Ourwalkabout.nl is a blog about the world trip Michiel de Wit and Judica Wondergem are making in 2010.


10° 6' N, 99° 50' E
22 August 2010, 11:33

Aanvaring

De ven­ti­la­tor blaast me wat koelte toe. Het baat weinig. Mijn hoofd is heet van woede, frus­tratie en angst. Achter de tralies ligt een ‘felang’ op één wit oor zacht te ronken. We wachten op de poli­tie. Aan het bureau zit een Thaise man wiens offi­ciële func­tie me volledig ont­gaat. Naast me zit de echtgenote van de Thai die een half uurtje eerder nog lag te ker­men op het hete asfalt.

Ik heb al geprobeerd de sit­u­atie uit te leggen. De lijn­teken­ing, achterop een of andere noti­tie in onlees­baar hand­schrift, is daar­van getu­ige. Het geeft de hoofd­straat weer met daaraan de zijs­traat waar­van wij op onze scooter kwa­men aan­gere­den. Voor de zek­er­heid en om te laten zien dat ik me van alle ver­keer­sregels bewust was, staan op de teken­ing ook een stop­bord voor de zijs­traat en een snel­hei­d­slim­iet voor de hoofd­weg gekrabbeld. Ik moet heftig aan­drin­gen om in Engels aange­spro­ken te wor­den. “Speak Eng­lish, I don’t speak Thai. Speak­ing Thai is impolite!”

Al een aan­tal keer heb ik aangegeven dat ik best wat geld wil geven zodat haar echtgenoot zijn medis­che kosten kan betalen, maar dat ik zeker niet van plan ben om schuld te aan­vaar­den of te beloven een idiote dok­ter­sreken­ing voor mijn reken­ing te nemen. Ik leg nog maar eens uit dat wij net­jes stil ston­den, maar dat meneer veel te hard reed en daar­door niet tijdig kon rem­men. Boven­dien ver­denk ik hem ervan wat gedronken te hebben. Dat alles wordt ver­staan, maar niet beantwoord.

Het geld dat ik aange­bo­den heb is te weinig, wordt me steeds verteld. Ik moet wachten op de poli­tie en de hele dok­ter­sreken­ing betalen, wat die ook moge bedra­gen. Als ik vraag of ik buiten mag wachten wordt me dat bruut geweigerd. Mevrouw en de onduidelijke man achter het bureau span­nen samen in hun poging mij dat duidelijk te maken. Ik kijk nog eens naar de ongelukkige tourist achter de tralies en dring niet verder aan.

Dan bedenk ik me dat ik miss­chien wat hulp zou kun­nen gebruiken. Direct na de aan­ri­jd­ing had ik de sleu­tels van de scooter al aan Judica gegeven en haar gevraagd naar huis te gaan. Beter om het alleen te rege­len. Je weet het met die Thai nooit. De tele­foon zit nog in Judica’s tas en die staat inmid­dels thuis. Ik besluit het erop te wagen en de paf­ferige bureau-Thai om een bel­letje te vra­gen. Uit mijn porte­mon­nee pak ik het kaartje van de duikschool en ik vraag of ik het num­mer dat erop staat mag bellen.

Het vis­itekaartje wordt uit mijn hand genomen en bestudeerd. De Thai en mevrouw over­leggen en ik hoor ze de naam van de Thaise eige­naar van de duikschool noe­men. Miss­chien een bek­ende van ze? Ik weet dat hij in aanzien staat, maar of dat me helpt? Het tele­foon­tje hoef ik niet meer te ple­gen. Mevrouw draait als een blad aan de boom om in de wind en begint over geld. Op mijn bod van 50 euro ontv­ing ik nu ineens een tegen­bod: 75 euro, dat zou moeten vol­staan. Ik besluit eieren voor mijn geld te kiezen en niet meer over geld te zeuren. Uit mijn zorgvuldig ver­bor­gen gehouden porte­feuille haal ik het geld. Iedereen kijkt opeens weer vrien­delijk en nu de zaken gedaan zijn wordt er gegroet. Mevrouw biedt me een ritje naar huis aan en ik besluit maar een stukje mee te rij­den, gewoon om goede wil te tonen.

De laat­ste kilo­me­ter loop ik naar huis. Ik weet dat Judica op me wacht en waarschi­jn­lijk ongerust is. Alles ging zo snel dat ik geen tijd had gehad te zien of ze zich bezeerd had. Alles leek okee, maar toch… Een­maal thuis blijkt alles in orde. Judica was natu­urlijk bezorgd, geen idee hebbend wat er te gebeuren stond. Won­der boven won­der blijkt onze scooter bepaald niet de schade te hebben gele­den die meneer wel te incasseren had gekre­gen. Zon­der krassen staat hij op z’n vertrouwde plek onder de boom.

