Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


3° 9' N, 101° 42' E
7 September 2010, 16:17

Blubberdorp

25. Zo leuk zo'n kind, maar die bilnaad

Gis­teren kwa­men we al in Kuala Lumpur aan, maar erg veel moed om grote din­gen te doen had­den we nog niet. Dat gehobbel met die mini­van was met name mij niet in de koude kleren gaan zit­ten. Van het heftige bocht­en­werk aan het begin van de rit was mijn maag wat van slag ger­aakt en de anti-allergiepil van de avond tevoren had me erg duf weten te maken. Maar goed, van­daag een nieuwe kans.

De nacht in ons hos­tel was kouder dan gedacht. Uit zuinigheid had­den we geen A/C besteld, maar zelfs met alleen de ven­ti­la­tor aan kre­gen we het van­nacht nog best koud. We zijn duidelijk aangepast aan het kli­maat (of gewoon zeik­erds). Vanocht­end hebben we ont­beten bij de 7-eleven, want we had­den weinig zin om er gedoe van te maken. Gewoon een paar witte pun­t­jes gevuld met kaya (eier­jam met kokos) en gaan met die banaan.

Voor de lunch had­den we afge­spro­ken met Anton, een Wit-Rus die we op Koh Tao ont­moet had­den. Om tot die tijd nog wat te doen te hebben, besloten we Times Square maar eens te verken­nen. We had­den begrepen dat Times Square een vele verdiepin­gen hoog mark­t­ge­bouw was, maar daar kwa­men we een beetje bedro­gen mee uit: het bleek gewoon een enorme shop­ping mall te zijn, zoals KL er zove­len rijk is. In zo’n winkel­cen­trum is nor­maliter niet veel te doen en we verwachten dan ook weinig. Judica trak­teerde zichzelf op een lekkere sand­wich van Sub­Ways (want aan Amerikaanse restau­rants is op Times Square geen gebrek) en daarna stiefelden we door naar de 6e verdieping.

Op de plat­te­grond stond aangegeven dat in het gebouw een ‘theme park’ was. Dat had­den we in Penang ook al eens zien staan en het bleek dan om een gokhal te gaan. Even­goed nieuws­gierig heb ik Judica meegesleurd om tot een ver­rass­ing te komen: een deel van de wolkenkrab­ber bleek tussen de 5e en de 10e verdieping te zijn opengew­erkt om een waar indoor-pretpark te her­ber­gen. Behalve diverse ker­misat­trac­ties was er ook een heuse (en geen kinder­achtige!) acht­baan. We hebben hem niet in werk­ing gezien, maar het zag er best angstaan­ja­gend uit.

Uit­er­aard was er bij het pret­park ook een oud­er­wetse gokhal en dit keer kon­den we ons niet bed­win­gen. We hebben voor 3 euro aan tokens gekocht en zijn los­ge­gaan op de appa­raten. Eerst een paar spel­let­jes Street­fighter 4 tegen elkaar. Ik heb Judica hele­maal inge­maakt, ha! Daarna de airhock­eytafel bed­won­gen: 6–5 voor Judica. En om het hele­maal af te maken zijn we alle­bei nog een paar rond­jes op de motor­fi­ets wezen scheuren. Met 150 door de bocht… dat deed ons terug­denken aan de goede oude tijd in Vietnam…

Rond twaalf uur hebben we Anton van de mono­rail opgepikt. Overi­gens ook een fan­tastis­che uitvin­d­ing. Ik was er meteen gek op. Kleine met­rostellen die in de lucht op een enkele beton­nen balk bal­anceren. Veel min­der lelijk dan die grote metro­via­ducten. Maar goed, Anton dus: hij zag wat grauw en was duidelijk min­der blij dan op Koh Tao. We hebben hem geprobeerd wat op te mon­teren en zijn daar­toe maar een stukje de stad in gelopen richt­ing de Petronas torens.

Gek genoeg lijken die op 4 na ‘s werelds groot­ste torens als je eron­der staat hele­maal niet zo hoog. Ze reiken bijna een halve kilo­me­ter de hemel in, maar zouden ook voor 100 meter hoog kun­nen door­gaan. Het menselijk ook is duidelijk niet zo kri­tisch meer voor­bij ‘heel hoog’. Erin kon­den we jam­mer genoeg niet, maar ron­dom de torens zijn een groot winkel­cen­trum en park opgetrokken. We hebben daar wat rondgekeken en ons ver­baasd over de vele dure winkels. In het park von­den we wat rust en kon­den we de torens ook van een afs­tandje bekijken.

(Toevoeg­ing van Judica: In het park was ook een soort zwem­bad ruimte, blauwe tegels, schoon water, je kent het wel. Er ston­den twee vrouwelijke wachters bij en ik mocht niet eens het water inlopen. Als ik de richt­ing opliep werd er streng gefloten en gewezen. Geen idee waarom niet. Bij de schom­mels even later het­zelfde, ik heb twee keer heen en weer gezwaaid voor­dat er gehoofd­doekte beambte mij gebaarde van de schom­mel af te gaan.)

Na een kop koffie bij Star­bucks hebben we Anton weer terug op de mono­rail naar huis gezet en zijn we zelf nog even bij een grote elec­tron­i­ca­mall langs­gelopen om de laat­ste ring­git die ik nog van mijn ver­jaardag over had op te maken. Onze nieuwe foto­cam­era pro­duceert indruk­wekkende hoeveel­he­den bytes en om die alle­maal mee te kun­nen nemen, heb ik nu een mooie ferrari-rode harde schijf gekocht. Het is een juweeltje. Oh, en we hebben nog een klein uitvouw­baar luid­sprek­ertje op de kop getikt.

