Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


46° 22' N, 108° 22' E
14 March 2010, 12:38

Laatste etappe

12. Sneeuw verdwijnt, bruin zand verschijnt

Van­daag is onze laat­ste etappe van de trans­mon­golië express begonnen. Om half zeven vanocht­end stapten we op en om kwart over zeven zette de trein zich in beweg­ing. Van de afgelopen dagen had­den we nog wat slaap in te halen, dus zodra we ons had­den geïn­stalleerd in onze wederom com­fort­a­bele eersteklas coupé, hebben we alle­bei ons bed een paar uurt­jes beslapen.

Rond een uur of 11 wer­den we wakker. We veeg­den de slaap uit onze ogen en glu­ur­den voorzichtig door het raam. Niets! Hele­maal niets te zien, behalve een dikke witte waas. De tem­per­atuur is duidelijk wat omhoog gegaan en het mist. Na het mid­daguur trekt de mist voorzichtig op en zien we dat we weinig hebben gemist. Het land­schap is nog pre­cies zoals we het ons herin­ner­den: wit, vlak, zo nu en dan een boom en glooiende bergen op de achtergrond.

Later op de mid­dag begint het uitzicht te veran­deren. Eerst langzaam, maar later steeds opval­len­der. De trein rijdt een zuidoost­elijke koers en de tem­per­atuur lijkt daar­door toe te nemen. Rond drie uur ‘s mid­dags zijn de sneeuwvlak­tes gro­ten­deels veran­derd in zand­vlak­tes met dor gras. Woestijn. Het aan­tal bomen neemt ges­taag af, ten faveure van het aan­tal kud­des en loslopende paar­den. Steeds vaker duikt er ook een ger of herder op in het land­schap, als een kor­reltje hagel­slag op een wit tafelkleed.

Het leven op de trein is rustig. We doen nog een mid­dag­dutje, klet­sen met wat mensen op de trein, drinken wodka met een stel uit Bel­gië. Ze vertellen ons dat ze voor een jaar op reis zijn. Hoofdbestem­ming: Nieuw Zee­land. Ze denken erover om zich daar voor enige tijd, miss­chien wel twee jaar te ves­ti­gen. We hebben deze reis al vaker mensen geho­ord die al reizende besloten hebben zich elders te gaan ves­ti­gen. Voor­lopig ligt ons thuis nog aan de Noordzee, al begint het zich wel steeds meer richt­ing rugzak te ver­plaat­sen. We raken gewend aan het reizen en kri­j­gen het ritme langzaam maar zeker te pakken.

Tot 1 uur van­nacht zijn we nu bezig aan de grens. Eerst aan de Mon­goolse kant. We wachten nu op de paspoort­con­t­role. Dan vanaf 9 uur aan de Chi­nese kant. Daar wachten ons nieuwe wie­len (want China hanteert een andere spoor­breedte) en vast heel wat stem­pels en for­muliert­jes. Dat wordt dus een lat­ertje van­nacht. Nadeel is dat we in onze coupé moeten bli­jven en de toi­let­ten tij­dens de stops op de beide gren­sposten ferm op slot bli­jven. Opon­thoud dus…


47° 55' N, 106° 55' E
14 March 2010, 12:10

Melamongolisch

Half vier ‘s ocht­ends. Op de gang van het Golden Gobi hos­tel, hartje Ulaan-Bataar, wordt luidruchtig van mening gewis­seld. Judica en ik liggen alle­bei nog op een oor, te wachten tot de wekker ons nog voor het ocht­end­glo­ren uit een maar al te welver­di­ende slaap haalt. Opgeschrikt door de luide stem­men komen we, onze ogen uitwrijvend overeind. We spit­sen onze oren en herken­nen een van de sprek­ers als de Amerikaan die ons de avond te voren had ver­rast met zijn excen­trieke per­soon. Hij had zes jaar in China gewoond en les gegeven aan Chi­neesjes die graag Engels wilden leren. Rond een uur of 10 was hij naar een kroeg, niet ver weg, gegaan om een mini-concert van een keelzanger met jazzensem­ble te gaan.

“That’s a lot of money. Your friend stole my money. 40.000, that’s a lot of money.” Duidelijk de stem van de Amerikaan. “I though you where my friend, you are not my friend. You are a thief. You stole my money. And you stole my cell­phone.” We waren alle­bei inmid­dels klaar­wakker. Zo wakker dat we, de wis­selko­ersen indachtig, snel had­den bepaald dat de schree­uwlelijk amok maakte over 20 euro en een goed­kope Chi­nese tele­foon. Wie het kleine niet eert, enzovoorts, maar mid­den in de nacht?