Ik ver­tel Judica dat alles met een sisser is afgelopen. Meneer had een paar nare schram­men op z’n link­er­voet opgelopen, maar de voet zelf was verder niet gebro­ken, hoo­guit wat gekneusd. Een vliegensvlugge rönt­gen­foto had dat ter­wijl ik op het bureau zat uit­gewezen en mevrouw was niet te onvrien­delijk om me dat weetje te onthouden. Wiens schuld het nu pre­cies was bli­jft onduidelijk. Wij ston­den net­jes te wachten om de kruis­ing op te draaien, maar moesten dat door de steilte van de zijweg wel al op de kruis­ing doen. Meneer reed veel te hard. Hij lijdt nu de pijn en wij zijn een dag­bud­get armer. Zand erover en niet meer over praten.


10° 48' N, 106° 38' E
17 April 2010, 17:03

In het nieuw

6. Groepsportret met Chuong

Na een mid­dagje rond­hangen in de stad, vooral met als doel nog een paar kleine snuis­ter­i­jen aan te schaf­fen (zin in touris­tis­che attrac­ties hebben we hier in Saigon niet echt) was het om drie uur ein­delijk zover: we kre­gen onze ‘nieuwe’ scoot­ers te zien. Very nice! Vol trots liet Chuong ons zien wat hij voor ons geregeld had. Twee Kore­aanse frames omge­bouwd en voorzien van goede, nieuwe onderde­len. Uit trots, en miss­chien ook wel om een soort han­delsmerk te creëren, had Chuong de garage­houd­ers gevraagd de fiet­sen in mat-zwart te laten spuiten en te voorzien van een rode ster voorop. Dat geeft de scoot­ers een uniek uiter­lijk, mooi en boven­dien makke­lijk te herken­nen. Ik denk ook dat de vol­gende eige­naars het zullen waarderen.

Na een kort proe­fritje op onze nieuwe speelt­jes streken we nog even neer op het geïm­pro­viseerde ter­ras voor Chuong’s winkel (eigen­lijk van zijn zus; ze verkoopt bikini’s) om wat te drinken en nog wat te klet­sen. We zaten amper of het begon te stortre­ge­nen. Een voor­bode van het naderende regen­seizoen. In een half uur tijd kwam er zoveel nat­tigheid naar bene­den plen­zen dat de straten ook moeit­eloos voor wild-waterbaan door kon­den gaan. Chuong grapte nog dat we een ver­keerde koop bij hem had­den gedaan: we had­den motor­boot­jes moeten kopen.

Een een­voudige maaltijd (bij het zelfde winkeltje waar we ook ont­bijt genoten had­den) later keer­den we nog even terug bij Chuong. Overi­gens moesten we natu­urlijk eerst onze kers­verse vriend­jes een veilig onder­dak geven. Dat ging niet zon­der slag of stoot. Nor­maal gespro­ken kun­nen gas­ten hun motor­fi­et­sen bij het hotel stallen, maar om een of andere reden weiger­den onze gas­theren maar al te stel­lig. Miss­chien was het omdat we vanocht­end geklaagd had­den over het feit dat we de vac­uüm­tas waarin ons was­goed was aan­geleverd niet had­den teruggekre­gen, maar ons scheen het toch vooral als hork­erigheid toe. Enfin, we dronken nog wat ijskoffie, ont­moet­ten nog twee Fran­sozen, klet­sten nog wat meer en namen afscheid van Chuong. Behalve twee frisse brom­mers zijn we ook en vriend in Saigon rijker.


10° 46' N, 106° 42' E
16 April 2010, 12:30

Ons kent ons of hoe een koe een haas vangt

Onze slaap­kamer heeft, zoals voor de schamele prijs van 10 dol­lar per nacht miss­chien ook verwacht mag wor­den, geen ramen. Toen wij vanocht­end wakker wer­den ver­keer­den we dan ook in een wereld van totale rust en koelte (want a/c). Omdat we met de scooter naar Hué willen rij­den, had­den we ons voorgenomen van­daag op zoek te gaan naar twee rijwie­len. Dat klinkt, zeker vanaf de oase die onze hotelka­mer is, als een overzichtelijke taak. Een­maal de deur uit wer­den we echter onaan­ge­naam getrof­fen door een vracht­wa­gen­lad­ing vol warme lucht, her­rie en prikkels. Paniek sloeg in. Help!

