Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


2° 20' N, 102° 21' E
10 September 2010, 15:12

Mal Malaka

16. Terug in ons bijzondere hostel

Om een uur of drie van­mid­dag kwa­men we ein­delijk in ons hos­tel in Malaka aan. Zoals eerder al geschreven ver­liep de heen­reis niet hele­maal soe­pel. Op het bussta­tion van Malaka speelden we zelfs nog even met het idee om heel Malaka maar over te slaan en meteen door te reizen naar Sin­ga­pore. We had­den zelfs al onze buskaart­jes voor Sin­ga­pore toen we (van­wege een gebrek aan slaap­plaat­sen aldaar) toch besloten maar een nachtje hier in Malaka te blijven.

Even opfris­sen en snel de stad in dus maar, want we hebben hier min­der dan 24 uur. Dat is wat weinig voor een stad die voor Maleisië his­torisch zo belan­grijk is. Maar goed, weinig keus. De stad bleek overi­gens hele­maal niet zo groot, althans, het oude deel niet. Ik denk dat we met onze wan­del­ing van­daag wel een groot deel gezien hebben. Best leuk.

Het eerste dat ons opviel was het ‘Stadthuys’, een eerste bewijs van het feit dat Ned­er­lan­ders hier een tijd gezeten hebben, in de tijd dat koloniën nog hip waren. Ook de aan­wezigheid van een ‘Dutch square’ en een heuse miniatu­ur­wind­molen geven ons een licht thuis­gevoel. Wat verder doorgelopen komen we alleen al snel in Chi­na­town terecht en verd­wi­jnt dat gevoel weer gro­ten­deels. Wel erg leuk, overi­gens. Omdat het week­end is (en in Islamistisch Maleisië begint dat al op vri­jdag), is in een van de hoofd­straten een grote braderie gaande.

Op de avond­markt (ofwel ‘pasar malam’) is een men­gel­moes van prullaria en veel eten te vin­den. We hebben onszelf aan een paar snacks bezondigd, waaron­der een soort aar­dap­pelchipsspi­raal op een stokje en een pan­nenkoek­wafel met maïs­gelei. Verder op de val­reep nog een hang­ertje voor Judica gekocht en een paar nieuwe armbandjes.

Toen we voor een kopje koffie neer­streken wer­den we geholpen door een vrien­delijke Europese dame. Haar accent ver­ried haar oor­sprong en een min­uut later lieten we Engels varen en praat­ten we verder in ons eigen Ned­erige taaltje. Ze bleek samen met haar man een soort ecokroeg te zijn ges­tart, bij wijze van exper­i­ment. De koffie smaakte goed en over de thee hoorde ik Judica ook niet kla­gen. En oh! Ze had­den sprit­sen bij de koffie!

Na het snacken hebben we toch nog maar wat ‘fat­soen­lijk’ eten besteld. Bij een Chi­nees eethuis dat vast en zeker in de Lonely Planet staat (getu­ige de gid­slezende voor­bi­j­gangers) hebben we na een min­uut of 10 voor de deur in de rij te hebben gewacht de lokale spe­cialiteit ‘chicken rice balls’ met gestoomde kip en taugé gegeten. Niet slecht; zeker niet. Beslist vol­doende om onze nacht in ons wat eige­naardige (maar niet onpret­tige) hos­tel zon­der honger door te komen.


2° 13' N, 102° 15' E
10 September 2010, 14:36

Malaka Sentral

Lieve Web­blogvrien­den, hier een bericht vanaf Melaka Sen­tral. Ik zit hier op een gras­groen plas­tic kuip­stoeltje voor het plaat­selijke fil­i­aal van McDon­alds. Onze bepakking staat achter me in een hoek en ik wacht op Judica. Ze is net naar een bustick­et­bu­reau gegaan om tick­ets naar Sin­ga­pore voor over­mor­gen te rege­len. Geen idee hoe lang dat nog duurt, maar een sinecure is het zeker niet.

Een kort ver­haaltje over onze bus­reis vanaf KL naar Malaka vanocht­end: ruim op tijd hebben we onze kamer deze mor­gen ontru­imd. Het was bepaald geen grote kamer, dus het was wat passen en meten om die grote back­packs en onszelf tegelijk een promi­nente plaats in de kamer te kun­nen geven. Maar dat lukte. Bij de 7-eleven weer ont­bijt gehaald (kaya– en choco­lade­brood­jes) en meteen doorgestiefeld naar de halte van de shut­tle­bus die ons bij het tijdelijke ‘inter­state bus­ta­tion’ zou bren­gen. Tot zover ging alles soe­pel. De bus kwam ook nog net­jes aan, maar een­maal  op het bussta­tion ging het helaas toch een beetje mis.

Ik zal jul­lie niet te lang in span­ning houden en niet om de hete brei heen draaien: hoeveel din­gen er ook mis gaan, de din­gen die niet gaan zoals gep­land, die rieken naar oplicht­ing of op dom­migheid neerkomen zijn toch het inter­es­santst om te lezen. Enfin, we zijn opgelicht. De buskaart­jes die we een paar dagen terug op het­zelfde bussta­tion kochten bij ‘kaunter’ 52 bleken vanocht­end bij counter 24 pre­cies hele­maal niets waard.

De vrouw die ons de vorige keer had geholpen (en die door hoor col­lega in het Maleis achteraf gezien ken­nelijk werd ver­acht om wat ze deed) bleek nogal te hebben gegoocheld en het feit dat er vanocht­end nie­mand bij loketje 52 zat (het zijn overi­gens alle­maal kleine onderne­minkjes; achter elk hokje gaat een ander pri­vaat bus­bedri­jfje schuil) maakte ons al snel pijn­lijk duidelijk dat er enige opzet in het spel geweest moet zijn.