“Let’s call the police”, probeerde hij nu. Van zijn gesprekspart­ner hoor­den we weinig. De Amerikaan was met twee Japan­ners naar de kroeg geweest, dus we ver­moed­den dat hij met hen sprak. “I tell you, you will die shortly. And your father will die shorty, too.” Het gesprek werd duidelijk grim­miger. Nu ont­waar­den we een paar woor­den van kamp Oost: “You watch your tongue.” Inmid­dels zaten we klaar om het geluid van klap­pen, trap­pen en andere blijken van Oost­erse vechtkun­sten te incasseren. Het bleef stil.

Twee uur later ging onze wekker. Bob, de broer die het hos­tel runt, nam ons mee naar het sta­tion. Des­gevraagd vertelde hij, nog niet de blije per­soon die hij nor­maal altijd is, dat de Amerikaan niet meer in het hos­tel verbleef. Duis­tere zaak. Onze trein arriveerde op tijd, 6:30u in de ocht­end, en een­maal ingestapt was het ver­haal van de Amerikaan snel vergeten.

We komen nu bijna bij de grens aan. Mon­golen zijn ons als volk opgevallen. Zoveel vrien­delijkheid en hartelijkheid. Je kunt je haast geen kwaad van ze voorstellen. We raken er wat melan­cholisch onder. Benieuwd wat ons China zal bren­gen. Van onze laat­ste Tugriks hebben we 5 snick­ers gekocht. Wat ons van Mon­golië nog rest zijn herin­ner­in­gen en een paar schapenbotten…


47° 55' N, 106° 55' E
13 March 2010, 14:46

Mongood Food frenzy

Food frenzy

Voor het eerst sinds lange tijd heb ik mezelf weer overeten. Ik weet niet of dat ABN is, maar wat ik ermee probeer te zeggen is: ik heb veel teveel gegeten. Van­mid­dag kwa­men we op de Peace Avenue, vlak­bij ons hos­tel, een eet­ten­tje tegen. Het werd gead­ver­teerd als ‘Tra­di­tional Mon­go­lian Fast Food Restau­rant’, maar fast-food was het voed­sel daar (naar onze maat­staven) zeker niet.

Onbek­end met de plaat­selijke gebruiken en por­tieg­roottes, besloten we alle­bei een scho­tel te bestellen met daar­naast een aan­tal kleine bijgerechten. Judica koos voor gebraden kip­pen­poten en ik ging voor de spe­cialiteit van het huis. We dachten dat we alleen wat vlees zouden kri­j­gen en het bijbestellen van wat gebakken aar­dap­pels en een gekookt ei (dat doet iedereen hier) ver­standig zou zijn. Dat bleek een smake­lijke vergissing.

Een min­u­utje of 10 nadat we onze wensen had­den doorgegeven werd onze tafel vol­gezet met schalen, scho­tels en kom­men. De meeste gerechten kwa­men ons na een paar maalti­j­den in de ger bek­end voor: 5, gekookte dumplings met schapen­vlees, gefritu­urde dumplings met schapen­vlees, gekookte schapen­vleesribben en gefritu­urd plat­brood. Het zag er alle­maal erg smake­lijk uit, maar het was veel teveel! En toen kwam Judica d’r maaltijd nog: drie gebraden kip­pen­poten met rijst!

Naar ons beste kun­nen hebben we van de rijk­dom­men gegeten en met enige trots bleek dat de ‘food fren­zie’ de schalen behoor­lijk had aange­tast. Even­zo­goed hebben we nog bijna de helft van al het lekker moeten laten staan.

Deze maaltijd, en alle gerechten in de tent, hebben ons wel geleerd dat Mon­golen tra­di­tion­eel veel en vet eten. En ze zijn dol op schapen­vlees! Ik vraag me af of deze cui­sine het in Ned­er­land goed zou doen, maar voor ons was het in elk geval een hele ervar­ing. Het schapen­vlees was in het begin even wen­nen, niet in de laat­ste plaats ook door zijn kleur en struc­tuur, maar er vallen beslist hele smake­lijke soepen van te trekken en dumplings mee te koken.

Oh, en het top­punt: na afloop van deze schapen­vleesorgie kwam de reken­ing. Ons werd vrien­delijk ver­zocht de somma van 13.000 Tugrik neer te tellen. Omgerek­end in onze thuis­va­l­uta zou dat neerkomen op € 6,50. En dat was dan inclusief twee halve liters thee (à 10 cent) en een fors bord gebakken aar­dap­pe­len. Ongelofe­lijk. Wat nu nog rest is een avondje uit­buiken. Mijn dar­men zijn duidelijk niet aan al dat vette schapen­vlees gewend. Poehee…



47° 55' N, 106° 54' E
13 March 2010, 14:26

Backpackersparadijs

tradiotionele welkomsceremonie

Onze laat­ste avond, we hebben net heer­lijk gegeten en zit­ten nu in de ‘woonkamer’ van het hos­tel om nog wat thee te drinken en wat te kletsen.