Gis­ter­avond hebben we op mijn voor­spraak Indi­aas gegeten en vanavond mocht Judica kiezen: het werd Chi­nees. In een food­court vlak­bij het hos­tel, mid­den in China-town kre­gen we voor weinig lekkere, peper-loze rijst met kip voorgeschoteld. We hebben ervan ges­muld en daarna rustig de avond op de kamer doorgebracht.


39° 55' N, 116° 24' E
17 March 2010, 13:20

Langs rode huisjes

15. Kiekje in het Beihai park

Hoeveel keiz­ers er pre­cies gewoond hebben, dat duizelt ons een beetje. Maar het waren er beslist veel. Het oord schi­jnt ook diverse malen (deels) afge­brand te zijn, al dan niet door toe­doen van een bedi­ende die geld rook. Verder viel op dat de dom­i­nante kleuren rood en goud waren, met veel dec­o­ratie in blauw. De Ver­bo­den Stad, daar waren we vanmiddag.

De Stad is een enorm com­plex en ik geloof dat we het eigen­lijk het paleis museum moeten noe­men. Als Mao niet had inge­grepen was het hele dorp waarschi­jn­lijk zelfs door de Sov­jets zijn ges­loopt. Enfin, museum dus, maar strikt genomen de bak­er­mat van het grote Chi­nese rijk. Er wordt gezegd dat er bijna 9000 vertrekken in het com­plex zijn en ik wil dat best geloven. Het doorkruisen van de Stad via de zuid-noord as duurde (met alle Kodak momenten erbij) zeker een uur. En elke keer weer doem­den er indruk­wekkende, rode gebouwen voor ons op. Dan weer een poort, dan eens een hal, soms een keiz­er­lijke slaap­kamer, maar ook wel eens een slaap­kamer voor de con­cu­bines (wat, zoals men wel weet, een mooi woord is voor bijvrouwen, maîtresses of gewoon pret­madammekes). Enorm.

Na een uur of twee in de ver­bo­den stad (die vroeger voor volk van onze klasse vol­strekt ver­bo­den ter­rein was, op straffe van de dood) begonnen we ver­slen­terd en verkeken te raken. Na zoveel staren, oh en ah zeggen en bor­d­jes in (gebro­ken) Engels lezen, raak je murw. Hoe mooi zo’n com­plex ook is. De tuin aan het uiter­ste noor­den van de stad was dan ook wel een ver­adem­ing. Even geen gebouwen, maar bomen en rotspar­ti­jen. Overi­gens alle­maal, naar goed Chi­nees gebruik, wel gecul­tiveerd. De rotspar­ti­jen waren gebouwd van woeste en krul­rijke ste­nen en de bomen waren alle bonzaï-achtige cypressen. Schit­terend en vooral ook wonderbaarlijk.

Je voor te stellen dat vele gen­er­aties Chi­nese keiz­ers bijna hun hele leven in die stad door­brachten, is griezelig geloofwaardig: ze had­den vol­doende ruimte voor hun ambt, hun vrouw, hun bijs­lapies en hun vele kinderen. En dan bleven er nog vol­doende gebouwt­jes over om een kopje thee met de krant te con­sumeren, om de huwelijk­snachten te con­sumeren, om aan zeker een doz­ijn ver­schil­lende goden dank te zeggen en een paar doz­ijn fotoal­bums te stallen. Geen reden om door de indruk­wekkende poorten de vieze en onrustige buiten­wereld te betre­den dus.

Mmm, even een slokje chi­nese groene thee voor­dat ik verder ga. Gratis op de kamer. Heel aan­ge­naam (al smaak het warme vocht meer naar spinazie dan naar thee, wat mij betreft).

Na onze vorstelijke wan­del­ing zijn we verder gegaan naar de voor­ma­lige keiz­er­lijke tuinen, nu het Bei­hai park genoemd. Onze plat­te­grond van Bei­jing verk­lapte dat ‘bei’ feit­elijk ‘noor­den’ betekent en een snelle blik over de rest van de plat­te­grond gewor­pen ont­dek­ten wij ook een mid­del­park en een zuider­park, voorzien van vergelijk­baar cryp­tis­che namen. Heel overzichtelijk.

In het park trof­fen we een grote water­par­tij met daarin een groot eiland, een heuvel eigen­lijk, waarop een groot Tibetaans tem­pel­com­plex voorzien van een zware, witte pagode was gede­poneerd. Een flinke klim met een prachtig uitzicht tot beloning. Daar­boven werd ons eens temeer duidelijk van welke omvang deze stad werke­lijk is. Ter vergelijk: heel deel van de stad dat we tot dusver hebben bekeken heeft in ver­houd­ing tot de stad­splat­te­grond ter grootte van een oud­er­wetse ocht­end­krant (opengevouwen, wel te ver­staan) de omvang van een kleine Chi­nese hand­palm. Er is dus nog zoveel meer!

Mor­gen gaan we me maar eens een stuk op de fiets verken­nen. Die huur je hier gemakke­lijk en de vele fietspaden maken het een ver­lei­delijk ver­vo­ersmid­del. We willen graag treinkaart­jes naar Hanoi gaan boeken. Kijken of ons dat wil lukken. Mogelijk moeten we de reis in Nan­ning onder­breken en daar over­stap­pen op een tweede trein. Nog maar even zien. En oh, we gaan vri­jdag (verwachte tem­per­atuur, 19 graden in de plus!) 10 kilo­me­ter over de Chi­nese muur wan­de­len. Eens zien hoe 4 uur klauteren met een gids en een zon­netje ons bevalt!