Motor­fi­et­sen mochten niet mee, maar om 1 uur ‘s mid­dags zou er een bus naar Savan­naket vertrekken. Wat!?

Na wat zoeken von­den we iemand die Engels sprak en ons wist te vertellen dat er de afgelopen maand nie­mand bij Lao Bao de grens over was gekomen zon­der zijn motor­fi­ets achter te laten. Wat vreemd? Een bel­letje gepleegd naar onze vrien­den in Saigon. Die raad­pleeg­den hun con­nec­ties bij de Viet­namese over­heid en kon­den alleen maar delen in ons ongeloof. Er zou geen enkele reden moeten zijn waarom we de grens niet over zouden mogen. Van­daag nog had­den ze mensen ont­moeten die, duidelijk ges­tig­ma­tiseerd door de Lao­ti­aanse sticker op hun sno­rap­pa­raten, vorige maand bij Lao Bao de grens over gekomen waren. Een con­clusie rest dus: hufters aan de grens! We zijn genade­loos genaaid, waarschi­jn­lijk alleen maar omdat de vrouw van de hoofd­grens­be­waker met de ver­keerde brom­snor is vreemdge­gaan. Erg­er­lijk en zonde van 180km ben­zine en levensvreugd.

Ern­stig gedesil­lu­sioneerd over al deze ongein zijn we dus terug gegaan naar Dong Ha met het voorne­men de fiet­sen dan maar hier te verkopen. Het hotel waar we vanocht­end uitcheck­ten wilde ons gelukkig nog terugne­men. Onze fiet­sen zijn echter min­der gelukkig: we von­den iemand die de fiet­sen voor de fooi van 4.5 miljoen dong wilde kopen (ter vergelijk­ing: eerder betaalden wij er 17 miljoen voor).

Mor­gen is Judica jarig en we had­den gehoopt daar een leuk Lao feestje van te kun­nen maken. In plaats daar­van gaan we maar op de fiets naar Hué, in de hoop onze fiet­sen daar voor een betere prijs te kun­nen sli­jten. Bijkomende com­pli­catie: 30 april en 1 mei zijn nationale feestda­gen en veel hotels (zo niet alle) zijn rond die dagen vol­ge­boekt. Hopen op een dak dus. Wat een ellende… (maar de zon schijnt!)


40° 5' N, 113° 18' E
15 March 2010, 0:41

De zon komt op…

Vanacht zijn we de grens over gegaan. Er was voor­speld dat het veel gedoe zou zijn, maar het viel enorm mee.
Med­ereizigers had­den verteld dat er Oekraieners waren die Mon­golie niet in waren gekomen en er bij de grens uit­moesten, ik kneep hem behoor­lijk want we hebben het nieuws niet bijge­houden en voor het­zelfde geld heeft Ned­er­land net een con­flict met China. Mid­den in de nacht ergens op een ver­laten sta­tion in Mon­golië stond mij toch niet zo aan. In plaats van 8 uur stil staan waar we op had­den gerek­end was het slechts 1,5 ur aan de Mon­goolse kant en 4 uur aan de Chi­nese. Na een uur aan de chi­nese kant waren alle vei­lighei­d­scon­troles geweest en kon ik mijn ogen niet meer open­houden.  De chi­nese trein­beambte kwam nog langs om ons twee gratis eet­coupon­nen te geven, geweldig want we had­den alleen nog ont­bijt en snick­ers. Michiel heeft nog uit­ge­breid gekeken hoe de onder­stellen wer­den gewis­seld, maar ik heb heer­lijk geslapen.

Van­mor­gen werd ik wakker door een stral­ende zon, gordi­jn­t­jes open en naar buiten kijken. We zijn in China en ergens voelt het nog als een droom. Ook al zijn we pas een paar uur in China, het ver­schil met Mon­golie is opmerke­lijk. Er wordt hier bijvoor­beeld aan land­bouw gedaan, iets waar ik in Mon­golie niets van heb gezien.

We hebben net heer­lijk genoten van ons gratis ont­bi­jtje. Of het nu pro­pa­ganda was of niet, gewaardeerd werd het zeker en wij waren niet de enige die op de gratis trak­tatie afk­wa­men. Nu dachten we te geni­eten van een echt ‘Chi­nees’ ont­bijt, maar het waren twee vierkante witte boter­ham­men met boter, jam, thee en een hardgekookt ei. Goed te vert­eren dus. Het eerste sta­tion sinds het licht is komt in zicht, CHina here we are.