Van­daag was de laat­ste dag, we zijn naar het nationale museum geweest en daar stond de hele geschiede­nis van Mon­golie uit­gew­erkt (met engelse bor­d­jes, joepie!). De hele geschiede­nis was uit­gew­erkt en aan het einde was een soort van hero­is­che over­win­ningss­feer want dat was de tijd dat Mon­golie echt onafhanke­lijk werd na het social­isme.

De kledij en haardracht waren echt super om te zien en na het museum kwa­men we buiten en sneeuwde het voor het eerst op onze reis. Best wel gaaf! Op de foto’s zie je nog een soort van welkom­scer­e­monie bij het par­lement huis, daar had­den ze de tra­di­tionele kledij aan van de ver­schil­lende stammen.

Onze tijd in Mon­golië zit er bijna op en eigen­lijk vin­den we het allle­bei wel jam­mer. Zo graag komen we nog een keer terug hier in de zomer, het is een soort van back­pack­ersparadijs wat nog neit volledig ver­pest is al veran­derd alles wel snel. Mensen zijn vrien­delijk en behulpzaam, spreken goed Engels en zijn een vrolijk en hartelijk volk. We klinken ongeveer als een reclame­bu­reau, maar dat zijn we ook. We zijn ver­liefd gewor­den op dit land en de vlak­tes, het vol en de gebruiken. Voor al mijn reizigersvrien­den, laat zuidoost Azie, dit is nu the place to be!

Hieron­der zie je twee you tube filp­m­jes, het eerste film­pje is van het liedje wat we gis­teren zo hartelijk hebben meege­zon­gen met de gids en chauf­feur. De muziek is miss­chien niet hele­maal geweldig, maar het geeft wel een idee van de taal. Het andere film­pje geeft een indruk van Mon­golië. in een woord, WOW


47° 55' N, 106° 54' E
11 March 2010, 8:17

Gers!

11. Deze dame staat tussen de bevroren beerput en het toilet

Vanocht­end wer­den we wakker in een ger, een tra­di­tionele Mon­goolse nomaden­tent dus. Om kort een beeld te geven van het huis: de tent is rond en heeft een vlo­erop­per­vlak van ongeveer 25 vierkante meter en een diam­e­ter van 6 meter. Best ruim dus. Bin­nen is alles prak­tisch: in het mid­den staat een for­nuis dat overdag de tent ver­warmt en ‘s avonds gebruikt wordt om het eten op te koken. Verder een aan­tal fraaie, houten kast­jes, lage tafels met kruk­jes, een was­ma­chine en een losse inbouwo­ven. Zeer indruk­wekkend en prachtig, vooral ook het wiel-met-spaken-vormige glazen dak en de houten ste­len waarop het dakzeil rust en waaron­der aller­lei boek­jes, foto’s en andere zaken bij wijze van tijd­schriftrekje wor­den gestoken.

Begz, zijn vrouw en kinderen ontvin­gen ons allervrien­delijkst in hun huis, gis­ter­avond. Om daar te komen moesten we een half uur lang zien te over­leven in een over­volle (zeg maar, claus­tro­fo­bis­che) stads­bus. De kinderen gin­gen met ons mee op de bus – ze kwa­men net uit school – en waren onze gieche­lende gid­sen. De ger van de fam­i­lie staat in een ger­wijk in het noor­den van de stad. Veel nomadis­che Mon­golen hebben zich de afgelopen jaren in deze wijken geves­tigd. Het heeft wel iets para­dox­aals: een wijk vol met omheinde kavels met daarop een ger of klein huisje en wat koeien; het platte land mid­den in de stad.

We wer­den meteen ver­welkomd met een heer­lijke, tra­di­o­tion­eel Mon­goolse maalti­jd­soep: gazellevlees getrokken in water met groente en flen­sjes­reep­jes. Het geheel werd gekookt in de kom, afgedekt met een deegvel. Erg lekker. Begz lei­dde ons rond en vroeg me te helpen de koeien op stal te zetten. Uitvo­erig demon­streerde hij mijn trage geest de tra­di­tionele knoop die gebruikt wordt om de koeien vast te zetten aan een paal. Prak­tisch, alle­maal erg praktisch.

