Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


18° 47' N, 98° 60' E
22 May 2010, 16:37

Busmoe

“U maakt een prachtige rit van de voor­ma­lige hoofd­stad van het Lao rijk naar de voor­ma­lige hoofd­stad van Siam. Bij de grens aangekomen wordt u met een slow­boat naar de overkant gevo­erd, alwaar een com­fort­a­bele mini-bus u zal opwachten. Een reis die garant staat voor een dag fan­tastisch touren.” Enfin, zo had onze tocht van Luang Pra­bang (Laos) naar Chi­ang Mai (Thai­land) in de boek­jes kun­nen staan. In werke­lijkheid was de reis niet alleen mooi, maar vooral ook vermoeiend.

We vertrokken gis­ter­avond om kwart over zes vanaf het reis­bu­reau en kwa­men van­daag om kwart over 5 aan bij ons hotel in Chi­ang Mai. Dat zijn 23 uur in de bus, tuk-tuk, slow­boat en mini-van. Judica heeft gelukkig van­nacht goed kun­nen slapen in de — overi­gens zeer com­fort­a­bele — VIP bus naar de Thaise grens. Mijn nacht was wat langer, helaas.

Overi­gens had­den we van­nacht voor het eerst pech met een bus. Bus­pech, wel te ver­staan. Een van de ban­den was ken­nelijk lek ger­aakt en moest in het holst van de nacht wor­den ver­van­gen. Ik werd wakker toen ik merkte dat de bus op een krik gezet werd en er na een paar keer pom­pen vanaf kukelde. Wat er pre­cies mis ging weet ik niet, maar het duurde de ‘tech­nici’ 2 uur om de band ver­van­gen te kri­j­gen. Amateurs…

Ook bij de Lao-Thaise grens hebben we ons kostelijk kun­nen ver­maken: onze bus bleek tot het bussta­tion te rij­den, ter­wijl we met een boot moesten over­steken naar Thai­land. De dien­sten van een tuk-tuk waren dus nodig om ons bij het water te kri­j­gen. Een gren­spost aan het water is een vreemde aan­gele­gen­heid, zeker op de manier waarop men dat in deze regio­nen aan­pakt. Niks grote, indruk­wekkende gebouwen, niks slag­bomen. Gewoon een klein loketje en een bootje dat niet vertrekt zon­der goed­keur­ing van de beamten. Zo sim­pel kan een grensover­gang ook zijn. In Thai­land aangekomen wer­den onze visa afgestem­peld en waren we toch erg blij dat we die al van tevoren geregeld had­den: andere reizigers moesten hun visa aan de grens aan­vra­gen en kre­gen er maar een voor 15 dagen, ter­wijl wij 60 dagen mogen blijven.

De ven­ti­la­tor boven ons hotelbed draait nu op volle touren. We zijn maar gewoon voor het hotel gegaan waar onze mini-van ons heeft afgezet. We had­den best wat kun­nen gaan shop­pen, maar eerlijk gezegd waren we daar te moe voor en kon­den we voor de prijs van 250 baht (€6,15) waarschi­jn­lijk niet veel beters kri­j­gen. Want: we hebben hier een ruime kamer, zwem­bad, draad­loos Inter­net en een baliejuf die een paar woord­jes Ned­er­lands spreekt. Zo opval­lend hoeveel meer moeite men hier doet om gastvrij te zijn en touris­ten een beetje te paaien. Het ziet er dan ook naar uit dat we hier veel plezier zullen beleven.


20° 4' N, 102° 37' E
21 May 2010, 11:13

Kuang Si je weer

Boven bij de poel stroomt ook water van grote hoogte

We zijn al in Thai­land maar hebben niets geschreven over wat we gis­teren nog hebben gedaan voor­dat we op de bus stapten.

De water­vallen van Kuang Si waren zo betov­erend dat ik graag nog een keer terug wilde. Gis­ter­mid­dag hebben we samen met wat andere toeris­ten een tuk tuk gepakt en zijn erheen gereden.

Deze keer zijn we hele­maal naar boven gelopen naar een ‘geheim’ poeltje. Hier­voor moesten en een ‘track’ ofwel spoor vin­den wat naar het poeltje liep. Het was niet zo makke­lijk want het spoor liep door/ over een watertje maar toen we er een­maal waren was het geweldig!

Gewoon om nog even de foto’s te delen dit berichtje.


19° 53' N, 102° 8' E
21 May 2010, 6:08

de Lao en olifanten

Voor­dat we Laos ver­laten nog even iets meer over de olifan­ten­tour. Hoe stuur je een olifant en heb je het idee dat het een beetje lukt? Er zijn veel ver­schil­lende commando’s voor de olifan­ten. Ze luis­teren op zich wel naar de commando’s (vooral als je ze daar­bij fysiek wat aans­poort) maar het beste luis­teren ze naar hun eigen mahout.