15 March 2010, 0:41

De zon komt op…

Vanacht zijn we de grens over gegaan. Er was voor­speld dat het veel gedoe zou zijn, maar het viel enorm mee.
Med­ereizigers had­den verteld dat er Oekraieners waren die Mon­golie niet in waren gekomen en er bij de grens uit­moesten, ik kneep hem behoor­lijk want we hebben het nieuws niet bijge­houden en voor het­zelfde geld heeft Ned­er­land net een con­flict met China. Mid­den in de nacht ergens op een ver­laten sta­tion in Mon­golië stond mij toch niet zo aan. In plaats van 8 uur stil staan waar we op had­den gerek­end was het slechts 1,5 ur aan de Mon­goolse kant en 4 uur aan de Chi­nese. Na een uur aan de chi­nese kant waren alle vei­lighei­d­scon­troles geweest en kon ik mijn ogen niet meer open­houden.  De chi­nese trein­beambte kwam nog langs om ons twee gratis eet­coupon­nen te geven, geweldig want we had­den alleen nog ont­bijt en snick­ers. Michiel heeft nog uit­ge­breid gekeken hoe de onder­stellen wer­den gewis­seld, maar ik heb heer­lijk geslapen.

Van­mor­gen werd ik wakker door een stral­ende zon, gordi­jn­t­jes open en naar buiten kijken. We zijn in China en ergens voelt het nog als een droom. Ook al zijn we pas een paar uur in China, het ver­schil met Mon­golie is opmerke­lijk. Er wordt hier bijvoor­beeld aan land­bouw gedaan, iets waar ik in Mon­golie niets van heb gezien.

We hebben net heer­lijk genoten van ons gratis ont­bi­jtje. Of het nu pro­pa­ganda was of niet, gewaardeerd werd het zeker en wij waren niet de enige die op de gratis trak­tatie afk­wa­men. Nu dachten we te geni­eten van een echt ‘Chi­nees’ ont­bijt, maar het waren twee vierkante witte boter­ham­men met boter, jam, thee en een hardgekookt ei. Goed te vert­eren dus. Het eerste sta­tion sinds het licht is komt in zicht, CHina here we are.


50° 23' N, 106° 6' E
9 March 2010, 6:00

Tussen mal en dwaas

10. Kedeng, kedeng

Het land­schap is er beslist mooier op gewor­den. Sinds gis­ter­avond zit­ten we weer op de trein, dit keer van Irkutsk (Rus­land) naar Ulaan-Bataar (Mon­golië). Een gekke reis. Net hebben we een nogal uit­ge­breid douane­for­mulier inge­vuld. Mon­golen zijn ken­nelijk nogal gesteld op uitvo­erige doc­u­men­tatie. We moesten pre­cies opgeven welke val­uta we bij ons had­den, of we radioac­tieve spullen bij ons droe­gen en welke radioap­pa­ratuur er alle­maal in onze tassen zaten. Een heel werk. Gelukkig waren de for­mulieren, in tegen­stelling tot de Rus­sis­che, wel alle­maal in het Engels.

Het afscheid van Jane en haar fam­i­lie in Irkutsk gis­teren was moeil­ijker dan gedacht. In een korte tijd (die overi­gens een eeuwigheid leek te duren) waren we best op elkaar gesteld ger­aakt. We voelden ons erg welkom. De hartelijkheid en gastvri­jheid waren over­weldigend. Jane heeft ons gis­ter­avond naar het sta­tion begeleid. Omdat we ruim op tijd waren, hebben we haar nog het ‘Ghot express’ café kun­nen laten zien waar we onze eerste, vroege uren in Irkutsk hebben doorge­bracht. Ze bleek er nog nooit geweest te zijn en dat gaf ons dus ein­delijk de kans om haar ook iets te laten zien.

Overi­gens bleek mijn over­moed gis­ter­avond wel: ik dacht onder­hand redelijk Rus­sisch te kun­nen spreken, zeker vol­doende goed om een paar pan­nenkoek­jes met jam te bestellen. Ent­hou­si­ast probeerde ik ‘blini sa djzamom’. Na me kort wat vaag aangekeken te hebben, kreeg ik de indruk dat ze de bestelling had begrepen. Afgerek­end en terug bij de tafel aangekomen, wachte ik blij mijn bestelling af. Na een paar minuten kwam mijn bestelling: een houten plank met gieti­jz­eren schaal gevuld met gefritu­urde deeghap­jes en rauwe uien. Zo goed was mijn Rus­sisch ken­nelijk toch niet.

Over een half uurtje paspoort­con­t­role. Ik ben benieuwd. Het pro­ces duurt 3 uur en schi­jnt nogal grondig uit­gevo­erd te wor­den. Toe­val bepaalde dat we in een coupé met een ander Ned­er­lands stel terechtk­wa­men, dus er wordt hier uitvo­erig gespro­ken over het leven op de trein en de span­ning voor alle douaneprak­tijken wordt gedeeld. Een malle boel hier…