Na wat boosheid te hebben geven­tileerd uitein­delijk toch maar tot con­struc­tieve actie overge­gaan. Op het geïm­pro­viseerde megabussta­tion was ook een poli­tiepost aan­wezig en na enig aan­drin­gen was een van de geu­ni­formeerde vrien­den bereid te zaak voor ons tot op de bodem uit te zoeken. Wij zelf had­den al behoor­lijk wat van de plaat­selijke kast­jes en muren gezien en met enige oplucht­ing merk­ten we dat ook oom agent schaamteloos werd rondges­tu­urd. Toen ook hij het zat was, sloeg hij met de spreek­wo­ordelijke vuist op de tafel van balie 24 en eiste van hen, ofschoon hul­lie in alle toon­aar­den betrokken­heid ontk­enden, dat ze voor een oploss­ing zouden zor­gen. Dit alles uit­er­aard in het Maleis. Ein­dresul­taat: na bij­be­tal­ing van 6 ring­git kon­den we alsnog op de bus en nog wel een half uur eerder dan gep­land. Wij blij.

Een uur of drie later zit ik nu op het bussta­tion van Melaka en gelukkig is er gelijk nog een tegen­valler te incasseren: we had­den graag over­mor­gen met de bus naar Sin­ga­pore gereisd, zodat we nog een volle dag in Melaka zouden hebben, maar er blijken geen kaart­jes meer beschik­baar te zijn. Gevolg is dat we nu al mor­gen­mid­daag om 2 uur vertrekken. Dat laat ons maar weinig tijd. Maar niet getreurd: we maken er het beste wel weer van. We zijn al in Malaka aangekomen en dat is al lang niet zo vanzelf­sprek­end gebleken als gedacht.


3° 9' N, 101° 42' E
7 September 2010, 16:17

Blubberdorp

25. Zo leuk zo'n kind, maar die bilnaad

Gis­teren kwa­men we al in Kuala Lumpur aan, maar erg veel moed om grote din­gen te doen had­den we nog niet. Dat gehobbel met die mini­van was met name mij niet in de koude kleren gaan zit­ten. Van het heftige bocht­en­werk aan het begin van de rit was mijn maag wat van slag ger­aakt en de anti-allergiepil van de avond tevoren had me erg duf weten te maken. Maar goed, van­daag een nieuwe kans.

De nacht in ons hos­tel was kouder dan gedacht. Uit zuinigheid had­den we geen A/C besteld, maar zelfs met alleen de ven­ti­la­tor aan kre­gen we het van­nacht nog best koud. We zijn duidelijk aangepast aan het kli­maat (of gewoon zeik­erds). Vanocht­end hebben we ont­beten bij de 7-eleven, want we had­den weinig zin om er gedoe van te maken. Gewoon een paar witte pun­t­jes gevuld met kaya (eier­jam met kokos) en gaan met die banaan.

Voor de lunch had­den we afge­spro­ken met Anton, een Wit-Rus die we op Koh Tao ont­moet had­den. Om tot die tijd nog wat te doen te hebben, besloten we Times Square maar eens te verken­nen. We had­den begrepen dat Times Square een vele verdiepin­gen hoog mark­t­ge­bouw was, maar daar kwa­men we een beetje bedro­gen mee uit: het bleek gewoon een enorme shop­ping mall te zijn, zoals KL er zove­len rijk is. In zo’n winkel­cen­trum is nor­maliter niet veel te doen en we verwachten dan ook weinig. Judica trak­teerde zichzelf op een lekkere sand­wich van Sub­Ways (want aan Amerikaanse restau­rants is op Times Square geen gebrek) en daarna stiefelden we door naar de 6e verdieping.

Op de plat­te­grond stond aangegeven dat in het gebouw een ‘theme park’ was. Dat had­den we in Penang ook al eens zien staan en het bleek dan om een gokhal te gaan. Even­goed nieuws­gierig heb ik Judica meegesleurd om tot een ver­rass­ing te komen: een deel van de wolkenkrab­ber bleek tussen de 5e en de 10e verdieping te zijn opengew­erkt om een waar indoor-pretpark te her­ber­gen. Behalve diverse ker­misat­trac­ties was er ook een heuse (en geen kinder­achtige!) acht­baan. We hebben hem niet in werk­ing gezien, maar het zag er best angstaan­ja­gend uit.

Uit­er­aard was er bij het pret­park ook een oud­er­wetse gokhal en dit keer kon­den we ons niet bed­win­gen. We hebben voor 3 euro aan tokens gekocht en zijn los­ge­gaan op de appa­raten. Eerst een paar spel­let­jes Street­fighter 4 tegen elkaar. Ik heb Judica hele­maal inge­maakt, ha! Daarna de airhock­eytafel bed­won­gen: 6–5 voor Judica. En om het hele­maal af te maken zijn we alle­bei nog een paar rond­jes op de motor­fi­ets wezen scheuren. Met 150 door de bocht… dat deed ons terug­denken aan de goede oude tijd in Vietnam…

Rond twaalf uur hebben we Anton van de mono­rail opgepikt. Overi­gens ook een fan­tastis­che uitvin­d­ing. Ik was er meteen gek op. Kleine met­rostellen die in de lucht op een enkele beton­nen balk bal­anceren. Veel min­der lelijk dan die grote metro­via­ducten. Maar goed, Anton dus: hij zag wat grauw en was duidelijk min­der blij dan op Koh Tao. We hebben hem geprobeerd wat op te mon­teren en zijn daar­toe maar een stukje de stad in gelopen richt­ing de Petronas torens.