De commando’s die wij geleerd hebben (fonetisch in het NL geschreven)

Paj: ga/ loop
Saj: links
Kwa: rechts
Soeng: Poot optillen ( om erop te klim­men)
Hauw: Stop
Mep Long: liggen of onder water gaan
Bong bong: drinken
Zoo: Sleep ket­ting dichter­bij
Bonn: Haal iets uit de weg (hoog)
Toi: Achteruit
Ben: Omdraaien

Verder nog even een korte terug­b­lik op Laos en de Lao. We waren aan het begin geshoc­k­eerd toen we uit Viet­nam waren. De Lao zijn zeer relaxte mensen. Ze hebben medeli­j­den met mensen die teveel denken of moeten doen. Over het alge­meen zijn ze ontzettend vrien­delijk en niet zo com­mer­cieel ingesteld. Soms als we ergens kwa­men en wilden eten of iets kopen leek het bijna teveel moeite om voor ons op te staan.  Dit was niet overal zo en als je geholpen wordt dan is de vrien­delijkheid wel zo groot dat ze je goed helpen of dat je lekker eet.

De olifan­ten­trip was wat dat betreft echt anders. De mahouts hebben een zware baan aan de ene kant, maar ook een droom­baan aan de andere kant. Elke ocht­end voor dag en dauw op om de olifan­ten te halen en als er toeris­ten zijn rij­den ze achterop op de olifant, of ernaast. Het is een gezel­lige boel en als de olifan­ten zijn ‘gestald’ om even ergens te eten dan knap­pen de mahouts een uiltje. Ze lopen, klet­sen en lachen veel en ‘s mid­dags om een uur of 4 zijn ze klaar.

Verder is het in heel Laos erg gebruike­lijk om een winkel aan huis te hebben. Dan lig je dus lekker tv te kijken en als er iemand langskomt dan loopje even naar de balie. Alles gaat heel rustig en daar hebben we wel eens aan moeten wen­nen. Zo hebben wij tij­dens de tours de bin­nen­lan­den in en op de brom­mer hele fam­i­lies zien rond­hangen waar­bij er niets werd gedaan. Navraag wees uit dat ze 1 keer per jaar rijst planten en oog­sten en dat is tij­dens de reg­n­tijd en dat ze eigen­lijk de rest van het jaar niets te doen hebben. Dat heeft iets te maken met de instelling denken wij,  jezelf nut­tig maken kan altijd.

De meeste Lao willen zoveel mogelijk geld voor zo weinig mogelijk werk. Of liefst geld voor niets. Laos is een relatief arm en cor­rupt land. De meeste pro­jecten (wegen, bruggen) wor­den door andere lan­den gefi­nan­cieerd. De Lao hebben zelf niet genoeg daad­kracht om dat te doen, helaas.

Wij vertrekken vanavond vanuit het prachtige en rustige Laos naar het momenteel gewel­dadige en poli­tiek insta­biele Thai­land. Eens kijken hoe de Thai verschillen.


19° 53' N, 102° 8' E
20 May 2010, 15:41

Laat maar vallen

16. Dr. Fish

Van­mor­gen was een matineuze ocht­end. Om de olifan­ten op te halen zouden we om half zeven vertrekken. Aangezien de enige actie was wat kleren aan­doen stond de wekker om kwart over zes. Om zes uur werd er opeens op onze deur gek­loptd oor de gids en schrokken we wakker. Nor­maal ben ik echt een ocht­end­mens maar onverwachts eerder wakker wor­den doet ook niet veel goed voor mijn humeur.

Een half uur later vertrokken we met een bootje om de lange wan­del­ing te ver­mi­j­den. We liepen daarna de berg op en waren ver­baasd. Was dit waar we gis­teren met die enorme olifan­ten doorheen waren gelopen? Een stukje hoger was het antwo­ord. Van de bam­boe bosjes die mijn Olifant (Ghum­day) had­den ver­bor­gen was niet veel meer over. Daar­ente­gen had ze wel hier en daar mooie com­pacte ver­teerde bam­boe op de grond gelegd. De olifan­ten zit­ten ‘s nachts aan een meter­slange ket­ting (anders lopen ze naar de dor­pen of raken zoek) om hun poot vast aan een boom. De mahoet maakte de ket­ting los en de olifant trok de ket­ting naar een plek zodat de mahoet dit voorzichtig op haar nek kon leggen. Geweldig die samenwerking.