Na een avond aller­lei ver­halen van Begz te hebben geho­ord, gin­gen we iets na mid­der­nacht onder zeil. Mon­golen zijn geen vroege vogels en bli­jven dus graag lang op. De kinderen hoeven pas om half 2 naar school (tot vijf uur) en kon­den dus ook lang opbli­jven. Heel lief hing Begz voor ons een wit laken op om een eigen hoekje voor ons te creëren in de tent. Ik sliep wat beter dan Judica, al was het toch wel wen­nen om op de harde grond te slapen in een tent die ‘s nachts afkoelt van 25 graden naar 7. Best fris.

Van­daag zijn we laat opges­taan. Begz was al naar zijn werk. We ont­beten met vers gebakken brood (heer­lijk) en jam van de super­markt. Want laten we eerlijk zijn, Mon­golen zijn ook mensen en geni­eten ook van gemak­spro­ducten. Sowieso woont het gezin pas sinds twee jaar in een ger. Voor­dien woon­den ze gewoon in een huis. In hun ger hebben ze nu al 88 gezelschap­pen ont­van­gen om ze de oude tra­di­tionele Mon­goolse gebruiken te laten zien. Enfin, we zijn de stad tegen 11 uur ingetrokken en hebben de dag tot nu toe vooral doorge­bracht met het organ­is­eren van een dag­tocht naar een natu­ur­park ten oosten van de stad. We gaan daar met een gids heen, bezichti­gen daar het natu­urschoon en gaan een stukje paardri­j­den. Erg benieuwd wat dat gaat oplev­eren. Maar het wordt alle­maal vast erg gers…


48° 5' N, 106° 58' E
10 March 2010, 4:13

Mongolen!

17. Al die treden

Nou, dat was me een bevalling! Na de nodige weerom­s­tuit zit­ten we dan nu ein­delijk in een café genaamd ‘Brauhaus’ in Ulaan­bataar, Mon­golië. Zoals de naam van het etab­lise­ment al doet ver­moe­den, is Ulaan­bataar bepaald een inter­na­tionale stad. Het staat hier in het cen­trum vol met grote, dure gebouwen, vaak voorzien van Engelse benamin­gen. We voe­len ons daar­door veel meer thuis dan in Rus­land. Dit land begri­jpen we (een beetje).

Vanocht­end kwa­men we om half 7 aan op het sta­tion. Het was nog donker en om en nabij de 20 graden vorst. Inmid­dels zijn we dat wel gewend, dus geen paniek op dat front. Alleen, waar andere trein­reizigers door hun hos­tels wer­den opge­haald, ston­den wij er hele­maal alleen voor…

Eerst dus maar een kopje thee op het sta­tion. De restau­ratie ging gelukkig net open. Voor 600 Tugrit (ongeveer 30 cent) kre­gen we twee warme kop­pen thee. Nog 350 Tugrik en we had­den er ook een hardgekookt ei bij. Jum­mie! Even wen­nen wel dat iedereen ons hier zo aanstaart.

Toen het rond half 8 licht begon te wor­den, hebben we het op een lopen gezet. Rustig aan, want onze rugza­kken wogen flink door en de koude had ook zo zijn impact. In Irkutsk had­den we een klein kaartje getek­end waaruit moest blijken waar onze host in Mon­golië werkt. Uit­er­aard zijn we flink verd­waald. De vorst werkte boven­dien op Judica’s blaas en een spoed­stop bij een lux­ueus hotel was dan ook vereist.

Uitein­delijk von­den we een Irish Pub, ken­nelijk in het cen­trum van de stad. De reis­gid­sen op onze Min­ime hielpen ons verder. Toen een Aus­tral­iër met zijn gids ook een kopje thee kwam drinken, ont­moeten we onze red­der: de Aussie had een Mon­goolse gids bij zich die ons de weg naar de bib­lio­theek wist te wijzen. We zit­ten er nu vlak­bij (maar zijn er uit­er­aard volledig voor­bij gelopen). Op naar de bieb dus maar…


50° 14' N, 106° 12' E
9 March 2010, 14:50

De trein rijdt, de trein stopt… en wij wachten

Van­daag de enige ‘hele’ dag in de trein, de tweede klas. Het was op zich hart­stikke gezel­lig met onze Ned­er­landse coupé genoten maar wat een gedoe! Van­mor­gen wer­den we al vroeg wakker, het zou een dag zijn waar­bij we de grens over gin­gen. Zoals bij de andere trein ook was wordt de wc hier op slot gedan bij de stops. De trein waar we in zit­ten is een langzame trein, en hij stopt ongeveer elk kwartier voor een min­uut. Over het alge­meen een stuk min­der relaxed dus.