Gek genoeg lijken die op 4 na ‘s werelds groot­ste torens als je eron­der staat hele­maal niet zo hoog. Ze reiken bijna een halve kilo­me­ter de hemel in, maar zouden ook voor 100 meter hoog kun­nen door­gaan. Het menselijk ook is duidelijk niet zo kri­tisch meer voor­bij ‘heel hoog’. Erin kon­den we jam­mer genoeg niet, maar ron­dom de torens zijn een groot winkel­cen­trum en park opgetrokken. We hebben daar wat rondgekeken en ons ver­baasd over de vele dure winkels. In het park von­den we wat rust en kon­den we de torens ook van een afs­tandje bekijken.

(Toevoeg­ing van Judica: In het park was ook een soort zwem­bad ruimte, blauwe tegels, schoon water, je kent het wel. Er ston­den twee vrouwelijke wachters bij en ik mocht niet eens het water inlopen. Als ik de richt­ing opliep werd er streng gefloten en gewezen. Geen idee waarom niet. Bij de schom­mels even later het­zelfde, ik heb twee keer heen en weer gezwaaid voor­dat er gehoofd­doekte beambte mij gebaarde van de schom­mel af te gaan.)

Na een kop koffie bij Star­bucks hebben we Anton weer terug op de mono­rail naar huis gezet en zijn we zelf nog even bij een grote elec­tron­i­ca­mall langs­gelopen om de laat­ste ring­git die ik nog van mijn ver­jaardag over had op te maken. Onze nieuwe foto­cam­era pro­duceert indruk­wekkende hoeveel­he­den bytes en om die alle­maal mee te kun­nen nemen, heb ik nu een mooie ferrari-rode harde schijf gekocht. Het is een juweeltje. Oh, en we hebben nog een klein uitvouw­baar luid­sprek­ertje op de kop getikt.

Gis­ter­avond hebben we op mijn voor­spraak Indi­aas gegeten en vanavond mocht Judica kiezen: het werd Chi­nees. In een food­court vlak­bij het hos­tel, mid­den in China-town kre­gen we voor weinig lekkere, peper-loze rijst met kip voorgeschoteld. We hebben ervan ges­muld en daarna rustig de avond op de kamer doorgebracht.


4° 28' N, 101° 23' E
4 September 2010, 12:27

Stinkbloemglibberen

14. Michiel probeert bij twee parende kevers uit de buurt te blijven

Het is waarschi­jn­lijk niet zo’n eerbiedige naam voor (ken­nelijk) ‘s werelds groot­ste bloem, maar eerlijk is eerlijk, hij stinkt. Van dicht­bij heb ik hem niet gero­ken, maar het was zeker niet de lucht van rozen­blaad­jes die alle vliegen tot het grote bru­in­rode geval aantrokken. Heel bij­zon­der om te zien, zeker wetende dat Rafflesia’s maar één keer in hun leven voor een paar dagen bloeien.

Overi­gens was het niet zo makke­lijk om die stinkbloem te vin­den. Vanocht­end wer­den we opge­haald met een oude lan­drover, een­tje zon­der profiel op de ban­den. We maak­ten ons maar geen zor­gen. Drie kwartier later eindigde de asfaltweg en kre­gen we het sein ‘offroad’. Dat klonk span­nend, maar bleek in de prak­tijk eerder angstaan­ja­gend. Zon­der profiel had de 4x4 soms best wel moeite om over het smalle, mod­derige en vooral ook door­groefde pad te ger­aken. Twintig minuten en heel wat ste­vig geknepen han­den later kwa­men we aan het einde van de weg.

De gids vertelde ons, miss­chien om ons in te peperen, dat in som­mige delen van het jaar het pad voor de jeeps te onbe­gaan­baar waren en mensen dan de hele tocht (zon­der lies­laarzen) naar boven moesten sop­pen. Enfin, aldus rel­a­tiveer­den we onze dra­betappe om gauw verder te gaan met het wan­deldeel. Dat viel erg mee. We maak­ten een lekkere jun­gle­wan­del­ing met wat klauteren en glib­beren, maar zon­der al het andere dat zo’n tocht verve­lend kan maken (zoals muggen en vliegen).

Aan het eind van de wan­del­ing ston­den we dan oog in oog met de Raf­fle­sia: bijna alsof de bloem zo uit het sprook­jes­bos van de Eftel­ing was geplukt. De leer­achtige bloem­bladen en de oran­je­bru­ine kleur riepen een papier-maché beeld op. Uit­er­aard bleven we net­jes van de bloem af, maar op de foto mochten we er wel mee…

Enfin, de rest van de dag hebben we nog wat in de omgev­ing rondgekard. Een hapje gegeten bij een lokaal Indi­aas restau­rant (lekker!), een bezoekje aan de plaat­selijke theefab­riek van BOH en nog wat rond­kijken bij een vlin­der­boerderij en aard­bei­plan­tage. Op de vlin­der­farm had­den ze behalve vlin­ders nog een paar exo­tis­che insecten: nog nooit zulke grote kev­ers gezien! Uit­er­aard hebben we nog een paar verse zomerkoninkjes (met sla­groom en hon­ing!) genut­tigd om nu redelijk uit­gevlo­erd nog een plan voor de avond te maken. Miss­chien met een paar mensen de kroeg in en nog wat napraten over bloe­men die naar kaas ruiken en kev­ers met een neushoorn?