Hup klom ik op de nek en we leiepn naar bene­den waar­bij de olifant op com­m­mando storende takken voor mijn hoofd weghaalde. Na nog kort te hebben gebad­derd was het dan tijd om afscheid te nemen van de olifan­ten. Met een slur­fknuffel was het een niet zo emo­tion­eel afscheid.

Na een ste­vig ont­bijt klom­men we in de kayak want van­daag was er een druk pro­gramma. De kayak tocht was leuk maar we merken dat we dat ook een beetje zat wor­den. Dit was wel de eerste keer dat we echt met stroomver­snellin­gen te maken had­den en daar zijn we samen ongeschon­den uitgekomen.

Bij terugkomst in Luang Pra­bang ging de tocht verder. Met een mini busje wer­den we naar dee KuongSi water­val gere­den. Een tochtje van een half uur waar­bij we beide de ogen amper open kon­den houden. Bij de water­val een klein stukje lopen en daar was het dan. Cen­ter Parcs in het echt. Diep blauw water met ver­schil­lende plateaus waar het vanaf liep. We zijn omhoog gelopen en waag­den onze eerste stap­pen in het water. Het blauw van het water gaf ook de tem­perea­tuur weer. Ijskoud.

Het water bleef aantrekke­lijk en we zijn er ver­schil­lende keren inge­spron­gen. Bij een lager gele­gen water­val was er een hoge water­val waar je vanaf kon sprin­gen, doo­d­eng maar ook wel weer erg gaaf. Het touw waarmee je het water in kon sprin­gen heb ik ook ent­hou­si­ast gebruikt. Een paradijs op aarde, ik hoop dat de foto’s een beetj een beeld geven.

Ik weet niet of je ooit geho­ord hebt van ‘dr Fish’. Dit is een spa behan­del­ing waar­bij spe­ciale vis­sen de dode huid­cellen van je lichaam eten zodat je een heer­lijk zacht huidje kri­jgt. In dit water zaten deze vis­jes ook en ik heb geprobeerd ze op de foto te zetten. Uit­er­aard waren het er te weinig voor een ‘behan­del­ing’ maar het was echt gaaf.

Van­daag zijn Michiel en ik 3 jaar samen. De din­gen die we van­daag hebben gedaan en gezien zorgden ervoor dat het een hele bij­zon­dere dag was. Vanavond zijn we uit eten geweest en ik vrees dat we er voor tien uur inliggen maar wat een dag.

Mor­ge­navond stap­pen we op de bus naar Chi­ang Mai (noord Thai­land). De bus­reis duurt bijna 24 uur (met een boot­tochtje over de grens, grensperike­len en pauzes inbe­grepen) dus we zullen daarna wel moe zijn. Omdat de pas ‘s avonds vertrekken denk ik dat de kans groot is dat we nog een keer naar die paradi­jselijke water­val gaan.


19° 53' N, 102° 8' E
19 May 2010, 16:15

Olifantastisch

16. Onderweg nog een stenenbakkerij

Ter­wijl overdags de grote dieren dom­i­neer­den, bleek de nacht vooral het domein van de kleine beestjes. Er zaten drie nare spin­nen in de bad­kamer toen we wilden gaan slapen en onze klam­boe werd door­lopend bestookt door alles met vleugels en honger. Ook nu weer, na een dag lang olifan­ten, zit ik op bed ter­wijl overal om mij heen beestjes hun avond­pro­gramma uitvo­eren. Maar daarover zal ik verder zwi­j­gen, er zijn immers ‘grotere’ zaken te bespreken.

Omdat we wat te lui waren om 5 uur ‘s ocht­ends al op te staan en op excur­sie de jun­gle in te gaan, begroeten we onze ges­lurfde vrien­den pas tegen 8 uur, nadat ze door de mahouts van hun nachtelijke verblijf op de berg waren terugge­haald. De slur­fies had­den nog wat slaap in de ogen en hun tanden niet gepo­etst, dus een bad was noodza­ke­lijk. En wij mochten mee doen. Bad­deren met een olifant is een raar geheel: alles en iedereen wordt nat en er wordt veel geroepen en geduwd. Olifan­ten hebben ken­nelijk instruc­tie nodig om te weten hoe ze in bad moeten gaan. Kopje onder op com­mando, billen onder water op ver­zoek en als je even niet oplet ook een slurf vol water over de rug gespoten op bevel. Judica wist op een onbe­waakt ogen­blik haar mahout van de olifant het water in te duwen ter­wijl mijn olifant ploe­terde om te begri­jpen dat de bedoel­ing was dat ze billen en kop tegelijk onder zou dompelen.

