Terwijl overdags de grote dieren domineerden, bleek de nacht vooral het domein van de kleine beestjes. Er zaten drie nare spinnen in de badkamer toen we wilden gaan slapen en onze klamboe werd doorlopend bestookt door alles met vleugels en honger. Ook nu weer, na een dag lang olifanten, zit ik op bed terwijl overal om mij heen beestjes hun avondprogramma uitvoeren. Maar daarover zal ik verder zwijgen, er zijn immers ‘grotere’ zaken te bespreken.
Omdat we wat te lui waren om 5 uur ‘s ochtends al op te staan en op excursie de jungle in te gaan, begroeten we onze geslurfde vrienden pas tegen 8 uur, nadat ze door de mahouts van hun nachtelijke verblijf op de berg waren teruggehaald. De slurfies hadden nog wat slaap in de ogen en hun tanden niet gepoetst, dus een bad was noodzakelijk. En wij mochten mee doen. Badderen met een olifant is een raar geheel: alles en iedereen wordt nat en er wordt veel geroepen en geduwd. Olifanten hebben kennelijk instructie nodig om te weten hoe ze in bad moeten gaan. Kopje onder op commando, billen onder water op verzoek en als je even niet oplet ook een slurf vol water over de rug gespoten op bevel. Judica wist op een onbewaakt ogenblik haar mahout van de olifant het water in te duwen terwijl mijn olifant ploeterde om te begrijpen dat de bedoeling was dat ze billen en kop tegelijk onder zou dompelen.
Een ontbijt volgde, met roerei, een worstje en wat brood, om daarna de olifanten naar een voederplek te rijden. Tegen het middaguur kwamen we aan op een leeg rijstveld met daarlangs veel van des olifants favoriete groenvoer. Vol ontzag zagen we toe hoe dikke takken werden weggeknaagd en hoe slim onze grijsneusjes met hun slurf de bast van de takken stripten (want dat is nu eenmaal het lekkerste deel). Wat een slimme dieren. Maar tegelijk zijn ze ook best eenkennig en wat schrikachtig. Omdat de weg naar het groen daadwerkelijk een weg was, kwamen we zo nu en dan wat vrachtauto’s tegen. En ofschoon olifanten best een goede kans maken in een duel met een dieselfant, zetten ze het toch meestal liever op een rennen.
De mahouts waren zo lief om wat van hun eigen lunch te delen tijdens een picnic aan het rijstveld, waarna wij op onze beurt bij terugkomst op de lodge wat van onze lunch met de mahouts gedeeld hebben. Gezellig, maar soms jammer dat we elkaar niet konden verstaan. Alsof het leven van een fant alleen over rozen gaat, begonnen we ook de middag met een bad, om daarna nog fijn een stukje te gaan wandelen. Het was al tegen drieën en tijd om het grut naar een geschikte plaats voor de nacht te brengen. Die vonden we op een berghelling, tamelijk steil, maar voor de bulldozers onder de zoogdieren geen enkel probleem.
Op onze wandeling terug kwamen we nog langs een steenfabriek, waar bakstenen werden gemaakt van plaatselijke klei en ter plaatse gebakken. We maakten wat lol met de mahouts en hebben ons daarna op de ranch nog in een bootje laten droppen voor een stukje tuben. Allemaal erg leuk, zeker ook omdat we alles met een allervriendelijkst Oostenrijks paar konden delen. De avondmaaltijd smaakte weer uitstekend en met enige spijt (maar ook vol schrammen, schaafwondjes en blauwe plekken) kijken we uit naar de laatste dag. Overigens is dat ook meteen de dag dat Judica en ik precies 3 jaar samen zijn, dus we zullen niet te lang stilstaan bij het afscheid van onze trompettisten en vooral veel plezier maken en genieten. Het is hier fantastisch!
























