Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


16° 34' N, 104° 45' E
6 May 2010, 14:34

Savanne

12. Kijk op Thailand aan de andere kant van de Mekong

Dagen als deze doen je snel inzien dat plan­nen maken alleen zin heeft als het weer dat toe­laat. Regen is een show­stop­per, harde wind kan een streep door de reken­ing zetten en met vorst is een plan ook al snel niet haal­baar meer. Maar warmte, die grote beperker vergeet je maar al te gemakke­lijk… tot­dat hij je plan­nen daad­w­erke­lijk dwars­boomt. Nu had­den we voor van­daag weinig grote ideeën, behalve een bezoekje aan het Thaise con­sulaat dan. Omdat we aan de Thaise grens alleen een 15-dagen visum kun­nen kri­j­gen, is het best een luxe om een con­sulaat om de hoek te hebben dat stem­pels voor 60 dagen afgeeft.

Het woord ‘luxe’ was overi­gens niet het eerste woord waaraan ik dacht toen ik de grote rij voor het loket zag staan. Rijen zijn m’n hobby sowieso niet, maar bij 40 graden (gevoel­stem­per­atuur in elk geval) wordt wachten al snel smachten. Geen briesje te beken­nen, geen ven­ti­la­tors en zeker geen air­con­di­tion­ing; alleen geduld. Gek genoeg was een van de twee rijen aanzien­lijk kor­ter dan de andere. Ik koos de kor­tere en aan­vaarde de extra warmte die daarmee gepaard ging. In de rij ging het gerucht dat de visa voor Thai­land gratis zouden zijn. Aan het loket leerde ik dat de visa inder­daad gratis zijn… vanaf vol­gende week. Jam­mer van het geld, maar na al het wachten en smachten had ik geen zin onver­richter zaken terug te keren.

Judica heeft niet zo goed ges­lapen door de warmte, dus zij bleef wijselijk achter op de kamer. Op mijn weg terug naar het guest­house heb ik een ananasshake gekocht. De dame spendeerde een paar minuten aan het berei­den (ingrediën­ten: verse ananas, gezoete gecon­denseerde melk, ijs­gruis en een geheim vloeibaar goedje) en goot daarna de blender leeg in een plas­tic zakje! Grap­pig. Ze stak een rietje in het zakje, bond het dicht en gaf het geheel aan me in een klein zakje. Een raar gevoel, zo’n zak met ijswa­ter. Enfin, Judica heeft er nog een slokje van genomen, de rest heb ik genoten.

Maar goed, mor­gen kun­nen we onze visa ophalen en vertrekken we naar Tha Khaek in de hoop dat we daar wat verkoel­ing  vin­den, miss­chien wel in een kano. Tot die tijd proberen we hier de hitte te bed­win­gen. En miss­chien nog wel lastiger is het om onze Aus­tralis­che ‘huisvriend’ te ver­mi­j­den: hij houdt niet op met praten en ter­roriseert zo de enige plek in het guest­house waar het nog een beetje uit te houden is. Hij is vast een­zaam en drinkt vast en zeker ook teveel van het gele goud, maar dat maakt de sit­u­atie alleen maar lastiger. Enfin, mor­gen vertrekken we.

Miss­chien nog een paar korte indrukken van Laos tot nu toe: in Mei is het er heel warm; mensen zijn alle­maal heel relaxt en passen zich goed aan het weer aan. De Mekong is mooi en een intrigerend fenomeen omdat hij zo duidelijk arm van rijk scheidt. Vuil­nis­bakken wor­den hier gemaakt van oude ban­den, heel kun­stig. Het eten is fan­tastisch en alom aan­wezig. Langs de riv­ieroever zie je veel kraam­p­jes waar ze vis en kip bar­be­cuen. Vrien­delijkheid is hier duidelijk de norm en mensen zijn zeker niet zo opdringerig als elders. Verder is Savan­nakhet vergeven van de kloost­ers. Mensen vallen duidelijk uiteen in twee groepen: mon­niken en koks. En ten slotte: het is hier warm.