Een ont­bijt vol­gde, met roerei, een worstje en wat brood, om daarna de olifan­ten naar een voed­er­plek te rij­den. Tegen het mid­daguur kwa­men we aan op een leeg rijstveld met daar­langs veel van des olifants favori­ete groen­voer. Vol ontzag zagen we toe hoe dikke takken wer­den weggek­naagd en hoe slim onze gri­js­neusjes met hun slurf de bast van de takken stripten (want dat is nu een­maal het lekker­ste deel). Wat een slimme dieren. Maar tegelijk zijn ze ook best eenken­nig en wat schrikachtig. Omdat de weg naar het groen daad­w­erke­lijk een weg was, kwa­men we zo nu en dan wat vrachtauto’s tegen. En ofschoon olifan­ten best een goede kans maken in een duel met een die­selfant, zetten ze het toch meestal liever op een rennen.

De mahouts waren zo lief om wat van hun eigen lunch te delen tij­dens een pic­nic aan het rijstveld, waarna wij op onze beurt bij terugkomst op de lodge wat van onze lunch met de mahouts gedeeld hebben. Gezel­lig, maar soms jam­mer dat we elkaar niet kon­den ver­staan. Alsof het leven van een fant alleen over rozen gaat, begonnen we ook de mid­dag met een bad, om daarna nog fijn een stukje te gaan wan­de­len. Het was al tegen drieën en tijd om het grut naar een geschikte plaats voor de nacht te bren­gen. Die von­den we op een berghelling, tamelijk steil, maar voor de bull­doz­ers onder de zoogdieren geen enkel probleem.

Op onze wan­del­ing terug kwa­men we nog langs een steen­fab­riek, waar bak­ste­nen wer­den gemaakt van plaat­selijke klei en ter plaatse gebakken. We maak­ten wat lol met de mahouts en hebben ons daarna op de ranch nog in een bootje laten drop­pen voor een stukje tuben. Alle­maal erg leuk, zeker ook omdat we alles met een allervrien­delijkst Oost­en­rijks paar kon­den delen. De avond­maaltijd smaakte weer uit­stek­end en met enige spijt (maar ook vol schram­men, schaaf­wond­jes en blauwe plekken) kijken we uit naar de laat­ste dag. Overi­gens is dat ook meteen de dag dat Judica en ik pre­cies 3 jaar samen zijn, dus we zullen niet te lang stil­staan bij het afscheid van onze trompet­tis­ten en vooral veel plezier maken en geni­eten. Het is hier fantastisch!


19° 53' N, 102° 8' E
16 May 2010, 15:48

VIPs

4. Zomaar een kiekje

De ocht­end die ons vertrek vanuit feestdorp Vang Vieng aankondigde was een bewolkte, eerder dan een zon­nige. Het was alsof het dorp rouwde om ons vertrek. Dat is natu­urlijk een hoog­moedige gedachte, maar het hielp zeker het vertrek draaglijker te maken. Ons laat­ste VV-ontbijt was uit­ge­brei­der dan de ocht­en­den tevoren: Judica waagde zich aan een Amerikaans ont­bijt (baguette, omelet, patat, maar zon­der bacon) en ik genoot een ‘con­ti­nen­taal ont­bijt’ (een baguette met jam). Een fruithapje en dito shake erbij maakte het geheel tot een machtige maaltijd.

De bus die ons naar Luang Pra­bang moest bren­gen liet een beetje op zich wachten. Alle bussen die vanuit Vang Vieng te kri­j­gen waren wer­den als VIP bussen verkocht, dus we verwachten heel wat. De ram­melige oude bus (zon­der a/c) die we kre­gen stelde dan ook iets teleur, maar vold­eed verder prima. De waarschuwing die ons de Lonely Planet mee­gaf over de reis zelf bleek echter geen over­dri­jv­ing. Het advies luidde: mensen met wagen­ziekte dienen beslist voor­zorgs­maa­trege­len te nemen. De weg voerde in zijn volle 240 kilo­me­ter uit­slui­tend over kro­nke­lige berg­we­gen. Nu, in Luang Pra­bang aangekomen, kun­nen we geen haar­speld­bocht meer zien! De rit duurde 8 uur en bood weinig kansen voor een dutje door het onafge­bro­ken deinen van het VIP-vehikel.

Overi­gens was de rit zelf prachtig, juist ook door alle berg­pas­sages. De weg voerde ons langs won­der­schone uitzichten, aan­vanke­lijk op karst­ber­gen, later ook op wat min­der gril­lige bergen. Karst­ber­gen zijn een won­der op zich: som­mige steken gewoon­weg recht uit de grond de lucht in, anderen hebben scherpe ran­den en gril­lige wan­den. De bergen wer­den hoger naar­mate we Luang Pra­bang nader­den. Soms leek het land­schap op een groen laken waaron­der lucht was geblazen, zodat overal hobbels en gril­lige bul­ten waren verschenen.