4° 28' N, 101° 23' E
3 September 2010, 13:19

Hogerop gezocht

8. Weer eens wat anders dan een bikini

Sneller dan het licht of toch zeker sneller dan mijn maag aankon, raceten we vanocht­end met een mini­van van Penang naar Tanah Rata in de Cameron High­lands. Toen we ons ticket kochten, geloof­den we nog 5 uur over de reis te zullen doen, maar na amper 3 uur reizen ston­den we hier al om 9 uur op de stoep.

Gis­ter­avond hebben we nog snel een guest­house geboekt, voor onze gemoed­srust, maar ook omdat we er dan meteen door de mini­van afgezet zouden kun­nen wor­den. De vrouw die ons bij Kang’s Trav­el­ers Lodge ontv­ing was aller­hartelijkst. Het lodge is een echte back­back­er­splek: kleine kamers, gedeelde douches en heel veel plek om te zit­ten en te klet­sen. Achterin is nog een bar­retje met pooltafel en plek voor een heus kam­pvuur. Het ziet er alle­maal erg gezel­lig uit.

Nu zit Judica met een paar back­pack­ers Duits te klet­sen, maar van­mid­dag was ze nog zo actief niet. Ik ook niet overi­gens. Van­nacht hebben we erg slecht ges­lapen, mede omdat we wis­ten dat we heel vroeg op moesten staan: je slaapt dan in met onrust die je de hele nacht wakker houdt. Na een snelle lunch zijn we dan ook maar even op één oor gaan liggen. Onze kamer is klein (feit­elijk alleen een bed), maar net­jes en de koelte hier maakt slapen een stuk aangenamer.

Van­mid­dag hebben we hier nog wat rondge­wan­deld. We hebben voor mor­gen een dagtrip geboekt, zodat we snel veel van de omgev­ing kun­nen zien. We gaan onder andere de jun­gle in op zoek naar reuzen­bloe­men. Het is hier regen­seizoen, dus ik hoop dat we het droog houden. Sowieso is het hier niet erg warm (want hoog), dus we zullen ons op wat min­der mooi weer moeten kleden.

De avond­maaltijd hebben we weer bij een Indi­aas restau­rant genoten. Kip Tan­doori met Naan brood, wederom alles met de han­den te veror­beren. Het bli­jft wat ingewikkeld, maar lekker was het zeker. Straks nog wat klet­sen, miss­chien nog een spel­letje pool spe­len en dan onder zeil om fit te zijn voor ons avon­tuur morgen.


5° 26' N, 100° 19' E
2 September 2010, 16:45

Jungle tocht...

10. Oh, en dit is trouwens een heel groot warenhuis

Na gis­teren gek­leed te zijn op een lagen wan­del­ing besloten we van­mor­gen korte broek en slip­pert­jes aan te doen. Alles is hier goed ver­zorgd en geas­fal­teerd, why should we?

Na een nieuw ont­bi­jtje (een broodje met Kaya, soort van pasta van ei en kokos­noot, erg lekker) op naar de bus. Na een ijsk­oude bus­reis (de airco staat zo hoog dat Judica zich aan­kleedt als ze de bus in gaat) komen we aan bij de ingang van het nationale park. We schri­jven ons in (het biedt hoop dat ze bijhouden wie er in het park zijn) en begin­nen aan de wandeltocht.

Al vrij snel komen we tot de con­clusie dat het fraaie wan­del­pad dat ons het park in leidt niet het hele park door­loopt. Na een kleine kilo­me­ter wordt het pad voor slip­per­dra­gen­den onbe­gaan­baar en besluiten we maar om te keren. Stom, had­den we ons nu toch maar op jun­gle gekleed.

Een­maal terug bij de ingang van het park ‘ont­dekken’ we nog een klein bezoek­er­scen­trum met een paar maque­ttes, opgezette dieren en hippe com­put­er­p­re­sen­taties. Leuk en miss­chien ook sur­ro­gaat voor de din­gen die we in het park niet gezien hebben.

Door de verzen­gende hitte lopen we dan maar een stukje terug, richt­ing de strand­boule­vard. Of in elk geval, dat is wat we denken. De wan­del­ing blijkt veel langer dan gedacht en na een eindje langs de weg te hebben gelopen en de eerste regen­drup­pels te hebben geïn­casseerd besluiten we de bus maar te nemen. Aan de strand­boule­vard is het alles luxe: dure resorts, gepeperde restau­rants en glim­mende hotels. We wan­de­len, inmid­dels al wat hon­gerig, langs menig over­pri­jsd eethuis, tot­dat we wat hoop aan de hori­zon ont­waren: een KFC!

Ken­tucky Fried Chick telt niet als inheems eten, dus we doen (min of meer voor de vorm) nog even ons best iets Maleis te vin­den. Tot onze vreugde vin­den we vlak­bij de KFC ook een food­court. Voor nog geen 4 ring­git per per­soon kri­j­gen we daar alle­bei een lekkere rijstscho­tel: Michiel met pit­tige kip en Judica nasi. Lekker en zeker beter dan een pot vette kip­kluiven uit de states.

Veel strand zien we de rest van de mid­dag niet meer. Het weer is wat drui­lerig gewor­den en we besluiten terug de stad in te gaan. Als we een­maal (via een omweg of twee) weer bij het hotel aankomen is het alweer 5 uur. We rusten wat en fris­sen ons op, om dan de avond in Lit­tle India door te brengen.