16° 33' N, 104° 45' E
3 May 2010, 13:09

Jetzt geht's Laos

Lieve vrien­den, fam­i­lie, andere bek­enden. Met per­missie van de par­tij en de poli­tie kan ik u med­ede­len dat we heden­mor­gen in de democ­ra­tis­che repub­liek Laos zijn ont­van­gen. Uit­er­aard niets dan posi­tieve berichten, fan­tastis­che mensen, prachtige bouww­erken. Kor­tom, let’s cut the crap…

Het valt een klein beetje tegen, eigen­lijk. Laos is een prachtig land, maar Savan­nakhet is niet hele­maal de stad die we ons had­den voorgesteld. We zijn gewoon ver­wend. Na meer dan een maand Viet­nam met zijn stu­iterende economie zijn we een beetje ver­geten dat er ook lan­den zijn met een iets min­der knet­terende sit­u­atie. Weliswaar zijn we op de brom­mer in Viet­nam best een paar rustige, kleine plaat­sjes tegengekomen, maar dat waren geen provin­ciehoofd­st­e­den. Savan­nakhet is dat wel.

In deze stad is geen hoog­bouw te beken­nen. De katholieke kerk steekt met zijn toren dan ook ver boven de rest uit. Dat is mooi. Maar het is stil op straat. Omdat Savan­nakhet aan de Mekong riv­ier ligt en die riv­ier tevens de grens met Thai­land mar­keert, hebben we hier vanaf de oever uitzicht op de Thaise stad aan de overkant. Dat ziet er meer uit als een lev­endige, rijke stad. Maar ze hebben vast geen bar­be­cues aan de oever.

Nog even terug naar de gebeurtenis­sen van van­daag en gis­teren. Onze hoof­dac­tiviteit gis­teren was ontspan­nen. Dat hebben we gedaan door te geni­eten van de airco op de hotelka­mer, deftig uit eten te gaan en een paar buskaart­jes naar Laos te kopen. We had­den van Sylvia, die ons een paar dagen op onze reis vergezelde, hor­rorver­halen geho­ord over haar bus­reis naar Ninh Binh (ken je die grap van de bus naar Ninh Binh? Die ging niet!). Ze stond mid­den in de nacht stil langs de snel­weg, de bus kapot en de chauf­feur op zijn veldbedje. Niet goed. Enfin, wij zijn dus voor een wat luxere bus gegaan, gewoon voor de zek­er­heid. 18 dol­lar per per­soon. Dat is veel geld.

De bus viel uit­er­aard wat tegen. We verwacht­ten iets heel luxe, maar kre­gen gewoon een mooie Lao­ti­aanse bus. Met airco hoor, maar gewoon net wat anders. Er lagen bijvoor­beeld pom­poe­nen in het bagageruim. Mijn tas kon er maar net bij. De rit duurde wat langer dan verwacht en de afhan­del­ing aan de grens was een beetje stressvol. Geen vrien­delijke mensen daar (maar dat wis­ten we nog van ons vorige bezoek aan Lao Bao) en we kon­den er makke­lijk een hoop dol­lars kwijt voor visa en stempels.

En dan ons guest­house: het werd aan­bev­olen door de Lonely Planet, een jaartje of wat gele­den. Het is sfeer­vol, op zijn eigen Lao manier, maar niet over­dreven luxe. De mensen zijn erg vrien­delijk (en spreken Engels!) en we hebben zowaar een grote kamer met airco en een warme douche. Over het vogelnest in de raam­spon­ning praten we gewoon niet.

Nu eerst maar eens op zoek naar eten; wat accli­ma­tis­eren. Dan terug naar de kamer. Miss­chien nog een praatje en dan op een oor rustig alle indrukken ver­w­erken. We zijn in Laos en hier gaat het loos! Geen idee nog wat we mor­gen doen, maar ik ver­moed dat we maar eens rustig een dagje op de motor­fi­ets de omgev­ing gaan verken­nen. Maar wie weet wordt het wel iets heel anders. We zijn immers in Laos, het land van de onbe­grensde mogelijkhe­den (de par­tij leest mee).

Oh, nog een infor­matiefje: we zit­ten nu in een Inter­net­cafe. Geen WiFi op onze kamer, natu­urlijk. We zullen daarom waarschi­jn­lijk niet elke dag iets van ons laten horen en spaarzaam zijn met de foto’s. Geen zor­gen maken dus!