Rond vijf uur van­mid­dag kwa­men we hier uitein­delijk aan. Onder­weg maak­ten we nog twee stops om wat te eten, maar veel trek had­den we door al het gehot­se­knots natu­urlijk niet. Eten stond bij aankomst dan ook nog niet hoog op de agenda, wel een lekker sta­biel, onbe­weeglijk bed. Dat von­den we uitein­delijk na wat zoeken in een klein, maar gezel­lig en allervrien­delijkst guest­house. Voor 6 euro verbli­jven we nu ongekoeld in een licht claus­tro­fo­bis­che kamer – maar met douchegordijn!

Overi­gens is de stad zelf prachtig. In het laat­ste uurtje daglicht dat de voor­ma­lig konin­klijke ned­erzetting over­goot had­den we dat al snel door. De stad ligt op het schierei­land dat wordt gevormd door een riv­ier die in de machtige Mekong vloeit. De sfeer is warm, mede door de vele in Franse stijl gebouwde huis­jes, de knusse straten en de overvloed aan Mekong-terrasjes. In de half­schemer­ing hebben we, aan de waterkant van de Mekong, nog roman­tisch gedi­neerd. Schilder­achtig mooi. Enfin, we red­den ons hier dus wel even. Miss­chien niet als VIPs, maar zeker wel als gewone back­pack­ende stervelingen.


18° 56' N, 102° 27' E
13 May 2010, 15:07

Laosbollen

De bus van half tien vertrok pre­cies vol­gens schema een uur te laat. Nie­mand hier lijkt daar­van op te kijken, maar ik ver­baasde me er over. Wat voor zin heeft een dien­stregeling als je hem niet gebruikt? Enfin, ik klaag er niet te lang over; de bus heeft ons net­jes van hoofd­stad Vien­tiane (of zoals ze hier zeggen, Wing Chang) naar het paradijs voor los­bollen Vang Vieng gebracht. Het duurde een kleine 6 uur, maar de mini-ventilators en het briesje dat de vele open ramen teweeg brachten maak­ten het zeker draaglijk.

We waren al van plan om naar Vang Vieng te gaan, gewoon omdat het zo’n leuke plaats schi­jnt te zijn om wat sportie­vere din­gen te doen. Maar we waren ons niet bewust van de mod­erne rep­u­tatie van dit oord. Toen ik hier een rondje liep om ons een mooi hotel te vin­den viel ik van de ene in de andere ver­baz­ing. Ten eerste is het hier heel touris­tisch (op een back­packer manier), maar vooral opval­lend waren de vele relaxte lounge­plekken, hang­mat­ten, hangkussens en ander hang­goed. Vang Vieng biedt onderdag aan zulke illus­tere zaken als de Happy Shake, de Happy Pizza en de Happy Pan­cake, alle voor het plezier ver­rijkt met lokaal geteelde mar­i­huana, paddo’s en opi­aten. Je moet het maar weten, want in een melige bui bega je anders zomaar een ver­giss­ing. Overi­gens verk­laart al die hip­pie hap­pi­ness wel het grote aan­tal hanggelegenheden.

Mor­gen gaan we sportief doen, hebben we besloten. Eerst wat wan­de­len (een grot!), dan in een trac­torbin­nen­band (ofwel ‘tube’) door een grot (!) dri­jven om ver­vol­gens in een dor­pje plakri­jst en brood van bana­nen­blad te eten en in een kayak de lokale riv­ier terug naar Vang Vieng af te zakken. We hebben ons laten vertellen dat op die boot­tocht diverse bar­ret­jes aan de kant gesitueerd zijn, alles ter ver­hoging van de feestvreugde. Daar­naast is er de mogelijkheid om aan lia­nen de slin­geren, te ‘jumpen’ en in een rare schom­mel te… schom­me­len. Alle­maal inbe­grepen. Reken vast op een paar leuke plaat­jes met Judica op de voorgrond.