In Lit­tle India, of althans de vier straten die door Indiërs bewoond wor­den, is het een grote feestelijke boel. Kraam­p­jes buiten, wier­rook­lucht, Hin­does­taanse muziek, heel gezel­lig. We eten een pan­nenkoek­broodje met kip en ei en strijken later neer bij een groot Tan­doori restau­rant. Daar eten we (zon­der bestek, slechts met de han­den) nog wat naan­brood met kip. Erg lekker!

Mor­gen reizen we af naar de Cameron hoog­lan­den. Om zes uur in de mor­gen wel te ver­staan. Een goede reden om wat bijti­jds te gaan slapen dus. Een slaa­padres hebben we maar vast geboekt, want vanaf mor­gen is het een week schoolvakantie in Maleisië. Dit keer gaan we voor sober: een tweep­er­soon­skamer met gedeelde bad­kamer. Het zal ons benieuwen…


5° 26' N, 100° 19' E
1 September 2010, 14:17

4x4=60

12. Judica snoept nog een patatje

Onze hotelka­mer heeft geen ramen. Dat hebben we op onze reis al weleens eerder gehad, alleen was ik alweer ver­geten hoe lastig dat is. Zon­der ramen heb je op de kamer geen enkel besef van tijd. Vanocht­end wer­den we dan ook later wakker dan we dachten. Op Koh Tao werd ik meestal rond 8 uur vanzelf wel wakker, maar hier wees de klok al 10 uur aan voor­dat de luiken open sloegen.

Gelukkig had­den we voor van­daag geen hele wilde plan­nen. Voor­naam­ste activiteit, zo stelden we ons voor, zou een trein­ritje Penang Hill op wor­den. Vanocht­end dus, na een Europees ont­bijt hier ergens in de straat, op richt­ing busstation.

Ons was in het hotel verteld dat we bus 204 zouden moeten nemen, maar een­maal bij de bushalte aangekomen vertelde een man van Rapid Penang ons dat het bus 10 zou moeten wor­den. Hij vertelde ons dat de bergtrein naar de 800 meter hoge top van Penang Hill tot het eind van het jaar uit de run­ning is en de enige manier naar boven momenteel met een 4x4 jeep is.

Maakt niet uit. Wij zijn blij in bus 10 gestapt en kwa­men na een uurtje (het was niet ver, maar de bus deed er gewoon lang over) aan bij de botanis­che tuinen van Penang. Daar trof­fen we inder­daad een stel­letje jeeps aan com­pleet met groen geüni­formeerde chauf­feurs. 60 ring­git voor een retourtje. Dat is best veel, een euro of 15, zeker voor een ritje van 5 kilo­me­ter. Maar na een uur met de bus wilden we ons niet meteen uit het veld laten slaan. Naar boven dus maar.

De weg omhoog was erg steil, soms wel 30%. Onder­weg kwa­men we nog wat aap­jes tegen die gezel­lig op de rel­ing zaten te spe­len. Boven aangekomen was het uitzicht aan­vanke­lijk wat mistig, maar na een paar minuten trokken de wolken weg en kre­gen we een mooi uitzicht op George­town. Bovenop de heuvel is verder niet zo heel veel te doen. Er is een Hin­doe tem­pel en een moskee. Verder nog een paar ges­loten restaurants.

Na een uurtje weer terug naar bene­den dus. Toen nog een uurtje terug met bus 10 (een ritje van maar 2 ring­git per per­soon, overi­gens) en op weg naar het Penang State Museum. Daar­van had­den we gelezen dat het mooi en goed ingericht was. En dat viel niet tegen. In het museum was het een en ander te lezen en zien van de ver­schil­lende bevolk­ings­groepen in Penang en Maleisië. Inter­es­sant en leerzaam.

Voor het avon­de­ten maar weer terug naar het food­court waar we gis­ter­avond ook al gegeten hebben. Dit keer geen sushi, maar wat ‘West­ers’ eten. Kip met rijst, een lekker sausje, voor Judica wat patat en voor mij met spaghetti. Erg lekker. Maar mor­gen eten we Maleis, heus!


6° 7' N, 102° 15' E
20 July 2010, 5:38

Kota Bahru = nieuwe stad

Maleisië was zoals Michiel al schreef toch echt een andere ervar­ing. Voor onze nog steeds trouwe lez­ers, als we daad­w­erke­lijk weer gaan reizen over een maand vol­gen er echt weer elke dag berichten omdat we dan weer din­gen meemaken. Na 3 dagen wegge­weest te zijn weer drie nieuwe berichten, we hebben ook zoveel meegemaakt.

De iets lan­gere ver­sie van het ver­haal; toen we eer­gis­te­rocht­end uit de trein kwa­men gerold liepen we vlug naar de uit­gang (ook hier weer veel machtsver­toon met grote gew­eren) waar er al tien­tallen brom­mers klaar ston­den om ons te ver­vo­eren. Het kleine rot­stukje koste ons toch nog 30TBH (0,75 Euro) en snel de grens over. Zoals gezegd hebben we de taxi gedeeld met David, een Frans­man die ook voor zijn visum naar Kota Bahru ging. Van de heen­weg in de taxi kan ik me niets van het uitzicht herin­neren, ik praat over het alge­meen veel maar bij David kwam ik er ook niet tussen.

Paspoorten wegge­bracht en snel weer met zijn tweeen op pad want na een nacht niet slapen is een praat­grage Frans­man ook iets teveel van het goede. Hij raadde ons nog wel aan om langs Mydin, een super­markt te gaan. Na een rondje hotels ein­delijk een hotel gevon­den wat qua prijs en ser­vice overeenkwam met onze wensen. Heer­lijk gedouched en dan toch maar naar buiten.