Onze instinct­matige reac­tie was om iets vertrouwds op te zoeken. Het hotel zit in een klein steegje, aan het eind waar­van een wat bredere weg zit. Op die weg von­den we een koffiehuis, Europese stijl. Voor hogere pri­jzen dan nor­maal kre­gen we een klein heilig­dom van koelte, rust, zachte muziek, warme koffie en wat brood aange­bo­den. Een­maal bijgekomen van de eerste schrik besloten we onze com­mu­ni­catieve vaardighe­den in de strijd te gooien (al kan onze impuls even gemakke­lijk als een daad van wan­hoop wor­den uit­gelegd): we vroe­gen de serveer­ster waar we scoot­ers zouden kun­nen kopen.

Uit­er­aard vin­gen we bot. De serveer­ster sprak best goed Engels, maar ze wist nu een­maal meer van koffie en dol­lars dan van motor­vo­er­tu­igen. Gelukkig zijn er op dit soort momenten altijd Amerika­nen die meeluis­teren, Nicholas in dit geval. Hij stootte ons beleefd aan en verk­lapte ons zijn grote geheim: een Canadese vriend van hem verkocht tweewiel­ers. Aha! We kre­gen een tele­foon­num­mer van Jason en spraken hem in een geïm­pro­viseerde tele­foon­cel in een Inter­net­café. Jason klonkt aardig, betrouw­baar en had een winkeltje schuin tegen­over de tele­foon­cel, ook nog eens vlak­bij ons bed.

Jason werkt als docent op een uni­ver­siteit en kon ons pas om half 5 ‘s mid­dags ont­moeten, maar verzek­erde ons dat hij voor een prijs die ons goed in de oren klonk wel twee Honda scoot­ers kon rege­len. Mooi! We dronken nog wat koffie met zijn com­pagnion, Chuong, die we min of meer per ongeluk trof­fen. Hij trak­teerde ons op ijskoffie, warmte, sterke ver­halen en goede informatie.

Enfin, om kort te gaan: we hebben twee tweede­hands scoot­ers besteld die op dit moment in een bevriende garage volledig uit elkaar gehaald wor­den, gere­viseerd en voorzien van een mooie nieuwe mat-zwarte lak­laag (met een rode ster erop, want de trots van Viet­nam). Chuong hielp ons voor een appel en een ei aan een Viet­namees tele­foon­num­mer voor onze GSM en adviseerde ons waar een paar goed­kope en deugdelijke hel­men kon­den kopen. Afgezien van veel bloed, zweet en tra­nen kost dit avon­tuur ons 900 dol­lar voor de tweewiel­ers (ca. 660 euro) en 12 euro voor twee mooie helmen.

Chuong (en Jason die we later trof­fen overi­gens ook) is een uiterst vrien­delijke man en beloofde ons dat we de best denkbare scooter voor ons geld zouden kri­j­gen (zelfs plus of min een paar kor­rels zout is dat een fijne gedachte) en zorgt dat we, gewoon voor het geval dat, een paar essen­tiële reserveon­derde­len en gereed­schap meekri­j­gen. Erg pret­tig. Boven­dien verzek­erde hij ons dat we hem altijd mochten bellen en hij ons naaeer en geweten zou proberen te helpen. Hij en zijn zak­en­part­ner Jason hebben het motorbedrijf net samen opges­tart en proberen hun (nu al) goede naam duidelijk hoog te houden. Dat boezemt vertrouwen in.

Tussen de bedri­jven door zijn we nog wat rust in het park gaan zoeken. Al snel wer­den we door een Viet­namese stu­dente aange­spro­ken die graag wat Engels met ons wilde spreken, gewoon om ervar­ing op te doen. Aan­vanke­lijk waren we arg­wa­nend, maar dat gevoel maakte al snel plaats voor gêne. Ze had geen­szins kwaad in de zin. Ze vertelde ons dat veel stu­den­ten in het park met elkaar Engels oefe­nen, en als het kan ook met touris­ten. Heel slim en gezellig.

Nog vol van de mazzel die we met ons scooter­ver­haal had­den, vertelden we haar (des­gevraagd) over het belang van netwerken in het zak­en­leven. Het ver­haal van onze scoot­ers was een dankbaar voor­beeld: in je een­tje krijg je weinig gedaan, maar-ons-kent-ons, dat is het won­der­mid­del. Want dat is hoe een koe een haas vangt: met wat hulp van de rest van de kudde.