De grensover­gang met Mon­golie is niet zoals we gewend zijn in Europa, ik kan me al bijna niet meer herin­neren hoe het was toen je bij elke grens gecon­troleerd moest wor­den. Het begon rond een uurtje of 1. De trein stond stil bij een klein sta­tion­netje en de petro­vnika (trein­beambte) kwam langs om proberen uit te leggen dat we op het per­ron naar de wc kon­den en dat de trein 2,5 uur zou bli­jven wachten, daarna paspoort­con­t­role en dat er een klein mark­tje was.

Blij gin­gen we met zijn vieren de trein uit en op naar de wc.  Het waren van die Franse sta wc’s, maar beter dan niets en we moesten ook betalen, maar goed, de wc bewoog dan niet en dat heeft ook zijn voorde­len. Mar­jorie en ik gin­gen weer bij de trein staan (ze wachten hier echt niet) en Tij­men en Michiel gin­gen even naar het mark­tje. Er was een man bij de trein die druk stond te zwaaien en gebaren dat we naar bin­nen moesten dus wij hele­maal in de stress want we kon­den de jon­gens niet zien. Ik heb op mijn aller­hardst geroepen en die man bleef gebaren… Tafer­e­len zon­der Michiel in de trein speelden zich al op mijn netvlies af. Toen ik weer hard riep kwam de petro­vnika die me aan­keek alsof if gek was en zei dat de trein echt nog niet weg­ging. Michiel en Tij­men kwa­men net aan­gerend en ik schaamde me natu­urlijk kapot. We hebben op het mark­tje nog wat lekkers gekocht en omdat het zou koud was zijn we snel weer in de coupé gaan zit­ten. Na 10 minuten begon de trein te rij­den. Blijk­baar moet er heel veel gerangeerd wor­den, we zijn denk ik wel 20 keer op en neer gere­den op dat sta­tion. In de tussen­tijd zijn we denk ik ook wel 4 keer naar de wc geweest buiten. Je kent het wel, als je niet kunt… dan moet je constant.

Tegen 5 uur kwa­men de Rus­siche dien­ders om alle paspoorten in te nemen en alles te con­trol­eren. Je moet dan echt de coupé uit zodat ze kun­nen checken of je niet iemand mee smokkelt. Uitein­delijk zijn we om 19:00 verder gere­den. Het uitzicht was wel grandioos, een soort enorme wijde vlakte tussen bergen. Hier en daar liepen paar­den en koeien op de vlakte. De mensen zien er ook direct heel anders uit dan de Rus­sis­che bevolk­ing, een stuk vrien­delijker en meer open gezicht. Na 20 minuten gere­den te hebben werd ons verteld dat de wc 10 minuten openg­ing en daarna weer op slot tot we voor­bij het vol­gende sta­tion waren. Alle­maal in de rij dus, want wie weet hoe lang de vol­gende stop duurt.

Het vol­gende sta­tion was dan de Mon­goolse grens waar we weer hebben gerangeerd en nog­maals de hele trein (met hond) werd nagekeken. Alle paspoorten weer innemen etc. De eerste ont­moet­ing met de Mon­goolse mensen was op zich wel goed, ze spraken Engels, waren beleefd en zagen er ook wat char­man­ter uit. Hier en daar werd er zelfs een grapje gemaakt over de uit­spraak van onze namen. Om kwart over 9 zijn we daar weer vertrokken, in die tussen­tijd dus geen wc. Ter­wijl we wegre­den hoor­den we van buiten de trein geschreeuw met daarna een hart­grondig ‘get the f*ck out of my way’ wat kwam van iemand die har drende en probeerde de trein in te halen… Ik vrees dat er iemand is die de trein gemist heeft en wiens spullen nu wel naar Ulaan Baatar gaan… maar hijzelf niet.

Het is gezel­lig in de coupé, we lezen veel en kaarten met onze med­ereizigers, maar toch merken we dat het voor ons een beetje te krap is, we zijn nu wat ruimer gewend. Het is nu iets over 10 uur en alles is weer ingepakt. Morgenocht­end om half 7 komen we aan in de hoofd­stad van Ulaan Baatar. Hopelijk kun­nen we in de bib­lio­theek gebruik maken van het inter­net en zo de berichten posten. Als het alle­maal gaat zoals bedoeld slapen we dan ‘s avonds in een tra­di­tionele Ger. Weer zo vroeg opstaan… bweh.. ik ga nu nog even geni­eten van een lekker kopje thee, mor­gen krijg ik miss­chien wel Yak melk of eits dergelijks te drinken. Mon­go­lia, here we come.