Bij de super­markt hebben we flink inges­la­gen. Op het eiland is alles dubbel zo duur en de keuze is min­i­maal. Tanden­bors­tels, douch­eschuim, baby­olie en ping­pong­bal­let­jes (voor Ed, attribuut bij diep duiken) wer­den inges­la­gen. Michiel en ik stru­in­den soms ver­spreid door de winkel. Op dit soort momenten merkte ik wel dat jonge puber­achtige jon­gens mij ‘sub­tiel’ achter­vol­gden. Uit­er­aard had ik een lange broek aan en mijn schoud­ers bedekt maar waarschi­jn­lijk zag ik er na lokale maat­staven nog steeds uit als een lichtkooi.

Er was zelfs een lin­gerieafdel­ing waar ik (dacht ik) iets in mijn maat had gevon­den, er ston­den Europese maten op.Nadat we (zon­der op de rij te let­ten) had­den afgerek­end wer­den onze tas­jes met een tie rap afges­loten, de bon werd op het tasje geplakt en bij de uit­gang van de winkel kreeg je nog een stem­pel op de bon. Zo creeer je wel werk en wordt iets ste­len ook wel erg moeilijk.

We hebben de spullen nog even terugge­bracht naar het hotel en kwa­men tot de con­clusie dat de gekochte BH toch niet paste. Terug naar de winkel, bon mee en naar de klante­nafdel­ing. Het bleek in eerste instantie niet mogelijk om te ruilen. Aangezien ik het gekochte goed nog geen 3 uur in mijn bezit had gehad en alle kaart­jes er nog aan­za­ten drong ik iets meer aan. De vrouw vroeg of er niet iets anders in mijn maat bij zat. Wat mijn maat dan was? Ik her­haalde dat de maat die op de BH stond in Europa gewoon mijn maat zou zijn. Op naar de lin­gerieafdel­ing om te kijken of er nog iets anders was.

Voor­dat ik verder ga moet ik toegeven dat vrouwen onder­ling in de Islami­tis­che cul­tuur een soort van ver­bon­den­heid ken­nen die ik niet gewend ben. Meerdere keren werd ik door vrouwen recht aangekeken en werd er vrien­delijk en beleefd gelachen. Het voelde alsof we een geheim deelden dat de rest niet kent, erg apart en bijzonder.

Op de lin­gerieafdel­ing werd ver­vol­gens hemel en aarde bewogen om iets in mijn maat en smaak te vin­den. Er werd iets gevon­den en ik keek rond of er toch niet ergens een paskamer was. nog een keer iets kopen zon­der te passen durf ik niet echt meer. Enfin zon­der veel omhaal hield de verkoop­ster het voor, maakt de BH aan de achterkant vast en daar stond ik dan, mid­den in de winkel/supermarkt, volledig aangek­leed met een rode BH over mijn kled­ing. Ik geef toe dat ik niet snel gege­neerd ben, maar dit was toch ook echt over mijn grens.

Natu­urlijk heb ik die BH niet gekocht maar we kon­den wel een tegoed­bon kri­j­gen voor het bedrag. Nog zoeken naar din­gen die we semi nodig had­den om aan het bedrag van 3 euro te komen. Kun je nog best veel voor kopen :)

De vol­gende ocht­end snel weer naar het con­sulaat, met de taxi, over de grens, met de brom­mer naar het sta­tion. Daar tijd genoeg en we hebben nog genoten van heer­lijke spe­ci­aal krokant gebakken bana­nen. De trein­reis was lang, ver­moeiend, warm maar we zijn er wel gekomen.

Dit reisje zal ik niet snel ver­geten, maar het is echt heer­lijk om wakker te wor­den op een boot, de zon op te zien komen naast je tijdelijke thuis paradeiland.


6° 7' N, 102° 15' E
20 July 2010, 5:36

Mallereisië

Een korte samen­vat­ting van de logistieke oper­atie van de afgelopen 48 uur: 2 uur met de taxi, 20 minuten op de brom­mer, 22 uur in de trein en 9 uur op de boot. Waarom? Omdat onze visa voor Thai­land dreigden te ver­lopen en door nieuwe ver­van­gen moesten wor­den. En, geloof het of niet, de makke­lijk­ste manier om dat te doen is door een retourtje naar Maleisië te maken. Vlak over de grens met Thai­land ligt Kota Bahru, een provin­ciehoofd­stad met als een van de voor­naam­ste trek­pleis­ters een Thais consulaat-generaal.

Onze reis begon de 17e. Met de meest lux­ueuze boot die het eiland rijk is, een 10 stoe­len brede cata­ma­ran, vertrokken we halver­wege de mid­dag naar het Thaise vaste­land. Ondanks regen, wind en gol­ven zoefde de boot nage­noeg geruis­loos en zon­der rollen of deinen over het water. Een bij­zon­der aan­ge­name ervar­ing. Zeker als de regen op de ramen slaat en de boeg­gol­ven buiten hoog opspat­ten is het niet moeil­ijk de luxe van een com­fort­a­bele stoel en verkoe­lende air­con­di­tion­ing te waarderen.

Het ‘echte reizen’ (een woord dat eigen­lijk zou moeten rij­men op bikke­len) begon pas aan de vaste wal. Een tour­ing­car had ons van de pier naar Chumphon stad gebracht en voor het tre­in­sta­tion afgezet. De trein stond pas voor 9 uur in de avond op de vertrek­staat en buiten was alles nog licht. Wat rond­wan­de­len in Chumphon doo­dde de tijd. De stad is niet heel span­nend, maar zeker niet zon­der z’n gemakken. Enfin, Judica schreef al over onze superijsjes.