Tot die tijd gaan wij hier nog maar even chillen. Geen Happy Beer en Happy Sand­wiches, maar miss­chien wel een paar reruns van Friends (er is hier werke­lijk een café dat zich daarop toelegt). Wat zijn we toch een gekkerds…


17° 58' N, 102° 37' E
11 May 2010, 13:12

Chill Capitol

8. Vientiane vanuit de lucht

Nog even een klein stukje over gis­teren… Het is miss­chien wel, miss­chien niet zo, maar er bestaat de mogelijkheid dat mijn bankpas (opzx­et­telijk) is gemold. Omdat de banken niet open waren na ons brom­mer­tourtje heb ik bij een pin­au­tomaat geprobeerd te pin­nen. Ales goed en wel, tot­dat hij nadat ik alles had ingevo­erd zei dat ik geen saldo had. Raar, want we wis­ten zeker dat er geld op de reken­ing stond.
Terug bij de travel lodge hebben we het saldo gecheckt en bleek dat we ruim vol­doende had­den gehad. Nu probeerde ik met mijn pasje (Waarmee ik ook gepint had) in te loggen op inter­net­bankieren. Kon niet, de Ran­dom reader gaf de bood­schap : DEFECT
Flink balen, maar het is geen ramp want we zijn slim en er is een back up mogelijkheid om op mijn reken­ing te komen (die heet mama!). Toch maar even de bank gebeld met de vraag of zij kon­den zien of er geld was afgeschreven en of ik mijn pas moest blokkeren. Ze kon zien dat er geen reserver­ing was gedaan door een adnere bank en ik vertroouw er dan ok op dat al het geld er nog opstaat. Alsnog wel even stress en flink balen.

Zo dat was gis­teren, van­mor­gen moesten we dus nog geld wis­se­len en daarna op naar de bus. We had­den besloten dat we toch voor de VIP bus zouden gaan (7 euro ipv 5) en die vertrok om 9:15. Alles ging voor­spoedig en wee waren er ruim op tijd. De VIP bus was een soort ker­mis bus. Van bin­nen overal gordi­jn­t­jes, en van buiten bespoten zoals je ziet bij ker­misat­trac­ties. Erg lachen dus.

De bus was eigen­lijk erg relaxed. voor een bus­reis van 6–7 uur wil je vol­doende been­ruimte (met name Michiel) en ook de airco was weer even geni­eten. Het enige nadeel is dat we naast een van de speak­ers zaten en die de hele reis karaoke muziek den­der­den (gelukkig houden ze hier van bal­ads!). Verder was de bus­reis echt com­fort­a­bel en kwa­men we een beetje loom om iets over drieeen uit de bus rollen.

Tuk­tuk gedeeld met andere west­er­lin­gen om naar het cen­trum te komen. We zijn op zoek gegaan naar een betaal­baar hos­tel, niet zo makke­lijk want Laos is in het alge­meen erg duur. Het eerste wat we probeer­den (vol­gend LP tussen 10–17$ incl. ont­bijt) was 29$ de goed­koop­ste optie. Daar­naast een guest­house voor 12$, met wee losse bed­den en wel WIFI.

Michiel wilde graag nog even kijken naar andere opties, maar met je rugzak op is erg ver­moeiend dus heb ik mij opge­of­ferd (right) om ind e schaduw met een ijsje bij de rugza­kken te bli­jven ter­wijl Michiel rond­liep. Na een kwartier was hij terug, niets goed­kop­ers gevon­den en die kamer die we al had­den gezine was ook vol. De andere kant op even checken: een aan­tal opties zon­der internet.

Rugza­kken op en dan maar gaan kijken. Zijn voorkeur­sop­tie was al vol­ge­boekt (het was 10 minuten later, flink balen). Na nog 3 keer vol von­den we een kamer voor 10 euro (zon­der airco) maar met dubbel bed.

Nadat we onze tassen had­den afge­gooid zagen we dat er wel een airco aan­wezig was in de kamer, alleen dat je hem niet an kon zeggen omdat de bedi­en­ing in een kastje zat waar een hangslot op zat. Ik kreeg Mac Gyver gedachten en heb (zoals het hoort in een film) met haar­spelden voor het eerst in mijn leven geprobeerd een slot open te kri­j­gen.
Na 5 minuten prut­sen was het gewoon gelukt. Ongelofe­lijk :) . We hebben de airco nu lekker aanstaan.

Toen ik ging douchen heeft Michiel even gekeken of er ook ergens inter­net was. Ik zit nu buiten op het balkon met een WIFI verbind­ing. Het hoort niet bij het hotel maar is niet beveiligd. Het is niet goed genoeg om te skypen, maar een post plaat­sen moet lukken. Uitein­delijk zijn we dus met onze neus in de boter gevallen en hebben we uitzicht op een van de tem­pels die als trek­pleis­ter van Vien­tiane wor­den bestem­peld. Lucky us!