De trein­reis naar Maleisië was span­nend. In een Thaise couchette is het leven anders dan in een Chi­nese, zo leer­den we. Waren we op de Trans-Siberië trein gewend ger­aakt aan mooie coupées, dit keer sliepen we alle­maal op de gang. Bij het ocht­end­glo­ren voeg­den zich zwaar­be­wapende mil­i­tairen bij het reis­gezelschap. Het spoor naar Maleisië loopt dwars door drie opstandige provin­cies: het knip­tangetje van de con­duc­teur maakt dan niet genoeg indruk meer.

Vanuit Su-ngai Kolok kon­den we de grens gemakke­lijk over. Een taxirit van een uur, gedeeld met Franse pen­sion­houder David van buurei­land Pan­gan, bracht ons in Kota Bahru. Over die stad valt wel een aan­tal din­gen te melden. Maleisië is een Islami­tisch land en Kota Bahru is het vis­itekaartje van die iden­titeit. Onges­luierde vrouwen lieten zich met een veg­root­glas zoeken en op elke straathoek waren tek­sten in Arabisch-Maleis te lezen. Veel man­nen in jurken ook en absoluut geen varkensvlees op de coun­ters van straat­ten­t­jes; zelfs de tand­pasta is halal. Zo nu en dan was ook de gebed­so­proep te horen, zelfs bin­nen in super­mark­ten op de inter­com. Toch wel een cultuurshock.

Wat ons erg opviel was de over­weldigende vrien­delijkheid van de Malay: Thai hebben de naam, maar we hebben over de grens meer vrien­delijke gezichten in 24 uur gezien dan in Thai­land in een maand. Heel hulp­vaardig en aan­ge­naam in de omgang. Toch is het raar om te zien op welke manier de samen­lev­ing door de Islami­tis­che iden­titeit is ingericht: in de super­markt von­den we bijvoor­beelod aparte rijen voor man­nen, vrouwen en gezin­nen. Bij de McDon­alds droe­gen alle dames behalve een keurig uni­form kos­tuum ook een bij­passend uni­forme hoofd­doek. En dan de ham­burg­ers op straat: alles halal en de smaak van een dubbele kip­burger is bepaald niet mis.

Onze hotelka­mer had­den we uit­ge­zocht op luxe. De Malei­sis­che Rin­git ver­houdt zich 1:10 tot de Thaise Baht en we had­den ons de luxe grens van 100 Rin­git voor een hotel­nacht gesteld. Dat is ongeveer 25 euro. Met al dat reizen moet een mens zichzelf ook wel wat kiete­len. Sowieso had­den we al begrepen dat Kota Bahru niet bek­end staat om z’n goed­kope over­nacht­ingsadressen. Enfin: na wat zoeken von­den we een aan­ge­naam hotel. De kamer was prachtig: heel ruim met een zacht en schoon bed, plenty ruimte en een zithoekje. De bad­kamer stond daarmee in schril con­trast, maar de aanstaande ver­bouwing lost dat hopelijk op. Het water was even­goed heer­lijk warm (mijn laat­ste warme douche was alweer een maand gele­den) en we hebben de luxe van koffie en thee op de kamer ook goed laten smaken.

Het aan­vra­gen van nieuwe visa ver­liep heel soe­pel. De aan­vraag­for­mulieren had­den we al in Thai­land geprint en inge­vuld, zodat we weinig meer hoef­den te doen dan de papieren door het loket te schuiven. De vol­gende ocht­end, na een min­der ges­laagd Maleis hotelont­bijt (met rijst en aller­lei soepachtige gerechten, maar zon­der lekkere brood­jes of yoghurt) kre­gen we onze paspoorten met nieuwe visa weer even gemakke­lijk terug door het loke­traam geschoven. Heel snel. De taxi stond nog op ons te wachten en reed ons in een uurtje vliegen­vlug terug naar de grens (we had­den namelijk een trein te halen). Stem­pels, een wan­del­ing over een brug in nie­mand­s­land en we waren weer terug in Thailand.

De trein vertrok uit­er­aard met ver­trag­ing en toen we na uren­lang zit­ten en kanen­braaien het leven in de coupé grondig zat begonnen te raken (ook al waren de vele verkop­ers die met aller­hande etenswaren langs de wag­ons leur­den soms best amu­sant), wer­den we door twee vrien­delijke med­ereizigers getipt dat we bijna bij Surat­tani waren, alwaar we ruim op tijd zouden zijn voor de nacht­boot. Ons oor­spronke­lijke plan was terug naar Chumphon te gaan en daar na een nacht op straat/aan de pier de ocht­end­boot naar Koh Tao te nemen. De nacht­boot bleek een beter idee. Veel luxe hoef­den we natu­urlijk niet te verwachten: de boot bleek al vol, maar voor ons werd nog een aan­tal slaap­plaat­sen geïm­pro­viseerd. Op de nacht­boot slaapt iedereen op smalle matrasjes op de grond, dus we vie­len in het geheel niet op. De stapels verse eieren en promi­nent opgestelde scoot­ers gaven onze slaap­plaats nog enige beschutting.