17° 25' N, 104° 50' E
10 May 2010, 15:15

Rondje om de berg

20. Watertje voor de grot

We zijn net terug van een rondje om de berg. Een rondje dat drie volle dagen duurde. Dat zit zo: afgelopen vri­jdag zijn we vanuit Savan­nakhet naar Thakket vertrokken. We waren het wachten wel zat en waren blij dat we onze visa voor Thai­land kon­den ophalen en dan vlug op weg naar nieuwe avon­turen. Of toch niet? In alle vroegte stond ik al voor het visa loket van het Thaise con­sulaat, enkel en alleen om te horen dat ik ‘s mid­dags terug moest komen. We hebben die tegenslag maar gelaten aan­vaard en zijn ‘s mid­dags teruggekomen om met num­mert­jes 96 en 97 in de hand aan te sluiten in de rij met andere visa-aanvragers. Het duurde gelukkig maar een half uur eer we aan de beurt waren en we kon­den rond half 3 dan ook met de tuc-tuc richt­ing het busstation.

Met wat geluk trof­fen we een redelijk luxe mini-busje dat ons voor 25.000 kip p/p (ongeveer € 2,50) naar Thakket, zo’n 125km noordelijk van Savan­nakhet, wilde rij­den. Het ritje duurde bijna drie uur en was apart: er gin­gen naar Lao begrip­pen meer mensen in een mini-busje dan naar Ned­er­landse begrip­pen. Enfin, we zijn heel­huids in Thakket aangekomen en onze back­packs hebben de rit op het dak ook goed en wel overleefd.

Geïn­spireerd door de Lonely Planet hebben we ons in Thakket laten inschepen in een tamelijk luxe ‘Trav­el­ers Lodge’. Niet erg goed­koop, maar wel prak­tisch omdat de lodge een ideaal begin­punt is voor de (onder som­mi­gen) fameuze ‘Loop’: een rondje van drie dagen om het karst­ge­bergte noord-oostelijk van Thakket. Opmerk­er­lijk genoeg trof­fen we op de varanda van de lodge nog twee Ned­er­landse stel­let­jes. Bei­den maak­ten zich op voor de ron­drit, het een met de klok mee en het andere stel­letje net als wij tegen de klok in. We hebben ‘s avonds een motor­fi­ets gere­serveerd en zijn de vol­gende ocht­end in alle vroegte vertrokken.

De eerste etappe voerde langs een aan­tal grot­ten en een ven­netje in het karst. Bestem­ming: een hut op palen in Tha Lang. De rit was prachtig en we kwa­men na een hobbe­lige laat­ste 20 km toch al tamelijk vroeg aan. De rest van de mid­dag hebben we ons wat ver­maakt in de omgev­ing: even op een boom­stam in het stuwmeer, een ommeletje met wat rijst nut­ti­gen, een boekje lezen en onder de douche het stof weg­wassen. Later op de mid­dag arriveer­den ook Sanne en Joost. We hebben samen gegeten en ‘s avonds met het mes op tafel Skip-Bo gespeeld.

Om 8 uur de vol­gende ocht­end zijn we, nauwelijks uit­gerust omdat plaat­selijke feestelijkhe­den ken­nelijk een nacht lang Karaoke vereis­ten en met als ont­bijt enkel een zakje mini-koekjes met jam, weer de fiets op geto­gen om richt­ing Kuon Kham te gaan. Dat dor­pje is zelf niet zo bij­zon­der, maar vormt een goede uit­vals­ba­sis om naar de won­der­lijke grot van Kong Lor, 40 km zuidelijker te gaan. De rit naar Kuon Kham stond op onze prim­i­tieve kaart al aangegeven als ‘slecht’ en daar­van bleek geen woord gel­o­gen. Het eerste deel van 60 kilo­me­ter kostte ons 3 uur, ons zitvlees en bijna ook de schokdem­pers. De rest van de route bestond gelukkig uit aal­glad asfalt en kon­den we wat sneller afleggen. Onder­weg nog steeds prachtige uitzichten op karst­ber­gen en Lao dorpjes.

Een mid­dag zwem­men in de riv­ier in de plaat­selijke vallei en een avondje bief­s­tuk met patat, Skip-Bo, Sanne en Joost verder kon­den we op pad naar de grot. Een uurtje over schit­terend asfalt en gam­mele bruggen (een beetje à la fiets-‘m-d’r-in) bracht ons bij Kong Lor, een dor­pje dat vooral leeft van het tourisme rond om de 7km lange grotriv­ier. We zijn samen met twee gid­sen in een lang­w­er­pige boot (en soort puntige boom­stam met buiten­bo­ord motor) gestapt en de grot in gevaren. Bin­nen was het pik­donker; alleen bij het licht van onze head­lights zagen we wat. Een enorme grot. Zo nu en dan moesten we even uit­stap­pen omdat het water te ondiep werd, maar na een uur bereik­ten we dan de andere kant van de grot. Een kleine oase. Een drankje en een hapje en terug gin­gen we weer, dit keer stroomafwaarts en dus sneller. Erg bij­zon­der en de moeite zeker waard.