Op de boot kon­den we nog wat slapen. Net op tijd om de zon bij Koh Tao te zien opkomen waren we weer wakker. Na een vaart van een kleine 8 uur kwam de boot weer terug op ons vertrouwde paradei­land. Fijn om al die bek­ende plekken weer te zien, zeker na die lange trein­rit met mitrailleurs en ein­de­loos veel sta­tions. Ons motor­fi­et­sje stond nog op ons te wachten en we waren opgelucht te merken dat (mede dankzij onze waakse kakker­lak) in ons hutje alles nog stond waar het hoorde.

Nu liggen we weer op bed. Ons bed­den­goed is lekker schoon en we geni­eten met volle teu­gen van het gevoel weer terug ‘thuis’ te zijn. Maleisië voelt als een malle droom, een gekke vliegensvlugge reis. Over een week of zes gaan we terug naar dat mys­terieuze land en ontsluieren we hopelijk wat meer van ‘s lands schoonheden.


6° 7' N, 102° 15' E
18 July 2010, 4:58

Lekker opschieten

Tassen gepakt en op naar de pier. De Vis­arun duurt waarschi­jn­lijk maar 3 dagen dus we hoeven niet zoveel mee te slepen. Ook wel eens lekker voor de veran­der­ing. Dit avon­tuur begon met een grote cata­ma­ran boot die ons bin­nen 2 uur aan wal zou bren­gen. Een beleve­nis was het. We waren bijna ver­geten dat er ook nog een wereld buiten het eiland bestond. Het eerste wat ons overviel was de air­con­di­tion­ing. Afgezien van de 7–11 (winkel) komen wij op het eiland ner­gens waar er air­con­di­tion­ing is, flink wen­nen dus. Een lekker warm vest maakte veel goed.

Onder­weg begon het buiten te rege­nen, daar zaten we dan in de super­luxe boot vanachter het raam te kijken hoe wind en water vochten om voor­rang. De boot zelf voer ook met een rot­gang dus grote opspat­tende gol­ven kwa­men erbij. Aan wal wer­den we keurig gedirigeerd (met dank aan stick­ers op ons T-shirt die zeggen waar we heen gin­gen) naar een bus om ons naar het sta­tion te bren­gen. Het was soort van ver­war­rend om buiten overal winkelt­jes en mark­t­jes te zien. Even ver­geten dat we nog steeds volop in Azie zit­ten. Heer­lijk om even van het eiland af te zijn en weer eens echt met ver­rass­ing naar buiten te kun­nen kijken.

We merk­ten dat we het bei­den op de een of andere manier ook weer ontzettend span­nend von­den. Te lang op één plek gezeten en dan is dat reizen en gedoe weer wen­nen. Het komt alle­maal goed, we hebben geen haast en wat kan ons nu eigen­lijk gebeuren zijn gedachtes die wel helpen.

Rond zes uur kwa­men we aan op het sta­tion, nog 3 uur respijt voor­dat de trein vertrok. Het kleine stadje dan maar verken­nen. We zijn een mark­tje afgelopen en uitein­delijk (het zal eens niet) in een mall beland. Na even in de super­markt nog wat te snacken hebben gekocht hebben we oons schan­dalig gedra­gen en gegeten bij de KFC. Wel een beetje oost­ers, in plaats van patat gin­gen we toch lekker voor de rijst. Aan de overk­want zat een fil­i­aal van Schwen­ders (oid). Op de grote bor­den prijkte heer­lijke coupé’s met ijs. JUMMIE. Dit soort luxe zijn we niet meer gewend en hebben we ons niet meer gegund sinds we wal hebben verlaten.

Na dit genot moesten we nog wel een rondje lopen. Langzaam weer terug naar sta­tion waar we lang hebben gewacht op de trein. we dachten met tweede klas een 4 per­soon­scoupé te hebben geboekt, niets was min­der waar. Bij bin­nenkomst wer­den onze bed­den net opge­maakt. Het is een lange gang met meerdere zit­jes, onder twee stoe­len die ‘s avonds tot bed wor­den omge­toverd en boven een bed wat ‘s avonds wordt uit­geklapt. Bene­den en boven kun je afscher­men met gordi­jn­t­jes zodat je in je eigen hoekje ligt.Het was al rond tienen dus zijn we beide snel ons bed ingedoken.

Van­mor­gen om 5 uur werd ik wakker door­dat om mij heen al erg veel geluid was, er werd zacht gezon­gen, hard gepraat en veel gerom­meld. Rond 6 uur dan toch maar echt de ogen open en om half 7 waren onze bed­den opgeruimd en zaten we met de slaap in de ogen tegen­over elkaar. Sinds­dien is er niet zo heel veel veran­derd. Ik heb mijn ogen nog wat dichtgedaan, Michiel heeft een kop koffie op en leest een boek.

De trein heeft ook wat addi­tionele beveilig­ing gekre­gen. In de paar kleine dut­jes die ik heb gedaan zijn er blijk­baar groepen man­nen met machi­negew­eren aan boord gekomen. In het verleden blijkt  de relatief arme bevolk­ing van het zuiden wel eens ambities te hebben gehad om het rijk­dom van de trein­reizigers over te nemen door te trein te over­vallen. Ik ben denk ik nog te duf om me druk te maken, al schrok ik wel toen ik de mil­i­tair voor het eerst langs zag komen.

Het is onder­tussen kwart over tien en als alles vol­gens schema gaat zijn we over een half uurtje in Sun­gai Kolok. Dan met een brom­mer­taxi naar de grens, stem­pel halen en met de taxi naar Khota Bahru waar het Thaise con­sulaat zich bevind. Vanavond dan met enig geluk een luxe hotel (en vooraf een mas­sage), hebben we wel verdiend.