Inmid­dels zit­ten we weer in Thakket in de kamer naast die waar we de vorige keer sliepen. Inter­net is hier slechts schaars beschik­baar en we hopen dit ver­haaltje, samen met een paar mooie foto’s, dan ook online te kun­nen kri­j­gen. Straks een een­voudige (en kost­bare) maaltijd geni­eten. Laos is niet zo goed­koop als we gedacht had­den, merken we. Ofschoon Laos armer is, blijkt Viet­nam vee­lal voordeliger gepri­jsd te zijn. Enfin, kleine din­gen die je leert ter­wijl je rond de berg crosst.


16° 34' N, 104° 45' E
6 May 2010, 14:34

Savanne

12. Kijk op Thailand aan de andere kant van de Mekong

Dagen als deze doen je snel inzien dat plan­nen maken alleen zin heeft als het weer dat toe­laat. Regen is een show­stop­per, harde wind kan een streep door de reken­ing zetten en met vorst is een plan ook al snel niet haal­baar meer. Maar warmte, die grote beperker vergeet je maar al te gemakke­lijk… tot­dat hij je plan­nen daad­w­erke­lijk dwars­boomt. Nu had­den we voor van­daag weinig grote ideeën, behalve een bezoekje aan het Thaise con­sulaat dan. Omdat we aan de Thaise grens alleen een 15-dagen visum kun­nen kri­j­gen, is het best een luxe om een con­sulaat om de hoek te hebben dat stem­pels voor 60 dagen afgeeft.

Het woord ‘luxe’ was overi­gens niet het eerste woord waaraan ik dacht toen ik de grote rij voor het loket zag staan. Rijen zijn m’n hobby sowieso niet, maar bij 40 graden (gevoel­stem­per­atuur in elk geval) wordt wachten al snel smachten. Geen briesje te beken­nen, geen ven­ti­la­tors en zeker geen air­con­di­tion­ing; alleen geduld. Gek genoeg was een van de twee rijen aanzien­lijk kor­ter dan de andere. Ik koos de kor­tere en aan­vaarde de extra warmte die daarmee gepaard ging. In de rij ging het gerucht dat de visa voor Thai­land gratis zouden zijn. Aan het loket leerde ik dat de visa inder­daad gratis zijn… vanaf vol­gende week. Jam­mer van het geld, maar na al het wachten en smachten had ik geen zin onver­richter zaken terug te keren.

Judica heeft niet zo goed ges­lapen door de warmte, dus zij bleef wijselijk achter op de kamer. Op mijn weg terug naar het guest­house heb ik een ananasshake gekocht. De dame spendeerde een paar minuten aan het berei­den (ingrediën­ten: verse ananas, gezoete gecon­denseerde melk, ijs­gruis en een geheim vloeibaar goedje) en goot daarna de blender leeg in een plas­tic zakje! Grap­pig. Ze stak een rietje in het zakje, bond het dicht en gaf het geheel aan me in een klein zakje. Een raar gevoel, zo’n zak met ijswa­ter. Enfin, Judica heeft er nog een slokje van genomen, de rest heb ik genoten.

Maar goed, mor­gen kun­nen we onze visa ophalen en vertrekken we naar Tha Khaek in de hoop dat we daar wat verkoel­ing  vin­den, miss­chien wel in een kano. Tot die tijd proberen we hier de hitte te bed­win­gen. En miss­chien nog wel lastiger is het om onze Aus­tralis­che ‘huisvriend’ te ver­mi­j­den: hij houdt niet op met praten en ter­roriseert zo de enige plek in het guest­house waar het nog een beetje uit te houden is. Hij is vast een­zaam en drinkt vast en zeker ook teveel van het gele goud, maar dat maakt de sit­u­atie alleen maar lastiger. Enfin, mor­gen vertrekken we.

Miss­chien nog een paar korte indrukken van Laos tot nu toe: in Mei is het er heel warm; mensen zijn alle­maal heel relaxt en passen zich goed aan het weer aan. De Mekong is mooi en een intrigerend fenomeen omdat hij zo duidelijk arm van rijk scheidt. Vuil­nis­bakken wor­den hier gemaakt van oude ban­den, heel kun­stig. Het eten is fan­tastisch en alom aan­wezig. Langs de riv­ieroever zie je veel kraam­p­jes waar ze vis en kip bar­be­cuen. Vrien­delijkheid is hier duidelijk de norm en mensen zijn zeker niet zo opdringerig als elders. Verder is Savan­nakhet vergeven van de kloost­ers. Mensen vallen duidelijk uiteen in twee groepen: mon­niken en koks. En ten slotte: het is hier warm.